24
Handleiding Supra2-1. KORTE UITLEG
1
Ruitenwissers
2 Instrumentenpaneel
3 Richtingaanwijzers, grootlicht
4 Lichtschakelaar
Controle- en waarschuwingslamp-
jes kunnen in verschillende combi-
naties en kleuren branden.
Wanneer de motor wordt gestart of
de standby-modus wordt ingescha-
keld, wordt de we rking van som-
mige lampjes kort gecontroleerd. 1
Buitenspiegels
2 Schakelaars ruitbediening
3 Centrale vergrendeling
4 Ontgrendelen van de achterklep
1 Selectiehendel
2 Controller
3 Uitschakeltoets Stop &
Start-systeem
4 SPORT-modusschakelaar
5 Toets Parking Assist-systeem
6 Toets VSC OFF
7 Toets Toyota Supra Safety
8 Parkeerrem
Display en
bedieningselementen
Rondom het stuurwiel
Controle- en
waarschuwingslampjes
Instrumentenpaneel
1
2
3
4
Bestuurdersportier
Schakelaarpaneel
321
4
Supra_OM_Europe_OM99T05E_1_190 3.book Page 24 Wednesday, March 6, 2019 3:49 PM
37
2
Handleiding Supra 2-1. KORTE UITLEG
KORTE UITLEG
De Concierge Service biedt infor-
matie over hotels, restaurants, enz.
en kan een sms met de benodigde
informatie naar de auto sturen.
Adressen kunnen ook rechtstreeks
naar het navigatie
systeem worden
verzonden.
Via Toyota Supra Command:
1 “Connected Serv.” (extra dien-
sten)
2 “Toyota Supra Assistance”
(Toyota Supra-assistentie)
3 “Concierge Services”
Er wordt een spraakverbinding tot
stand gebracht m et de Concierge
Service.
Onderhoud op afstand bestaat uit
diensten die helpen de auto op de
weg te houden.
Onderhoud op afstand kan uit de
volgende diensten bestaan:
• Hulp bij pech onderweg
• Accubewaking
Zet bij het verlaten van de auto het
contact UIT, activeer de parkeerrem
en vergrendel de portieren. Zet bij het parkeren de auto op een
veilige en geschikt
e parkeerplaats
stil, druk op knop P op de selectie-
hendel en zet het contact UIT.
Toyota Supra Connect
Concierge Service
Onderhoud op afstand
Na het rijden
Tijdens het parkeren
WAARSCHUWING
Wanneer u een dutje doet in de auto,
zorg er dan voor dat u het contact UIT
zet.
Als het echt noodz akelijk is om een
dutje in de auto t e doen, parkeer de
auto dan op een veilige plaats, zet het
contact UIT en slaap indien mogelijk
op de passagiersstoel. Als de motor
blijft draaien en het gaspedaal per
ongeluk wordt ingetr apt of de selec-
tiehendel onbedoeld wordt bediend,
kan dat een ongeval tot gevolg heb-
ben. Ook kunnen, a ls de motor lan-
gere tijd met veel toeren draait, het
uitlaatsysteem en de motor extreem
heet worden, waardoor brand kan
ontstaan.
Supra_OM_Europe_OM99T05E_1_190 3.book Page 37 Wednesday, March 6, 2019 3:49 PM
43
3
Handleiding Supra 3-1. BEDIENING
BEDIENING
Stop & Start-systeem
Blz. 134
Parking Sensors Blz. 237
Achteruitrijcamera Blz. 242
Waarschuwing kruisend
verkeer Blz. 246
Parking Assist-systeem Blz. 237 Vehicle Stability Control
(VSC) Blz. 216
9 Parkeerrem Blz. 137
10 Selectiehendel automatische
transmissie Blz. 143
11 Drive Ready-modus
in-/uitschakelen Blz. 134
1 Controlelampje
voorpassagiersairbag Blz. 190
2 Leeslampjes Blz. 178
3 Interieurverlichting
Blz. 177 4
Noodoproep, SOS
Blz. 338
Rondom de dakconsole
Supra_OM_Europe_OM99T05E_1_190 3.book Page 43 Wednesday, March 6, 2019 3:49 PM
135
3
Handleiding Supra 3-1. BEDIENING
BEDIENING
Als de motor niet automatisch is uit-
geschakeld toen de auto tot stil-
stand kwam, kan hij handmatig
worden uitgeschakeld:
Trap het rempedaal vanuit de
huidige stand snel in.
