Page 237 of 735

Kenmerken van uw auto
136
4
7. Smart Parking Assist-systeem
voltooid
Voltooi het parkeren van uw auto volgens
de instructies op het LCD-display. Bedien
indien gewenst zelf het stuurwiel en
voltooi het parkeren van uw auto.
✽AANWIJZING
Tijdens het parkeren van de auto moet
het rempedaal door de bestuurder
worden bedient.
Extra aanwijzingen (meldingen) Wanneer het Smart Parking Assist-
systeem in werking is, verschijnt ermogelijk een melding, ongeacht de
volgorde van parkeren.
De meldingen verschijnen
overeenkomstig de omstandigheden.
Volg de gegeven instructies terwijl u de
auto parkeert met het Smart ParkingAssist-systeem.
✽AANWIJZING
• Het systeem wordt in de volgende gevallen uitgeschakeld. Parkeer uw
auto handmatig.
- Als het ABS in werking treedt
- Als de TCS/ESC wordt
uitgeschakeld
• Als de rijsnelheid hoger is dan 20 km/h terwijl een parkeerplaats wordt
gezocht, verschijnt de melding
"Reduce speed" (Beperk snelheid).
• In de volgende situatie wordt het systeem niet ingeschakeld - Als de
TCS/ESC wordt uitgeschakeld.
ODM046692L/ODM046693L
■Type A■Type B
ODM046694L/ODM046695L
ODM046695L/ODM046697L
■ Type A
■Type B
■Type A■Type B
ODM046698L/ODM046699L
Page 238 of 735

4 137
Kenmerken van uw auto
Storing systeem
• Als zich, wanneer het systeem isingeschakeld, problemen voordoen in
het systeem, verschijnt bovenstaande
melding. Ook gaat het controlelampje
in de toets niet branden en klinkt
driemaal een piepsignaal.
• Als zich alleen in het Smart Parking Assist-systeem problemen voordoen,
werkt na 2 seconden de parkeerhulp.
Laat wanneer zich problemen
voordoen, we adviseren u het systeemte laten controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer. Werking van het systeem (wegrijmodus)
De modus wegrijden werkt in onderstaande situatie:
• Zolang na het voor de eerste keer
starten van de motor de rijsnelheid lager is dan 5 km/h.
• Nadat met het Smart Parking Assist- systeem de fileparkeerprocedure
voltooid is.
1. Schakel de slimme parkeerhulp in
Handgeschakelde transmissie
De selectiehendel moet in stand N
(neutraal) worden gezet. Automatische transmissie
De selectiehendel moet in stand P
(parkeren) of N (neutraal) worden
gezet.
2. Selecteer modus wegrijden na fileparkeren
3. Controleer de omgeving
4. Bediening van het stuurwiel (1) Schakel overeenkomstig de
aanwijzingen op het LCD-scherm.
(2) Rijd langzaam en bedien hetrempedaal.
5. Wegrijden voltooid Wijzig indien nodig handmatig de
positie van de auto.✽AANWIJZING
• Controleer voordat u het systeem inschakelt of de omstandigheden
geschikt zijn voor gebruik van het
systeem.
• Trap voor uw veiligheid altijd het rempedaal in, behalve tijdens het
rijden.
ODM046700L/ODM046701L
■Type A■Type B
Page 242 of 735

4 141
Kenmerken van uw auto
5. Wegrijden voltooid
Als het assisteren van de bestuurder bij
het wegrijden van een parkeerplaats is
voltooid, verschijnt bovenstaandemelding.
Draai het stuurwiel in de richting waarin u
wegrijdt en bedien het stuurwiel
handmatig terwijl u de parkeerplaats
verlaat.Extra aanwijzingen (meldingen)
Wanneer de slimme parkeerhulp in
werking is, wordt mogelijk een melding
weergegeven ongeacht de status van de
wegrijprocedure. De meldingen worden
weergegeven overeenkomstig de
omstandigheden. Volg tijdens het
parkeren met de slimme parkeerhulp de
gegeven aanwijzingen op.
OPMERKING
• Draai tijdens het verlaten van de
parkeerplaats het stuurwiel zoveel mogelijk in de richting vanhet wegrijden en rijd langzaam
door het rempedaal in te trappen.
• Controleer altijd de omgeving voordat u gaat rijden als hetwaarschuwingssignaal van deparkeerhulp onafgebroken klinkt.
• Het systeem wordt om veiligheidsredenen uitgeschakeld
wanneer de auto wordtgeparkeerd in een smalle ruimtein de buurt van een muur.
ODM046706L/ODM046707L
ODM046694L/ODM046698L
ODM046695L/ODM046699L
■ Type A■Type A■Type B
■ Type B
Page 244 of 735

