
Rijden met uw auto
72
5
Beperkingen van het systeem
De AEB bewaakt de rijsituatie met de
radar en de camerasensor. Daarom
werkt de AEB niet goed in een situatie
die buiten het sensorbereik valt. Inonderstaande situaties moet de
bestuurder extra opletten. Dan is de
werking van de AEB mogelijk beperkt.
Herkennen van voertuigen
- De radar of de camera is verontreinigd.
- Er is sprake van zware regen- of
sneeuwval.
- Er is sprake van storing door elektromagnetische golven.
- De door de radar ontvangen gereflecteerde signalen zijn erg onregelmatig.
- De voorligger heeft een smal profiel (bijv. motorfiets of fiets).
- Het zicht van de bestuurder is onduidelijk door
achtergrondverlichting, reflectie of
duisternis.
- De camera krijgt geen compleet beeld van de voorligger.
- De voorligger is een bijzonder voertuig, bijvoorbeeld een
zwaarbeladen vrachtwagen of een
aanhanger. - De voorligger heeft de achterlichten
niet ingeschakeld, heeft geen
achterlichten, heeft asymmetrische
achterlichten of heeft achterlichten die
onder een afwijkende hoek staan.
- De hoeveelheid omgevingslicht verandert sterk, bijvoorbeeld bij het in-
of uitrijden van een tunnel.
- Het rijgedrag van de auto is onstabiel.
- De herkenning door de radar/camerasensor is beperkt.
(Vervolg)
Bij een storing in de AEB kan deregeling van het remsysteem niet
worden geactiveerd nadat eenrisico op een aanrijding is
gesignaleerd, ook al werken de
andere onderdelen van hetremsysteem normaal.
De AEB functioneert alleen bij voertuigen/voetgangers voor deauto en werkt alleen bij het
vooruitrijden. Het werkt niet als er
dieren of auto's uit tegengestelde
richting naderen.
De AEB herkent geen voertuigen die in dwarsrichting kruisen of
voertuigen die haaks op de
rijrichting geparkeerd zijn.

575
Rijden met uw auto
Herkennen van voetgangers
- De voetganger is niet volledig in beeldvoor de camerasensor of de
voetganger loopt niet rechtop.
- De voetganger loopt zeer snel.
- De voetganger verschijnt plotseling voor de auto.
- De kleding van de voetganger heeft dezelfde kleur als de achtergrond.
- Er is te veel of te weinig licht buiten.
- Er wordt 's nachts of bij duisternis gereden.
- Er wordt een object gesignaleerd dat een vergelijkbare vorm heeft als het menselijk lichaam.
- De voetganger is klein.
- De voetganger is lichamelijk gehandicapt.
- Het is moeilijk de voetganger te onderscheiden van de omgeving.
- De herkenning door de sensor is beperkt.
- Er is sprake van een groep voetgangers.✽✽ AANWIJZING
Het systeem wordt mogelijk tijdelijk
uitgeschakeld door sterke
elektromagnetische golven.WAARSCHUWING
Schakel de AEB uit in de modus Gebruikersinstellingen in het
LCD-display voordat u eenandere auto gaat slepen.
Bij het slepen kan activeren van
de remmen een negatieve invloed
hebben op de veiligheid van uwauto.
Let extra op als het voertuig voor u een grote, naar achterenuitstekende lading heeft of een
grotere bodemvrijheid dan uwauto.
De sensor signaleert alleen voetgangers, geen karren,
fietsen, motorfietsen, tassen of
kinderwagens.
De AEB werkt onder bepaalde omstandigheden niet. Probeer de
AEB daarom nooit uit op een
persoon of een object. Anderskan ernstig letsel ontstaan.

