Page 17 of 710

Uw auto in één oogopslag
6
2
DASHBOARD, OVERSICHT
1. Bedieningshendel verlichting ..........4-136
2. Toetsen afstandsbediening
audiosysteem ..................................4-203
3. Toetsen Bluetooth handsfree- systeem ..........................................4-254
4. Toets Cruise Control ..........................5-57
5. Toetsen bediening LCD-display ........4-70
6. Claxon ..............................................4-56
7. Bestuurdersairbag ............................3-65
8. Bedieningshendel ruitenwissers en - sproeier ....................................4-145
9. Contactslot of toets Engine start/stop ....................................5-6, 5-10
10. Audiosysteem ................................4-202
11. Alarmknipperlichten ......................4-134
12. Verwarmings- en ventilatiesysteem ................4-156, 4-167
13. Voorpassagiersairbag ......................3-65
14. Dashboardkastje............................4-185
ODM012004
❈De werkelijke vorm kan verschillen van de afbeelding.
Page 101 of 710

Stuurwiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-54 . . . . . . . . . . . . . . . 4-54
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-55
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-55
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-56
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-57
Spiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-60 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-60
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-63
Instrumentenpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-67 . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-69
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-70
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-70
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-75
LCD-Display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-76 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-76
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-77
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-79
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-82
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-83 Tripcomputer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-92
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-92
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-93
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-94
Waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . . . 4-97
Parkeerhulp achter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-112 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-112
. . . . . . . . 4-113
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-114
Parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-115 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-116
. . . . . . . . 4-118
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-119
Smart parking assist system (SPAS) . . . . . . . . . 4-120 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-121
. . . . . . . . 4-121
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-124
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-131
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-132
Achteruitrijcamera. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-133
Alarmknipperlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-134
4
Page 133 of 710
Kenmerken van uw auto
34
4
1. Instelling
Ga, om de Smart Tailgate te activeren,
naar de Modus gebruikersinstellingen en
selecteer Smart Tailgate op het LCD-
display. ❈ Zie "LCD-display" in dit hoofdstuk voor
meer informatie.
2. Detectie en waarschuwing
Als u zich in de detectiezone (ongeveer
50 - 100 cm achter de auto) bevindt
terwijl u de Smart Key bij u draagt,
knipperen de alarmknipperlichten en
klinkt de zoemer gedurende ongeveer 3
seconden om te waarschuwen dat de
Smart Key is gesignaleerd en dat de
achterklep open zal gaan.✽✽AANWIJZING
Kom niet in de detectiezone als u niet
wilt dat de achterklep opengaat. Als u
onbedoeld in de detectiezone komt en de
alarmknipperlichten en de zoemer in
werking treden, verlaat dan de
detectiezone met de Smart Key. De
achterklep zal gesloten blijven.
ONC045078
Page 148 of 710

449
Kenmerken van uw auto
Type A Als de bestuurder de sleutel uit het
contact haalt (Smart Key: het contact
uitschakelt) en het bestuurdersportieropent terwijl het schuif-/kanteldak niet
volledig is gesloten, klinkt er gedurende
ongeveer 7 seconden een
waarschuwingszoemer en verschijnt de
melding “Schuifdak open (sunroof open)”
op het LCD-display.
Type B Als de bestuurder de sleutel uit het
contact haalt (Smart Key: het contact
uitschakelt) terwijl het schuif-/kanteldak
niet volledig is gesloten, klinkt er
gedurende ongeveer 7 seconden een
waarschuwingszoemer en verschijnt demelding "Schuifdak geopend" op het
LCD-display.Sluit het schuif-/kanteldak goed wanneer
u de auto verlaat.
Zonnescherm
Het zonnescherm openen
Druk op de toets voor het openen van het
zonnescherm (1).
WAARSCHUWING
Verstel het schuif-/kanteldak of het zonnescherm niet tijdens het
rijden. Hierdoor kunt u de
controle over de auto verliezen
waardoor een ongeluk met
ernstig letsel of schade het
gevolg kan zijn.
Als u goederen op het dak wilt vervoeren met behulp van een
dwarsdrager, kunt u het schuif-
/kanteldak niet gebruiken.
Wanneer u goederen op het dak vervoert, dient u geen zware
voorwerpen boven het schuif-
/kanteldak of het glazen dak teplaatsen.
Laat kinderen niet het schuif-/ kanteldak bedienen.
ODM042029
OPMERKING
Zorg dat er tijdens het rijden geen
bagage door de opening van het
schuif-/kanteldak steekt.
Page 154 of 710

