
168
301_nl_Chap09_info-pratiques_ed01-2016
De eco-mode bepaalt de maximale
gebruiksduur van een aantal functies om te
voorkomen dat de accu ontladen raakt.
Nadat de motor is afgezet, kunt u een
aantal elektrische functies zoals het audio-
en telematicasysteem, de ruitenwissers,
dimlichten, plafonniers, ... nog in totaal
maximaal 30
mi
nuten gebruiken.
eco-mode
Inschakelen van de eco-mode
Als deze tijd is verstreken, geeft een melding
op het display aan dat de eco-mode is
ingeschakeld en worden de actieve functies in
de ruststand gezet.
Als u op het moment dat de eco-mode wordt
ingeschakeld aan het telefoneren bent, kan het
gesprek nog gedurende ongeveer 10
mi
nuten
worden voortgezet via de handsfree set van uw
autoradio.
Uitschakelen van de eco-
mode
De functies worden automatisch weer
ingeschakeld als de motor gestart wordt.
F
Sta
rt om de functies direct weer te kunnen
gebruiken de motor en laat deze minstens
5
mi
nuten draaien.
Als de accu ontladen is, kan de
motor niet gestart worden (zie de
desbetreffende paragraaf).
Spaarfase
De spaar fase stuurt de elektrische functies van
de auto aan om het ontladen van de accu te
voorkomen.
tijd
ens het rijden kunnen in verband met de
laadtoestand van de accu enkele functies
(airconditioning, achterruitverwarming,
..
.)
tijdelijk worden uitgeschakeld.
Deze functies worden automatisch
ingeschakeld zodra de laadtoestand van de
accu dit toelaat.
Praktische informatie

173
301_nl_Chap09_info-pratiques_ed01-2016
Adviezen
Gewichtsverdeling
F Verdeel het gewicht in de caravan/
aanhanger gelijkmatig, plaats zware
voor werpen zo dicht mogelijk bij de as en
houd u aan de toegestane kogeldruk.
Door een geringere luchtdichtheid nemen
de prestaties van de motor af als men op
grotere hoogte boven de zeespiegel komt.
trek b
oven de 1000
m 10
% van het maximale
aanhangergewicht af en herhaal dit voor elke
volgende 1000
m.
Zijwind
F Houd er rekening mee dat de
zi jwindgevoeligheid van de auto groter is.
Koeling
Het trekken van een aanhanger op
een helling veroorzaakt een hogere
koelvloeistoftemperatuur.
De koelventilator wordt elektrisch bediend en is
niet afhankelijk van het motortoerental.
F
Pas u
w snelheid aan om het toerental te
beperken.
Het maximale aanhangergewicht is
afhankelijk van het hellingspercentage en de
buitentemperatuur.
Let in elk geval goed op de aanwijzing van de
koelvloeistoftemperatuurmeter.
F
Als
het waarschuwingslampje
van de koelvloeistoftemperatuur
gaat branden in combinatie met
het waarschuwingslampje STOP ,
stop dan zo snel mogelijk en zet
de motor af.
Remmen
Het trekken van een aanhanger verlengt de
remweg.
Bij een lange afdaling is het, om te voorkomen
dat de remmen oververhit raken, raadzaam om
op de motor af te remmen.
Banden
F Controleer de bandenspanning van de auto
en d e aanhanger en breng deze indien
nodig op de juiste waarde.
Verlichting
F Controleer de verlichting van de
aan hanger.
Raadpleeg de rubriek "
tech
nische gegevens"
voor de gewichten en aanhangergewichten die
voor uw auto van toepassing zijn.
De parkeerhulp wordt automatisch
uitgeschakeld als bij het aankoppelen
van een aanhanger een originele
P
eug
eot
-tr
ekhaak wordt gebruikt.
9
Praktische informatie

183
301_nl_Chap10_verifications_ed01-2016
Niveaus controleren
Motorolieniveau
Het motorolieniveau kan handmatig
worden gecontroleerd met de
oliepeilstok onder de motorkap.
Raadpleeg hiervoor de rubriek
onde
r
de motorkap.Controle met de peilstok
Als u ziet dat het oliepeil boven het
merkteken A o f onder het merkteken B ligt,
star t de motor dan niet .
Let bij werkzaamheden onder de motorkap goed op, want bepaalde delen van de motor kunnen zeer heet zijn (kans op brandwonden) en de
motorventilateur kan ieder moment aanslaan (zelfs bij afgezet contact).
Controleer deze niveaus regelmatig en respecteer de voorwaarden zoals vermeld in het onderhoudsschema van de fabrikant. Vul indien nodig bij, tenzij anders aangegeven.
Laat in het geval van een sterk gedaald niveau het desbetreffende circuit controleren door het Peug
eot-ne twerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Het is normaal dat u tussen twee
onderhoudsbeurten door olie moet
bijvullen. P
eug
eot
ad
viseert u om elke
5000 km het olieniveau te controleren
en, indien nodig, olie bij te vullen.
om een betrouwbare meting te garanderen
mo et de auto op een vlakke ondergrond staan
en moet de motor ten minste 30 minuten niet
hebben gedraaid. - Als h
et oliepeil
boven het merkteken
MAXI ligt (kans op
motorschade), neem
dan contact op met het
P
eug
eot
-ne
twerk of
een gekwalificeerde
werkplaats.
-
Als h
et oliepeil lager is
dan het merkteken MINI ,
vul dan altijd motorolie
bij.
Raadpleeg de rubriek
onde
r de motorkap voor
de locatie van de peilstok in de motorruimte
van uw auto.
F trek a an het gekleurde uiteinde om de
oliepeilstok volledig uit de schacht te
trekken.
F
Vee
g de peilstok af met een schone, niet
pluizende doek.
F
Ste
ek de oliepeilstok weer volledig in de
schacht en trek hem er weer uit om het
oliepeil te controleren: het oliepeil is correct
als het tussen de merktekens A en B ligt.
10
onderhoud

