
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 3
!
C020A02O-GXT ALVORENS DE MOTOR TE STARTEN Voer alvorens de motor te starten altijd de volgende controles uit:
1. Controleer de wagen op lekke banden, olie- of koelvloeistofle-kkage of andere tekenen vanmogelijke problemen.
2. Controleer of alle ruiten en lampen
schoon zijn.
3. Controleer na het instappen of de
handrem is aangetrokken.
4. Controleer de stand van de achteruitkijkspiegel en de buitens-piegels en controleer of ze schoonzijn.
5. Controleer of de stoel, rugleuning en hoofdsteun in de juiste stand staan.
6. Controleer of alle portieren gesloten zijn.
7. Gesp uw veiligheidsgordel om en controleer of alle inzittenden deveiligheidsgordel hebben omge- gespt.
8. Schakel verlichting en accessoires uit die niet benodigd zijn. C030A02A-GXT START-/CONTACTSLOT MET STUURSLOT De motor starten
o Zet bij de handgeschakelde
versnellingsbak de versnelling- shandel in neutraal en druk hetkoppelingspedaal volledig in.
o Zet bij een automatische
transmissie de keuzehandel in de stand "P" (parkeerstand).
o Draai de contactsleutel in de stand "START" en laat hem los zodra demotor aanslaat. Bedien de startmotor niet langer dan 15 seconden achtereen.
N.B.: Om veiligheidsredenen kan de motor alleen worden gestart als dekeuzehandel in de stand "P" of "N" staat (automatische transmissie).
9. Controleer met de contactsleutel in
de stand "ON" of de betreffende controlelampen branden en of ervoldoende brandstof in de tank aanwezig is.
WAARSCHUWING (ALLEEN DIESELMOTOR):
Om zorg te dragen voor voldoende
vacuum voor de rembekrachtiging bij een koude start, is hetnoodzakelijk de motor na het starten even stationair te laten lopen.
!WAARSCHUWING
Zorg altijd voor degelijk schoeisel
tijdens het rijden met de auto. Het wordt afgeraden schoenen tedragen met hoge hakken of schoenen met een groot loopoppervlak zoals "moon en"snowboots" om te voorkomen dat de pendalen niet goed bediend kunnen worden.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
3

2- 6 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
!
Gele lamp "OFF"
Gele lamp "ON" WAARSCHUWING:
Verzeker u ervan dat de koppeling
volledig is ingetrapt als de motor bij een handgeschakelde auto gestart wordt.
Anders bestaat de mogelijkheid dat
er in of buiten de auto iemandschade oploopt ten gevolge van de voor-of achteruitbeweging vande auto als de koppeling niet geheel is ingetrapt tijdens het starten.
C050B01S-GXT NORMALE STARTPROCEDURE
1. Breng de contactsleutel aan en
gesp de veiligheidsgordel om.
2. Zet de versnellingshandel in
neutraal (handgeschakelde vers- nellingsbak) of de keuzehandel in stand P (automatische trans-missie).
3. Controleer of de controlelampen
en de instrumenten goed werkennadat de contactsleutel in de stand "ON" is gedraaid.
4. Draai, bij voertuigen met een controlelamp voor het voorgloeien, de contactsleutel in de stand "ON".Eerst zal de controlelamp oplichten en daarna doven, hetgeen betekent dat het voor-gloeien heeftplaatsgevonden en de motor kan worden gestart. C050B01HP
N.B.: De groene verlichting zal na een
hepaalde tijd vanzelf doven. Het voorgloeien wordt dan beëindigdom de accu niet onnodig te belasten.
Om de motor te kunnen starten
wanneer de groene verlichting reeds is gedoofd, moet de sleuteleerst weer in de stand "LOCK" worden gedraaid en daarna opnieuw in de stand "ON" zodatde gloeibougies op temperatuur worden gebracht. 5. Draai de contactsleutel in de stand
"Start" en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
6

