Page 225 of 522

219
Proace_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
Overgang naar de
S TA R T- s t a n d
De START-stand wordt automatisch geactiveerd onder bepaalde bijzondere omstandigheden (met betrekking tot bijvoorbeeld de laadtoestand van de accu, de koelvloeistoftemperatuur, de werking van de rembekrachtiging of de regeling van de airconditioning) en in de volgende gevallen:- het bestuurderportier wordt geopend,- een schuifdeur wordt geopend,- de veiligheidsgordel van de bestuurder wordt losgemaakt,- de snelheid van de auto hoger is dan 25 km/h of 3 km/h (afhankelijk van de motoruitvoering) bij een handgeschakelde versnellingsbak,- de snelheid van de auto hoger is dan 3 km/h bij een automatische transmissie.
Bijzonderheden: automatisch activeren van de START-stand
Het verklikkerlampje "ECO" knippert een paar seconden en gaat dan uit.
Deze werking van het systeem is volkomen normaal.
Bij een auto met een handgeschakelde versnellingsbak dooft het verklikkerlampje "ECO" op het instrumentenpaneel en wordt de motor automatisch opnieuw gestart als u het koppelingspedaal volledig intrapt.
Bij een auto met een automatische transmissie dooft het verklikkerlampje "ECO" op het instrumentenpaneel en wordt de motor
automatisch opnieuw gestart als:- u het rempedaal loslaat ter wijl de selectiehendel in de stand D of M staat,- u, met de selectiehendel in de stand N en het rempedaal niet ingetrapt, de selectiehendel in de stand D of M zet,- u de achteruitversnelling inschakelt.
Bij een auto met een elektronisch gestuurde versnellingsbak dooft het verklikkerlampje "ECO" op het instrumentenpaneel en wordt de motor automatisch opnieuw gestart als:- u het rempedaal loslaat ter wijl de selectiehendel in de stand A of M staat,- u, met de selectiehendel in de stand N en het rempedaal niet ingetrapt, de selectiehendel in de stand A of M zet,- u de achteruitversnelling inschakelt.
Bijzonderheden: STOP-stand niet beschikbaar
De STOP-stand wordt niet geactiveerd onder bepaalde bijzondere omstandigheden (met betrekking tot bijvoorbeeld de laadtoestand van de accu, de koelvloeistoftemperatuur, de werking van de rembekrachtiging of de buitentemperatuur) en in de volgende gevallen:- de auto bevindt zich op een steile helling (bergopwaarts of bergafwaarts),- het bestuurderportier is geopend,- een schuifdeur is geopend,- de veiligheidsgordel van de bestuurder is losgemaakt,- de auto heeft sinds de laatste start door de bestuurder niet sneller dan 10 km/h gereden,- de elektrische parkeerrem wordt /is aangetrokken,- de klimaatregeling in het interieur laat het niet toe,- de voorruitontwaseming is ingeschakeld.
In dit geval knippert het verklikkerlampje "ECO" een paar seconden, waarna het uitgaat.
Deze werking van het systeem is volkomen normaal.
Proace_nl_ed01-2016.indb 21930/06/2016 15:00
6
Rijden
Page 226 of 522

220
Proace_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
Uitschakelen / inschakelen
Met / Zonder autoradio
F Druk op deze knop: het lampje ervan gaat branden, het systeem is uitgeschakeld.
F Druk op deze knop: het lampje ervan dooft, het systeem is ingeschakeld.
Uitschakelen van het systeem:
Met touchscreen
Open het menu Rijden en activeer/deactiveer "Stop and Start-systeem".
Het systeem wordt automatisch weer ingeschakeld zodra u de motor opnieuw start.
Als u het systeem uitschakelt ter wijl de motor in de STOP-stand staat, wordt de motor onmiddellijk opnieuw gestart.
Openen van de motorkapSchakel omwille van uw veiligheid het Stop & Start-systeem altijd uit alvorens werkzaamheden onder de motorkap uit te voeren om ver wondingen als gevolg van het automatisch inschakelen van de START-stand te voorkomen.
Rijden op een overstroomde weg
Schakel het Stop & Start-systeem uit wanneer u over een overstroomde weg moet rijden.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer rijadviezen, met name over het rijden op overstroomde wegen.
Inschakelen van het systeem:
Proace_nl_ed01-2016.indb 22030/06/2016 15:00
Rijden
Page 227 of 522