01
196
301_nl_Chap12a_RD5(RD45)_ed01-2016
Aan/uit.
BASISFUNCTIES
Volumeregeling.
Selecteren van de weergave
op het display:
Volledig scherm: Audio (of
telefoon als er een gesprek
gaande is)/
Verkleind scherm: Audio
(of telefoon als er een
gesprek gaande is) -
tijd of
Boordcomputer.
Lang indrukken: scherm uit
(DARK).
Selecteren van het golfbereik
AM/FM. Selecteren van een
opgeslagen voorkeuzezender.
Lang indrukken: opslaan
van een zender als
voorkeuzezender
.
Weergave van de lijst met
ontvangen radiozenders, nummers
of CD/MP3-speellijsten.
Lang indrukken: ordenen van
MP3-/WMA-bestanden / bijwerken
van de lijst met ontvangen
radiozenders. Functie
tA
(verkeersinformatie) aan/uit.
Lang indrukken: toegang tot
de soort informatie.
Bevestigen of
weergave van het
snelmenu. Automatisch zoeken naar
zenders
in aflopende/
oplopende volgorde.
Selecteren van het vorige/
volgende nummer van de CD,
uSB, Streaming audio.
Navigeren in een lijst.
Annuleren van de bewerking.
omhoog in de menustructuur
(menu of afspeellijst). Stapsgewijs zoeken naar een radiozender
met een lagere/hogere frequentie.
Selecteren van de vorige/volgende MP3-
afspeellijst.
Selecteren van de vorige/volgende map/
muziekstijl/artiest/playlist van het
uSB-
apparaat.
Navigeren in een lijst.
Selecteren van de
geluidsbron:
Radio, CD, A
uX, uSB,
Streaming.
Aannemen van een
inkomende oproep.
toegang tot het hoofdmenu.
Instellen van de audio-opties:
klankkleur, hoge tonen,
bassen, loudness,
geluidsverdeling, balans
links/rechts, voor/achter,
snelheidsafhankelijke
volumeregeling.

04
203
301_nl_Chap12a_RD5(RD45)_ed01-2016
AUDIO
CD, USB
Informatie en tips
op deze schijf kunt u ook 255 MP3-bestanden zetten, verdeeld over
8 niveaus. Wij raden echter aan om ze over hooguit 2 niveau's te
verdelen om de duur van het lezen van de CD beperkt te houden.
Bij het lezen van de CD wordt de menustructuur genegeerd.
Selecteer voor het branden van een CD-R of CD-RW de standaard
IS
o 9660 niveau 1, 2 of bij voorkeur Joliet om deze te kunnen
afspelen.
Als de CD in een ander formaat is gebrand, kan het zijn dat deze niet
goed wordt afgespeeld.
Het is raadzaam voor één CD niet meer dan één standaard voor\
het
branden te gebruiken. Stel de laagst mogelijke snelheid (maximaal 4x) \
in voor een optimale geluidskwaliteit.
Voor het branden van een multisessie-CD is het raadzaam de
standaard Joliet te gebruiken.
Sluit geen externe harde schijf of
uSB-apparaten die niet bestemd zijn
voor audioweergave aan op de uSB-poort; hierdoor zou namelijk de
audio-installatie beschadigd kunnen raken.
De autoradio speelt uitsluitend bestanden met de extensie ".mp3"
of "wma" met een vaste of variabele compressie van 32
Kbps tot
320 Kbps.
gebruik voor bestandsnamen maximaal 20 karakters en gebruik
geen speciale tekens (bijv.: " ", ?, ù) om problemen met het afspelen
of de weergave te voorkomen.
Playlists moeten van het type .m3u of .pls zijn.
Het maximum aantal bestanden bedraagt 5.000
verdeeld over
500 afspeellijsten op maximaal 8 verschillende niveaus.