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 13
!
SC140A1-FX OPMERKINGEN MET
BETREKKING TOT DE REMMEN nat en zal er meer druk op hetrempedaal moeten worden uitgeoefend of trekt de wagen bijhet remmen naar één kant. Druk, om de remmen te drogen, licht op het rempedaal totdat de wagenweer normaal remt. Heeft dit geen resultaat, zet de wagen dan zo snel mogelijk stil en bel uwHyundai dealer voor assistentie.
o Plaats de versnellingshandel niet in neutraal als u bergafwaarts rijdt. Dit kan gevaarlijk zijn. Houd altijd een versnelling ingeschakeld, remde wagen af en schakel vervolgens naar een lagere versnelling zodat op de motor kan worden afgeremd.
o Laat uw voet niet op het rempedaal rusten. Dit kan gevaarlijk zijndoordat de remmen hierdoor teheet kunnen worden en niet meer optimaal functioneren.
o Als u een lekke band krijgt, druk dan licht op het rempedaal. Zodra u voldoende snelheid heeftverminderd en het zonder gevaar mogelijk is, rijd de wagen dan van de weg af en breng hem totstilstand. Als uw wagen is uitgerust met een automatische transmissie laat hem dan niet "kruipen".
WAARSCHUWING:
Plaats geen voorwerpen op de
hoedenplank achter de achterbank. Bij een aanrijding of plotseling afremmen kunnen dergelijkevoorwerpen naar voren schuiven waardoor de wagen wordt bescha- digd of inzittenden verwondingenkunnen oplopen.
o Controleer voor het wegrijden of de
handrem is vrij gezet en de controlelamp voor de handrem niet brandt.
o Bij het rijden in de regen of door water en nadat de wagen isgewassen, kunnen de remmen nat worden. Natte remmen zijngevaarlijk! Natte remmen hebben een langere remweg tot gevolg en de wagen kan naar één kanttrekken. Rij voorzichtig als u vermoedt dat de remmen nat zijn. Wanneer de wagen niet normaalremt, zijn de remmen waarschijnlijk Vermijd dit door uw voet op het rempedaal te houden wanneer de wagen tot stilstand is gekomen.
o Wees voorzichtig bij het parkeren
op een helling. Trek de handremaan en plaats de keuzehandel in stand "P" (automatische trans- missie) of in de eerste of achteruitversnelling (handgeschakelde versnelling-sbak). Als u de wagen op een helling parkeert, draai dande voorwielen in een zodanige stand dat de wagen niet kan wegrollen. Leg zonodig blokkenvoor of achter de wielen.
o Een aangetrokken handrem kan vastvriezen. Deze kans isaanwezig wanneer zich sneeuw of ijs om of bij de achterremmen heeft opgehoopt of als de remmennat zijn. Als u denkt dat deze kans aanwezig is, zet de wagen dan tijdelijk op de handrem en zet deversnellingshandel in neutraal resp. Bij automatische transmissie in stand "P". Blokkeer deachterwielen zodat de wagen niet kan wegrollen. Zet daarna de handrem vrij.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
13

2- 14 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
!
o Een voertuig met een automatische
versnellingsbak mag nooit met de voet op het gaspedaal tot stilstandgehouden worden op een helling. Gebruik daar altijd de rem of handrem voor.
C120A01FC-AXT ANTIBLOKKEERSYSTEEM (ABS) (Indien gemonteerd)
Het antiblokkeersysteem (ABS) is ontworpen om, tijdens plotseling remmen of bij gevaarlijke wegom-standigheden, het blokkeren van een wiel te voorkomen. Een regeleenheid registreert de snelheid van het wiel en controleert de druk naar iedere rem. Op deze wijze zal, in een noodsituatie of bijeen glad wegdek het anti-blok keersysteem de controle over het voertuig tijdens het remmenverbeteren. N.B.:
o Er kan een klik-geluid in de motorruimte worden gehoord alsde auto begint te bewegen, nadatde motor is gestart. Dit is normaal en geeft aan dat het anti- blokkeersysteem (elektronischestabiliteitsregeling) op de juiste wijze werkt.
o Indien het antiblokkeersysteem (ABS) (ESP) in werking treedt, kan in het rempedaal een lichtereactie gevoeld worden, tijdens het remmen. Ook is een klikkend geluid in het motorcompartiment onder het rijden waarneembaar. Dit zijn normale verschijnselen ten teken dat uw antiblokkeersysteem goedfunctioneert. WAARSCHUWING:
Het ABS(ESP) voorkomt geen ongeluk-ken als gevolg van onjuist en gevaarlijk rijgedrag. Zelfs al isde beheersing van de auto tijdens noodremmingen verbeterd, toch moet altijd een veilige afstandworden aangehouden.Onder extreme wegomstandighedenmoet de snelheid altijd wordenverminderd.Onder de volgende omstandig-heden kan de remweg voor auto's met ABS(ESP) zelfs langer zijn dan voor auto's zonder ABS(ESP).
o Op wegen met een ruwe wegdek of als ze zijn bedekt met grind ofsneeuw.
o Bij het rijden met sneeuwket- tingen.
o Op wegen waar kuilen in het
wegdek aanwezig zijn of waar dehoogte van het wegdek ongelijk is.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
14

