
65
3
Handleiding Supra 3-1. OVERZICHT
OVERZICHT
Via Toyota Supra Command:
1
“My Vehicle” (mijn auto)
2 “System settings” (systeeminstellin-
gen)
3 Indien van toepassing, “Language”
(taal)
4 “Language:” (taal)
5 Selecteer de gewenste taal.
U kunt instellen of het systeem de stan-
daard systeemmeldingen of een korte
variant daarvan gebruikt.
Als de korte variant is geselecteerd,
worden de systeemme ldingen beknopt
weergegeven.
Via Toyota Supra Command:
1 “My Vehicle” (mijn auto)
2 “System settings” (systeeminstellin-
gen)
3 “Language” (taal)
4 “Voice control:” (spraakbediening:)
5 Selecteer de gewenste instelling.
Het is mogelijk om een nieuw spraak-
commando te geven als het spraak-
commandosysteem nog bezig is met
het verwerken van uw vorige spraak-
commando. Deze functie kan worden
uitgeschakeld als het verwerken van de
spraakcommando's vaker dan gewenst
wordt afgebroken, bijvoorbeeld door
omgevingsgeluiden of gesprekken op
de achtergrond. Via Toyota Supra Command:
1
“My Vehicle” (mijn auto)
2 “System settings” (systeeminstellin-
gen)
3 “Language” (taal)
4 “Speaking during voice output”
(spreken tijdens de spraakweer-
gave)
Online spraakverwerking maakt het
gebruik van de dicteerfunctie mogelijk,
vergemakkelijkt de natuurlijke invoer
van bestemmingen en verbetert de
kwaliteit van spraakherkenning. Om
deze functie te gebruiken worden gege-
vens via een versleutelde verbinding
naar een provider van een dienst
gestuurd en daar lokaal opgeslagen.
Via Toyota Supra Command:
1 “My Vehicle” (mijn auto)
2 “System settings” (systeeminstellin-
gen)
3 “Language” (taal)
4 “Server speech recognition”
(spraakherkenning via server)
Draai de volumeknop tijdens de
gesproken aanwijzingen totdat het
gewenste volume is bereikt.
• De volume-instelling blijft behouden, zelfs als u het volume van andere
audiobronnen wijzigt.
• De volume-instelling wordt opgesla- gen voor het op dat moment
gebruikte bestuurdersprofiel.
Instellen van de spraakdialoog
Spreken tijdens de
spraakweergave
Online spraakverwerking
Regelen van het volume
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page
65 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM

71
3
Handleiding Supra 3-1. OVERZICHT
OVERZICHT
Volg de instructies op het regeldisplay.
Via Toyota Supra Command:
1
“My Vehicle” (mijn auto)
2 “System settings” (systeeminstellin-
gen)
3 “Data privacy” (gegevensbescher-
ming)
4 Selecteer de gewenste instelling.
Afhankelijk van het gebruik kunnen per-
soonlijke gegevens in de auto worden
opgeslagen, zoals voorkeuzezenders
van de radio. Deze persoonlijke gege-
vens kunnen permanent worden gewist
met behulp van Toyota Supra Com-
mand.
Afhankelijk van de uitrusting van uw
auto kunnen de volgende gegevens
worden gewist:
• Instellingen bestuurdersprofiel.
• Voorkeuzezenders radio.
• Onder de voorkeuzetoetsen opge- slagen gegevens.
• Waarden van de dagteller en boord-
computer.
• Muziekharddisk.
• Navigatiegegevens, zoals opgesla-
gen bestemmingen.
• Telefoonboek.
• Online gegevens, zoals favorieten
en cookies. • Agendagegevens, zoals gesproken
herinneringen.
• Inloggegevens.
Het wissen van gegevens kan maxi-
maal 15 minuten duren.
Het wissen van gegevens is uitsluitend
mogelijk bij stilstaande auto.
Volg de instructies op het regeldisplay.
