Page 199 of 213
Technische gegevens197
Internationaal serviceschemaVereiste motoroliekwaliteit
Motoroliekwaliteit
Alle landen buiten Europa behalve Israël
Alleen Wit-Rusland, Moldavië, Rusland, Servië, Turkije
dexos 1✔–dexos 2–✔
Indien dexos-kwaliteit niet voorhanden is, mag u olie van onderstaande types gebruiken:
Motoroliekwaliteit
Alle landen buiten Europabehalve Israël
Alleen Wit-Rusland, Moldavië, Rusland, Servië, Turkije
GM-LL-A-025✔✔GM-LL-B-025––
Motoroliekwaliteit
Alle landen buiten Europabehalve Israël
Alleen Wit-Rusland, Moldavië, Rusland, Servië, Turkije
ACEA A3/B3✔✔ACEA A3/B4✔✔ACEA C3✔✔API SM✔✔API SN✔✔
Page 207 of 213

Klantinformatie205
■ Reacties van de auto in specifiekeverkeerssituaties (bijv. ontplooien
van een airbag, activeren van de
stabiliteitsregeling)
■ Omgevingscondities (bijv. tempe‐ ratuur)
Deze gegevens zijn uitsluitend tech‐ nisch en helpen bij het identificeren
en corrigeren van fouten en het opti‐
maliseren van boordfuncties.
Bewegingsprofielen die op afgelegde
routes duiden, kunnen niet met deze
gegevens worden aangemaakt.
Als er services worden gebruikt (bijv.
reparatiewerkzaamheden, onder‐
houdsprocessen, garantieclaims,
kwaliteitsborging), kunnen medewer‐
kers van het servicenetwerk (inclusief de fabrikant) deze technische infor‐
matie met speciale diagnoseappara‐
tuur uit de voorvaal- en foutgege‐
vensopslagmodules aflezen. Raad‐
pleeg desgewenst deze werkplaat‐
sen voor meer informatie. Na het cor‐
rigeren van een fout worden de ge‐
gevens gewist uit de foutopslagmo‐
dule of worden ze constant over‐ schreven.Bij het gebruik van deze auto kunnen
er zich situaties voordoen waarin
deze technische gegevens in ver‐
band met andere informatie (o.a. on‐
gevalmelding, schade aan de auto,
getuigenverklaringen) met een per‐
soon kunnen worden geassocieerd -
mogelijk met behulp van een expert.
Bij extra contractueel met de klant
overeengekomen functies (bijv. loka‐
liseren van de auto in noodgevallen)
mogen er bepaalde gegevens m.b.t.
de auto vanuit de auto worden ver‐
zonden.Radiofrequentie-
identificatie (RFID)
RFID-technologie wordt in sommige
voertuigen gebruikt voor functies
zoals de controle van de banden‐
spanning en beveiliging van het ont‐
stekingssysteem. Het wordt ook sa‐
men gebruikt met apparaten zoals
handzenders voor het vergrendelen/
ontgrendelen van de deuren en star‐
ten en zenders in de auto voor het
openen van garagedeuren. RFID-
technologie in Opel-voertuigen ge‐
bruikt geen persoonlijke informatie,
houdt ze niet bij of koppelt deze niet
aan andere Opel-systemen die per‐
soonlijke informatie bevatten.
Page 211 of 213

209
Profieldiepte ............................... 176
Programmeerbaar opladen ........134
R Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 205
Regelbare instrumentenverlichting .............95
Regeneratief remmen .................121
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 204
Remmen ............................ 118, 157
Remsysteem ................................ 77
Remvloeistof ...................... 157, 192
Richtingaanwijzer ........................75
Richtingaanwijzers ....................... 94
Richtingaanwijzers vooraan ......161
Rugleuning van zitplaatsen achterin neerklappen ................62
Ruiten ..................................... 33, 34
Rijmodi........................................ 113
Rijregelsystemen ........................121
Rijverlichting .......................... 12, 80
S Service ............................... 106, 191
Service-display ............................ 72
Service-informatie ...................... 191
Sjorogen ...................................... 64
Sleutels ........................................ 19Sleutels, sloten............................. 19
Sneeuwkettingen .......................177
Snelheidsmeter ............................ 70
Spiegelverstelling ..........................8
SPORT-modus ............................ 78
Sproeiervloeistof ........................157
Startbeveiliging ......................31, 80
Starten en bedienen ...................108
Starthulp gebruiken ...................183
Stoelpositie .................................. 38
Stoelverstelling ........................7, 39
Storingsindicatielamp ..................76
Stroomtarievenschema............... 134
Stuurbedieningsknoppen .............66
Stuurwiel instellen .......................... 9
Stuurwielverstelling ...................... 66
Symbolen ....................................... 4
T
Tanken ....................................... 147
Te laag brandstofpeil ...................80
Top-Tether-bevestigingsogen ......57
Traction Control .........................121
Traction Control-systeem UIT....... 79
Trekken............................... 149, 186
Typeplaatje ................................ 194
Tijdelijke oplaadmodus annuleren ................................ 134
Tijdelijke oplaadmodus negeren. 134U
Uitlaatgassen ............................. 116
Uitstapverlichting .........................97
Ultrasoonparkeerhulp .................128
USB-poort ..................................... 60
Uw autogegevens ..........................3
V
Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 177
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................42
Velgen en banden .....................172
Verbanddoos ............................... 64
Vergrendelingssysteem ...............28
Verkeersbordherkenning ............132
Verlengingsmodus actieradius ...113
Verlichtingsfuncties....................... 97
Vertraagde uitschakeling stroom 109
Vertraagde vergrendeling .............26
Vervangen van de accu ................20
Verwarmde spiegels ....................32
Verwarming ................................. 40
Verwarming met behulp van de motor ......................................... 20
Verzorging .................................. 187
Verzorging exterieur ..................187
Verzorging interieur ...................189
Voertuig gereed ............................ 80