
1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
57
1. Toerenteller
2. Controlelamp richtingaanwijzers
3. Controlelamp niet goed gesloten portier
4. "Passagiersairbag OFF"-lamp (Indien gemonteerd)
5. Controlelamp automatische snelheidsregeling (Indien gemonteerd)
6. Kilometertotaalteller/Dagteller/ Boordcomputer (Indien gemonteerd)
7. Controlelamp startblokkering
8. Snelheidsmeter
9. Waarschuwingslamp water in brandstoffilter (Dieselmotor)
10. Waarschuwingscontrolelamp elektronisch stuurbekrachtigings-systeem (EPS) (Indien gemonteerd)
11. Controlelamp voorgloeien (Dieselmotor)
12. Koelvloeistoftemperatuurmeter 13. Gordel-waarschuwingslamp
14. Controlelamp laadstroom
15. Controlelamp oliedruk
16. Controlelamp grootlicht
17. Controlelamp airbag systeem (Indien gemonteerd)
18. Controlelamp remsysteem/aangetrokken handrem
19. Controlelamp elektronische motorregeling (MIL)
20. Controlelamp overdrive uitges-chakeld
(Alleen automatische transmissie)
21. Controlelamp geopende achterklep
22. Benzinemeter
23. Controlelamp ABS (Indien gemonteerd)
24. Controlelamp benzinereserve
25. Controlelampen elektonisch stabiliteitsprogramma (ESP)
(Indien gemonteerd)

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
59
1. Toerenteller
2. Controlelamp richtingaanwijzers
3. Controlelamp oliedruk
4. Controlelamp automatische snelheidsregeling (Indien gemonteerd)
5. Kilometertotaalteller/Dagteller (Indien gemonteerd)
6. Controlelamp airbag systeem (Indien gemonteerd)
7. Controlelamp elektronische motorregeling (MIL)
8. Snelheidsmeter
9. Waarschuwingslamp water in brandstoffilter (Dieselmotor)
10. Controlelamp voorgloeien (Dieselmotor)
11. "Passagiersairbag OFF"-lamp (Indien gemonteerd)
12. Controlelamp niet goed gesloten portier
13. Controlelamp laadstroom
14. Controlelamp remsysteem/aangetrokken handrem 15. Gordel-waarschuwingslamp
16. Controlelamp grootlicht
17. Koelvloeistoftemperatuurmeter
18. Benzinemeter
19. Controlelamp overdrive uitges-chakeld
(Alleen automatische transmissie)
20. Controlelamp benzinereserve
21. Controlelamp startblokkering
22. Controlelamp geopende achterklep
23. Waarschuwingscontrolelamp elektronisch stuurbekrachtigings-systeem (EPS) (Indien gemonteerd)
24. Controlelamp ABS (Indien gemonteerd)
25. Controlelampen elektonisch stabiliteitsprogramma (ESP) (Indien gemonteerd)

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
64
Het blauwe lampje gaat branden
als de koelvloeistoftemperatuur la-
ger is dan 55±3°C. Als het rode
lampje gaat branden, breng dan zosnel mogelijk op een veilige manierde auto tot stilstand en zet de motor uit. Open vervolgens de motorkap en controleer het koelvloeistofniveau (Zie"Als de motor te heet wordt" pagina 3-4) en de aandrijfriem voor de waterpomp. Als u vermoedt dat hetkoelsysteem niet op de juiste wijze werkt, laat dan het koelsysteem zo snel mogelijk door de Hyundai dealercontroleren. N.B.:
Als het rode temperatuurlampje
brandt, dan geeft dit een te hoge temperatuur aan, waardoor de mo- tor zou kunnen beschadigen.
B290A01MC-GXT Koelvloeistof-
temperatuurindicatie
WAARSCHUWING:
Verwijder de radiateurdop niet bij
een warme motor. De koelvloeistof staat onder druk en kan uit hetsysteem spuiten en zo ernstige brandwonden veroorzaken. Wacht totdat de motor is afgekoeld,voordat de radiateurdop wordt verwijderd.
Deze lampjes geven de
koelvloeistoftemperatuur aan als het contactslot op ON is gezet. Het rode lampje gaat branden als de koelvloeistof-temperatuur hoger is dan123±3°C.
!
Als de waarschuwingslamp van het emissie-regelsysteem gaatknipperen, dan is het mogelijk dat de katalysator wordt beschadigd, waardoor hetmotorvermogen lager kan worden. Laat het emissie- regelsysteem zo snel mogelijkdoor de Hyundai dealer controleren (Benzinemotor).
o Als een storing optreedt met betrekking tot de afstelling vande hoeveelheid ingespoten brandstof, dan gaat de waarschuwingslamp emissie- regelsysteem knipperen. Alswordt doorgereden met deze storing, dan kan dit leiden tot een abnormaal vermogensverliesvan de auto (of juist meer vermogen), lawaai en de uitstoot van schadelijke stoffen. Als ditoptreedt, laat dan uw auto controleren door de Hyundai dealer (Dieselmotor).

