
107
301_nl_Chap07_securite_ed01-2016
Veiligheidsgordels
Veiligheidsgordels vóór
Omdoen
F trek aan de gordel en steek de gesp in de
gord elsluiting.
F
Con
troleer of de gordel goed is
vastgemaakt door even aan de riem te
trekken.
Losmaken
F Druk op de rode knop van de
gord elsluiting.
F
Hou
d de gordel vast ter wijl deze zich oprolt.
De veiligheidsgordels vóór zijn voorzien van
een pyrotechnische gordelspanner en een
spankrachtbegrenzer.
Deze systemen zorgen voor extra
bescherming van de bestuurder en passagier
bij frontale en zijdelingse aanrijdingen.
Bij een krachtige aanrijding zorgen de
pyrotechnische gordelspanners ervoor dat de
veiligheidsgordels stevig tegen de lichamen
van de inzittenden worden getrokken.
De pyrotechnische gordelspanners zijn actief
zodra het contact wordt aangezet.
De spankrachtbegrenzer beperkt de kracht
waarmee de gordel tegen het lichaam van
de inzittenden getrokken wordt en bevordert
daarmee de veiligheid.
Als het contact wordt aangezet, gaat dit
waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel
branden om aan te geven dat de bestuurder zijn
gordel niet heeft vastgemaakt.
Waarschuwingslampje veiligheidsgordel
losgemaakt / niet vastgemaakt
Als de wagensnelheid hoger is dan 20 km/h,
kni ppert het waarschuwingslampje gedurende
2
mi
nuten in combinatie met een steeds sterker
wordend geluidssignaal. Na deze 2
mi
nuten
blijft het waarschuwingslampje branden zolang
de bestuurder zijn veiligheidsgordel niet heeft
vastgemaakt.
Dit waarschuwingslampje op het
instrumentenpaneel gaat ook branden als de
bestuurder en/of de voorpassagier zijn gordel
tijdens de rit losmaakt.
7
Veiligheid

108
301_nl_Chap07_securite_ed01-2016
Veiligheidsgordels
achter
De zitplaatsen links- en rechtsachter zijn
voorzien van een driepuntsveiligheidsgordel
met oprolautomaat.
Afhankelijk van de uitvoering is de middelste
zitplaats voorzien van een twee- of
driepuntsveiligheidsgordel met of zonder
oprolautomaat.
Omdoen
F trek aan de gordel en steek de gesp in de
gord elsluiting.
F
Con
troleer of de gordel goed is
vastgemaakt door even aan de riem te
trekken.
Losmaken
F Druk op de rode knop van de
gord elsluiting.
F
Hou
d de gordel vast ter wijl deze zich oprolt.
Veiligheid

109
301_nl_Chap07_securite_ed01-2016
Alvorens te gaan rijden dient de bestuurder
te controleren of alle passagiers hun
veiligheidsgordel goed hebben omgedaan
en vastgemaakt.
Zorg ervoor dat alle inzittenden tijdens het
rijden hun veiligheidsgordel dragen, ook al
betreft het een korte rit.
Draai de gespen van de veiligheidsgordels
niet om; de gordels zijn dan niet voldoende
effectief.
De veiligheidsgordels zijn voorzien van een
oprolautomaat die ervoor zorgt dat de lengte
van de gordel automatisch wordt aangepast
aan de lichaamsbouw van de gebruiker. De
gordel wordt automatisch opgerold als deze
niet wordt gebruikt.
Controleer zowel voor en na het gebruik van
de gordel of deze goed is opgerold.
De heupgordel moet zo laag mogelijk op het
bekken worden geplaatst.
De schoudergordel moet langs het holle
gedeelte van de schouder worden geplaatst.
De oprolautomaten zijn voorzien van
een automatische blokkeerinrichting die
in werking treedt bij een aanrijding, een
noodstop of het over de kop slaan van
de auto.
u ku
nt de blokkeerinrichting
deblokkeren door stevig aan de riem te
trekken en deze weer los te laten, zodat de
riem weer een stukje wordt opgerold.Voorschriften voor kinderen
Maak voor kinderen tot 12 jaar of kleiner dan
1,50 m gebruik van een geschikt kinderzitje.