585
Rijden met uw auto
Het Blind Spot Detection-systeem (BSD)
maakt gebruik van een radarsensor om
de bestuurder te waarschuwen.
Het systeem bewaakt het gedeelte
achter de auto en levert informatie aan
de bestuurder.(1) BSD (Blind Spot Detection)
Het detectiebereik is afhankelijk van
de rijsnelheid.
Als uw auto sneller rijdt dan de
andere voertuigen, waarschuwt hetsysteem u niet.
(2) LCA (Lane Change Assist) Als er een voertuig met hoge
snelheid nadert, waarschuwt hetsysteem u.
(3) RCTA (Rear Cross Traffic Alert) Als uw auto achteruit rijdt en de
sensor een naderend voertuig van
links of rechts signaleert, waarschuwthet systeem u.
BLIND SPOT DETECTION-SYSTEEM (BSD) (INDIEN VAN TOEPASSING)
ODM056122L
Dode hoek-gebied
Naderen met hoge snelheid
WAARSCHUWING
Houd tijdens het rijden altijd de wegomstandigheden in de gaten,
zelfs wanneer het Blind SpotDetection-systeem (BSD) in
werking is. Zo bent u voorbereid
op onverwachte situaties.
Het Blind Spot Detection- systeem (BSD) is een aanvullend
systeem dat u helpt. Vertrouw
niet blindelings op het systeem.
Let voor uw eigen veiligheid altijdgoed op tijdens het rijden.
Het Blind Spot Detection- systeem (BSD) is geen
vervanging voor een juist en
veilig rijgedrag. Rijd altijd veilig
en wees voorzichtig bij het
wisselen van rijstrook of
achteruitrijden. Het Blind SpotDetection-systeem (BSD)
signaleert mogelijk niet alleobjecten naast de auto.

Rijden met uw auto
88
5
Detectiesensor
De sensoren bevinden zich in de
achterbumper. Om het systeem goed te kunnen laten
werken, moet de achterbumper te allentijde schoon zijn.
Waarschuwingsmelding
Deze waarschuwingsmelding
verschijnt mogelijk als:
- Er vuil op de achterbumper aanwezigis
- Als er in buitengebieden gereden wordt met weinig verkeer of in open
terrein met grote lege stukken
- Bij hevige sneeuw of regen
Het lampje in de schakelaar dooft en het
systeem wordt automatisch
uitgeschakeld. Als de melding wordt weergegeven
omdat er vuil op de achterbumper
aanwezig is, moet dit vuil worden
verwijderd. Als u na het verwijderen van
het vuil ongeveer 10 minuten rijdt, werkt
het systeem weer normaal. Als het
systeem niet normaal werkt nadat het
vuil verwijderd is of als er geen sprake is
van een van bovenstaande situaties,
adviseren we u het systeem te laten
controleren door een officiële HYUNDAI-
dealer.
ODM056069LODM056117L

589
Rijden met uw auto
Als er een probleem in het BSD-systeem
aanwezig is, wordt er een
waarschuwingsmelding weergegeven en
gaat het lampje in de schakelaar uit. Het
systeem wordt automatisch
uitgeschakeld. We adviseren u de auto telaten controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer.RCTA (Rear Cross Traffic Alert)
Als uw auto achteruit een parkeervak
uitrijdt en de sensor een naderend
voertuig van links of rechts signaleert,
waarschuwt het systeem u.
Werking
Inschakelen: Ga naar de modus
Gebruikersinstellingen (Driving Assist)
en selecteer RCTA (Rear Cross Traffic
Alert) in het LCD-display. (
Zie "LCD-
display" in hoofdstuk 3 voor meer
informatie. ) Het systeem wordt
automatisch ingeschakeld en in de
stand-bymodus gezet om te worden
geactiveerd. Het systeem wordt
geactiveerd als de rijsnelheid lager isdan 10 km/h en de selectiehendel in
stand R (achteruit) staat.
✽✽ AANWIJZING
Het detectiebereik van de RCTA (Rear
Cross Traffic Alert) is ongeveer 0,5 - 20m.
Een voertuig wordt gesignaleerd als de
rijsnelheid van dat voertuig 4 - 36 km/h
is in het detectiebereik. Het
detectiebereik kan echter worden
beïnvloed door de omstandigheden. Let
altijd op de omgeving.■ Type A■Type B
ODM056070L/ODM056071L

Rijden met uw auto
90
5
Type waarschuwing
Als het voertuig dat door de sensoren is
gesignaleerd uw auto nadert, klinkt de
waarschuwingszoemer, knippert het
waarschuwingslampje in de
buitenspiegel en verschijnt er een
melding in het LCD-display.
✽✽
AANWIJZING
Als het gesignaleerde voertuig buiten het detectiebereik van uw auto is, rijd
dan langzaam weg van het
gesignaleerde voertuig; de
waarschuwing zal verdwijnen.
Het systeem werkt mogelijk niet goed door andere factoren of
omstandigheden. Let altijd op uw
omgeving.
Als de linker- of rechterzijde van de bumper wordt afgeschermd door een
vangrail of een voertuig, neemt de
gevoeligheid van het systeem mogelijkaf.
■Links■Rechts
ODM056075L/ODM056073L
WAARSCHUWING
Het waarschuwingslampje in de buitenspiegel gaat branden wanneer er door het systeem
achteropkomend verkeer wordt
gedetecteerd. Vertrouw nietalleen op het
waarschuwingslampje maar
houd ook de omgeving rond de
auto goed in de gaten, om
aanrijdingen te voorkomen.
Rijd veilig, ook al is de auto uitgerust met het Blind SpotDetection-systeem (BSD) en Rear
Cross Traffic Alert (RCTA).
Vertrouw niet blindelings op het
systeem, maar controleer altijd
de omgeving bij het wisselen van
rijstrook of achteruitrijden. Het
systeem waarschuwt de
bestuurder mogelijk niet in alle
gevallen, dus houd de omgevingtijdens het rijden altijd goed in degaten.
(Vervolg)

