▷Datum, zie pagina 88.▷Energieterugwinning, zie pagina 89.▷Versnellingsbakaanduiding, zie pagina 80.▷Gordelwaarschuwing voor de achterbank,
zie pagina 54.▷Kilometer/dagteller, zie pagina 87.▷Meldingen, bijv. Check-Control, zie pa‐
gina 83.▷Momenteel verbruik, zie pagina 88.▷Aanduiding van de navigatie▷Actieradius, zie pagina 88.▷Status, rijbelevingsschakelaar, zie pa‐
gina 134.▷Benodigd onderhoud, zie pagina 89.▷Snelheidslimietinformatie, zie pagina 91.▷Tijd, zie pagina 88.
Check-Control
Principe Check-Control controleert functies in de autoen geeft een melding als in de bewaakte syste‐
men een storing is opgetreden.
Op het instrumentenpaneel en op het Head-
Up-Display wordt een Check-Control-melding
weergegeven als een combinatie van controle-
of waarschuwingslampjes en textuele meldin‐
gen.
Tevens klinkt er evt. een akoestisch signaal en
verschijnt er een tekstbericht op het Control
Display.
Controle- en waarschuwingslampjes
Algemeen
Controle- en waarschuwingslampjes op het in‐
strumentenpaneel kunnen in verschillende
combinaties en kleuren gaan branden.
Van sommige lampen wordt bij het starten van
de motor of inschakelen van het contact de
werking gecontroleerd, waarbij deze even kort
branden.
Rode lampjes
Gordelherinnering De veiligheidsgordel aan de bestuur‐
derszijde is niet omgedaan. Bij som‐
mige landuitvoeringen: passagiersgor‐
del niet omgegespt of voorwerpen herkend op
de passagiersstoel.
Knipperen of continu brandend: veiligheids‐
gordel aan de bestuurders- of passagierszijde
is niet omgedaan. De gordelherinnering kan
ook in werking treden als er voorwerpen op de
passagiersstoel liggen.
Controleren of de veiligheidsgordel correct is
omgedaan.
Gordelherinnering voor de achterbank Rood: de veiligheidsgordel van de be‐
treffende zitplaats op de achterbank is
niet vastgemaakt.
Groen: de veiligheidsgordel van de betreffende
zitplaats op de achterbank is vastgemaakt.
Airbagsysteem Airbagsysteem en gordelspanner zijn
mogelijk defect.
De auto zo snel mogelijk door een Ser‐
vice Partner van de fabrikant of een andere ge‐
kwalificeerde Service Partner of specialist la‐
ten controleren.
Parkeerrem, remsysteem Voor meer informatie, zie Parkeerrem
loszetten, zie pagina 73.Seite 83WeergavenBediening83
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15
MistlampMistlampen zijn ingeschakeld.
Voor meer informatie, zie Mistlamp, zie
pagina 104.
Grootlichtassistent Grootlichtassistent is ingeschakeld.
Het grootlicht wordt afhankelijk van de
verkeerssituatie automatisch in- en uit‐
geschakeld.
Voor meer informatie, zie Grootlichtassistent,
zie pagina 103.
Snelheidsregeling Systeem is ingeschakeld. De snelheid
die met de bedieningselementen op
het stuurwiel is ingesteld wordt aange‐
houden.
Blauwe lampjes
Grootlicht Grootlicht is ingeschakeld.
Voor meer informatie, zie Grootlicht, zie
pagina 74.
Algemene lampjes Check-Control Minimaal één Check-Control-melding
wordt weergegeven of is opgeslagen.
Tekstmeldingen Tekstmeldingen in combinatie met een sym‐
bool op het instrumentenpaneel geven uitleg
over een Check-Control-melding en de bete‐
kenis van de controle- en waarschuwingslamp‐
jes.Aanvullende tekstmeldingen
Meer informatie, bijv. over de oorzaak van een
storing en de noodzaak tot ingrijpen, kan wor‐
den opgeroepen via Check-Control.
Bij dringende meldingen wordt de aanvullende
tekst automatisch op het Control Display ge‐
toond.
Symbolen Afhankelijk van de Check-Control-melding
kunnen de volgende functies geselecteerd
worden.▷ "Handleiding"
Bijkomende informatie over de Check-
Control-melding weergeven in de geïnte‐
greerde handleiding.▷ "Serviceaanmelding"
Contact opnemen met een Service Partner
van de fabrikant of een andere gekwalifi‐
ceerde Service Partner of specialist.▷ "Pechhulp"
Contact opnemen met de Mobile Service.