Via Toyota Supra Command:
1 “My Vehicle” (mijn auto)
2 “System settings” (systeeminstellin-
gen)
3 “Data privacy” (gegevensbescher-
ming)
4 “Delete personal data” (persoon-
lijke gegevens wissen)
5 “Delete personal data” (persoon-
lijke gegevens wissen)
6 OK
7 Verlaat en vergrendel de auto.
Het wissen is na 15 minuten voltooid.
Als niet alle gegevens zijn gewist, her-
haal dan indien nodig de wisprocedure.
Schakel de Drive Ready-modus in om
het wissen van de gegevens af te bre-
ken.
Inschakelen/uitschakelen
In de auto opgeslagen
persoonlijke gegevens wissen
Principe
Algemeen
Voorwaarden voor werking
Gegevens wissen
Het wissen afbreken
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 71 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM

78
Handleiding Supra3-1. OVERZICHT
In dergelijke gevallen kan de volgende
uitleg hulp bieden:
Waarom kan de mobiele telefoon niet
worden gekoppeld of verbonden?
• Er zijn te veel Bluetooth-apparaten
gekoppeld aan de mobiele telefoon
of de auto.
Verwijder in de auto de Bluetooth-koppelin-
gen met andere apparaten.
Verwijder alle bekende Bluetooth-koppelin-
gen uit de apparatenlijst op de mobiele tele-
foon en laat deze vervolgens naar nieuwe
apparaten zoeken.
• De mobiele telefoon bevindt zich in de energiebesparingsmodus of de
batterij is bijna leeg.
Laad de mobiele telefoon op.
Waarom reageert de mobiele telefoon
niet meer?
• De applicaties op de mobiele tele-foon werken niet meer.
Schakel de mobiele telefoon uit en weer in.
• Omgevingstemperatuur te hoog of te laag om de mobiele telefoon te
bedienen.
Stel de mobiele telefoon niet bloot aan
extreme omgevingsomstandigheden.
Waarom kunnen telefoonfuncties niet
via Toyota Supra Command worden
gebruikt?
• De mobiele telefoon is mogelijk niet correct geconfigureerd (bijvoorbeeld
als een Bluetooth-audioapparaat).
Maak verbinding met de mobiele telefoon via
de functie “Telephone” (telefoon) of “Additio-
nal telephone” (extra telefoon).
Waarom worden telefoonboekcontac-
ten helemaal niet, niet allemaal of
slechts gedeeltelijk weergegeven?
• De overdracht van de telefoonboek-
contacten is nog niet voltooid. • Onder bepaalde omstandigheden
worden alleen de in de mobiele tele-
foon of op de simkaart opgeslagen
telefoonboekcontacten overgedra-
gen.
• Mogelijk kunnen telefoonboekcon- tacten met speciale karakters niet
worden weergegeven.
• De overdracht van contacten van sociale netwerken is misschien niet
mogelijk.
• Het aantal telefoonboekcontacten dat moet worden opgeslagen, is te
hoog.
• Het datavolume van het contact is te groot, bijvoorbeeld vanwege opge-
slagen informatie zoals memo's.
Verklein het datavolume van het contact.
• Een mobiele telefoon kan alleen als audiobron of als telefoon worden
gekoppeld.
Configureer de mobiele telefoon en koppel
deze met de functie “Telephone” (telefoon)
of “Additional telephone” (extra telefoon).
Hoe kan de kwaliteit van de telefoon-
verbinding worden verbeterd?
• Pas de sterkte van het Bluetooth-signaal op de mobiele
telefoon aan; de procedure varieert
per mobiele telefoon.
• Pas het volume van de microfoon en de luidspreker afzonderlijk aan in de
geluidsinstellingen.
Neem als alle punten in de lijst zijn
gecontroleerd en de gewenste functie
niet kan worden uitgevoerd contact op
met de klantenservice, een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 78 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM

79
3
Handleiding Supra 3-1. OVERZICHT
OVERZICHT
Op de USB-interface kunnen mobiele
apparaten met een USB-stekker wor-
den aangesloten.