04
208
301_nl_Chap12a_RD5(RD45)_ed01-2016
AUDIO
Streaming - Audio via Bluetooth
Afhankelijk van de technische specificaties van de telefoonDe telefoon koppelen: zie het hoofdstuk
teLeFooN.
Met streaming-audio kunt u muziekbestanden op uw telefoon via de
luidsprekers van de audio-installatie in de auto beluisteren.
De
telefoon moet de desbetreffende Bluetooth-profielen (A2DP/
AVRCP) ondersteunen.
Kies "streaming-audio" als geluidsbron door op de toets SRC /
TEL te drukken. Via de toetsen van de radio kunt u op de
gebruikelijke wijze de muziekstukken aansturen. De informatie
over de muziekstukken kan op het display worden weergegeven.
In sommige gevallen moet het afspelen van audiobestanden via het
toetsenbord van de telefoon gestart worden.
De kwaliteit van de weergave is afhankelijk van de kwaliteit van het
signaal van de telefoon.
Afspeelmethode
er zijn verschillende afspeelmethodes:
-
Normaal: de tracks worden in de normale volgorde volgens de
afspeellijst afgespeeld.
- Shuffle:
de tracks van een album of een map worden in een willekeurige volgorde afgespeeld.
- Shuffle
uitgebreid: alle tracks van alle mediaspelers worden in een willekeurige volgorde afgespeeld.
-
Herhaling: alleen de tracks van dit album of deze map worden
afgespeeld.
Druk op de draaiknop om naar het
contextmenu te gaan.
of
Druk op MENU.
Selecteer "
Multimedia" en bevestig
uw keuze.
Selecteer "Parameters media " en
bevestig uw keuze.
Selecteer "Afspeelmodus" en
bevestig uw keuze.
Kies de gewenste afspeelmethode
en druk op de draaiknop om
uw keuze te bevestigen en de
instellingen op te slaan.

05
210
301_nl_Chap12a_RD5(RD45)_ed01-2016
TELEFONEREN
op het scherm wordt een toetsenbord
weergegeven: voer een code van
minimaal 4
cijfers in en bevestig uw
invoer door op de knop te drukken.
op het scherm van de telefoon wordt een bericht
weergegeven: voer dezelfde code in en bevestig
uw invoer.
op het scherm verschijnt een bericht ter bevestiging van de
koppeling.
u kunt ook via de telefoon de koppeling tot stand brengen door naar
gedetecteerde Bluetooth apparatuur te zoeken. Accepteer de koppeling op de telefoon.
Mocht de koppeling niet gelukt zijn dan kunt u het, een onbeperkt
aantal keren, nogmaals proberen.
Het adresboek en de gesprekkenlijst zijn na de synchronisatie beschikbaa\
r (mits de
telefoon compatibel is).
De automatische verbinding moet in de telefoon ingesteld worden om elke \
keer bij het
aanzetten van het contact automatisch verbinding te kunnen maken met de \
telefoon.
Soms verschijnt de referentie van de telefoon of het Bluetooth-adres
in plaats van de naam van de telefoon.
De telefoon koppelen en vervolgens muziekbestanden afspelen: zie
het hoofdstuk A
uDIo.
Streaming - Audio via Bluetooth

05
213
301_nl_Chap12a_RD5(RD45)_ed01-2016
TELEFONEREN
Naar het menu " TELEFOON":
-
Houd SRC
/TEL even ingedrukt.
-
of druk op de draaiknop om naar
het contextmenu te gaan. Selecteer
"Bellen
" en bevestig uw keuze.
-
of druk op MENU
, selecteer en
bevestig "Telefoon", selecteer dan
"Bellen" en bevestig uw keuze.
Selecteer "Nummer kiezen " en
bevestig uw keuze om een nummer
op te kunnen geven.om het menu "TELEFOON " weer te
geven:
-
Houd SRC/TEL lang ingedrukt.
- of druk op de rolknop om het
snelmenu weer te geven. Selecteer
"Bellen
" en bevestig uw keuze.
-
of druk op MENU
, selecteer
"Telefoon" en bevestig uw keuze.
Selecteer "Bellen" en bevestig uw
keuze.
Druk op de knop om uw keuze te
bevestigen en het bellen te starten. Selecteer "Gesprekkenlijst" en
bevestig uw keuze.
Bellen - nummer kiezen
Selecteer de cijfers één voor één met
behulp van de toetsen
7 en 8 en
bevestig uw invoer.
Bellen - laatst gekozen nummers*
Selecteer het gewenste nummer en
bevestig dit om het bellen te starten.
In de gesprekkenlijst zijn de nummers van alle binnenkomende en
uitgaande gesprekken opgeslagen sinds de laatste keer dat de auto
met de desbetreffende telefoon werd verbonden.
*
Afhankelijk van de specificaties van de telefoon.
Als u een fout maakt, kunt u de nummers één voor één
wissen.
u kunt ook rechtstreeks met de telefoon bellen. Zet in dat geval uit
veiligheidsoverwegingen de auto stil.