88
301_nl_Chap05_conduite_ed01-2016
F Draai de knop 1 in de stand "CRUISE":
de snelheidsregelaar is geselecteerd,
maar nog niet ingeschakeld (PA
uSe).
Programmeren
u kunt de ingestelde snelheid vervolgens wijzigen met de toetsen 2 en 3:
- +/- 1 k m = kort indrukken,
-
+/- 5 k
m = lang indrukken,
-
+/- i
n stappen van 5 km = ingedrukt houden. Let tijdens het gebruik van de
snelheidsregelaar op wanneer u de
snelheid met de toetsen instelt; dit kan
een plotselinge verandering van de
wagensnelheid veroorzaken.
gebr
uik de snelheidsregelaar niet op
gladde wegen of bij zeer druk verkeer.
Bij een steile afdaling kan de
snelheidsregelaar niet voorkomen
dat de ingestelde snelheid wordt
overschreden.
om te vo
orkomen dat de werking van
de pedalen wordt geblokkeerd:
-
con
troleer of de mat goed is
bevestigd,
-
geb
ruik nooit meer dan één mat per
plaats.
In het geval van een storing in de snelheidsregelaar wordt
de ingestelde snelheid gewist en knipperen de streepjes
op het display. Laat het systeem controleren door het
P
euge
ot
-ne
twerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Storing
Uitschakelen van de snelheidsregelaar
F Draai de knop 1 in de stand "0": de selectie van de snelheidsregelaar wordt
ongedaan gemaakt. op he t display wordt weer de kilometerteller weergegeven.
Overschrijden van de ingestelde snelheid
Als de ingestelde snelheid wordt overschreden, gaat de ingestelde
snelheid op het display knipperen.
Het knipperen van de ingestelde snelheid stopt automatisch als de
snelheid weer is gedaald tot de ingestelde snelheid. F
Ste
l de snelheid in door de
wagensnelheid op het gewenste niveau
te brengen en vervolgens op de toets 2
of 3 te drukken (bijv.: 110 km/h).
F
uits
chakelen van de snelheidsregelaar: druk op de toets 4
: het
uitschakelen wordt bevestigd op het display (PA
uSe).
F
Wee
r inschakelen van de snelheidsregelaar: druk nogmaals op de
toets 4 .
Rijden