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 15
Op deze wegen moet met
verminderde snelheid worden gereden.
De veiligheidsvoorzieningen van
een auto met ABS(ESP) mogen nietworden uitgeprobeerd bij hoge snelheid of in bochten. Hierdoorkan de veiligheid van uzelf of van anderen in gevaar komen.Het is geen vervanging voor een veilige rijstijl. Factoren zoals snelheid, de conditie van de weg en de manierwaarop de bestuurder de auto bestuurt, zijn van invloed op de mate waarin het ESP kan voorkomen dat decontrole wordt verloren. Het blijft uw verantwoordelijkheid om met redelijke snelheden te rijden en bochten tenemen en een ruime veiligheidsmarge in acht te nemen.
LET OP:
Als wordt gereden met eenafwijkende velg- of bandenmaat is het mogelijk dat het ESP niet juistwerkt. Als banden worden vervangen, zorg er dan voor dat deze dezelfde maat hebben als deoude banden.
!
C310A01JM-AXT ELEKTRONISCHE STABILITEITSREGELING(ESP) (Indien gemonteerd) De elektronische stabiliteitsregeling
(ESP: Electronic Stability Program) dient voor het stabiel houden van deauto in bochten. Het ESP controleert waar u heen stuurt en waar de auto in werkelijkheid heengaat.
ESP bedient de remmen van de
afzonderlijke wielen en regelt hetmotormanagementsysteem, zodat deauto stabiel blijft.
De elektronische stabiliteitsregeling
(ESP) is een elektronisch systeem dat de bestuurder helpt bij het onder controle houden van de auto onderkritische omstandigheden. C310A01TB
TB holl-2.p65
7/9/2007, 11:55 AM
15

2- 16 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
C310B01JM-AXT ESP AAN/UIT Als het ESP actief is, dan knippert de ESP-lamp in het instrumentenpaneel.Als de regeling wordt uitgeschakeldm.b.v. de ESP-schakelaar, dan gaat de ESP-OFF-lamp continu branden. Als het ESP is uitgeschakeld, dankan de stabiliteitsregeling niet geactiveerd worden. Pas daarom uw rijstijl aan. Druk voor het inschakelenvan de regeling opnieuw de schakelaar in. De ESP-OFF-lamp moet nu doven. N.B.: Het ESP wordt automatisch weer ingeschakeld nadat de motor isuitgezet en opnieuw is gestart. C310D01JM-AXT Controle- en waarschuwingslampen De lampen moeten gaan branden als de contactsleutel op "ON" of "START" is gezet. Vervolgens moeten de lampen na drie seconden doven.Laat de auto controleren door eenHyundai dealer als de lampen nietgaan branden of de ESP- of ESP- OFF-lamp niet na 3 seconden uitgaat. Als een storing optreedt tijdens de rit, dan wordt dit aangegeven door eenbrandende ESP-OFF-lamp.Als de ESP-OFF-lamp brandt, parkeeruw auto dan op een veilige plek enzet de motor uit.Start vervolgens de motor opnieuw encontroleer of de ESP-OFF-lamp dooft. Als de lamp blijft branden nadat de motor is gestart, laat dan uw auto door een Hyundai dealer controleren.
!WAARSCHUWING:
De elektronische stabiliteitsregeling is alleen een hulpmiddel; alle normale voorzorgsmaatregelen bijhet rijden in slecht weer of op een wegdek met weinig grip moeten in acht worden genomen.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
16