• Audioapparaten zoals MP3-spelers.
• USB-opslagapparatuur.
De gangbare bestandsformaten worden
ondersteund. De formaten FAT32 en exFAT
worden aanbevolen.
Een aangesloten USB-apparaat kan via
de USB-interface worden opgeladen
als het apparaat di
t ondersteunt. Houd
rekening met de maximale stroom-
sterkte voor het opladen via de
USB-interface.
Het volgende is mogelijk bij USB-appa-
raten die compatibel zijn met gege-
vensoverdracht:
• Exporteren en importeren van
bestuurdersprofielen, zie blz. 72.
• Afspelen van muziekbestanden via USB audio.
• Videofilms bekijken via USB video.
• Importeren van routes.
Houd bij het aansluiten rekening met
het volgende:
• Steek de stekker niet geforceerd in de USB-interface.
• Gebruik een flexibele adapterkabel.
• Bescherm het USB-apparaat tegen beschadiging.
• Vanwege de grote verscheidenheid van USB-apparaten die op de markt
verkrijgbaar zijn, is het mogelijk dat
bepaalde apparaten niet in de auto
werken.
• Stel de USB-apparaten niet bloot aan extreme omgevingsomstandig- heden zoals hoge temperaturen.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing
van het apparaat.
• Vanwege de grote verscheidenheid van compressietechnieken kunnen
op het USB-apparaat opgeslagen
mediabestanden niet altijd correct
worden afgespeeld.
• Voor een correcte overdracht van de opgeslagen gegevens dient een
USB-apparaat niet te worden opge-
laden via de accessoireaansluiting
van de auto terwijl het ook op de
USB-interface is aangesloten.
• Voor het gebruik van bepaalde func- ties van USB-apparaten zijn instellin-
gen op het USB-apparaat nodig. Zie
de gebruiksaanwijzing van het appa-
raat.
Ongeschikte USB-apparaten:
• USB-harddisks.
• USB-hubs.
• USB-geheugenkaartlezer met meer- dere ingangen.
• HFS-geformatteerde USB-appara- ten.
• Apparaten zoals ventilatoren of lam- pen.
Een apparaat dat compatibel is met de
USB-interface.
Het USB-apparaat wordt weergegeven
in de apparatenlijst, zie blz. 81.
USB-verbinding
Algemeen
Voorwaarden voor werking
Een apparaat aansluiten
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 79 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM

108
Handleiding Supra4-1. BEDIENING
Voor de veiligheid van de inzittenden is
de auto uitgerust met twee veiligheids-
gordels. Ze kunnen echter alleen effec-
tieve bescherming bieden als ze op de
juiste manier worden gedragen.
Controleer voordat u g
aat rijden altijd of
alle inzittenden hun veiligheidsgordel
hebben vastgemaakt. De airbags vullen
de veiligheidsgordels aan als extra vei-
ligheidsvoorziening. De airbags zijn
geen vervanging voor de veiligheids-
gordels.
Als de stoel op de juiste wijze is afge-
steld, is de gordelbevestiging geschikt
voor alle volwassenen, ongeacht hun
postuur.
Veiligheidsgordels
Aantal veiligheidsgordels en
gordelsluitingen
Algemeen
Veiligheidsaanwijzingen
WAARSCHUWING
Gebruik een veiligheidsgordel nooit voor
meer dan één persoon tegelijk. Anders
kan het beschermende effect van de vei-
ligheidsgordel niet langer gegarandeerd
worden. Er bestaat een kans op (ernstig)
letsel. Gebruik een ve iligheidsgordel nooit
voor meer dan één persoon tegelijk. Laat
baby's en kinderen nooit meerijden op de
schoot van een andere inzittende. Gebruik
voor een baby of kind altijd een geschikt
baby- of kinderzitje.
