Page 456 of 540

7-8
Onderhoud
Brandstofleidingen,
-slangen en aansluitingen
Controleer de brandstofleidingen, -slangen en aansluitingen op
lekkage en beschadigingen. We
adviseren u de brandstofleidingen,
brandstofslangen en aansluitingen te
laten vervangen door een officiële
HYUNDAI-dealer.
Brandstoffilter (benzine)
Auto's van Hyundai met een
benzinemotor zijn uitgerust met een
brandstoffilter dat is geïntegreerd in
de brandstoftank en de gehele
levensduur van de auto mee kan
gaan. Periodiek onderhoud of
vervanging is niet nodig, maar is
afhankelijk van de brandstofkwaliteit.
Als er belangrijke storingen met
betrekking tot de veiligheid optreden
zoals beperkte brandstofdoorvoer,
haperen van de motor,
vermogensverlies, startproblemen,
enz., is controle of vervanging van
het brandstoffilter noodzakelijk. We
adviseren u het brandstoffilter te
laten controleren of vervangen door
een officiële Hyundai-dealer.
Ontluchtingsslang en tankdop
De ontluchtingsslang en de tankdop
moeten worden gecontroleerd
volgens de intervallen van het
onderhoudsschema. Zorg ervoor datde ontluchtingsslang of tankdop op
de juiste manier vervangen wordt.
Vacu
Page 457 of 540

7-9
7
Onderhoud
Klepspeling (Benzine)
Controleer op vreemde bijgeluiden
en/of motortrillingen en stel indien
nodig af.We adviseren u het systeemte laten onderhouden door een
officiële HYUNDAI-dealer.
Koelsysteem
Controleer de onderdelen van het
koelsysteem, zoals radiateur,
koelvloeistofreservoir, slangen enaansluitingen op lekkage en
beschadigingen. Vervangbeschadigde onderdelen.
Koelvloeistof
De koelvloeistof moet worden
ververst volgens de intervallen vanhet onderhoudsschema.
Versnellingsbakolie
(indien van toepassing)
Controleer de versnellingsbakolie
volgens het onderhoudsschema.
Double clutch-
transmissievloeistof
(indien van toepassing)
Controleer de Double clutch-
transmissievloeistof volgens hetonderhoudsschema.
Remleidingen en -slangen
Controleer visueel op juiste bevestiging,
schaafplekken, scheurtjes, veroudering
en lekkage. Vervang verouderde ofbeschadigde onderdelen direct.
Rem-/Koppelingsvloeistof
(indien van toepassing)
Controleer het vloeistofniveau in het
rem-/koppelingsvloeistofreservoir. Het
vloeistofniveau dient zich tussen de
merktekens MIN en MAX aan de
zijkant van het reservoir te bevinden.
Gebruik uitsluitend de
voorgeschreven hydraulische
remvloeistof (DOT3 of DOT4).
Parkeerrem
Controleer het parkeerremsysteem
inclusief het parkeerrempedaal (of
parkeerremhendel) en de kabels.
Schijfremmen, remblokken,
remklauwen en remschijven
Controleer de remblokken op
overmatige slijtage, de schijfremmen
op slingering en slijtage en de
remklauwen op vloeistoflekkage.
Zie de website van HYUNDAI voor
meer informatie over het controleren
van de remblokken en
remvoeringen. (http://ser
vice.hyundai-motor.com)
Page 460 of 540

7-12
Onderhoud
Motorolie verversen en filter
vervangen
We adviseren u de motorolie en het
oliefilter te laten vervangen door een
officiële HYUNDAI-dealer.Het hogedruk-koelsysteem is
voorzien van een reservoir dat
gevuld is met een koelvloeistof die
ook voldoende bescherming biedt
tegen bevriezing. Het reservoir is in
de fabriek gevuld.
Controleer de vorstbescherming en
het koelvloeistofpeil ten minste één
keer per jaar, aan het begin van het
winterseizoen en voordat u naar een
kouder klimaat reist.
• Wanneer de motor oververhitraakt door te weinig
koelvloeistof kan het plotseling
bijvullen van koelvloeistof
barsten in de motor
veroorzaken. Vul koelvloeistoflangzaam en in kleine
hoeveelheden bij om schade te
voorkomen.
• Rijd niet zonder koelvloeistof.
Anders kan de waterpomp
beschadigd raken, de motor
vastlopen, enz.
Controleren van het
koelvloeistofpeil
Controleer de toestand en de
aansluitingen van alle slangen van
het koelsysteem en van de
verwarming. Vervang beschadigdeen slechte slangen.
Als de motor koud is, moet het
koelvloeistofniveau liggen tussen de
merktekens MAX en MIN (of F (vol)
en L (leeg)) op de zijkant van het
koelvloeistofreservoir.
Vul als het peil laag is voldoende
gedestilleerd of gedemineraliseerd
water bij. Vul bij tot het merkteken
MAX (of F (vol)), maar vul niet te veelbij.
AANWIJZING
Gebruikte motorolie kan irritatie
of huidkanker veroorzaken indien
de huid langdurig in contact komt
met de olie. De stoffen die in
gebruikte motorolie aanwezig
zijn, hebben bij laboratorium-
proeven geleid tot kanker bij
proefdieren. Was uw handen
zorgvuldig met zeep en warm
water als ze in contact zijn
geweest met gebruikte motorolie.
WAARSCHUWING
KOELVLOEISTOF
OOS077007
Page 461 of 540

