4213
Kenmerken van uw auto
EXTERIEUR
Roof rack (indien van toepassing)
Als uw auto is voorzien van een roof
rack, kunt u bagage op het dak
vervoeren.
✽✽ AANWIJZING
Plaats als de auto is uitgerust met een
schuif-/kanteldak de lading zodanig op
het roof rack dat de werking van het
dak niet gehinderd wordt.WAARSCHUWING
Hieronder wordt aangegeven wat het maximale gewicht is dat kan
worden geladen op het roof rack.
Verdeel de lading gelijkmatig
over het roof rack en zet de
lading goed vast.
Er kan schade aan uw auto
ontstaan, als u meer dan het
toegestane gewicht op het roof
rack vervoert.
Het zwaartepunt van de auto ligt hoger als er zich lading op het
roof rack bevindt. Vermijd
plotseling starten of remmen,
scherpe bochten, abrupte
manoeuvres of hoge snelheden
waardoor u de macht over hetstuur kunt kwijtraken of de auto
over de kop kan slaan.
(Vervolg)
DAK 100 kg (220 lbs.)
DRAGER GELIJKMATIG VERDEELD
OPMERKING
Neem de juistevoorzorgsmaatregelen om te
voorkomen dat lading op het roofrack het dak beschadigt.
Zorg ervoor dat grote objecten nooit aan de achterzijde of aan dezijkant buiten de auto uitsteken.
ODM042345
Kenmerken van uw auto
214
4
(Vervolg)
Rijd altijd langzaam en neem
bochten voorzichtig als u
voorwerpen op het roof rack
vervoert. Sterke windvlagen
kunnen een opwaartse druk aan
de onderzijde van de lading
veroorzaken. Dit geldt met name
voor grote, platte voorwerpenzoals houten panelen of
matrassen. Hierdoor kunnen
voorwerpen van het roof rack
vallen en de auto of andere auto's
beschadigen.
Controleer regelmatig of de voorwerpen op het roof rack
goed vastzitten om te voorkomen
dat de lading beschadigd ofverloren raakt.
4215
Kenmerken van uw auto
✽✽AANWIJZING
Als u achteraf een HID-koplamp monteert, treden er mogelijk
storingen op in het audiosysteem en
de elektronische onderdelen van uw
auto.
Voorkom dat chemicaliën als parfum, cosmetische oliën, zonnebrandcrème
en luchtverfrisser in aanraking
komen met onderdelen van het
interieur, omdat deze beschadiging of
verkleuring kunnen veroorzaken.Antenne
Dakantenne
Uw auto maakt gebruik van een
dakantenne om zowel AM- als FM-
signalen te ontvangen. Deze antenne
kan verwijderd worden. Draai de antenne
linksom om hem te verwijderen. Draai de
antenne rechtsom om deze te plaatsen.
AUDIOSYSTEEM
OPMERKING
• Verwijder de antenne door deze
linksom te draaien voordat u een
lage ruimte of automatische wasserette binnenrijdt. Wanneeru dit niet doet, kan de antennebeschadigd raken.
Bij het terugplaatsen van de antenne is het voor een goedeontvangst van belang dat de antenne goed wordt vastgedraaid
en dat de antenne rechtop staat, tenzij de auto geparkeerd is of erbagage op het roof rack aanwezig is.
Plaats geen bagage in de buurt van de antennevoet om deontvangst van signalen niet testoren.
OHM048154
■
Type A
■Type B
Rijden met uw auto
106
5
Rijden onder moeilijke omstandigheden
Neem de volgende raadgevingen in acht
als ten gevolge van zware regenval,
sneeuw, ijzel, modder of zand het rijden
bemoeilijkt wordt:
Rijd voorzichtig en bewaar extra
afstand tot het overige verkeer.
Vermijd abrupt remmen of sturen.
Rem “pompend”als uw auto niet voorzien is van ABS.
