Page 305 of 522

299
Proace_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed01-2016
F Als uw auto is uitgerust met stalen
velgen, ver wijder dan de wieldop met het gereedschap 3.F Als uw auto is uitgerust met lichtmetalen velgen, ver wijder dan de sierdoppen van de wielbouten met het gereedschap 3.F Als uw auto is uitgerust met slotbouten, zet dan de dop 4 op de wielsleutel 1 om de slotbout los te draaien.F Het losdraaien van de andere bouten (zonder ze te verwijderen) mag uitsluitend worden uitgevoerd met de wielsleutel 1.
F Plaats het voetstuk van de krik op de grond
en zorg ervoor dat het voetstuk loodrecht onder één van de twee steunpunten onder de carrosserie A of B is geplaatst. Gebruik het steunpunt dat zich het dichtste bij het te verwisselen wiel bevindt.
Demonteren van het wiel
Stilzetten van de auto
Zet de auto op een plaats waar het verkeer niet gehinderd wordt en zorg ervoor dat de auto op een horizontale, stabiele en stroeve ondergrond staat.
Gebruik niet:- de krik voor andere doeleinden dan het opkrikken van de auto,- een andere krik dan de door de fabrikant geleverde krik.
Schakel bij een auto met een handgeschakelde versnellingsbak de eerste versnelling in en zet vervolgens het contact uit om de wielen te blokkeren.
Zet bij een auto met een automatische transmissie de selectiehendel in de stand P en zet vervolgens het contact uit om de wielen te blokkeren.
Zet bij een auto met een elektronisch gestuurde versnellingsbak de selectiehendel in de stand A en zet vervolgens het contact uit om de wielen te blokkeren.
Trek de parkeerrem aan en controleer of het verklikkerlampje op het instrumentenpaneel brandt.
Controleer of de inzittenden de auto hebben verlaten en zich op een veilige plaats bevinden.Ga nooit onder een auto liggen die alleen op de krik steunt; gebruik een bok.
Proace_nl_ed01-2016.indb 29930/06/2016 15:01
8
Storingen verhelpen
Page 306 of 522
300
Proace_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed01-2016
Zorg ervoor dat de krik stabiel staat. Op een gladde of losse ondergrond kan de krik wegglijden of wegzakken - Kans op letsel!Plaats de krik uitsluitend onder de steunpunten A of B onder de auto en zorg ervoor dat het contactvlak van het steunpunt goed in het middelste deel van de kop van de krik steekt. Zo niet, dan kan de auto beschadigd raken en/of de de krik wegzakken - Kans op letsel!
F Ver wijder de wielbouten en leg ze op een schone plaats weg.F Verwijder het wiel.
F Draai de krik 2 met de draaiknop uit tot de kop van de krik het steunpunt A of B raakt; het
contactvlak van het steunpunt A of B moet goed in het middelste deel van de kop van de krik steken.
F Krik met behulp van de wielsleutel 1 de auto op tot er voldoende ruimte tussen het wiel en de grond is om het (niet lekke) reservewiel te monteren.
Proace_nl_ed01-2016.indb 30030/06/2016 15:01
Storingen verhelpen
Page 307 of 522
301
Proace_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed01-2016
Monteren van het wiel
F Plaats het wiel op de naaf.F Draai de wielbouten met de hand vast.F Draai met de wielsleutel 1 en de dop 4 de slotbout (indien aanwezig) enigszins vast.F Draai met alleen de wielsleutel 1 de overige wielbouten enigszins vast.
F Laat de krik zakken.F Vouw de krik 2 op en verwijder hem.
Proace_nl_ed01-2016.indb 30130/06/2016 15:01
8
Storingen verhelpen
Page 308 of 522

302
Proace_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed01-2016
F Draai met de wielsleutel 1 en de dop 4 de
slotbout (indien aanwezig) vast.F Draai met alleen de wielsleutel 1 de overige wielbouten vast.F Berg het gereedschap op in de gereedschapskist.
Op deze sticker staat de bandenspanning aangegeven.
Na het verwisselen van het wiel
Berg het wiel met de lekke band correct op in de reservewielhouder.Laat een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige controleren of de bouten goed zijn vastgezet en of de bandenspanning van het reservewiel juist is.Laat de lekke band zo spoedig mogelijk repareren en verwissel hem met het reservewiel.
Als uw auto is voorzien van een bandenspanningswaarschuwingssysteem, controleer dan de bandenspanning en initialiseer het systeem opnieuw.
Tyre Pressure Warning System (TPWS)
Het stalen reservewiel is niet voorzien van een bandenspanningssensor.
Wiel met wieldop
Bij het monteren van het wiel: bevestig de wieldop door de opening ervan ter hoogte van het ventiel te houden en druk vervolgens met de handpalm tegen de gehele omtrek van de wieldop.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het bandenspanningscontrolesysteem.
Proace_nl_ed01-2016.indb 30230/06/2016 15:01
Storingen verhelpen
Page 309 of 522