Check-Control-meldingen
onderdrukken
Toets op de richtingaanwijzerschakelaar in‐
drukken.
▷Enkele Check-Control-meldingen worden
permanent weergegeven en blijven zicht‐
baar, totdat de storing is opgelost. Bij
meerdere gelijktijdige storingen worden de
meldingen na elkaar weergegeven.Seite 86BedieningWeergaven86
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15
Deze meldingen kunnen gedurende ca.
8 seconden onzichtbaar worden gemaakt.
Hierna worden deze weer automatisch
weergegeven.▷Andere Check-Control-meldingen verdwij‐
nen na ca. 20 seconden automatisch. Zij
blijven opgeslagen en kunnen opnieuw
worden weergegeven.
Opgeslagen Check-Control-
meldingen weergeven
Op het Control Display:
1."Auto-info"2."Autostatus"3. "Check Control"4.Tekstmelding selecteren.
Meldingen aan het einde van de rit
Bepaalde meldingen die tijdens het rijden zijn weergegeven worden na het uitschakelen van
het contact opnieuw weergegeven.
Brandstofmeter Het hellen van de auto kan tot
schommelingen in de weergave
leiden.
De pijl naast het benzinepomp‐
symbool toont, afhankelijk de
uitvoering, aan welke kant van de auto de tank‐
dopklep zit.
Aanwijzingen voor tanken, zie pagina 202.
Toerenteller Vermijd beslist toerentallen in het rode waar‐
schuwingsgebied. In dit gebied wordt ter be‐
scherming van de motor de brandstoftoevoer
onderbroken.
Motorolietemperatuur▷Koude motor: de wijzer staat
op de laagste temperatuur‐
waarde. Rij met gering toe‐
rental en matige snelheid.▷Normale bedrijfstempera‐
tuur: de wijzer bevindt zich in
het midden of in de linker‐
helft van de temperatuurme‐
ter.▷Hete motor: de wijzer staat op de hoogste
temperatuurwaarde. Bovendien wordt een
Check-Control-melding weergegeven.
Koelvloeistoftemperatuur
Indien de koelvloeistof en daarmee de motor te
heet wordt, verschijnt er een Check-Control-
melding.
Koelvloeistofpeil controleren, zie pagina 224.
Kilometer- en dagteller Weergave
▷Kilometerteller, pijl 1.▷Dagteller, pijl 2.
Kilometers weergeven/resetten Toets indrukken.
▷Bij uitgeschakeld contact
worden de tijd, buitentem‐
peratuur en kilometerteller
weergegeven.▷Bij ingeschakeld contact wordt de dagteller
teruggezet.Seite 87WeergavenBediening87
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15
BuitentemperatuurDaalt de weergave tot +3 ℃ of
lager, dan klinkt een signaal.
Er wordt een Check-Control-
melding weergegeven.
Het gevaar voor gladheid is toe‐
genomen.
WAARSCHUWING
Ook bij temperaturen boven +3 ℃ kan
gevaar voor gladheid bestaan, bijv. op bruggen
of schaduwrijke weggedeelten. Er bestaat ge‐
vaar voor ongevallen. Bij lage temperaturen de
rijstijl aanpassen aan de weersomstandighe‐
den.◀
Tijd De tijd wordt onderaan op het
instrumentenpaneel weergege‐
ven.
Tijd en weergavevorm van de tijd instellen, zie pagina 96.
Datum De datum wordt op de boord‐
computer weergegeven.
Datum en weergavevorm van de
datum instellen, zie pagina 96.
Actieradius Weergave Bij een geringe resterende ac‐
tieradius:▷Er wordt kort een Check-
Control-melding weergege‐
ven.▷Op de boordcomputer wordt de resterende
actieradius weergegeven.▷Bij een dynamische rijstijl, bijv. snel rijden
in een bocht, is het functioneren van de
motor niet gewaarborgd niet altijd gega‐
randeerd.
Bij een actieradius van minder dan ca. 50 km
wordt de Check-Control-melding voortdurend
weergegeven.
ATTENTIE
Bij een actieradius onder 50 km kan de
brandstoftoevoer naar de motor in gevaar ko‐
men. Het functioneren van de motor is niet ge‐
waarborgd. Er bestaat gevaar voor schade. Op
tijd tanken.◀
Actieradius weergevenAfhankelijk van de uitrusting kan de actieradius
ook als balkweergave op het instrumentenpa‐
neel worden weergegeven.