2- 18 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
SC170A1-FX RIJDEN ONDER WINTERSE OM-
STANDIGHEDEN
Strenge, winterse omstandigheden
hebben een grotere slijtage en andereproblemen tot gevolg. Volg de onderstaande richtlijnen op om dewinter probleemloos door te komen.
SC170B1-FX Rijden in sneeuw of op ijs Voor het rijden in diepe sneeuw kan
het nodig zijn sneeuwbanden of sneeuwkettingen te gebruiken. Alssneeuwbanden nodig zijn moet worden gekozen voor dezelfde maat en type als de originele fabrieks-banden. Als dit advies niet wordt opgevolgd kan dat een nadelige invloed op de veiligheid en hetrijgedrag tot gevolg hebben. Hoge snelheden, snel accelereren, krachtig afremmen en scherpe bochtenmoeten worden vermeden. Maak tijdens het afremmen zoveel mogelijk gebruik van het remvermogen van demotor. Remmen op sneeuw of ijs heeft tot gevolg dat uw wagen in een SC170C1-FX Koelvloeistof Het koelsysteem van uw Hyundai is gevuld met ethyleenglycol. Gebruik geen andere koelvloeistof aangezien ethyleenglycol corrosie van hetkoelsysteem tegengaat, uw water- pomp smeert en bevriezing voorkomt. Het systeem moet worden bijgevuldovereenkomstig het onderhoud- soverzicht in hoofdstuk 5. Laat voor de winter de koelvloeistof controlerenm.b.t. het vriespunt.
slip raakt. Houd voldoende afstand ten opzichte van uw voorliggers. Druk het rempedaal gelijkmatig in. N.B.: Sneeuwkettingen zijn niet altijd wettelijk toegestaan. Raadpleeg de geldende wettelijke bepalingen voor het monteren vansneeuwkettingen.
SC160A1-FX BOCHTEN Vermijd remmen of schakelen in
bochten, vooral op natte wegen. Dit voorkomt overmatige bandenslijtage.
o Rijd niet met een te laag of een te
hoog motortoerental. Rijdt u telangzaam in een hoge versnelling,dan heeft dit tot gevolg dat de motor te zwaar wordt belast. Schakel tijdig een lagere versnellingin. Vermijd een te hoog toerental door de aanbevolen schakels- nelheden aan te houden.
o Gebruik de airconditioning niet
onnodig. De airconditioning wordtbediend door de motor waardoor bij gebruik van de airconditioning het brandstofverbruik toeneemt.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
18

IN GEVAL VAN PECH 3- 11
HTB151
HTB150
D060I01E-GXT
8. Wagen laten zakken en
wielmoeren vastzetten
D060J01FC-GXT NADAT EEN WIEL IS VERWIS-
SELD
Laat de auto zakken door de
wielmoersleutel linksom te draaien. Breng vervolgens de wielmoersleutelaan zoals in de afbeelding is te zien en zet de wielmoeren vast. Let er op dat de dop van de wielmoersleutelgoed op de moer zit. Zet de wielmoeren kruislings vast en controleer nogmaals of ze goed zijnaangetrokken.
Laat na het verwisselen van een wiel
de wielmoeren zo snel mogelijk methet juiste aantrekkoppel natrekken. Breng altijd de ventieldop aan nadat u
de bandenspanning heeftgecontroleerd of gewijzigd. Als dedop niet wordt aangebracht kan de kern van het ventiel door vuil of vocht beschadigen waardoor de bandlangzaam spanning verliest. Raakt u een ventieldop kwijt, vervang hem dan zo snel mogelijk. Aantrekkoppel wielmoeren Stalen velgen en lichtmetalen velgen
9-11 kgm. Breng na het vervangen van een wiel altijd het wiel met de lekke band en de gereedschappen aan op hun plaatsin de bagageruimte
D080A01O-GXT ALS UW AUTO MOET WORDEN
GESLEEPT
Als uw auto moet worden gesleept,
laat dit dan doen door uw Hyundai dealer of door een gespecialiseerde autosleepdienst. Zo voorkomt u dat uw auto beschadigd raakt tijdens het slepen. Bovendien zijn professionele sleepdiensten op de hoogte van deplaatselijke regels ten aanzien van slepen. In ieder geval is het belangrijk dat u deze informatie overhandigt aande chauffeur van de sleepwagen, om schade aan uw auto te voorkomen. Er moet een systeem metveiligheidskettingen worden gebruikt, en alle plaatselijke wetten moeten in acht worden genomen.
Het verdient aanbeveling dat uw auto
wordt gesleept met een wiellift enverrijdbare plateaus of op een auto-ambulance met alle wielen van de grond.
TB holl-3.p65 7/9/2007, 11:55 AM
11