De veiligheidsgordel mag door niet meer dan
één persoon gedragen worden.
Laat nooit een kind op schoot zitten tijdens
het rijden.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over kinderzitjes.
Voor een effectieve werking van de
veiligheidsgordel:
- die
nt deze strak om het lichaam te
worden gedragen,
-
moe
t deze in een vloeiende beweging
naar voren worden getrokken, zonder
dat de gordel gedraaid raakt,
-
mag d
eze door niet meer dan één
persoon worden gedragen,
-
mag d
eze geen beschadigingen of rafels
vertonen,
-
mag e
r om te voorkomen dat de gordel niet
goed werkt, niets aan worden gewijzigd.
Vanwege de wettelijke veiligheidsvoorschriften
moeten werkzaamheden en controles aan de
veiligheidsgordels worden uitgevoerd door het
P
euge
ot
-ne
twerk of een gekwalificeerde
werkplaats, die tevens voor de garantie zorgt en
de werkzaamheden volgens de voorschriften
uitvoert.
Laat de veiligheidsgordels van uw auto
regelmatig controleren door het P
eug
eot
-
net
werk of een gekwalificeerde werkplaats,
vooral als de gordels beschadigingen vertonen.
Reinig de veiligheidsgordels met zeepsop of
een reinigingsmiddel voor textiel, verkrijgbaar bij
het P
eug
eot
-net
werk.
Controleer na het neerklappen of verstellen van
een stoel of de achterbank of de gordel zich op
de juiste plaats bevindt en goed is opgerold.
Bij aanrijdingen
De gordelspanners kunnen, afhankelijk van
de aard en de kracht van de aanrijding ,
vóór en onafhankelijk van de airbags afgaan.
Het activeren van de gordelspanners gaat
gepaard met wat onschadelijke rook en een
knal, als gevolg van de activering van de
pyrotechnische lading die in het systeem is
geïntegreerd.
In alle gevallen gaat het verklikkerlampje van
de airbag branden.
Laat het systeem na een aanrijding
controleren en eventueel vervangen door het
P
euge
ot
-ne
twerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Adviezen
7
Veiligheid

118
AR
B
gНИКОГА НЕ инсталирайте детско столче на седалка с АКТИВИРАНА предна ВЪЗДУШНА ВЪЗГЛАВНИЦ А. Това може да причини СМЪ РТ ил и СЕ РИОЗНО НА РАНЯВАНЕ на де тето.
CSNIKDY neumisťujte dětské zádržné zařízení orientované směrem dozadu na sedadlo chráněné AKTIVOVANÝM čelním AIRBAGEM. Hrozí nebezpečí SM RTI DÍ TĚTE ne bo VÁ ŽNÉHO ZR ANĚNÍ.
DABrug ALDRIg en bagudvendt barnestol på et sæde, der er beskyttet af en AKtIV AI RBAg. BAR Net ri sikerer at blive ALVoRLIgt
K V ÆStet el ler DR ÆBt.
DeMontieren Sie auf einem Sitz mit AKtIVIeRteM Fro nt-Airbag NIeMAL S einen Kindersitz oder eine Babyschale entgegen der Fahr trichtung,
das Kind könnte schwere oder sogar tödliche Verletzungen erleiden.
eLΜη χρησιμοποιείτε ΠΟΤΕ παιδικό κάθισμα με την πλάτη του προς το εμπρός μέρος του αυτοκινήτου, σε μια θέση που προστατεύεται από ΜΕΤ ΩΠΙΚΟ αε ρόσακο πο υ εί ναι ΕΝ ΕΡΓΟΣ. Αυ τό μπ ορεί να έχ ει σα ν συ νέπεια το ΘΑ ΝΑΤΟ ή το ΣΟ ΒΑΡΟ ΤΡ ΑΥΜΑΤΙΣΜΟ το υ ΠΑ ΙΔΙΟΥ
eNNeVeR use a rear ward facing child restraint on a seat protected by an ACtIVe AIRBAg in f ront of it, DeAtH or SeRIouS INJuRY to t he
CHILD can occur
eSNo INStALAR NuNCA u n sistema de retención para niños de espaldas al sentido de la marcha en un asiento protegido mediante un
AIRBAG fr ontal AC TIVADO, ya qu e po dría ca usar le siones GR AVES o in cluso la MU ERTE de l ni ño.