7-13
7
Onderhoud
Als veelvuldig bijvullen noodzakelijk
is, adviseren we u het systeem telaten controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer.De elektromotor voor de
koelventilator wordt geregeld door de
koelvloeistoftemperatuur, de
koudemiddeldruk en de rijsnelheid.
Als de koelvloeistoftemperatuur
daalt, wordt de elektromotor
automatisch uitgeschakeld. Dit is
een normaal verschijnsel. Als uw
auto is uitgerust met T-GDI, wordt de
elektromotor van de koelventilator
mogelijk op een willekeurig moment
ingeschakeld en werkt hij mogelijk
totdat u de minpool van de acculosneemt.
OOS077009Verwijder de koel-
vloeistofreservoir-
dop/ radiateurdop ofde aftapplug NOOITals de motor en de
radiateur nog heet zijn. Er kanonder druk staande hete
koelvloeistof en stoom
ontsnappen, waardoor erernstig letsel kan ontstaan.
Zet de motor uit en wacht tot de
motor is afgekoeld. Verwijder de
koelvloeistofreservoirdop/radia
teurdop uiterst voorzichtig.
Wikkel een dikke doek rond de
dop en draai hem voorzichtig
linksom tot de eerste aanslag.
Ga een stukje achteruit
wanneer de druk van het
koelsysteem af gaat. Pas als u
zeker weet dat er geen overdruk
meer is, drukt u de dop met de
doek in en draait u hem verderlinksom om hem te verwijderen.
WAARSCHUWING
De elektromotor voor
de koelventilator blijft
mogelijk draaien of
wordt mogelijk
gestart als de motor
niet draait, hetgeen tot ernstigletsel kan leiden.
Houd handen, kleding en
gereedschap uit de buurt van
de draaiende bladen van de
koelventilator.
WAARSCHUWING
Page 462 of 540

7-14
Onderhoud
Aanbevolen koelvloeistof
• Vul het koelsysteem alleen bij metgedestilleerd water en vul het
koelsysteem niet bij met gewoon
kraanwater. Een onjuist
koelvloeistofmengsel kan
storingen en schade aan de motor
veroorzaken.
• De motor van uw auto heeft aluminium onderdelen. Gebruik
daarom een koelvloeistof op
ethyleen-glycolbasis ter
voorkoming van corrosie en
bevriezing.
• Gebruik GEEN koelvloeistof op ethanol- of methanol-basis; mengook geen ethanol- of methanol-
antivries met de voorgeschreven
koelvloeistof.
• Gebruik geen mengsel met meer dan 60% of minder dan 35%
antivries; in dat geval is een
optimale koelende werking niet
gewaarborgd. Zie de volgende tabel voor de
mengverhouding.
Informatie
Bij twijfel over de mengverhouding is
een mengsel van 50% water en 50%
antivries het gemakkelijkst te mengen
omdat van beide vloeistoffen evenveel
gebruikt wordt. Dit mengsel is
geschikt voor de meeste tempera-
tuurbereiken vanaf - 35°C.
Vervangen van de
koelvloeistof
We adviseren u de koelvloeistof te
laten verversen door een officiële
Hyundai-dealer overeenkomstig het
in het begin van dit hoofdstuk
beschreven onderhoudsschema.
Leg, om schade aan onderdelen
van de motor te voorkomen, een
flinke doek rond de radiateurdop
om te voorkomen dat als er
gemorst wordt, koelvloeistof
terechtkomt op de dynamo of
andere onderdelen van de motor.
AANWIJZING
i
Buiten
temperatuur Mengverhouding
(hoeveelheid)
Antivries Water
-15°C (5°F) 35 65
-25°C (-13°F) 40 60
-35°C (-31°F) 50 50
-45°C (-49°F) 60 40
Page 463 of 540