1."Instellingen"2."Info-display"3."Overige weergaven"
Momenteel verbruik
Instrumentenpaneel Geeft het momentele brandstof‐
verbruik aan. Er kan worden ge‐
controleerd hoe zuinig en mili‐
eubewust wordt gereden.
Instrumentenpaneel met uitgebreide
omvang
Geeft het momentele brandstof‐
verbruik aan. Er kan worden ge‐
controleerd hoe zuinig en mili‐ eubewust wordt gereden.
Seite 88BedieningWeergaven88
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15
Momenteel verbruik weergeven1."Instellingen"2."Info-display"3."Overige weergaven"
De weergavebalk voor het momenteel verbruik
wordt op het instrumentenpaneel weergege‐
ven.
Energieterugwinning Weergave Bewegingsenergie van de auto
wordt tijdens de Autoaandrijving
in omgezet in elektrische ener‐ gie. De accu wordt gedeeltelijk
geladen en het brandstofver‐
bruik kan worden verlaagd.
Benodigd onderhoud Principe
Afstand of tijd tot het volgende onderhoud
wordt na inschakelen van het contact kort
weergegeven op het instrumentenpaneel.
De actuele servicebehoefte kan door een ser‐
viceadviseur worden uitgelezen uit de af‐
standsbediening.
Weergave
Gedetailleerde informatie over het
benodigde onderhoud
Nadere informatie over de omvang van het on‐
derhoud kan op het Control Display worden
weergegeven.
1."Auto-info"2."Autostatus"3. "Servicebehoefte"Noodzakelijke omvang van het onderhoud
en zo nodig wettelijk voorgeschreven keu‐
ringen worden weergegeven.4.Vermelding selecteren om nadere informa‐
tie te laten weergeven.
Symbolen
Sym‐
bolenBeschrijvingOnderhoud is op dit moment niet
noodzakelijk.Auto is aan een onderhoudsbeurt of
een wettelijke keuring toe.Termijn voor het onderhoud is over‐
schreden.
Afspraken invoeren
Afspraken voor voorgeschreven keuringen in‐
voeren.
Ervoor zorgen dat datum en tijd van de auto
juist zijn ingesteld.
Op het Control Display:
1."Auto-info"2."Autostatus"3. "Servicebehoefte"4."§ Autokeuring (APK)"5."Afspraak:"6.Instellingen uitvoeren.7.Bevestigen.
Datuminvoer wordt opgeslagen.
Automatische servicewaarschuwing De gegevens over de onderhoudstoestand of
over wettelijk voorgeschreven keuringen van
de auto worden automatisch voor de vervalda‐
tum doorgegeven aan de Service Partner.
Er kan worden gecontroleerd, wanneer de Ser‐
vice Partner werd ingelicht.
Seite 89WeergavenBediening89
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15
Op het Control Display:1."Auto-info"2."Autostatus"3."Opties" oproepen.4."Laatste Teleservice oproep"
Onderhoudsgeschiedenis
Algemeen
Onderhoudswerkzaamheden bij een Service
Partner van de fabrikant of een andere gekwa‐
lificeerde Service Partner of specialist laten uit‐
voeren. De uitgevoerde onderhoudswerkzaam‐
heden worden ingevoerd in de
voertuiggegevens, zie pagina 226.
Het ingevoerde onderhoud kan op het Control
Display worden weergegeven. De functie is
beschikbaar zodra er een onderhoudsbeurt in
de autogegevens is ingevoerd.
Onderhoudsgeschiedenis weergeven Op het Control Display:
1."Auto-info"2."Autostatus"3. "Servicebehoefte"4. "Service historie"
Uitgevoerd onderhoud wordt weergege‐
ven.5.Vermelding selecteren om nadere informa‐
tie te laten weergeven.SymbolenSym‐
bolenBeschrijvingGroen: onderhoud is tijdig uitge‐
voerd.Geel: onderhoud is te laat uitge‐
voerd.Onderhoud is niet uitgevoerd.
Schakelpuntindicator
Principe
Het systeem geeft de meest energiezuinige
versnelling voor de actuele rijsituatie aan.
Algemeen
De schakelpuntindicator is, afhankelijk van de uitrusting en landuitvoering, actief bij de hand‐
matige bediening van de Steptronic en de
handgeschakelde versnellingsbak.