etÄrge MItte KuNAgI paigaldage “seljaga sõidusuunas“ lapseistet juhi kõrvalistmele, mille eSItuRVA PADI on AKtIVeeRItuD. turv apadja
avanemine võib last tÕSI SeLt võ i eLuoHtLIKuLt vi gastada.
FIÄLÄ KoSK A AN aseta lapsen tur vaistuinta selkä ajosuuntaan istuimelle, jonka edessä suojana on käyttöön aktivoitu tuRVAtY YN Y. Sen
laukeaminen voi aiheuttaa LAPSeN KuoLeMAN t ai VAK AVAN LouKK A ANtuMISeN.
FRNe JAMAIS installer de système de retenue pour enfants faisant face vers l’arrière sur un siège protégé par un CouSSI N goNFL ABLe
fr ontal AC TIVÉ.
Cela peut provoquer la M
oRt de l
’
eNFA
N
t ou l
e BL
eSSeR gR AVeMeNt
HRNIK ADA ne postavljati dječju sjedalicu leđima u smjeru vožnje na sjedalo zaštićeno UKLJUČENIM prednjim ZR AČNIM JASTUKOM. To bi moglo uzrokovati SMRt il i teŠKu oZL JeDu dj eteta.
HuSOHA ne használjon menetiránynak háttal beszerelt gyermekülést AKTIVÁLT (BEK APCSOLT) FRONTLÉGZSÁKK AL védett ülésen. Ez a gyermek HA LÁLÁT va gy SÚ LYOS SÉ RÜLÉSÉT ok ozhatja.
ItNoN installare MAI seggiolini per bambini posizionati in senso contrario a quello di marcia su un sedile protetto da un AIRBAg fr ontale
AttIVAto. Ciò p otrebbe provocare la MoRte o FeRIte gR AV I al bambino.
LtNIEK ADA neįrenkite vaiko prilaikymo priemonės su atgal atgręžtu vaiku ant sėdynės, kuri saugoma VEIKIANČIOS priekinės ORO PAGALVĖS. Iš siskleidus or o pa galvei va ikas ga li bū ti MI RTINAI ar ba SU NKIAI TR AUMUOTAS.
LVNEK AD NEuzstādiet uz aizmuguri vērstu bērnu sēdeklīti priekšējā pasažiera sēdvietā, kurā ir AKTIVIZĒTS priekšējais DROŠĪBAS GAISA S P ILVeN S .
T
as
va
r
iz
raisīt
BĒ
RNA
NĀ
VI
va
i
ra
dīt
NO
PIETNUS
IE
VAINOJUMUS.
301_nl_Chap08_securite-enfants_ed01-2016
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen

122
301_nl_Chap08_securite-enfants_ed01-2016
De onjuiste bevestiging van een kinderzitje
brengt de veiligheid van het kind in gevaar bij
een aanrijding.
Controleer of er geen veiligheidsgordel of
gesp van de veiligheidsgordel onder het
kinderzitje zit; dat zou de stabiliteit van het
zitje in gevaar kunnen brengen.
Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels of het
tuigje van het kinderzitje, zelfs bij korte ritten,
worden vastgemaakt waarbij de speling ten
opzichte van het lichaam van het kind zoveel
mogelijk moet worden beperkt.
Zorg er bij het bevestigen van het kinderzitje
met de veiligheidsgordel voor dat de
veiligheidsgordel correct tegen het kinderzitje
is gespannen en dat de gordel het kinderzitje
stevig op zijn plaats houdt. Schuif de
passagiersstoel, wanneer deze versteld kan
worden, indien nodig naar voren.
