
238Verzorging van de autoAlgemene informatieAccessoires en modificatiesvan auto
Wij raden u aan alleen gebruik te
maken van originele onderdelen,
accessoires en andere uitdrukkelijk
door de fabriek voor uw autotype
goedgekeurde onderdelen. Voor
andere onderdelen kunnen wij – ook
als deze door autoriteiten of anders‐
zins zijn goedgekeurd – niet beoorde‐ len of deze betrouwbaar zijn en er
evenmin garant voor staan.
Bij eventuele aanpassingen, omzet‐
tingen of andere wijzigingen in de
standaard voertuigspecificaties
(waaronder, zonder beperkingen,
softwarematige aanpassingen,
aanpassingen in de elektronische
regeleenheden) wordt de door Opel
geboden garantie mogelijk ongeldig.
Bovendien kunnen dergelijke wijzi‐
gingen het brandstofverbruik, de
CO 2-uitstoot en andere uitstoot van
de auto nadelig beïnvloeden waar‐
door deze mogelijk niet meer voldoetaan de typegoedkeuring en de geldig‐
heid van uw kentekenbewijs in het
geding kan komen.Voorzichtig
Wanneer de auto getransporteerd wordt op een trein of een takelwa‐
gen kunnen de spatlappen
beschadigd worden.
Auto stallen
Langdurig stallen Wanneer u de auto meerdere maan‐
den moet stallen:
● Auto wassen en conserveren.● Conservering van motorruimte en bodemplaat laten controleren.
● Afdichtrubbers reinigen en conserveren.
● Brandstoftank helemaal vullen.
● Motorolie verversen.
● Sproeiervloeistofreservoir leeg‐ maken.
● Vorst- en corrosiebestendigheid koelvloeistof controleren.
● Bandenspanning instellen op dewaarde voor maximale belading.
● Auto in een droge en goed geventileerde ruimte parkeren.Eerste versnelling of achteruit‐
versnelling inschakelen of keuze‐
hendel in stand P zetten. Voor‐
komen dat auto kan wegrollen.
● Handrem niet aantrekken.
● Motorkap openen, alle portieren sluiten en auto vergrendelen.
● Poolklem van de minpool van de accu loskoppelen. Erop letten dat
geen van de systemen werkt,
waaronder het diefstalalarmsys‐
teem.
Weer in gebruik nemen
Wanneer u de auto weer in gebruik
neemt:
● Poolklem op de minpool van de accu aansluiten. Elektronica voorde elektrische ruitbediening
inschakelen.
● Bandenspanning controleren.
● Sproeiervloeistofreservoir vullen.
● Motoroliepeil controleren.

Verzorging van de auto245De accu ontkoppelenAls de boordaccu moet worden losge‐
koppeld (bijv. voor onderhoudswerk‐
zaamheden), moet de alarmsirene
als volgt worden gedeactiveerd:
Schakel het contact in en uit en
ontkoppel de boordaccu binnen
15 seconden.
Accu vervangen Let op
Elke afwijking van de in deze para‐ graaf gegeven instructies kan leiden
tot een tijdelijke uitschakeling van
het stop-startsysteem.De accu van de auto is afgedekt.
Verwijder de afdekking om de accu te vervangen. Til de afdekking achter‐
aan op en ontgrendel deze vooraan.
Let er bij het vervangen van de accu
op dat er bij de pluspool geen lucht‐
roosters open zijn. Als er in dit gebied een ventilatieopening open is, moet
deze met een afdekkap worden afge‐ sloten en moet de ventilatie bij de
minpool worden geopend.
Uitsluitend accu's gebruiken waarbij
de zekeringenkast boven de accu kan
worden gemonteerd.
Vervang bij auto's met een AGM-accu
(Absorptive Glass Mat) de accu door
een andere AGM-accu.U kunt een AGM-accu herkennen
door het label op de accu. Wij bevelen
het gebruik aan van een originele
Opel-accu.
Let op
Als u een andere AGM-accu
gebruikt dan de originele Opel accu,
kunnen slechtere prestaties het
gevolg zijn.
Het wordt geadviseerd de accu door
een werkplaats te laten vervangen.
Stop/Start-systeem 3 167.
Accu opladen9 Waarschuwing
Bij auto's met een stop-startsys‐
teem moet u ervoor zorgen dat het oplaadvermogen geen 14,6 volt
overschrijdt wanneer u een accu-
oplader gebruikt. Anders kunt u de accu beschadigen.
Starthulp gebruiken 3 279.

262Verzorging van de autoNr.Stroomkring1Infotainmentsysteem/infodis‐
play/diefstalalarmsysteem2Carrosserieregelmodule3Carrosserieregelmodule4Infotainmentsysteem/Info-
display5Infotainmentsysteem/infodis‐
play/grootlichtassistentie6Aansteker7Stekkerdoos8Carrosserieregelmodule9Carrosserieregelmodule10Carrosserieregelmodule11Aanjager12–13–14Diagnosestekker15Airbag16Centrale vergrendeling/achter‐
klep17AirconditioningNr.Stroomkring18Transportzekering19Geheugen20–21Instrumentengroep22Contact/centrale vergrendeling/
elektronisch sleutelsysteem23Carrosserieregelmodule24Carrosserieregelmodule25Stuurwielknop26Stekkerdoos bagageruimte
De nummers 12 en 13 van de elek‐
trisch verstelbare stoelen zijn bevei‐
ligd tegen overbelasting. Na afkoelen wordt het circuit weer gesloten.
Zekeringenkast in
bagageruimte
De zekeringenkast zit links in de
bagageruimte achter een deksel.
Verwijder het deksel.