221
Proace_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
Storing
Afhankelijk van de uitvoering van uw auto:
Laat het nakijken door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.Als er in de STOP-stand een storing zou optreden, kan het zijn dat de motor niet meer wil aanslaan of direct afslaat.Alle verklikkerlampjes gaan branden.Afhankelijk van de uitvoering kan er daarnaast een waarschuwingsmelding verschijnen, waarbij verzocht wordt om de selectiehendel in de stand N te zetten en opnieuw het rempedaal in te trappen.U moet, bij stilstaande auto, het contact uitzetten en de motor opnieuw starten.
Het Stop & Start-systeem maakt gebruik van een speciale 12V-accu.
Het lampje van deze knop knippert en er wordt een melding weergegeven in combinatie met een geluidssignaal.
Bij een storing in het systeem gaat dit verklikkerlampje op het instrumentenpaneel knipperen.Alle werkzaamheden aan dit type accu moeten door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige worden uitgevoerd.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de 12V-accu.
Proace_nl_ed01-2016.indb 22130/06/2016 15:00
6
Rijden
Page 228 of 522

222
Proace_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
1. Aan.2. Uit (lang indrukken).3. Regeling lichtsterkte.4. Hoogteverstelling weergave.
Als het head-up display is ingeschakeld, geeft het de volgende informatie weer:A. De snelheid van uw auto.B. De informatie van de snelheidsregelaar/-
begrenzer.C. Indien uw auto met deze systemen is uitgerust: informatie van de Distance Alert, het automatisch noodremsysteem en het navigatiesysteem.D. Indien uw auto met dit systeem is uitgerust: informatie van de snelheidsbegrenzer.
Systeem dat bepaalde informatie op een getint scherm projecteert, in het directe gezichtsveld van de bestuurder zodat deze zijn ogen niet van de weg hoeft af te wenden.
Schakelaars
Informatie op het head-up
display
Head-up display
Raadpleeg voor meer informatie over het navigatiesysteem de rubriek "Audio en datacommunicatie".
F Druk bij draaiende motor op de toets 1 om het systeem in te schakelen en het scherm uit te klappen.
Inschakelen/uitschakelen
F Houd de toets 2 ingedrukt om het systeem uit te schakelen en het scherm in te klappen.
De ingeschakelde/uitgeschakelde status van het head-up display blijft behouden als de motor opnieuw wordt gestart.
Proace_nl_ed01-2016.indb 22230/06/2016 15:00
Rijden
Page 229 of 522

223
Proace_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
F Stel bij draaiende motor de lichtsterkte van het display in met de toetsen 3:- "zon" om de lichtsterkte te verhogen,- "maan" om de lichtsterkte te verlagen.
Regelen van de lichtsterkteHoogteverstelling
Bij bepaalde weersomstandigheden (regen en/of sneeuw, zeer zonnig weer, ...) kan de informatie op het head-up display tijdelijk minder goed leesbaar zijn.Sommige zonnebrillen kunnen het lezen van de informatie hinderen.Gebruik een schone en zachte doek (bijvoorbeeld een brillendoekje of microvezeldoekje) om het projectiescherm te reinigen. Gebruik nooit een droge doek, een schuurspons, of een schoonmaak- of oplosmiddel om te voorkomen dat er krassen ontstaan op het scherm of de anti-reflecterende laag beschadigd raakt.
Het is raadzaam de toetsen uitsluitend bij stilstaande auto te bedienen.Leg nooit voor werpen rondom het scherm (of in de uitsparing) zodat het uitklappen en de goede werking van het scherm niet verhinderd worden.
Dit systeem werkt bij draaiende motor en de instellingen worden opgeslagen bij het afzetten van het contact.
F Stel het display bij draaiende motor op de gewenste hoogte af met de toetsen 4:- omhoog om het display hoger af te stellen,- omlaag om het display lager af te stellen.
Proace_nl_ed01-2016.indb 22330/06/2016 15:00
6
Rijden
Page 230 of 522

