
17
RemsysteemBrandt permanent. Een kleine storing van het
remsysteem. Rijd voorzichtig.
Voer (3) uit.
Waarschuwings- resp.
verklikkerlampje
Status
Oorzaak Acties/Opmerkingen
+ Branden permanent,
in combinatie met
de weergave van
de melding "Storing
parkeerrem".U kunt de auto niet meer met de
parkeerrem op zijn plaats houden
ter wijl de motor draait.
Als het handmatig aantrekken en vrijzetten niet
mogelijk is, is de hendel van de elektrische
parkeerrem defect.
De automatische functies moeten te allen tijde worden
gebruikt: ze worden automatisch geactiveerd bij een
storing in de hendel.
Voer (2) uit.
Storing (met
elektrische
parkeerrem)
Brandt permanent.
Storing in de elektrische parkeerrem. Voer snel (3) uit.
+
+ Branden permanent,
in combinatie met
de weergave van
de melding "Storing
parkeerrem".
De parkeerrem is defect; de
handmatige en elektrische bediening
werken mogelijk niet meer.
Om bij stilstand de auto op zijn plaats te houden:
F
T
rek aan de hendel en houd deze ongeveer 7 tot
15 seconden aangetrokken tot het lampje op het
instrumentenpaneel gaat branden.
Als deze procedure niet werkt, beveilig uw auto dan op
de volgende wijze tegen wegrollen:
F
P
arkeer de auto op een vlakke ondergrond.
F
B
ij auto's met een handgeschakelde
versnellingsbak: schakel een versnelling in.
F
B
ij auto's met een automatische transmissie:
selecteer P en plaats de meegeleverde wielblokken
voor en achter een van de wielen.
Voer ver volgens (2) uit.
1
Instrumentenpaneel

18
Distance Alert/
Active Safety
BrakeBrandt permanent,
in combinatie met de
weergave van een
melding. Het systeem is uitgeschakeld via het
touchscreen (menu Rijden
/Auto ).
Knippert. Het systeem is in werking. De auto remt kort af om de snelheid van de aanrijding
met de voorligger te beperken.
Permanent, in combinatie
met een melding en een
geluidssignaal.Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit.
Antiblokkeer-
systeem (ABS) Brandt permanent.
Er is een storing in het
antiblokkeersysteem. De normale remwerking blijft behouden.
Rijd voorzichtig en met lage snelheid en voer (3) uit.
Waarschuwings- resp.
verklikkerlampje
Status
Oorzaak Acties/Opmerkingen
Dynamische
stabiliteits-
controle (DSC)/
antispinregeling
(ASR) Brandt permanent.
De functie is uitgeschakeld. De functie DSC/ASR wordt automatisch ingeschakeld
als de motor wordt gestart en bij ongeveer 50 km/h.
Bij snelheden tot 50
km/h kunt u het systeem
handmatig weer inschakelen.
Dynamische
stabiliteits-
controle (DSC)/
antispinregeling
(ASR) Knippert.
Het DSC-/ASR-systeem grijpt in als
er sprake is van verlies van grip of
koersstabiliteit.
Brandt permanent. Storing in het DSC-/ASR-systeem. Voer (3) uit.
+
Distance Alert/
Active Safety
Brake Brandt permanent.
Er is een storing in het systeem. Als deze lampjes gaan branden nadat de motor is
afgezet en opnieuw is gestart, voer dan (3) uit.
Instrumentenpaneel

19
+S t o r i n g
noodremfunctie
(m e t
elektrische
parkeerrem) Branden permanent,
in combinatie met
de melding "Storing
parkeerrem".
De noodremfunctie werkt niet
optimaal.
Als de functie automatisch vrijzetten niet beschikbaar
is, zet de parkeerrem dan handmatig vrij.
Actief Lane
Departure
Warning System Brandt permanent.
Het systeem is automatisch
uitgeschakeld of staat in de wachtstand.
Knippert.De auto dreigt een onderbroken
rijstrookmarkering te overschrijden zonder
dat de richtingaanwijzer is ingeschakeld.Het systeem wordt geactiveerd en corrigeert
ver volgens de koers afhankelijk van de zijde van de
rijstrookmarkering die overschreden dreigt te worden.
+ Branden permanent,
in combinatie met
een melding en een
geluidssignaal.Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit.
+ Lane Keeping
System
Branden permanent,
in combinatie met het
lampje Service. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit.
Waarschuwings- resp.
verklikkerlampje
Status
Oorzaak Acties/Opmerkingen
+
+ Hill Start Assist
Brandt permanent. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit.
1
Instrumentenpaneel