Laat bij de achterzitplaatsen altijd voldoende
ruimte tussen de voorstoel en:
-
het k
inderzitje "met de rug in de
rijrichting",
-
de vo
eten van het kind in het kinderzitje
"met het gezicht in de rijrichting".
Schuif daartoe de voorstoel naar voren en zet
de rugleuning ervan, indien nodig, rechter op.
Adviezen
Laat uit veiligheidsoverwegingen:
- gee n kinderen zonder toezicht achter in
een auto,
-
noo
it een kind of een dier in een auto
achter wanneer alle ruiten gesloten zijn
en de auto in de zon staat,
-
de sl
eutels nooit binnen bereik van de
kinderen achter in de auto.
gebr
uik de kindersloten om te voorkomen
dat de portieren en de portierruiten achter
per ongeluk geopend worden.
Zorg er voor dat de portierruiten achter niet
verder dan voor 1/3 deel geopend worden.
Plaats zonneschermen om uw jonge
kinderen tegen de zon te beschermen.
Zorg er voor een optimale bevestiging
van het kinderzitje "met het gezicht in de
rijrichting" voor dat de rugleuning van het
zitje zo dicht mogelijk tegen de rugleuning
van de stoel van de auto aan zit of er zelfs
tegenaan drukt.
Verwijder de hoofdsteun alvorens een
kinderzitje met een rugleuning te plaatsen op
een passagiersstoel.
Berg de hoofdsteun zorgvuldig op om te
voorkomen dat de hoofdsteun door de auto
vliegt bij krachtig afremmen. Plaats de
hoofdsteun terug zodra het kinderzitje is
verwijderd.
Kinderen voorin
De regelgeving met betrekking tot het
vervoer van kinderen op de passagiersstoel
vóór is per land verschillend. Raadpleeg de
in uw land geldende regelgeving.
Schakel de airbag vóór aan passagierszijde
uit zodra een kinderzitje met de rug in de
rijrichting op de voorpassagiersstoel wordt
geplaatst.
Het kind kan anders bij het afgaan van de
airbag levensgevaarlijk gewond raken.
Plaatsen van een stoelverhoger
Het bovenste gedeelte van de
veiligheidsgordel moet over de schouder van
het kind liggen zonder de hals te raken.
Controleer of de heupgordel goed over de
bovenbenen van het kind ligt.
P
eug
eot
be
veelt aan een stoelverhoger
met rugleuning te gebruiken voorzien
van een gordelgeleider ter hoogte van de
schouder.
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen

134
301_nl_Chap09_info-pratiques_ed01-2016
Actieradiusindicatoren
Zodra de reservevoorraad van het AdBlue®-
reservoir is aangesproken of een storing in het
SCR-systeem is gesignaleerd, verschijnt bij
het aanzetten van het contact een indicator die
aangeeft hoeveel kilometer u nog ongeveer
kunt rijden voordat het opnieuw starten van de
motor automatisch wordt geblokkeerd.
Als gelijktijdig een storing wordt gesignaleerd
en het AdBlue
®-niveau laag is, wordt de laagste
actieradius weergegeven.
Als de motor mogelijk niet opnieuw kan worden gestart door een te laag AdBlue®-niveau
Actieradius groter dan 2400 km
Als het contact wordt aangezet, wordt er geen
informatie over de actieradius weergegeven op
het instrumentenpaneel. Actieradius tussen 600 en 2400 km
Zodra het contact wordt aangezet, gaat het
verklikkerlampje
uReA br
anden in combinatie
met een geluidssignaal en de tijdelijk op het
instrumentenpaneel weergegeven melding
"N
o StARt IN
" en een afstand die aangeeft
hoeveel kilometer of mijl u nog kunt rijden met
de resterende hoeveelheid additief voordat
het starten van de motor wordt geblokkeerd -
(bijv.: "N
o StARt IN 1
500 km" betekent dat
na 1500 km het starten van de motor wordt
geblokkeerd).
tijd
ens het rijden wordt deze melding elke
300
km w
eergegeven zolang er geen additief
is bijgevuld.