224
MEM
Proace_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
Adjustable Speed Limiter (ASL)
Programmeren
Met behulp van deze functie kunt u snelheden opslaan die u vervolgens kunt gebruiken voor de configuratie van de twee functies snelheidsbegrenzer (maximumsnelheid) en snelheidsregelaar (kruissnelheid).U kunt voor beide functies zes snelheden opslaan in het geheugen van het systeem.
Voer deze handelingen omwille van de veiligheid alleen uit als de auto stilstaat.
F Selecteer de functie waarvoor u nieuwe snelheden wilt opslaan:
● snelheidsbegrenzer
of
F Druk op de toets van de snelheid die u wilt wijzigen.
● snelheidsregelaar.
U kunt de opgeslagen snelheden weergeven door op deze toets te drukken.
U kunt de snelheden programmeren via het touchscreen.
F Selecteer in het menu Rijden de optie "Instellen snelheidslimieten".
F Voer de nieuwe waarde in met de nummertoetsen en bevestig.F Bevestig om de wijzigingen op te slaan en sluit het menu af.
Proace_nl_ed01-2016.indb 22430/06/2016 15:00
Rijden
Page 231 of 522

225
Proace_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
Road Sign Assist
Dit systeem geeft de door de camera gedetecteerde toegestane maximumsnelheid weer op het instrumentenpaneel.Specifieke snelheidslimieten, bijvoorbeeld die voor vrachtwagens, worden niet weergegeven.De op het instrumentenpaneel weergegeven snelheidslimiet wordt bijgewerkt als u een bord met een snelheidslimiet bestemd voor personenauto's en lichte bedrijfswagens passeert.
Werkingsprincipes
Afhankelijk van de uitvoering gebruikt het systeem de informatie over snelheidslimieten afkomstig van de kaartgegevens van het navigatiesysteem.
De eenheid van de weergegeven snelheidslimiet (km/h of mph) is afhankelijk van het land waar u zich bevindt.Houd hier rekening mee als u zich aan de toegestane maximumsnelheid wilt houden.Als u in een ander land rijdt, werkt het systeem alleen correct als de eenheid van de snelheid op het instrumentenpaneel overeenkomt met de eenheid voor de snelheid die in dat land wordt gebruikt.
Afhankelijk van de uitvoering detecteert dit systeem met behulp van een boven aan de voorruit geplaatste camera de borden met
snelheidslimieten en leest het de informatie op deze borden.
Afhankelijk van de uitvoering gebruikt dit systeem de informatie van de camera en van de kaartgegevens van het navigatiesysteem.
Om de goede werking van het systeem te garanderen is het raadzaam het gedeelte van de voorruit vóór de camera regelmatig te reinigen.
De automatische snelheidslimietherkenning is een rijhulpsysteem. Het systeem geeft niet altijd de juiste snelheidslimiet aan.De op de borden langs of boven de weg weergegeven snelheidslimieten gaan altijd voor de door het systeem weergegeven snelheden.Ondanks de aanwezigheid van dit systeem moet de bestuurder altijd alert blijven.De bestuurder moet zich aan de verkeersregels houden en zijn snelheid altijd aanpassen aan de weersomstandigheden en de verkeerssituatie.Als het systeem niet binnen een vooraf bepaalde tijdsduur een bord met een snelheidslimiet detecteert, wordt mogelijk geen snelheid weergegeven.Het systeem is ontwikkeld om borden te detecteren die voldoen aan de eisen van het Verdrag van Wenen inzake verkeerstekens.
Om er zeker van te zijn dat de informatie over snelheidslimieten afkomstig van het navigatiesysteem adequaat is, dienen de kaartgegevens geregeld te worden geüpdatet.
Proace_nl_ed01-2016.indb 22530/06/2016 15:00
6
Rijden
Page 232 of 522
226
Proace_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
Het systeem is ingeschakeld maar ontvangt geen informatie over de snelheidslimiet.
De bestuurder kan, als hij dat wil, zijn snelheid aanpassen op basis van de door het systeem geleverde gegevens.
Weergave van de snelheid
1. Weergave van de snelheidslimiet.
Weergave op het head-up display
Inschakelen/uitschakelen
Deze functie kan worden in- en uitgeschakeld via het configuratiemenu van de auto.
Weergave op het instrumentenpaneel
Zodra er informatie over de snelheidslimiet wordt ontvangen, geeft het systeem de waarde w e e r.
Met autoradio
Open het menu "Persoonlijke instelling - configuratie" en activeer/deactiveer "Snelheidsadviezen".
Met touchscreen
Open het configuratiemenu van de auto
en activeer/deactiveer "Weergave van de adviessnelheid.".
Proace_nl_ed01-2016.indb 22630/06/2016 15:00
Rijden