Zet de selectiehendel in stand P.
Als aan alle voorwaarden voor wer-
king is voldaan, wordt de motor uit-
geschakeld.
De luchtstroom van de airconditio-
ning wordt beperkt als de motor niet
draait.
■Algemeen
In de volgende situaties wordt de
motor niet automatisch uitgescha-
keld:
Op sterk dalende wegen.
Rempedaal niet stevig genoeg
ingetrapt.
Hoge buitentemperatuur en wer-
king van de automatische aircon-
ditioning.
Interieur niet verwarmd of
gekoeld tot de gewenste tempe-
ratuur.
Als er een kans is op condens-
vorming wanneer de automati-
sche airconditioning wordt
ingeschakeld.
Motor of andere onderdelen niet
op bedrijfstemperatuur.
Koelen van de motor is noodza-
kelijk.
Scherpe stuurhoek of ver
draaien van het stuurwiel.
Accu is ver ontladen.
Op grote hoogtes.
Motorkap is ontgrendeld.
Parking Assist-systeem is inge-
schakeld.
Filerijden.
Automatische tran smissie: selec-
tiehendel in stand N of R.
Na achteruitrijden.
Gebruik van brandstof met veel
ethanol.
■Automatische transmissie
Onder de volgende omstandighe-
den wordt de mot or automatisch
gestart om weg te kunnen rijden:
Het rempedaal wordt losgelaten.
Accelereer na he t starten van de
motor op de normale manier.
Automatische transmissie:
handmatig uitschakelen motor
Airconditioni
ng als de auto
geparkeerd is
Weergave op het
instrumentenpaneel
Het display in de toerentel-
ler geeft aan dat het Stop
& Start-systeem er klaar
voor is om de motor auto-
matisch te starten
Het display geeft aan dat
niet is voldaan aan de
voorwaarden voor het
automatisch uitschakelen
van de motor.
Functionele beperkingen
Starten van de motor
Voorwaarden voor werking
Wegrijden
Supra_OM_Europe_OM99T05E_1_190 3.book Page 135 Wednesday, March 6, 2019 3:49 PM
234
Handleiding Supra3-1. BEDIENING
In bijvoorbeeld de volgende situa-
ties kan de auto ni
et automatisch
wegrijden:
Op een steile helling omhoog.
Voor een verhogi ng in het weg-
dek.
Bedien in dergelijke situaties het
gaspedaal.
Bij ongunstige weers- of lichtom-
standigheden kan er sprake zijn
van de volgende beperkingen:
Slechtere detectie van voertuigen.
Kortstondig uit beeld verdwijnen
van reeds gedetecteerde voertui-
gen.
Voorbeelden van ongunstige weers-
of lichtomstandigheden:
Natte wegen.
Sneeuwval.
Smeltende sneeuw.
Mist.
Tegenlicht.
Blijf opletten tijdens het rijden en rea-
geer zelf op veranderingen in de ver-
keerssituatie. Grijp indien nodig actief
in door te remmen, te sturen of uit te
wijken.
De ingestelde snelheid wordt ook
aangehouden bij hellin gafwaarts rij-
den. Bij hellingopwaarts rijden is
het afhankelijk van het beschik-
bare motorvermoge n mogelijk dat
de ingestelde snelheid niet wordt
gehaald. Het systeem kan niet worden geac-
tiveerd als de ra
darsensor niet
goed is uitgelijnd, bijvoorbeeld door
parkeerschade.
In het geval van een storing in het
systeem wordt een voertuigmelding
weergegeven.
Laat het systeem nakijken door een
erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige.
Het systeem werkt mogelijk minder
goed als het detectiegebied van de
radarsensor gedee ltelijk wordt
afgedekt, bijvoorbeeld door de ken-
tekenplaathouder.