4 143
Kenmerken van uw auto
Het AVM-systeem (Around View Monitor)
kan bij het parkeren assisteren door de
bestuurder een beter overzicht van de
omgeving van de auto te geven. Druk detoets in de stand ON om het systeem in
te schakelen. Druk opnieuw op de toets
om het systeem uit te schakelen.
Werking
- Als het contact in stand ON staat
- Als de selectiehendel in stand D, N ofR staat
- Als de rijsnelheid bij vooruitrijden niet hoger is dan 20 km/h.
- Als de rijsnelheid bij achteruitrijden niet hoger is dan 10 km/h.✽AANWIJZING
• Het AVM-systeem wordt uitgeschakeld bij een rijsnelheid van
meer dan 20 km/h.
Het systeem wordt niet automatisch
opnieuw ingeschakeld, ook niet als de
rijsnelheid weer lager wordt dan 20
km/h. Druk opnieuw op de toets AVM
om het systeem weer in te schakelen.
• Bij het achteruitrijden wordt het AVM-systeem altijd ingeschakeld,
ongeacht de rijsnelheid en de status
van de toets AVM. Het AVM-systeem
wordt echter weer uitgeschakeld bij
achteruitrijden met een rijsnelheid
van meer dan 10 km/h.
• Er verschijnt een waarschuwing met betrekking tot het AVM-systeem als:
- De achterklep wordt geopend
- Het bestuurdersportier wordtgeopend
- Het voorportier aan passagierszijde wordt geopend
- De buitenspiegels worden ingeklapt
(alleen elektrische)
• Als het AVM-system niet normaal werkt, adviseren we u het systeem te
laten controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer.
Zie voor meer informatie het
afzonderlijke instructieboekje dat bij uw
auto is geleverd.
AVM-SYSTEEM (AROUND VIEW MONITOR) (INDIEN VAN TOEPASSING)
OPMERKING
• Het AVM-systeem (Around View
Monitor) dient er uitsluitend voor
om de bestuurder bij het parkeren te assisteren. Kijk voordat u
achteruitrijdt ALTIJD om u heenom te controleren of de omgevingvrij is van objecten en obstakels.
• Zorg ervoor dat de lens van de camera altijd schoon is. Als delens is bedekt met vuil,
functioneert de camera mogelijkniet normaal.ODM046751L
ODM047751L
■ Type A
■Type B
Page 514 of 735

Rijden met uw auto
66
5
Het AEB-systeem is bedoeld om het
risico op een ongeval te verkleinen of te
vermijden. Het herkent de afstand tot de
voorligger of tot een voetganger met
sensoren (d.w.z. radar en camera) en
waarschuwt indien nodig de bestuurder
dat er een kans bestaat op een ongeval
met een waarschuwingsmelding of
waarschuwingsalarmen. Systeeminstelling en -activering
Systeeminstelling
De bestuurder kan de AEB activeren
door het contact in stand ON te zetten en
vervolgens 'User Settings', 'Driving
Assist', en 'Autonomous Braking System'
te selecteren. De AEB wordt
gedeactiveerd als de bestuurder desysteeminstelling ongedaan maakt.
AUTONOMOUS EMERGENCY BRAKING (AEB) (INDIEN VAN TOEPASSING)
WAARSCHUWING
Neem de volgende
voorzorgsmaatregelen bij het
gebruik van Autonomous
Emergency Braking (AEB):
• Het systeem dient slechts als hulpmiddel en vermindert niet de
noodzaak om zeer voorzichtig en
oplettend te rijden. Het bereik van
de parkeersensoren is beperkt en
niet alle objecten worden even
goed gesignaleerd. Let te allentijde op de wegomstandigheden.
• Rijd NOOIT harder dan de wegomstandigheden of de
bochten toelaten.
• Rijd altijd voorzichtig om onverwachte en plotselinge
situaties te voorkomen. AEB
brengt de auto niet volledig tot
stilstand en voorkomt geen
aanrijdingen.
ODM056093L
Page 516 of 735
Rijden met uw auto
68
5
AEB-waarschuwingsmelding en
systeemregeling
De AEB geeft waarschuwingsmeldingen
en waarschuwingsalarmen
overeenkomstig het risico op een
aanrijding. Verder regelt het systeem het
remsysteem overeenkomstig het risico
op een aanrijding.Forward Warning (1ewaarschuwing)
De waarschuwingsmelding verschijnt in
het LCD-display en de
waarschuwingsalarmen klinken.
WAARSCHUWING
• De bestuurder kan de AEB activeren en deactiveren door
'User Settings', 'Driving Assist' te
selecteren en de voorziening in of
uit te schakelen.
Het is echter veiliger de AEB te bedienen nadat u de auto op een
veilige plaats geparkeerd hebt.
• De AEB wordt automatisch geactiveerd nadat het contact in
stand ON is gezet.
De bestuurder kan de AEB deactiveren door desysteeminstelling in het LCD-
display uit te schakelen.
• De AEB wordt automatisch gedeactiveerd als de ESC wordt
uitgeschakeld. Als de ESC is
uitgeschakeld, kan de AEB niet
worden geactiveerd in het LCD-
display.
ODM056082L
Page 552 of 735

Rijden met uw auto
104
5
Als er een probleem in het BSD-systeem
aanwezig is, wordt er een
waarschuwingsmelding weergegeven en
gaat het lampje in de schakelaar uit. Het
systeem wordt automatisch
uitgeschakeld. We adviseren u de auto telaten controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer. RCTA (Rear Cross Traffic Alert)
Als uw auto achteruit een parkeervak
uitrijdt en de sensor een naderend
voertuig van links of rechts signaleert,
waarschuwt het systeem u.
Werking
Inschakelen: Ga naar de modus
Gebruikersinstellingen (Driving Assist)
en selecteer RCTA (Rear Cross Traffic
Alert) in het LCD-display. (
Zie "LCD-
display" in hoofdstuk 4 voor meer
informatie. ) Het systeem wordt
automatisch ingeschakeld en in de
stand-bymodus gezet om te worden
geactiveerd. Het systeem wordt
geactiveerd als de rijsnelheid lager isdan 10 km/h en de selectiehendel in
stand R (achteruit) staat.
✽AANWIJZING
Het detectiebereik van de RCTA (Rear
Cross Traffic Alert) is ongeveer 0,5 - 20m.
Een voertuig wordt gesignaleerd als de
rijsnelheid van dat voertuig 4 - 36 km/h
is in het detectiebereik. Het
detectiebereik kan echter worden
beïnvloed door de omstandigheden. Let
altijd op de omgeving.■ Type A■Type B
ODM056070L/ODM056071L