Probeer weg te rijden in de tweede versnelling als de auto vastzit in
sneeuw, modder of zand. Geef
voorzichtig gas om te voorkomen datde wielen doorslippen.
Gebruik zand, pekel, sneeuwkettingen of ander anti-slipmateriaal onder de
aangedreven wielen als de auto vast is
komen te zitten in ijs, sneeuw of
modder. Verkleinen van de kans op over
de kop slaan
Dit type personenauto, dat geschikt is
voor meerdere doeleinden, wordt een
Sports Utility Vehicle (SUV) genoemd.
Een SUV heeft een grotere
bodemvrijheid en een kleinere
spoorbreedte voor een grotere
inzetbaarheid. Door het specifieke
ontwerp ligt het zwaartepunt hoger dan
bij normale auto's. Een voordeel van de
grotere bodemvrijheid is dat u een beter
overzicht over de weg hebt. Hierdoor
kunt u beter anticiperen. MPV's zijn niet
ontworpen voor dezelfde
bochtsnelheden als normale
personenauto's. Vanwege dit risico,
raden wij de bestuurder en passagiers
sterk aan om hun veiligheidsgordel vast
te maken. De kans dat een persoon die
zijn of haar veiligheidsgordel niet draagt
zeer ernstig gewond raakt als de auto
over de kop slaat, is aanmerkelijk groter
dan bij een persoon die wel zijn of haar
veiligheidsgordel draagt. Er zijn stappendie een bestuurder kan nemen om de
kans op over de kop slaan te verkleinen.
Voorkom indien mogelijk scherpe
bochten en abrupte stuurbewegingen,
vervoer nooit zware ladingen op het roof
rack en breng geen wijzigingen aan uwauto aan.
RIJDEN ONDER SPECIALE RIJOMSTANDIGHEDEN
WAARSCHUWING - Remsysteem met ABS
Rem niet “pompend” als uw auto is
uitgerust met ABS.
WAARSCHUWING
- Terugschakelen
Op een glad wegdek
terugschakelen bij een
automatische transmissie kan
ongelukken veroorzaken. Door de
plotselinge verandering inwielsnelheid kunnen de banden
slippen. Wees voorzichtig met het
terugschakelen op een gladwegdek.
Onderhoud
38
7
Controleren bandenspanning Controleer de bandenspanning minstens eenmaal per maand.
Controleer ook de spanning van het
reservewiel.
Controle
Gebruik een goed kwaliteit meter om
de bandenspanning te meten. Het isonmogelijk de bandenspanning tebeoordelen door alleen naar de
banden te kijken. Radiaalbanden
lijken ook op de juiste spanning tezijn als de bandenspanning te laag
is. Controleer de bandenspanning bij
koude banden. - "Koude" banden wil
zeggen dat er de laatste drie uur nietmet de auto is gereden of niet meerdan 1,6 km. Verwijder de ventieldop. Druk de
bandenspanningsmeter stevig op het
ventiel om de spanning te meten. Als
de bandenspanning overeenkomt
met de aanbevolen druk op de band
en het informatielabel, hoeft hij niet
te worden aangepast.
Corrigeer de bandenspanning tot het
aanbevolen niveau als de spanning
te laag is.
Druk als de bandenspanning te hoog is het metalen pennetje in het
midden van het ventiel in om lucht uit
de band te laten lopen. Controleer debandenspanning opnieuw met de
bandenspanningsmeter. Plaats de
ventieldopjes altijd terug op de
ventielen. Ze zorgen ervoor dat er
geen vuil of vocht in de ventielen
terechtkomt waardoor er lekkenkunnen ontstaan.
OPMERKING - Bandenspanning
Let altijd op het volgende:
Controleer de bandenspanning bij koudebanden. (Nadat er de laatste drie uur niet met de auto isgereden of niet meer dan 1,6km.)
Controleer ook altijd de spanning van het reservewiel.
Overschrijd het laadvermogen van de auto niet. Plaats niet teveel bagage op het roof rackals uw auto hiermee isuitgerust.