In de volgende si tuaties kan het
systeem stilstaande voertuigen
mogelijk minder goed detecteren
en erop reageren als deze worden
genaderd:
Tijdens het kalibratieproces van
de camera direct na aflevering
van de auto.
Bij een storing of verontreiniging
van de camera. Er wordt een
voertuigmelding weergegeven.
Wanneer de systemen in de auto
(bijvoorbeeld Speed Limit Info) een
Wegrijden
Weer
Motorvermogen
Storing
Radarsensor
Camera
Speed Limit Assist
Principe
Supra_OM_Europe_OM99T05E_1_190 3.book Page 234 Wednesday, March 6, 2019 3:49 PM
237
3
Handleiding Supra 3-1. BEDIENING
BEDIENING
Het systeem reageert mogelijk niet
op snelheidslimieten als het naviga-
tiesysteem de pos
itie van de auto
niet met zekerheid kan vaststellen.
Parking Sensors helpt u bij het par-
keren van de auto. Wanneer objec-
ten voor of achter de auto
langzaam worden genaderd, wordt
de bestuurder hier door geluidssig-
nalen en een weergave op het
regeldisplay op geattendeerd.
Afhankelijk van de uitvoering:
objecten aan de zijkant van de auto
die worden gedetecteerd door de
ultrasoonsensoren aan de zijkant
kunnen ook worden gemeld door
de flankbeschermingsfunctie, zie
blz. 240.
De ultrasoonsensoren waarmee de
afstand tot objecten wordt geme-
ten bevinden zich in de bumpers
en, afhankelijk van de uitvoering,
aan de zijkant van de auto.
De reikwijdte van deze sensoren
bedraagt ongeveer 2 m, afhanke-
lijk van het object en de omgevings-
condities.
Zodra de auto mi nder dan onge-
veer 70 cm van een object is verwij-
derd en een aanrijding hiermee
dreigt, klinkt een geluidssignaal.
Bij objecten achter de auto klinkt
het geluidssignaal al eerder, zodra
de afstand minder is dan ongeveer
1,50 m.
Parking Sensors
Principe
Algemeen
Veiligheidsaanwijzingen
WAARSCHUWING
Dit systeem ontneemt u niet de ver-
antwoordelijkheid om de verkeerssitu-
atie goed in te schatten. Vanwege de
beperkingen van het systeem kan het
niet op elke verkeerssituatie afzon-
derlijk op de juiste wijze reageren. Er
bestaat een kans op ongevallen. Pas
uw rijstijl aan de omstandigheden op
de weg aan. Houd de verkeerssituatie
in de gaten en grijp in als de situatie
dit vereist.
WAARSCHUWING
Als Parking Sensors is geactiveerd en
met een hoge snelheid wordt gere-
den, kan het door de fysieke omstan-
digheden voorkomen dat u te laat
wordt gewaarschuwd. Er bestaat een
kans op letsel en schade. Matig uw
snelheid bij het naderen van een
object. Rijd voorzichtig weg zolang
Parking Sensors nog niet actief is.
Overzicht
Toets in de auto
Toets Parking Assist-sys-
teem
Supra_OM_Europe_OM99T05E_1_190 3.book Page 237 Wednesday, March 6, 2019 3:49 PM
238
Handleiding Supra3-1. BEDIENING
Voor een optimale werking:
Zorg dat de sensoren niet wor-
den afgedekt door bijvoorbeeld
stickers of een fietsendrager.
Houd de sensoren schoon.
Het systeem wordt in de volgende
situaties automatisch ingeschakeld:
Als de selectiehendel in stand R
wordt gezet bij draaiende motor.
Afhankelijk van de uitvoering: bij
het naderen van gedetecteerde
objecten, als de snelheid lager is
dan ongeveer 4 km/h. De active-
ringsafstand is afhankelijk van de
situatie.
Het automatisch inschakelen van het
systeem bij de detectie van objecten
kan worden in- of uitgeschakeld.