20
Bandenspanning
te laagBrandt permanent.
De bandenspanning van een of
meerdere wielen is te laag. Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning.
Reset na het aanpassen van de spanning het
controlesysteem.
+
Het lampje Bandenspanning
te laag knippert en brandt
vervolgens permanent en
het lampje Service brandt
permanent.Er is een storing in het
bandenspanningscontrolesysteem. De werking van de bandenspanningscontrole kan niet
langer worden gegarandeerd.
Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning en
voer (3) uit.
Waarschuwings- resp.
verklikkerlampje
Status
Oorzaak Acties/Opmerkingen
Parkeerhulp Brandt permanent,
in combinatie met
een melding en een
geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit.
Airbags
Brandt permanent. Een van de airbags of
gordelspanners is defect. Voer (3) uit.
De actieve motorkap is geactiveerd. Raak de motorkap niet aan. Bel de hulpdiensten of voer (3) uit, maar rijd daarbij
niet sneller dan 30 km/h.
Airbag
voorpassagier
(ON) Brandt permanent.
De airbag vóór aan passagierszijde is
ingeschakeld.
De schakelaar staat in de stand " ON". Plaats in dit geval GEEN kinderzitje met de "rug in
de rijrichting" op de voorpassagiersstoel – Kans
op ernstig letsel!
Airbag
voorpassagier
(OFF) Brandt permanent.
De airbag vóór aan passagierszijde is
uitgeschakeld.
De schakelaar staat in de stand "
OFF".U kunt een kinderzitje met de rug in de rijrichting
plaatsen, behalve in het geval van een storing in het
airbagsysteem (brandend waarschuwingslampje
Airbags).
Instrumentenpaneel

21
Stop & Star tBrandt permanent,
in combinatie met de
weergave van een melding.Het Stop & Start-systeem is
handmatig gedeactiveerd.De volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt
de motor niet meer afgezet. Druk op de toets om het
Stop & Start-systeem opnieuw te activeren.
Brandt permanent. Het Stop & Start-systeem is
automatisch gedeactiveerd. De volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt
de motor niet meer afgezet bij een buitentemperatuur:
-
l
ager dan 0°C.
-
h
oger dan +35°C.
Night Vision Brandt permanent. Het systeem is geactiveerd,
maar de auto rijdt te snel of de
buitentemperatuur valt buiten het
werkingsbereik. De Night Vision-weergave is beschikbaar, maar er
wordt geen waarschuwing gegeven.
Mistachterlichten Brandt permanent. De lampen branden.
Waarschuwings- resp.
verklikkerlampje
Status
Oorzaak Acties/Opmerkingen
Groene lampjes
Stop & Star tBrandt permanent.Bij het tot stilstand komen van de auto heeft het Stop
& Start-systeem de motor in de STOP-stand gezet.
Knippert tijdelijk. De STOP-stand is momenteel niet
beschikbaar of de START-stand
wordt automatisch geactiveerd.
Park Assist of
Full Park Assist Brandt permanent.
De functie is geactiveerd.
Lane Keeping
System Brandt permanent.
De functie is geactiveerd. Er is aan alle voor waarden voldaan: het systeem werkt.
1
Instrumentenpaneel

22
DimlichtBrandt permanent. De lampen branden.
+
of Grootlichtas-
sistent
Brandt permanent.
Het systeem is geactiveerd via het
touchscreen (menu Rijden /Auto ).
De lichtschakelaar staat in de stand
"AUTO ".
Waarschuwings- resp.
verklikkerlampje
Status
Oorzaak Acties/Opmerkingen
Blauwe lampjes
GrootlichtBrandt permanent. De lampen branden.
Automatische
ruitenwissers
Brandt permanent.
De automatische stand van de
ruitenwissers vóór is geactiveerd.
Night Vision Brandt permanent. De functie is geactiveerd. Er is aan alle voor waarden voldaan: het systeem werkt.
Richtingaan-
wijzers Richtingaanwijzers
met geluidssignaal. De richtingaanwijzers zijn
ingeschakeld.
Parkeerlichten Brandt permanent. De lampen branden.
Instrumentenpaneel