455
Kenmerken van uw auto
Verstelbare stuurkolom
Een verstelbare stuurkolom maakt het mogelijk het stuurwiel af te stellen
voordat u gaat rijden. Daarnaast kunt u
het stuurwiel omhoog kantelen zodat uw
benen meer ruimte hebben bij het in- enuitstappen.
Het stuurwiel moet zo worden afgesteld
dat u een tijdens het rijden een
comfortabele positie achter het stuur
kunt vinden en tegelijkertijd een goed
zicht heeft op de waarschuwingslampjes
en meters/tellers in het instrumenten-paneel.Druk de vergrendeling (1) omlaag, zet
het stuurwiel in de gewenste hoek (2) en
hoogte (3) en trek de vergrendeling weer
omhoog om het stuurwiel te blokkeren.
Stel het stuurwiel af voordat u gaat
rijden.Stuurwielverwarming
(indien van toepassing)
Door op de schakelaar voor de
stuurverwarming te drukken terwijl het
contact in de stand ON staat, wordt de
stuurverwarming ingeschakeld. Het
controlelampje in de schakelaar zal gaan
branden en er verschijnt een melding in
het LCD-display.
Druk nogmaals op de schakelaar om de
stuurwielverwarming uit te schakelen.
Het controlelampje in de schakelaar zal
uitgaan en er verschijnt een melding in
het LCD-display.
WAARSCHUWING
Stel het stuurwiel nooit af tijdens het rijden. Als u dat wel doet, kunt
u de macht over het stuur
verliezen waardoor ongevallen en
letsel veroorzaakt kunnen
worden.
Controleer na het afstellen of het stuurwiel goed vastzit.
ODM042036
ODM042342
Page 156 of 710
457
Kenmerken van uw auto
Flex-stuurwiel
(indien van toepassing)
Het flex-stuurwiel regelt de stuurkracht
afhankelijk van de voorkeur van de
bestuurder of de rijomstandigheden.
U kunt de gewenste stuurmodus
selecteren door de stuurmodustoets in te
drukken.Wanneer de stuurmodustoets wordt
ingedrukt, verschijnt de geselecteerde
stuurmodus op het LCD-display.
Als de stuurmodustoets binnen 4
seconden opnieuw wordt ingedrukt,
verandert de stuurmodus zoals
aangegeven in bovenstaandeafbeeldingen.
Als de stuurmodustoets niet binnen
ongeveer 4 seconden opnieuw wordt
ingedrukt, keert het LCD-display terug
naar het vorige scherm.
ODM042039
■
Type A
■ Type B
ODMEDR2139HO
■
Type C
ODM042040
ODM042044
Page 158 of 710
459
Kenmerken van uw auto
OPMERKING
Voor uw veiligheid zal deweergave op het LCD-display wel
veranderen, maar zal debenodigde stuurkracht nietmeteen veranderen wanneer u tijdens het draaien aan het stuur
op de stuurmodustoets drukt. Nahet draaien aan het stuur zal de benodigde stuurkracht automa-
tisch overeenkomstig degeselecteerd modus wordengewijzigd.
Wees voorzichtig bij het wijzigen van de stuurmodus tijdens het
rijden.
Wanneer de elektrische stuurbekrachtiging niet goedwerkt, zal ook het flex-stuurwiel niet werken.
Page 161 of 710

Kenmerken van uw auto
62
4
1. Bediening van het kompas
Druk de toets van het kompas kort in, de
rijrichting van de auto wordt
weergegeven. Door de toets nogmaals
kort in te drukken wordt de weergave van
het kompas uitgeschakeld.
Weergave rijrichting
- E: Oost
- W: West
- S: Zuid
- N: Noord
bijv.) NE: Noordoost
2. Kalibratieprocedure
Houd de toets 6 tot max. 8 s ingedrukt.
Als het geheugen van het kompas gewist
is, verschijnt er een "C" in het display.
- Maak met een snelheid lager dan 8
km/h een rondje met de auto. Doe dit 2
keer of totdat het kompas een rijrichtingaangeeft.
- Zowel een rondje rechtsom als linksom is mogelijk. Als de kalibratie is voltooid,
geeft het kompas een rijrichting aan.
- Blijf rondjes rijden totdat het kompas een rijrichting aangeeft. 3. Instellen van de kompaszone
1. Zoek op de zonekaart uw actuele
locatie en het desbetreffende
zonenummer op.
2. Houd de toets 3 tot max. 5 s ingedrukt.Het actuele zonenummer verschijnt op
het display.
B520C01JM
EUROPA
B520C03JM
ASIA
B520C04JM
ZUID-AMERIKA
B520C05JM
AFRIKA