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
66
B265C01LZ-AXT
Controlelampen elektronischstabiliteitsprogramma (ESP) (Indien gemonteerd)
De controlelampen van het
elektronisch stabiliteitsprogramma treden in werking afhankelijk van de stand van de contactsleutel en of het systeem is ingeschakeld of niet. Ze gaan branden als het contact wordt
aangezet, maar moeten na drieseconden doven. Indien de controlelampen van het ESP of ESP- OFF blijven branden, ga dan naar eengeautoriseerde Hyundai dealer en laat het systeem controleren. Zie hoofdstuk 2 voor meer informatie over het ESP. B260S01MC-GXT
Controlelamp
voorgloeien
(Dieselmotor)
De controlelamp gaat oranje branden
als het contactslot in de "ON" stand wordt gedraaid. De motor kan worden gestart nadat de controlelamp voorhet voorgloeien is gedoofd.
De duur van het branden varieert met
de koelvloeistoftemperatuur, luchttemperatuur en conditie van de accu. N.B.:
Als de motor niet na 10 seconden
start, draai dan de contactsleutel eerst in de stand "LOCK", zet hem vervolgens weer in de "START" stand om het opnieuw te proberen.
! LET OP:
Als de voorgloeilamp blijft branden of gaat knipperen nadat het voorgloeien is voltooid of tijdensde rit, laat dan het systeem zo snel mogelijk door een Hyundai dealer controleren.
LET OP:
Wanneer het stuur voortdurend van aanslag tot aanslag wordt bewogen, zal dit steeds zwaarder gaan omoverbelasting te voorkomen. Dit is een normale situatie, die zich na verloop van tijd zal herstellen.
!
B260T01TB-GXT Waarschuwings- controlelampelectronischestuurbekrachtiging (EPS)
(Indien gemonteerd)
Deze controlelamp gaat gedurende 4 seconden branden nadat de contactsleutel in stand "ON" isgedraaid. Nadat de motor is gestart, dooft de lamp. De lamp gaat ook branden wanneer er een storing is in het EPS. Laat uw auto door een officiële Hyundai-dealer controleren als de lamp tijdens hetrijden gaat branden.

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
77
B350C01MC-GXT Regelbare intervalschakeling van de ruitenwissers Zet de ruitenwisserschakelaar in de stand INT voor de intervalstand. Alsde schakelaar in deze stand staat, kan het interval tussen de wisslagen worden gewijzigd van 1 - 15 seconden
door de ring (1) te draaien. B390A01MC-AXT Ruitenwisser/- Sproeier achter (Indien gemonteerd)
1.
: Als de schakelaar voor de achterruitwisser in deze stand wordt gedrukt, wordt vloeistof op de ruit gespoten en treedtde ruitenwisser in werking.
2.ON : D e achterruitwisser werkt
continu.
3.OFF N.B.:
Bedien de ruitensproeier niet langerdan 15 seconden met een leeg ruitensproeierreservoir; hierdoor kan het systeem beschadigd raken.Bedien de ruitenwisser niet als de ruit droog is; hierdoor kunnen krassen op de ruit ontstaan en zalhet ruitenwisserblad snel slijten.
B350C01MCB390A01MC