Versleten, oude banden kunnen ongelukkenveroorzaken. Vervang eenband als het profiel ergversleten is of als de band beschadigd is.
Specificaties & Consumenteninformatie
2
8
AFMETINGEN * 1
: met roof rackOnderwerp mm (in.)
Totale lengte 4.690 (184,64)
Totale breedte 1.880 (74,01)
Totale hoogte 1.675 (65,94) / 1.685 (66,33) * 1
Spoorbreedte vóór 235/65 R17 1.633 (64,29)
235/60 R18 1.628 (64,09)
235/55 R19 1.628 (64,09)
Spoorbreedte achter 235/65 R17 1.644 (67,72)
235/60 R18 1.639 (64,52)
235/55 R19 1.639 (64,52)
Wielbasis 2.700 (106,29)
MOTOR
Onderwerp
Benzine
Theta ll 2,4 Benzine
Lambda II 3,3Diesel R2,0Diesel R2,2
Cilinderinhoud cc (cu. in)
2.359
(143,95) 3.342
(203,94)1.995
(121,74)2.199
(134,19)
Boring x slag mm (in.)
88x97
(3,46X3,81) 92x83,8
(3,62X3,29)84x90
(3,30X3,54)85,4x96
(3,34X3,77)
Ontstekingsvolgorde
1-3-4-2 1-2-3-4-5-61-3-4-21-3-4-2
Aantal cilinders
4, In lijn V - type4, In lijn4, In lijn
I7
Index
Panoramadak ··································································4-48
Parkeerhulp ··································································4-119
Parkeerhulp achter ·······················································4-116
Parkeerrem ·····································································7-23
Portiersloten ···································································4-20
Kenmerken van de portiervergrendeling/-ontgrendeling ·························································4-23
Kinderslot achterportierslot·······································4-24
Supervergrendeling ···················································4-23
Van binnenuit ····························································4-21
Van buitenaf·······························································4-20
Portiervergrendeling met afstandsbediening ···················4-8
Rem-/koppelingsvloeistof ··············································7-20
Remsysteem ···································································5-40
Antiblokkeersysteem (ABS) ·····································5-54
Auto hold···································································5-51
Downhill Brake Control (DBC) ································5-62
Elektrische parkeerrem (EPB)···································5-44
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ···················5-56
Hill-start Assist Control (HAC) ································5-61
Noodstopsignaal (ESS) ·············································5-62
Parkeerrem·································································5-42
Rembekrachtiging ·····················································5-40 Trailer Stability Assist (TSA)····································5-61
Vehicle Stability Management (VSM) ······················5-60
Retourneren van gebruikte auto's ····································1-7
Richtingaanwijzers·······················································4-151
Rijden in de winter ······················································5-112
Rijden met een aanhanger ···········································5-117
Rijden onder speciale rijomstandigheden····················5-106 Doorwaden van water··············································5-110
Op eigen kracht lostrekken van de auto ··················5-107
Rijden in de regen ···················································5-109
Rijden in het donker ················································5-109
Rijden in het terrain ················································5-110
Rijden met hoge snelheden ·····································5-110
Rijden onder moeilijke omstandigheden·················5-106
Verkleinen van de kans op over de kop slaan ·········5-106
Vloeiend nemen van bochten ··································5-108
Rolgordijn opzij ···························································4-212
Rolhoes bagageruimte ·················································4-210
Roof rack ·····································································4-213
Ruiten ·············································································4-38
Ruitensproeiers voorruit ··············································4-158
Ruitensproeiervloeistof ··················································7-22
Ruitenwisserbladen ························································7-29
Ruitenwissers en ruitensproeiers ·································4-156
Ruitensproeiers voorruit ··········································4-158
Ruitenwissers voor ··················································4-157
Schakelaar achterruitenwisser en -sproeier ·············4-160
Ruitenwissers voor·······················································4-157
P
R