23
Indicatoren
Onderhoudsindicator
De onderhoudsindicator wordt weergegeven
op het instrumentenpaneel. Afhankelijk van de
uitvoering van de auto:
-
de
kilometerteller geeft de resterende
kilometers tot de eerstvolgende
onderhoudsbeurt aan of de afgelegde afstand
sinds het onderhoudsinterval is verstreken,
voorafgegaan door het teken "-".
De weergegeven afstand (in kilometers of
mijlen) wordt berekend op basis van het aantal
afgelegde kilometers en de verstreken tijd sinds
de laatste onderhoudsbeurt. De waarschuwing
kan ook worden weergegeven als het einde van
het onderhoudsinterval in tijd nadert.
Waarschuwings- resp.
verklikkerlampjeStatus OorzaakActies/Opmerkingen
Onderhouds-
sleutelGaat tijdelijk branden
bij het aanzetten van
het contact.De afstand tot de
eerstvolgende beurt is
3000 tot 1000 km.
Brandt permanent, bij
het aanzetten van het
contact. De onderhoudsbeurt
moet binnen 1000 km
worden uitgevoerd.Laat spoedig een
onderhoudsbeurt aan
uw auto uitvoeren.
+
Onderhouds-
sleutel
knippertKnippert en brandt
vervolgens permanent,
bij het aanzetten
van het contact.
(Bij
uitvoeringen met een
BlueHDi-dieselmotor,
in combinatie met het
lampje Service).Het
onderhoudsinterval is
overschreden. Laat zo snel mogelijk
onderhoud uitvoeren.
-
e
en waarschuwingsmelding geeft de
resterende kilometers en de tijd tot de
eerstvolgende onderhoudsbeurt aan of dat
het interval is verstreken.
Op nul zetten van de
onderhoudsindicator
Na elke onderhoudsbeurt moet de
onderhoudsindicator weer op nul gezet worden.
Als u de onderhoudsbeurt van uw auto zelf
hebt uitgevoerd:
F
Z
et het contact af.
F
D
ruk op de knop op het uiteinde van de
ruitenwisserschakelaar en houd deze
ingedrukt .
F
Z
et het contact aan; er wordt een tijdelijk
displayvenster weergegeven en de
kilometerteller begint terug te tellen.
F
L
aat de knop los als het display =0
aangeeft; de sleutel verdwijnt.
Als u na deze handeling de accu wilt
loskoppelen, vergrendel dan de auto en
wacht minimaal 5 minuten. Het op nul
zetten van de onderhoudsindicator zal
anders niet worden opgeslagen.
1
Instrumentenpaneel

24
Opvragen van
onderhoudsinformatie
De onderhoudsinformatie is
toegankelijk via de toets Controle/
Diagnose in het menu Rijden/Auto
van het touchscreen.
Motorolieniveaumeter
(afhankelijk van de uitvoering)
Bij uitvoeringen met een motorolieniveaumeter
wordt bij het aanzetten van het contact eerst
de onderhoudsindicator weergegeven en
vervolgens gedurende enkele seconden het
motorolieniveau in de vorm van een melding.
Een controle van het olieniveau is alleen
betrouwbaar als de auto op een vlakke,
horizontale ondergrond staat en de motor
minstens 30 minuten niet heeft gedraaid.
Te laag olieniveau
Als het motorolieniveau te laag is, wordt de
melding met het verozek om bij te vullen op
het instrumentenpaneel weergegeven in
combinatie met het branden van het lampje
Ser vice en een geluidssignaal.
Controleer het olieniveau met de peilstok. Als
blijkt dat het olieniveau te laag is, moet olie
worden bijgevuld om te voorkomen dat ernstige
motorschade ontstaat. Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer
informatie over het controleren van de niveaus
.
Storing in motorolieniveaumeter
Als de melding "Ongeldige meting olieniveau "
op het instrumentenpaneel wordt weergegeven,
duidt dit op een storing in de motorolieniveaumeter.
Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Als de motorolieniveaumeter niet werkt,
wordt het motorolieniveau niet meer
gecontroleerd.
Zolang het systeem niet werkt, moet u
het motorolieniveau controleren met de
peilstok in de motorruimte.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over het controleren van
de niveaus .
Koelvloeistoftemperatuur-
meter
Bij draaiende motor:
-
zone A: de temperatuur is in orde,
-
zone B: de temperatuur is te
hoog; dit lampje en het centrale
waarschuwingslampje STOP gaan branden
op het instrumentenpaneel, in combinatie
met een melding en een geluidssignaal.
STOP zo snel mogelijk op een veilige
plaats.
Wacht enkele minuten voordat u de motor
afzet.
Open nadat u het contact hebt afgezet
voorzichtig de motorkap en controleer het
koelvloeistofniveau.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over het controleren van
de niveaus .
AdBlue®-
actieradiusindicatoren
Deze actieradiusindicatoren zijn uitsluitend
aanwezig bij auto's met een BlueHDi-
dieselmotor.
Zodra de reser vevoorraad van het AdBlue
®-
reser voir is aangesproken of een storing in het
SCR-systeem is gedetecteerd, verschijnt bij
het aanzetten van het contact een indicator die
aangeeft hoeveel kilometer u nog ongeveer
kunt rijden voordat het opnieuw starten van de
motor automatisch wordt geblokkeerd.
Instrumentenpaneel