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
89
B510A01A-AXT Handmating De buitenspiegel aan bestuurderszijde is van binnenuit verstelbaar. Ditgeschiedt met de regelhefboom aan de voorzijde van de deur. Controleer voor het wegrijden of de buitenspiegelin de juiste stand staat.Controleer voor het wegrijden of despiegels zo zijn afgesteld dat zowellinks als rechts naar achteren en achter de auto kan worden gekeken. Wees als in de spiegels wordt gekekenvoorzichtig bij het inschatten van de afstand tot het achteropkomende verkeer of auto’s naast de eigen auto. BUITENSPIEGEL
OMC025049
B510B01FC-GXT Elektrisch bediende buitenspiegel (Indien gemonteerd) De buitenspiegels kunnen in de gewenste afstand worden afgesteld, zodat zowel achter de auto als links en rechts langs de auto naar achterenkan worden gekeken.Met de keuzeschakelaar voor debuitenspiegelverstelling kan zowel de rechter als de linker buitenspiegel worden afgesteld.
LET OP:
Als de buitenspiegel is
vastgevroren, tracht hem dan niet los te krijgen door middel van de regelhefboom of door de spiegel tebewegen. Gebruik een geschikte spray (geen antivries) om het bevroren mechanisme gangbaar temaken of rijdt de wagen naar een warme plaats.
!
OMC025048

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
93
!
! WAARSCHUWING:
o Controleer altijd dat de motorkap goed vergrendeld is voordat wordt weggereden. Als de motorkap niet is vergrendeld, kan dit tot ongevallen leiden.
o De steunstang moet geheel in de opening in de motorkap wordengeplaatst als de motorruimtewordt gecontroleerd. Hierdoor wordt voorkomen dat de motorkap naar beneden valt enmogelijk verwondingen veroorzaakt.
o Niet rijden met de motorkap omhoog; het zicht wordt belemmerd en de motorkap kanomlaagvallen of beschadigd raken.
ONTGRENDELING KLEP VOOR TANKDOP
B560A01MC-AXT
De klep voor de tankdop kan vanuit
het interieur worden geopend door deze knop omhoog te trekken. N.B.:
Als dit in verband met ijsvorming
niet mogelijk is, tik dan voorzichtig op deze klep, zodat het ijs breekten de klep vrijkomt. Ga hierbij voorzichtig te werk. Indien nodig kan de naad tussen de klep en decarrosserie ook met een ontdooiingsmiddel worden ingespoten (gebruik geen antivriesvoor het koelsysteem).
OMC025017B570A02MC
4. Houd de motorkap open met de steunstang.
Vóór het sluiten van de motorkap moet de motorkapsteun in de klem worden gedrukt, om rammelen te voorkomen. Laat de motorkap zakkentot ongeveer 30 cm boven het slot en laat hem dan vallen. Zorg dat hij goed in het slot valt.
LET OP:
Zorg ervoor dat motorkapsteun islosgemaakt, voordat de motorkap wordt gesloten.

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
120
!
BEHANDELING VAN DE CD'S
B850A01F-AXT Juiste behandeling Behandel de CD zoals aangegeven.
Laat de CD niet vallen. Houd de CD zodanig vast dat geen vinger- afdrukken op het oppervlak komen.Als de CD bekrast is kan de CD overslaan bij het afspelen. Plak geen stickers, papier of plakband op deCD. Schrijf niet op de CD. Beschadigde CD Speel geen beschadigde, vervormde
of gebroken CD's af. Hierdoor kan ernstige beschadiging van het afspeelmechanisme optreden.
Opslaan Berg de CD's, als ze niet gebruikt
worden, op in hun originele doosjes en leg ze op een koele, stofvrije plaats uit de zon.
Pak de CD niet met de hand vast
terwijl de lade in het apparaat wordtgetrokken.
Trek de speler niet uit het dashboard
vlak nadat een CD is aangebracht of de uitwerptoets is ingedrukt. Als despeler wordt verwijder voordat een handeling volledig is uitgevoerd kan de CD beschadigd raken.
Probeer geen CD aan te brengen als
de speler uit het dashboard isverwijderd of de voedingsspanning isuitgeschakeld.
WAARSCHUWING:
Gebruik geen autotelefoon tijdenshet rijden; parkeer de auto op eenveilige plaats bij gebruik van een autotelefoon.
B850A01L
LET OP:
Bij gebruik van een mobiele telefoon of een radiozender in de auto, moet een afzonderlijkeantenne worden gemonteerd. Door
het gebruik van een mobiele telefoon of radiozender met eeninterne antenne, kunnen storingen aan de elektrische installatie van de auto worden veroorzaakt en kande veilige werking van de auto in gevaar komen.
!