591
Rijden met uw auto
✽✽AANWIJZING
Het systeem werkt mogelijk niet goed wanneer de bumper is vervangen of
reparatiewerkzaamheden zijn
uitgevoerd in de buurt van de sensor.
Het detectiebereik is afhankelijk van
de breedte van de weg. Als de weg
smal is, kan het systeem mogelijk
andere voertuigen signaleren op de
naastliggende rijstrook.
Het systeem wordt mogelijk uitgeschakeld ten gevolge van
elektromagnetische golven.Gevallen waarbij het systeem niet
mag worden gebruikt
De bestuurder kan mogelijk niet via de
buitenspiegel worden gewaarschuwd
wanneer:
- Het buitenspiegelhuis is beschadigd of vuil.
- De ruit is vuil.
- De ruiten sterk getint zijn
(Vervolg)
Het Blind Spot Detection- systeem (BSD) en Rear Cross
Traffic Alert (RCTA) zijn geen
vervanging voor een juist en
veilig rijgedrag. Rijd altijd veilig
en wees voorzichtig bij het
wisselen van rijstrook of
achteruitrijden. Het Blind SpotDetection-systeem (BSD)
signaleert mogelijk niet alleobjecten naast de auto.

Rijden met uw auto
92
5
AANDACHT VAN DE BESTUURDER
De bestuurder dient in onderstaande
situaties voorzichtig te zijn, omdat het
systeem onder bepaalde
omstandigheden andere voertuigen of
objecten mogelijk niet signaleert.
- De auto rijdt op een bochtige weg of
door een tolpoort.
- De sensor is bedekt met water, sneeuw,
modder, enz.
- De achterbumper, waarin de sensor is
ondergebracht, is bedekt of
geblokkeerd door een object, zoals een
sticker, bumperbeschermer,
fietsendrager, enz.
- De achterbumper is beschadigd of de sensor bevindt zich niet meer in zijn
oorspronkelijke positie.
- De voertuighoogte is lager of hoger
dan normaal door zware lading in de
bagageruimte, een abnormale
bandenspanning, enz.
- De auto rijdt in slecht weer, zoals
hevige regen of sneeuw.
- Er bevindt zich een vast voorwerp in
de buurt van de auto, zoals een
vangrail.
- Er is een groot voertuig in de buurt, zoals een bus of vrachtwagen.
(Vervolg)(Vervolg)
- Er is een (motor)fiets in de buurt.
- Er bevindt zich een platte aanhanger
in de buurt.
- Als uw auto gelijktijdig weggereden is
met de auto naast u en geaccelereerd
heeft.
- Als het andere voertuig met zeer hoge snelheid passeert.
- Tijdens het wisselen van rijstrook.
- Tijdens het op- of afrijden van een steile weg waar de hoogte van de
rijstroken verschillend is.
- Als het andere voertuig zeer dicht
nadert.
- Er hangt een aanhanger of
fietsendrager achter de auto.
- De temperatuur van de achterbumper
is (te) hoog.
- Als de sensoren geblokkeerd worden
door andere voertuigen, wanden of
pilaren rond de parkeerplaats.
- Wanneer het gesignaleerde voertuig ook achteruitrijdt terwijl uw auto
achteruitrijdt.
- Als er kleine objecten zijn, zoals een
winkelwagen of kinderwagen.
- Lage voertuigen, zoals sportwagens.
- Als andere voertuigen zich dicht bij uw auto bevinden.
(Vervolg)(Vervolg)
- Als het voertuig op de naastliggende
rijstrook één rijstrook opschuift ten
opzichte van u OF als het voertuig op
de tweede rijstrook naast u opschuift
naar de naastliggende rijstrook.