Verzorging van de auto263Nr.Stroomkring1Centrale vergrendeling/elektro‐
nisch sleutelsysteem2Aanhangermodule (type A)
Infotainmentsysteem (type B)3–4–5Aanhangerstekkerdoos6Verwarmd stuurwiel (alleen
auto's met zekeringhouder in
bagageruimte)7Systeem voor selectieve kataly‐
satorreductie8Aanhangerstekkerdoos9Zonnedak10Centrale vergrendeling/achter‐
klep (type A)
Zonnedak (type B)11–12Systeem voor selectieve kataly‐
satorreductie13–14–Nr.Stroomkring15Elektr. achterklepslot16Airconditioning17Systeem voor selectieve kataly‐
satorreductie18Systeem voor selectieve kataly‐
satorreductie19Zijdelingse obstakeldetectie20Zijdelingse obstakeldetectie/
geventileerde voorstoelen21Actief dempingssysteem/cruise
control/verkeersbordherken‐
ning/Lane Departure Warning/
aanhangermodule22–23Aandrijving op alle wielen/dief‐
stalalarmsysteem24–25–26–27–28–

332TrefwoordenlijstAAan/Uit-knop ............................... 163
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............289, 294
Aanduidingen op banden ..........265
Aangeslagen lampenglazen ......141
Aanhangerkoppeling ..................232
Aanhangerstabilisatie ................235
Aanhanger trekken ....................233
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 238
Accu ........................................... 244
Achterlichten .............................. 253
Achterruitverwarming ................... 43
Achteruitkijkcamera ...................216
Achteruitrijlichten .......................141
Actieve hoofdsteunen ...................48
Actieve noodrem......................... 204 Adaptief rijlicht (AFL) .................137
Adaptieve cruise control .....113, 192
Adaptive Forward Lighting .........112
AdBlue ................................ 111, 172
Afmetingen auto ........................305
Afstand tot voorligger .................109
Airbag deactiveren ....................... 65
Airbag-deactivering .................... 107
Airbag en gordelspanners .........107
Airbaglabel.................................... 60
Airbagsysteem ............................. 60
Airconditioning ........................... 146Airconditioning regelmatig
aanzetten ............................... 160
Alarmknipperlichten ...................139
Algemene informatie .................. 232
Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 162
All-wheel drive ........................... 181
Andere auto slepen ...................283
Antiblokkeersysteem .................181
Antiblokkeersysteem (ABS) .......109
Armsteun ................................ 55, 56
Armsteun met opbergruimte ........73
Asbakken ..................................... 95
Autogegevens ............................ 294
Autokrik....................................... 264
Automatische dimfunctie .......39, 40
Automatische transmissievloeistof .................241
Automatische verlichting ............ 134
Automatische versnellingsbak ...175
Automatisch geregelde airconditioning ........................ 149
Automatisch geregelde airconditioning met twee zones 153
Automatisch vergrendelen ...........28
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 281
Auto stallen ................................. 238
Autostop ............................. 112, 167

333BBagageruimte ........................ 29, 74
Bagageruimte-afdekking .............76
Banden- en velgmaat veranderen ............................. 269
Bandenreparatieset ...................271
Bandenspanning .......................265
Bandenspanningscontrolesys‐ teem ............................... 111, 267
Bandenspanningswaarden ........307
Baselevel-display........................ 114
Batterijspanning .........................124
Bedieningsorganen ......................88
Bekerhouders .............................. 72
Bekleding .................................... 286
Beladingsinformatie .....................85
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 189
Beveiliging van de auto ................34
Binnenspiegels ............................. 40
Binnenverlichting ...............142, 257
Blindehoeksysteem ....................212
BlueInjection ............................... 172
Bochtverlichting .......................... 137
Bolle vorm .................................... 37
Boordgereedschap .....................264
Boordinformatie .........................123
Brandstof .................................... 224
Brandstofkeuzeschakelaar ........103
Brandstofmeter .......................... 103Brandstofverbruik - CO
2-uitstoot. 232
Brandstof voor benzinemotoren 224
Brandstof voor dieselmotoren ...225
Brandstof voor rijden op LPG .....225
Buitenspiegels .............................. 37
Buitentemperatuur .......................92
Buitenverlichting .........................133
C
Car Pass ...................................... 21
Centrale vergrendeling ................24
Claxon ................................... 13, 89
Colour-Info-Display .....................120
Conformiteitsverklaring ...............322
Contactslotstanden ....................162
Controlelampen ..................102, 106
Controle over de auto ................162
Controles .................................... 239
Cruise control ....................113, 189
D
Dagrijlicht ................................... 136
Dagteller .................................... 102
Dak ............................................... 44
Dakbelasting ................................. 85
Dakdrager .................................... 85
DEF ............................................ 172
Diefstalalarmsysteem ..................34
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 246
Dieseluitlaatvloeistof ...................172Dimlicht of grootlicht ...................133
Driepuntsgordel ........................... 58
Driver Information Center ...........114
E Eerste hulp ................................... 84
Elektrisch bediende ruiten ...........41
Elektrische aansluitingen .............94
Elektrische handrem ...........108, 182
Elektrische stoelverstelling ...........52
Elektrische verstelling ..................37
Elektrisch systeem...................... 257
Elektronische rijprogramma's ....178
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem ...110
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 185
Elektronische stabiliteitsregeling uit ...............110
Elektronisch sleutelsysteem .........22
Erkenning van software ..............325
Event Data Recorders (EDR) .....329
F
FlexOrganizer .............................. 79
Frontaal airbagsysteem ...............63
Frontaanrijdingswaarschuwing ...200
G
Gebruik van deze handleiding .......3
Gedeponeerde handelsmerken ..328