Neem contact op met het P
eug
eot
-ne
twerk
of een gekwalificeerde werkplaats om het
additief AdBlue
® te laten bijvullen.u ku
nt het bijvullen ook zelf uitvoeren.
Raadpleeg voor meer informatie over
het bijvullen van het additief AdBlue
®, de
desbetreffende rubriek.
Het wettelijk verplichte
startblokkeringssysteem wordt
automatisch geactiveerd zodra het
AdBlue
®-reservoir leeg is.
Praktische informatie

142
301_nl_Chap09_info-pratiques_ed01-2016
F Controleer of de schakelaar van de
compressor in de stand " O" staat.
F
Rol d
e elektrische kabel, die onder de
compressor is opgeborgen, volledig uit.
F
Slu
it de stekker van de compressor aan op
de 12V-aansluiting van de auto.
F
Zet h
et contact aan. Als na vijf tot zeven minuten de
gewenste bandenspanning niet is
bereikt, is de band niet te repareren met
de bandenreparatieset; neem contact
op met het P
eug
eot
-ne
twerk of een
gekwalificeerde werkplaats om u verder
te helpen.
Let op: het afdichtmiddel is schadelijk
bij inname en irriterend voor de ogen.
Houd het middel buiten het bereik van
kinderen.
De uiterste gebruiksdatum van het
middel is op de flacon vermeld.
gooi d
e flacon na gebruik niet weg,
maar lever deze in bij het P
eug
eot
-
net
werk of een officieel inzamelpunt.
Vergeet niet om bij het P
eug
eot
-
net
werk of een gekwalificeerde
werkplaats een nieuwe flacon met
afdichtmiddel te kopen.
F Sch
akel de compressor in door de
schakelaar in de stand " I" te zetten tot de
bandenspanning is opgelopen tot 2,0 bar.
Het a
fdichtmiddel wordt onder druk in de
band gespoten; maak de slang niet los van
het ventiel tijdens deze handeling (kans op
spatten).
Praktische informatie

152
301_nl_Chap09_info-pratiques_ed01-2016
Sneeuwkettingen
onder winterse omstandigheden verbeteren sneeuwkettingen de tractie en het remgedrag van de
auto .Montagetips
F Als u onder weg sneeuwkettingen moet
mo nteren, zet de auto dan langs de kant
van de weg stil op een vlakke ondergrond.
F
trek d
e handrem aan en plaats eventueel
wielblokken voor of achter de wielen om te
voorkomen dat de auto wegglijdt.
F
Mon
teer de sneeuwkettingen, volg daarbij
de aanwijzingen van de fabrikant.
F
Rij
d langzaam weg en rijd een klein stukje
met een snelheid van maximaal 50
km
/h.
F
Zet d
e auto stil en controleer of de
kettingen correct gespannen zijn.
gebr
uik uitsluitend kettingen die geschikt zijn
voor het type velg van uw auto:
Maat van de af
fabriek gemonteerde banden Maximale afmeting
van de schakels
185/65
R1
5 9
mm
19
5/55
R1
6
Neem voor meer informatie over
sneeuwkettingen contact op met het
P
euge
ot
-ne
twerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Het is bijzonder raadzaam voor vertrek
het monteren van de sneeuwkettingen
te oefenen; doe dit op een vlakke en
droge ondergrond. Rijd niet met sneeuwkettingen op een
sneeuwvrij gemaakte weg om schade
aan de banden en het wegdek te
voorkomen. Als uw auto is voorzien van
lichtmetalen velgen, controleer dan of
de ketting en de bevestigingen de velg
niet raken.
Houd u altijd aan de ter plekke
geldende regelgeving over het gebruik
van sneeuwkettingen en de maximaal
toegestane snelheid.
uits
luitend de voor wielen mogen van
sneeuwkettingen worden voorzien.
een no
odreservewiel mag niet worden
voorzien van een sneeuwketting.
Praktische informatie