7-15
7
Onderhoud
Controle van niveau rem-/
koppelingsvloeistof
Controleer regelmatig het niveau in
het reservoir. Het vloeistofniveau
dient zich tussen de merktekens
MAX en MIN aan de zijkant van het
reservoir te bevinden. Reinig het gebied rondom de dop
van het reservoir grondig alvorens de
dop te verwijderen en vloeistof bij te
vullen, om te voorkomen dat deze
vervuild raakt.
Vul vloeistof bij tot aan het
merkteken MAX wanneer het niveau
te laag is.Het niveau van de remvloeistof zal
na verloop van tijd dalen. Dit is
normaal en wordt veroorzaakt door
het slijten van de remblokken.
Als het rem-/koppelingsvloeistof
extreem laag is, adviseren we u hetsysteem te laten controleren door
een officiële HYUNDAI-dealer.
Informatie
Gebruik alleen de voorgeschreven
remvloeistof. Zie "Aanbevolen
smeermiddelen en hoeveelheden" in
hoofdstuk 8.
Informatie
Lees voor het verwijderen van de
vuldop van het rem-/
koppelingsvloeistofreservoir eerst de
waarschuwing op de dop.
Informatie
Reinig de vuldop alvorens hem te
verwijderen. Gebruik alleen DOT3 of
DOT4 rem-/koppelingsvloeistof uit
een afgesloten verpakking.
i
i
i
REM-/KOPPELINGSVLOAEISTOF (INDIEN VAN TOEPASSING)
OOS077011 Als u het rem-/koppelings-
vloeistofreservoir regelmatig
moet bijvullen, kan dit duiden
op een lekkage in het rem-
/koppelingssysteem. Laat de
auto controleren door een
officiële Hyundai-dealer.
WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat rem-
/koppelingsvloeistof niet in
contact komt met uw ogen.
Spoel uw ogen gedurende ten
minste 15 minuten met schoon
water en roep onmiddellijk
medische hulp in wanneer u
rem-/koppelingsvloeistof in uw
ogen krijgt.
WAARSCHUWING
Page 465 of 540
7-17
7
Onderhoud
PARKEERREM
Controleer de parkeerrem
Controleer de slag van de
parkeerrem door het aantal klikken
te tellen wanneer de hendel volledig
wordt aangetrokken. De parkeerrem
alleen moet de auto veilig op een vrij
steile helling kunnen houden. Als de
slag groter of kleiner is dan
voorgeschreven, adviseren we u hetsysteem te laten repareren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
Slag: 5~7 klikjes bij een kracht van20 kg (44 lbs, 196 N).
Filter vervangen
Het luchtfilterelement kan voor
controle worden gereinigd metperslucht.
Was het niet uit en spoel het niet af,
want water veroorzaakt schade aan
het filter.
Vervang het luchtfilter als het
vervuild is. 1. Neem de bevestigingsclips los om
het luchtfilterdeksel te
verwijderen.
OOS057010
LUCHTFILTER
OOS077013
OOS077015
Page 466 of 540

7-18
Onderhoud
2. Veeg de binnenzijde van hetluchtfilter schoon.
3. Vervang het luchtfilter.
4. Bevestig het deksel met de bevestigingsclips.
5. Controleer of het deksel goed vastzit.
Informatie
Vervang het element vaker dan in het
onderhoudsschema is aangegeven als
de auto wordt gebruikt in gebieden
met zeer veel stof of zand (zie
“Onderhoudsschema onder zware
omstandigheden” in dit hoofdstuk. • Rijd niet met de auto wanneer
het luchtfilter verwijderd is;
hierdoor kan de motor
overmatig slijten.
• Zorg er om schade aan de motor te voorkomen voor dat bij het
verwijderen van het luchtfilter
geen stof en vuil in de
luchtinlaat komt.
• Gebruik originele HYUNDAI- onderdelen, door het gebruik
van niet-originele HYUNDAI-
onderdelen kan de
luchtmassameter beschadigdraken.
Controle filter
Als er veelvuldig met de auto
gereden wordt in druk stadsverkeer
of een stoffige omgeving, moet het
filter vaker worden gecontroleerd en
indien nodig worden vervangen. Als
u als eigenaar het filter zelf wilt
vervangen, volg dan onderstaandeprocedure en let erop geen andereonderdelen te beschadigen.
Vervang het filter overeenkomstig het onderhoudsschema.
Filter vervangen
1.Verwijder terwijl hetdashboardkastje geopend is de
aanslagstukken aan beide zijden.
AANWIJZING
i
OOS077016
INTERIEURFILTER
OOS077018