Aanwijzingen voor op- of terugschakelen wor‐
den op het instrumentenpaneel weergegeven.
Handgeschakelde versnellingsbak:
weergave
SymboolBeschrijvingMeest energiezuinige versnelling
is ingeschakeld.Opschakelen naar meest energie‐
zuinige versnelling.Seite 90BedieningWeergaven90
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15
In-/uitschakelen
Op het Control Display:1."Instellingen"2."Info-display"3."Info snelheidslimiet"
Is de snelheidslimietinfo ingeschakeld, dan kan
deze via de boordcomputer op het Info Display
op het instrumentenpaneel worden weergege‐
ven.
Inhaalverbodinfo wordt samen met geacti‐
veerde snelheidslimietinformatie weergege‐
ven.
Weergave
Op het instrumentenpaneel wordt het vol‐
gende weergegeven:
Snelheidslimietinformatie Bekende snelheidsbeperking.
Snelheidslimiet opgeheven -
voor Duitse autosnelwegen.
Snelheidslimietinformatie niet
beschikbaar.
De Speed Limit informatie kan ook in het
Head-Up Display worden weergegeven.
Inhaalverbodinfo Inhaalverbod.
Einde van het inhaalverbod.
De inhaalverbodinfo kan ook in het Head-Up
Display worden weergegeven.
Grenzen van het systeem
De werking kan bijv. in de volgende situaties
beperkt zijn en evt. verkeerde informatie aan‐
geven:▷Bij dichte mist en hevige regen of sneeuw‐
val.▷Als borden door objecten verborgen zijn.▷Bij dicht achter het voorliggende voertuig
rijden.▷Bij sterk tegenlicht.▷Als de voorruit voor de binnenspiegel be‐
slagen, verontreinigd of door stickers enz.
bedekt is.▷Vanwege mogelijke verkeerde herkennin‐
gen van de camera.▷Als de in het navigatiesysteem opgeslagen
snelheidsbeperkingen onjuist zijn.▷In gebieden die in het navigatiesysteem
niet voorkomen.▷Bij afwijkingen van de navigatie, bijv. door
gewijzigde tracés.▷Bij het inhalen van bussen of vrachtwagens
met snelheidssticker.▷Als verkeerstekens niet overeenkomen
met de norm.▷Tijdens de kalibratieprocedure van de ca‐
mera direct na aflevering van de auto.
Keuzelijsten op het
instrumentenpaneel
Principe
Afhankelijk van de uitrusting kan m.b.v. de
toetsen, de gekartelde knop aan het stuur of
via de meldingen op het instrumentenpaneel
en Head-Up Display het volgende worden ge‐
toond of bediend:
▷Actuele audiobron.Seite 92BedieningWeergaven92
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15
▷Nummerherhaling bij de telefoon.▷Activeren van het spraakgestuurd sys‐
teem.
Bovendien worden programma's van de rijbe‐
levingsschakelaar weergegeven.
Weergave
Afhankelijk van de uitrusting kan de lijst in het
instrumentenpaneel afwijken van de afbeel‐
ding.
Lijst activeren en instelling uitvoeren
Op de rechter stuurwielzijde aan de gekartelde
knop draaien, om de betreffende lijst te active‐
ren.
Met de gekartelde knop de gewenste instelling
selecteren en door het indrukken van de ge‐
kartelde knop bevestigen.
Boordcomputer
Weergave in het informatiedisplay De informatie van de boordcom‐
puter wordt in het informatiedis‐
play op het instrumentenpaneel
weergegeven.
Informatie op Info Display oproepen
Toets op de richtingaanwijzerschakelaar in‐
drukken.
Informatie wordt op het Info Display van het in‐
strumentenpaneel weergegeven.
Overzicht van de informatie Door herhaald op de toets op de richtingsaan‐
wijzerhendel te drukken worden de volgende
gegevens op het informatiedisplay getoond:
▷Actieradius.▷Gemiddeld verbruik, brandstof.▷Momenteel verbruik, brandstof.▷Gemiddelde snelheid.▷Datum.▷Snelheidslimietinformatie.▷Aankomsttijd.
Bij actieve routebegeleiding in het naviga‐
tiesysteem.▷Afstand tot reisdoel.
Bij actieve routebegeleiding in het naviga‐
tiesysteem.▷ECO PRO-bonusactieradius.Seite 93WeergavenBediening93
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15