WAARSCHUWING
De veiligheidsgordels bieden mogelijk
beperkte of zelfs helemaal geen bescher-
ming als ze niet op de juiste manier wor-
den gedragen. Het niet op de juiste manier
dragen van een veiligheidsgordel kan tot
extra letsel leiden, bijvoorbeeld bij een
ongeval of remmen en uitwijkmanoeuvres.
Er bestaat een kans op (ernstig) letsel.
Zorg ervoor dat alle inzittenden hun veilig-
heidsgordel op de juiste manier dragen.
WAARSCHUWING
Veiligheidsgordels zijn ontworpen om
tegen het skelet van het lichaam te rusten
en moeten respectievelijk laag over de
voorkant van het bekken worden gedra-
gen, of tegen het bekken, de borst en de
schouders aan liggen. Laat het heupge-
deelte van de gordel niet over de buik
lopen.
Om de bescherming te bieden waarvoor
ze zijn ontworpen, moeten de veiligheids-
gordels zo worden afgesteld dat ze zo
strak mogelijk om het lichaam zitten, zon-
der dat het oncomfortabel wordt. Een
losse gordel zal de bescherming van de
drager in hoge mate beperken.
Zorg ervoor dat de band van de veilig-
heidsgordel niet in contact komt met
poetsmiddelen, oliën of chemicaliën, en
met name met accuzuur. Hij kan veilig
gereinigd worden met een milde zeepwa-
teroplossing. Vervang de veiligheidsgor-
del als de band gerafeld of beschadigd is
of vuil geworden is. Veiligheidsgordels
mogen niet gedragen worden als ze
gedraaid zijn. Een veiligheidsgordel mag
maar door één inzittende worden gebruikt;
het is niet toegestaan om baby's of kinde-
ren bij een inzittende op schoot te laten
meerijden.
De complete veiligheidsgordel moet wor-
den vervangen als hij bij een ernstig onge-
val werd gedragen door een inzittende,
zelfs als er geen schade zichtbaar is.
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 108 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM

112
Handleiding Supra4-1. BEDIENING
• Trek de gesp van de veiligheidsgor-
del diagonaal over het lichaam en
druk hem in de gordelsluiting totdat
deze hoorbaar vastklikt.
• Stel de lengte van de gordel goed af. Trek, om het heupgedeelte van de
gordel te verstellen en te controleren
of de gesp goed vastgeklikt is in de
gordelsluiting, de schoudergordel
omhoog totdat het heupgedeelte van
de gordel strak zit.
• Het diagonale schoudergedeelte
past zich automatisch aan om u
bewegingsvrijheid te geven.
• Druk op de knop op de gordelsluiting
om de veiligheidsgordel los te
maken.
1 Bevestig de veiligheidsgordel door
hem langzaam over de schouder en
het bekken te leiden.
2 Steek de gesp van de veiligheids-
gordel in de gordelsluiting. De gesp
moet hoorbaar vastklikken in de
gordelsluiting. 1
Houd de veiligheidsgordel stevig
vast.
2 Druk op de rode knop op de gordel-
sluiting.
3 Begeleid de veiligheidsgordel terug
in het oprolmechanisme.
De waarschuwing voor de veiligheids-
gordels wordt geactiveerd wanneer de
bestuurdersgordel niet is vastgemaakt.
Bij sommige landspecificaties is de
waarschuwing voor de veiligheidsgor-
del ook actief als de voorpassagiers-
gordel niet is vastgemaakt terwijl er
zware voorwerpen op de voorpassa-
giersstoel liggen.
Verstellen van
veiligheidsgordels die
automatisch oprollen
Vastmaken van de
veiligheidsgordel
Losmaken van de
veiligheidsgordel
Waarschuwing veiligheidsgordel
voor bestuurders- en
voorpassagiersstoel
Algemeen
Weergave op het instrumentenpaneel
Er wordt een voertuigmelding
weergegeven. Controleer of de
veiligheidsgordel op de juiste
manier is vastgemaakt.
Hoofdsteunen voor
Veiligheidsaanwijzingen
WAARSCHUWING
Voorwerpen aan de hoofdsteun zorgen
ervoor dat het hoofd en de nek minder
goed beschermd worden. Er bestaat een
kans op letsel.