Via Toyota Supra Command:
1“My vehicle” (mijn auto)
2“Vehicle settings” (instellingen
auto)
3“Parking” (parkeren)
4Indien van toepassing: “Automatic
Parking Sensors activation” (auto-
matisch inschakelen Parking Sen-
sors)
5“Automatic Parking Sensors
active.” (automatisch inschakelen
Parking Sensors actief)
De instelling wordt opgeslagen voor
het op dat moment gebruikte bestuur-
dersprofiel.
Afhankelijk van de uitvoering wordt
ook de weergave van de desbetref-
fende camera ingeschakeld.
Het systeem wordt uitgeschakeld
zodra een bepaalde afstand of
snelheid wordt overschreden.
Schakel het systeem indien nodig
opnieuw in.
Aan: de led gaat branden
Uit: de led gaat uit.
De beelden van de achteruitrijca-
mera worden weergegeven als de
achteruitversnellin g is ingeschakeld
en op de toets v an het Parking
Assist-systeem wordt gedrukt.
■Algemeen
Bij het naderen van een object
wordt de positie daarvan door een
onderbroken geluidssignaal aange-
geven. Als bijvoorbeeld een object
links achter de auto wordt gena-
derd, klinkt het g eluidssignaal van-
Ultrasoonsensoren
Deze ultrasoonsensoren
van Parking Sensors zijn
bijvoorbeeld in de bumpers
aangebracht.
Voorwaarden voor werking
In-/uitschakelen
Automatisch inschakelen
Automatisch uitschakelen bij
vooruitrijden
Handmatig in-/uitschakelen
Druk op de toet s van het Par-
king Assist-systeem.
Waarschuwing
Geluidssignalen
Supra_OM_Europe_OM99T05E_1_190 3.book Page 238 Wednesday, March 6, 2019 3:49 PM
240
Handleiding Supra3-1. BEDIENING
De noodremfuncti
e van Parking
Sensors voert bij een dreigende
aanrijding een noodstop uit.
Vanwege de beperkingen van het
systeem kan een aanrijding niet
onder alle omstandigheden wor-
den voorkomen.
De functie is beschikbaar wanneer
langzamer dan stapvoets achteruit
wordt gereden of gerold.
De remingreep kan worden onder-
broken door het gaspedaal in te
trappen.
Nadat de auto door de noodrem-
functie tot stilstand is gebracht, is
het mogelijk om langzaam verder te
rijden richting het obstakel. Trap
daarvoor het gaspedaal voorzichtig
in.
Als het gaspedaal dieper wordt
ingetrapt, trekt de auto op de nor-
male manier op. U kunt op elk
moment zelf remmen.
Het systeem maakt gebruik van de
ultrasoonsensoren van Parking
Sensors en het Parking Assist-sys-
teem. Via Toyota Supra Command:
1
“My vehicle” (mijn auto)
2 “Vehicle settings” (instellingen
auto)
3 “Parking” (parkeren)
4 “Active PDC emergency inter-
vention” (noodremfunctie par-
keerhulpsysteem actief)
5 “Active PDC emergency interv.”
(noodremfunctie parkeerhul-
psysteem actief)
De instelling wordt opgeslagen voor
het op dat moment gebruikte
bestuurdersprofiel.
Het systeem waarschuwt voor
obstakels aan de zijkant van de
auto.
Afhankelijk van de
uitvoering: noodremfunctie,
Parking Sensors met
noodremfunctie
Principe
Algemeen
Veiligheidsaanwijzing
WAARSCHUWING
Dit systeem ontneemt u niet de ver-
antwoordelijkheid om de verkeerssitu-
atie goed in te sc hatten. Er bestaat
een kans op ongevallen. Pas uw rijstijl
aan de omstandi gheden op de weg
aan. Houd altijd de verkeerssituatie
en de omgeving v an de auto in de
gaten en grijp in als de situatie dit ver-
eist.
Inschakelen/uitschakelen van het
systeem
Afhankelijk van de
uitvoering: flankbescherming
Principe
Supra_OM_Europe_OM99T05E_1_190 3.book Page 240 Wednesday, March 6, 2019 3:49 PM