303
Proace_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed01-2016
Een lamp vervangen
Halogeenlamp: draai de lamp linksom.
Ty p e A
Lamp met bajonetsluiting: druk de lamp iets in en draai hem linksom.
Ty p e B
Ty p e C
Ty p e DGlassokkellamp: de lamp is gemonteerd met een drukbevestiging. Trek de lamp daarom voorzichtig los.
Halogeenlamp: duw de borgveer open en
verwijder de lamp uit de lamphouder.
Wacht na het uitschakelen van de verlichting enkele minuten alvorens een halogeenlamp te vervangen (om brandwonden te voorkomen). Raak de lamp niet met de hand aan, maar gebruik een droge, pluisvrije doek.
Controleer na het vervangen of de verlichting goed werkt.
Lampen
Uw auto is voorzien van verschillende typen lampen. Verwijder ze als volgt:
Xenonlamp: xenonlampen moeten door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige worden vervangen, aangezien er een risico op elektrocutie bestaat.
Ty p e E
Proace_nl_ed01-2016.indb 30330/06/2016 15:01
8
Storingen verhelpen
Page 310 of 522

304
Proace_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed01-2016
Verlichting vóór
Xenonlampen
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het vervangen van lampen en in het bijzonder de typen lampen.
Halogeenlampen
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het vervangen van lampen en in het bijzonder de typen lampen.
Let er bij het monteren van H7-lampen met nokjes op dat deze nokjes goed in de uitsparingen komen, zodat het licht
in de juiste richting schijnt.
Mistlampen vóór
Ty p e D, H11 - 5 5 W
Onder bepaalde weersomstandigheden (lage temperatuur, vochtigheid) kan zich een laagje condens aan de binnenzijde van de koplampen en de achterlichten vormen; dit verdwijnt enkele minuten na het ontsteken van de koplampen.
1. Dagrijverlichting/lampjes opzij (leds).2. Grootlicht. Ty p e C, H1- 55W3. Dimlicht. Ty p e E, D8S 25W4. Richtingaanwijzers. Ty p e B, PY21W-21W (amberkleurig)
1. Dagrijverlichting/lampjes opzij Ty p e A, P21- 5W2. Grootlicht. Ty p e C, H1- 55W3. Dimlicht. Ty p e C, H7- 5 5 W4. Richtingaanwijzers. Ty p e B, PY21W-21W (amberkleurig)
Proace_nl_ed01-2016.indb 30430/06/2016 15:01
Storingen verhelpen
Page 311 of 522

305
Proace_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed01-2016
Zijknipperlicht
Ty p e A, W Y5W-5W (amberkleurig)
De koplampunits zijn voorzien van glas van polycarbonaat met een speciale vernislaag:F reinig de koplampen nooit met een droge of schurende doek en gebruik geen oplosmiddelen,F gebruik een spons met zeepwater of een pH-neutraal product,F wanneer u met een hogedrukreiniger hardnekkig vuil probeert te verwijderen, houd de straal dan nooit langdurig op de koplampen, de achterlichten en de randen ervan gericht, om beschadiging van de vernislaag en de afdichtrubbers te voorkomen.
Bij het vervangen van lampen moet de verlichting minstens enkele minuten uitgeschakeld zijn (risico van ernstige verbranding).F Raak de lamp niet met de vingers aan, maar gebruik een niet-pluizende doek.In verband met het behoud van de
kwaliteit van de koplampen mogen uitsluitend anti-UV-lampen worden gebruikt.Vervang een kapotte lamp altijd door een nieuwe lamp met dezelfde specificaties.
- Druk het zijknipperlicht naar achteren en trek het los.- Breng het zijknipperlicht vanaf de achterzijde aan en duw hem vervolgens naar achteren.
De amberkleurige lampen (richtingaanwijzers en zijknipperlichten) moeten worden vervangen door lampen met dezelfde kleur en eigenschappen.
Proace_nl_ed01-2016.indb 30530/06/2016 15:01
8
Storingen verhelpen
Page 312 of 522
306
Proace_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed01-2016
Zorg er bij het monteren voor dat de stekker en de lamp goed in de lichtunit worden vastgeklikt.
Dimlicht
(uitvoering met halogeenlampen)
Ty p e C, H7- 5 5 W
Dagrijverlichting/lampjes opzij
(uitvoering met halogeenlampen)
Ty p e A, P21- 5W
F Ver wijder het kapje. F Druk op de onderste clip van de stekker en ver wijder de stekker samen met de lamp.F Trek de lamp uit de lamphouder en vervang de lamp.Voer het monteren uit in de omgekeerde volgorde.
F Draai de lamphouder een kwartslag rechtsom.F Verwijder de lamphouder.F Ver wissel de kapotte lamp. Voer het monteren uit in de omgekeerde volgorde.
Proace_nl_ed01-2016.indb 30630/06/2016 15:01
Storingen verhelpen