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 112 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM

144
Handleiding Supra4-1. BEDIENING
Dit hoofdstuk beschrijft alle standaard,
landspecifieke en speciale uitrusting
die beschikbaar is voor de modelserie.
Daardoor worden mogelijk uitrusting en
functies beschreven die niet in uw auto
aanwezig zijn, bijvoorbeeld als gevolg
van de geselecteerde optionele uitrus-
ting of de landenspecificatie. Dit geldt
ook voor functies en systemen met
betrekking tot veiligheid. Houd u bij het
gebruik van de bijbehorende functies
en systemen aan de desbetreffende
wet- en regelgeving.
De Drive Ready-modus wordt inge-
schakeld door op de startknop te druk-
ken terwijl het rempedaal is ingetrapt.
Door nogmaals op de startknop te druk-
ken wordt de Drive Ready-modus uitge-
schakeld en de standby-modus, zie 48,
ingeschakeld.
1
Schakel de Drive Ready-modus in.
2 Schakel de rijstand in.
3 Deactiveer de parkeerrem.
4 Rijd weg. Het Stop & Start-systeem helpt u brand-
stof te besparen.
Het systeem stopt de
motor als de auto stilstaat, bijvoorbeeld
in een file of bij verkeerslichten. De
Drive Ready-modus blijft ingeschakeld.
De motor wordt automatisch gestart om
weg te kunnen rijden.
Elke keer wanneer de motor wordt
gestart met de startknop, schakelt het
Stop & Start-systeem over op de
standby-modus. De functie wordt geac-
tiveerd vanaf een snelheid van onge-
veer 5 km/h.
Afhankelijk van de geselecteerde rijmo-
dus, zie blz. 159, wordt het systeem
automatisch in- of uitgeschakeld.
De motor wordt onder de volgende
omstandigheden automatisch uitge-
schakeld als de auto stilstaat:
Selectiehendel in stand D.
Rempedaal blijft ingetrapt terwijl de
auto stilstaat.
Bestuurdersgordel vastgemaakt of
bestuurdersportier gesloten.
Rijden
Uitrusting
Startknop
Principe
De Drive Ready-modus, zie
blz. 48, wordt in- en uitge-
schakeld door op de start-
knop te drukken.
Wegrijden
Stop & Start-systeem
Principe
Algemeen
Uitzetten van de motor
Voorwaarden voor werking
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 144 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM

152
Handleiding Supra4-1. BEDIENING
Druk de hendel eenmaal omlaag vanuit
de ruststand, pijl
1.
Het wissen wordt gestart.
De led in de ruitenwisserhendel gaat
branden.
Bij vorst wordt het wisproces mogelijk
niet gestart.
Druk de hendel terug naar de ruststand.
Draai aan het kartelwieltje om de
gevoeligheid van de regensensor in te
stellen.
Omhoog: hoge gevoeligheid van de
regensensor. Omlaag: lage gevoeligheid van de
regensensor.
Trek aan de hendel.
Vloeistof uit het sproeierreservoir wordt
op de voorruit gespoten en de ruiten-
wissers werken even.
Inschakelen
Uitschakelen
Instellen van de gevoeligheid van de
regensensor
Ruitensproeier voor
Veiligheidsaanwijzingen
WAARSCHUWING
Bij lage temperaturen kan de ruitensproei-
ervloeistof op de voorruit bevriezen en het
zicht belemmeren. Er bestaat een kans op
ongevallen. Gebruik het sproeiersysteem
alleen als er geen kans is op bevriezing
van de ruitensproeiervloeistof. Gebruik
indien nodig antivries.
OPMERKING
Als het sproeierreserv oir leeg is, werkt de
sproeierpomp niet naar behoren. Er
bestaat een kans op schade. Gebruik het
sproeiersysteem niet als het sproeierre-
servoir leeg is.
Reinigen van de voorruit
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 152 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM