
1102-1. Instrumentenpaneel
*1: Dit lampje brandt op het multi-informatie-display en er wordt een melding weerge-
geven.
*2: Afhankelijk van de bedr ijfscondities wijzi-
gen de kleur en de status (branden/knip-
peren) van het controlelampje.
*3: Het lampje gaat branden wanneer het systeem wordt uitgeschakeld.
Controlelampje LTA
*2
(indien aanwezig)
( → Blz. 346)
Controlelampje LDA
*2
(indien aanwezig)
( → Blz. 354)
Controlelampje Toyota
Parking Assist-sensor
OFF
*3, 4 (indien aanwezig)
( → Blz. 407)
Controlelampje PKSB
OFF
*3, 5 (indien aanwezig)
( → Blz. 414)
(Knippert) Controlelampje Traction
Control
*5 (
→ Blz. 446)
Controlelampje VSC
OFF
*3, 5 ( → Blz. 447)
Waarschuwingslampje
PCS
*3, 5 (indien aanwezig)
( → Blz. 335)
BSM-indicatoren in de
buitenspiegels
*5, 6 (indien
aanwezig) ( →Blz. 390)
Controlelampje BSM
(indien aanwezig)
( → Blz. 390)
Controlelampje RCTA
OFF
*3, 5 (indien aanwezig)
( → Blz. 390)
Controlelampje Stop &
Start-systeem
*5 (indien
aanwezig) ( →Blz. 428)
Controlelampje uitgescha-
keld Stop & Start-sys-
teem
*3, 5 (indien aanwezig)
( → Blz. 429)
Controlelampje stand-
bystand Brake Hold-sys-
teem
*5 ( → Blz. 306)
Controlelampje Brake
Hold-systeem in werking
*5
( → Blz. 306)
Controlelampje antidiefstal-
systeem ( →Blz. 76, 101)
Controlelampje lage
buitentemperatuur
*7
( → Blz. 113, 118)
ECO-controlelampje
*5
(indien aanwezig)
( → Blz. 124)
Waarschuwingslampje
parkeerrem ( →Blz. 303)
Controlelampje auto EPB
OFF
*3, 5 (indien aanwezig)
( → Blz. 303)
Controlelampje ECO-
rijmodus ( →Blz. 436)
Controlelampje SPORT-
modus ( →Blz. 436)
Controlelampje modus
MUD & SAND (indien aan-
wezig) ( →Blz. 438)
Controlelampje modus
ROCK & DIRT (indien aan-
wezig) ( →Blz. 438)
Controlelampje SNOW-
modus (indien aanwezig)
( → Blz. 441)
Controlelampje Downhill
Assist Control
*5 (indien
aanwezig) ( →Blz. 442)
Controlelampje PASSEN-
GER AIR BAG
*5, 8 (indien
aanwezig) ( →Blz. 40)
pM_RAV4_OM_OM42D20E_(EE).book Page 110 Friday, August 7, 2020 1:15 PM

1282-1. Instrumentenpaneel
■ PKSB (Parking Support
Brake System) (indien aanwezig)
(→Blz. 413)
Hiermee kunt u de Parking Support
Brake-functie in- of uitschakelen.
■ RSA (Road Sign Assist)
(indien aanwezig) ( →Blz. 358)
Hiermee kunt u de volgende zaken
instellen.
Road Sign Assist aan/uit
Hiermee kunt u het RSA-systeem in- of uit-
schakelen.
“Notification method” (meldingsme-
thode)
Hiermee kunt u elke meldingsmethode die
wordt gebruikt om de bestuurder te waar-
schuwen wanneer het systeem een te hoge
snelheid, een verkeers bord voor een inhaal-
verbod of een verkeersbord voor verboden
in te rijden signaleert, wijzigen.
“Notification Level” (meldingsniveau)
Hiermee kunt u elk meldingsniveau dat
wordt gebruikt om de bestuurder te waar-
schuwen wanneer het systeem een ver-
keersbord met een snelheidslimiet
signaleert, wijzigen.
■DRCC (RSA) (indien aanwezig)
(→Blz. 370)
Hiermee kunt u de Dynamic Radar
Cruise Control met Road Sign Assist in-
of uitschakelen.
■ Voertuiginstellingen
PBD (elektrisch bedienbare
achterklep) (indien aanwezig)
(→Blz. 171)
Hiermee kunt u de volgende zaken instellen.
• Systeeminstellingen
Hiermee kan de functie elektrisch bedien-
bare achterklep worden in- of uitgeschakeld. • “Hands Free” (handsfree)
*
Hiermee kunt u de handsfree elektrisch
bedienbare achterklep in- of uitschakelen.
• “Opening Adjustment” (aanpassen ope-
ning)
Selecteer de positie openen wanneer de
elektrisch bedienbare achterklep geheel is
geopend.
•“Volume”
Hiermee kunt u het volume instellen van de
zoemer die klinkt wanneer de elektrisch
bedienbare achterklep in werking is.
*: Auto's met handsfree elektrisch bedien- bare achterklep
(Stop & Start-systeem) (indien
aanwezig) ( →Blz. 428)
Hiermee kunt u de werkingsduur van het
Stop & Start-systeem instellen als de aircon-
ditioning is ingeschak eld met de aircoscha-
kelaar.
“TPWS” (bandenspanningswaar-
schuwingssysteem) (indien aanwe-
zig) ( →Blz. 572)
• “Set Pressure” (stel bandenspanning in)
Hiermee kan het bandenspanningswaar-
schuwingssysteem worden geïnitialiseerd.
• “Change Wheel” (wielen wijzigen)
Hiermee kunt u de ingestelde identificatie-
code van de sensor van het bandenspan-
ningswaarschuwingssyste em wijzigen. Om
deze functie te kunnen inschakelen moet
een tweede set identificatiecodes van de
sensoren van het bandenspanningswaar-
schuwingssysteem door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uit-
geruste deskundige worden geregistreerd.
Neem voor meer informatie over het wijzigen
van de geregistreerde identificatiecode con-
tact op met een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste des-
kundige.
pM_RAV4_OM_OM42D20E_(EE).book Page 128 Friday, August 7, 2020 1:15 PM

2824-1. Voordat u gaat rijden
■Acceleratie/stuurcom-
mando's/bochtengedrag
In te krappe bochten kan de aanhang-
wagen de auto raken. Reduceer uw
snelheid voordat u een bocht nadert en
neem bochten met een zodanige snel-
heid dat plotseling remmen niet nodig
is.
■Belangrijke punten met betrek-
king tot het aans nijden van boch-
ten
De wielen van de aanhangwagen
maken een krappere bocht dan de wie-
len van de auto. Snijd bochten daarom
ruimer aan dan u zou doen als u niet
met een aanhangwagen rijdt.
■Belangrijke punten met betrek-
king tot de stabiliteit
Een slecht wegdek en krachtige zijwind
zullen de wegligging en het rijgedrag
beïnvloeden. Ook bij het inhalen van
bussen of grote vrachtwagens of het
ingehaald worden door dergelijke voer-
tuigen, kunnen de aanhangwagen en
de auto gaan slingeren. Kijk bij het rij-
den langs dergelijke voertuigen veelvul-
dig in uw spiegels. Verminder vaart
door voorzichtig het rempedaal in te
trappen zodra u ziet dat de aanhang-
wagen gaat slingeren. Houd tijdens het
remmen het stuurwiel altijd in de recht-
uitstand.
■Passeren van andere auto's
Houd rekening met de totale lengte van
uw auto en de aanhangwagen en zorg
ervoor dat er voldoende tussenafstand
is voordat u van rijstrook verandert.
■Informatie over de transmissie
Auto's met automatische transmissie
Rijd teneinde effectief op de motor te
kunnen blijven afremmen niet in stand
D. In de S-modus moet de selectiehen-
del in stand 6 of lager staan.
(→Blz. 290)
Auto's met Multidrive CVT
Rijd niet in stand D teneinde effectief op
de motor te kunnen blijven afremmen.
(→Blz. 294)
Auto's met handgeschakelde trans-
missie
Om maximaal te kunnen profiteren van
de motorremwerking en de laadstroom
tijdens het afremmen op de motor, mag
de transmissie niet in de 5e versnelling
of hoger staan. ( →Blz. 299)
■Als de motor oververhit raakt
Het rijden met een aanhangwagen op
een lange, steile helling bij buitentem-
peraturen hoger dan 30°C kan ertoe lei-
den dat de motor oververhit raakt. Als
de koelvloeistoftemperatuurmeter aan-
geeft dat de motor oververhit raakt,
schakel dan direct de airconditioning uit
en breng de auto op een veilige plaats
tot stilstand. ( →Blz. 661)
■Bij het parkeren
Plaats altijd wielblokken onder de wie-
len van de auto en de aanhangwagen.
Zorg ervoor dat de auto goed op de
parkeerrem staat en zet de selectiehen-
del in stand P bij auto's met automati-
sche transmissie en Multidrive CVT en
in stand 1 of R bij auto's met handge-
schakelde transmissie.
pM_RAV4_OM_OM42D20E_(EE).book Page 282 Friday, August 7, 2020 1:15 PM

2904-2. Rijprocedures
*: Indien aanwezig
*1: In stand D kiest het systeem de voor de rijomstandigheden meest geschikte ver-
snelling. Bij normaal rijden wordt stand D
aangeraden.
*2: Alleen auto's met paddle shift-schake-laars: door het selecteren van schakelbe-
reiken in stand D kan er passend op de
motor geremd worden. ( →Blz. 292)
*3: Het selecteren van een schakelpro-
gramma in stand S verlaagt het maxi-
male toerental in de verschillende
versnellingen, beïnvloedt het afremmen
op de motor en voorkomt onnodig
opschakelen.
■Wanneer er wordt gereden met inge-
schakelde Dynamic Radar Cruise Con-
trol met volledig snelheidsbereik of
cruise control (indien aanwezig)
Ook wanneer de volgende handelingen wor-
den uitgevoerd met als doel op de motor af te
remmen, wordt er niet op de motor afgeremd
omdat de Dynamic Radar Cruise Control met
volledig snelheidsbereik of cruise control niet
wordt uitgeschakeld.
●Als er tijdens het rijden in stand D* of S
wordt teruggeschakeld naar 7, 6, 5 of 4.
( → Blz. 292, 293)
●Als de sportmodus wordt ingeschakeld tij-
dens het rijden in stand D. ( →Blz. 436)
*: Alleen auto's met paddle shift-schakelaars
■Als “High Transmission Fluid Temp See
Owner’s Manual” (temperatuur trans-
missievloeistof hoog, raadpleeg hand-
leiding) wordt weergegeven op het
multi-informatiedisplay (AWD-uitvoerin-
gen)
Schakel stand D in
* en laat het gaspedaal los
om de rijsnelheid te verlagen. Breng de auto
op een veilige plaats tot stilstand, zet de
selectiehendel in stand P en laat de motor
stationair draaien totdat de waarschuwings-
melding verdwijnt.
*: Zet de selectiehendel tijdens het rijden in de normale stand D ( →Blz. 292) als er in
stand D een schakelbereik is geselecteerd.
(alleen auto's met paddle shift-schake-
laars)
Wanneer de waarschuwingsmelding is ver-
dwenen, kunt u weer gaan rijden.
Laat de auto controleren door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uit-
geruste deskundige wanneer de waarschu-
wingsmelding niet verdwijnt na enige tijd.
■Beperken plotseling wegrijden (wegrij-
regeling)
→ Blz. 266
■AI-SHIFT-functie
De AI-SHIFT-functie schakelt automatisch de
passende versnelling in, in overeenstemming
met de handelingen van de bestuurder en de
rijomstandigheden.
De AI-SHIFT-functie is automatisch geacti-
veerd als de selectiehendel in stand D staat.
(De functie wordt uitgeschakeld als de selec-
tiehendel in stand S wordt gezet.)
Automatische transmissie*
Selecteer de schakelstand op
basis van uw doel en de situatie.
Doel en functie van de
schakelstanden
Schakel-
stand Doel of functie
PParkeren van de auto/starten van de motor
RAchteruit
NNeutraalstand
DNormale rijmodus*1, 2
SRijden in S-modus*3
(→ Blz. 293)
pM_RAV4_OM_OM42D20E_(EE).book Page 290 Friday, August 7, 2020 1:15 PM

295
4
4-2. Rijprocedures
Rijden
■Wanneer er wordt gereden met inge-
schakelde Dynamic Radar Cruise Con-
trol met volledig snelheidsbereik of
cruise control (indien aanwezig)
Ook wanneer tijdens het rijden in stand D de
sportmodus wordt ingeschakeld met als doel
op de motor af te remmen, wordt er niet op
de motor afgeremd omdat de Dynamic Radar
Cruise Control met volledig snelheidsbereik
of de cruise control niet wordt uitgeschakeld.
( → Blz. 436)
■Als “Transmission Oil Temp. High Stop
in a Safe Place See Owner’s Manual”
(temperatuur transmissievloeistof te
hoog. Breng auto op veilige plaats tot
stilstand. Raadpleeg handleiding) wordt
weergegeven op het multi-informatie-
display
Schakel stand D in
* en laat het gaspedaal los
om de rijsnelheid te verlagen. Breng de auto
op een veilige plaats tot stilstand, zet de
selectiehendel in stand P en laat de motor
stationair draaien totdat de waarschuwings-
melding verdwijnt.
*: Zet de selectiehendel tijdens het rijden in
de normale stand D ( →Blz. 297) als er in
stand D een versnelling is geselecteerd.
(alleen auto's met paddle shift-schake-
laars)
Wanneer de waarschuwingsmelding is ver-
dwenen, kunt u weer gaan rijden.
Laat de auto controleren door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uit-
geruste deskundige wanneer de waarschu-
wingsmelding niet verdwijnt na enige tijd.
■Beperken plotseling wegrijden (wegrij-
regeling)
→ Blz. 266
■G AI-SHIFT-functie
De G AI-SHIFT-functie schakelt automatisch
een passende versnelling in voor sportief rij-
den overeenkomstig de handelingen van de
bestuurder en de rijomstandigheden. De G
AI-SHIFT-functie werkt automatisch wan-
neer de selectiehendel in stand D staat en de
sportmodus is geselecteerd als rijmodus. (De
functie wordt uitgeschakeld als de normale
modus wordt geselecteerd of de selectiehen-
del in stand M wordt gezet.)
Houd, terwijl het contact AAN
staat, het rempedaal ingetrapt
* en zet
de selectiehendel in een andere stand
terwijl u de ontgrendelknop van de
schakelblokkering ingedrukt houdt.
Zet de selectiehendel in een
andere stand terwijl u de ontgrendel-
knop van de schakelblokkering inge-
drukt houdt.
WAARSCHUWING
■Rijden op glad wegdek
Niet abrupt accelereren of schakelen.
Door plotseling afremmen op de motor kan
de auto in een slip raken, wat kan leiden
tot een ongeval.
Bedienen van de selectiehendel
pM_RAV4_OM_OM42D20E_(EE).book Page 295 Friday, August 7, 2020 1:15 PM

3324-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
●Als in de volgende situaties de situatie is gewijzigd (of enige tijd met de auto is gereden) en
wordt gesignaleerd dat weer aan de normale werkingsvoorwaarden wordt voldaan, verdwijnt
de melding en werkt het systeem weer normaal.
Neem, als de melding niet verdwijnt, contact op met een erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar behoren ge kwalificeerde en uitgeruste deskundige.
• Als de temperatuur rondom de camera voor niet binnen het werkingsbereik ligt, bijvoorbeeld
doordat de auto in de zon of een zeer koude omgeving staat
• Als de camera voor geen objecten voor de auto kan detecteren, zoals 's nachts op een onverlichte weg, bij sneeuw, bij mist of als er fel licht in de camera voor schijnt
SituatieHandelingen
Als het gedeelte rondom een sensor bedekt is
met vuil, vocht (condens, ijs, enz.) of andere
verontreinigingenMaak om het gedeelte van de voorruit voor de
camera voor te reinigen gebruik van de ruiten-
wissers of de voorruitverwarming van het air-
conditioningsysteem ( →Blz. 513, 518).
Als de temperatuur rondom de camera voor
niet binnen het werkingsbereik ligt, bijvoor-
beeld doordat de auto in de zon of een zeer
koude omgeving staat
Als de camera voor heet is, bijvoorbeeld door-
dat de auto in de zon heeft gestaan, maak dan
gebruik van de airconditioning om het
gedeelte rondom de camera voor af te koelen.
Als bij het parkeren van de auto gebruik is
gemaakt van een zonnescherm, kan bij
bepaalde typen zonnescherm door het zon-
licht dat door het oppervlak ervan wordt gere-
flecteerd de temperatuur van de camera voor
extreem hoog oplopen.
Als de camera voor koud is, bijvoorbeeld
doordat de auto in een zeer koude omgeving
heeft gestaan, maak dan gebruik van het air-
conditioningsysteem om het gedeelte rondom
te camera voor op te warmen.
Het gedeelte vóór de camera voor wordt afge-
dekt, bijvoorbeeld doordat de motorkap is
geopend of doordat een sticker op het
gedeelte van de voorruit vóór de camera voor
is geplakt.
Sluit de motorkap, verwijder de sticker, enz.,
zodat de camera voor niet meer wordt afge-
dekt.
pM_RAV4_OM_OM42D20E_(EE).book Page 332 Friday, August 7, 2020 1:15 PM

4084-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
■Het systeem kan worden geactiveerd
wanneer
●Het contact AAN staat.
●De Toyota Parking Assist-sensor is inge-
schakeld.
●De rijsnelheid lager is dan ongeveer 10
km/h.
●De selectiehendel in een andere stand dan
P staat.
■Als “Parking Assist Unavailable Clean
Parking Assist Sensor” (Parking Assist
niet beschikbaar, reinig Parking Assist-
sensor) wordt weergegeven op het
multi-informatiedisplay
Mogelijk is een van de sensoren bedekt met
bijvoorbeeld ijs, sneeuw of vuil. Verwijder dit
van de sensor om te zorgen dat het systeem
weer normaal werkt.
Ook wordt er bij lage temperaturen mogelijk
een waarschuwingsmelding weergegeven
doordat zich ijs vormt op een sensor en een
sensor daardoor mogelij k geen obstakels sig-
naleert. Zodra het ijs smelt, zal het systeem
weer normaal werken.
Als er een waarschuwingsmelding wordt
weergegeven terwijl de sensor schoon is, is
er mogelijk een storing aanwezig in de sen-
sor. Laat de auto nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uit-
geruste deskundige.
■Als “Parking Assist Unavailable” (Par-
king Assist niet beschikbaar) wordt
weergegeven op het multi-informatie-
display (auto's met PKSB)
●Er kan continu water over de sensor stro-
men, zoals bij zware regenval. Als het sys-
teem signaleert dat de toestand weer
normaal is, zal het systeem weer normaal
werken.
●Mogelijk is het systeem na het losnemen
en weer aansluiten van een accuklem niet
geïnitialiseerd. Initialiseer het systeem.
( → Blz. 408)
Als deze melding na de initialisatie nog
steeds wordt weergegeven, laat de auto
dan controleren door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige.
■Als een accuklem is losgenomen en
weer is aangesloten (auto's met PKSB)
Het systeem moet worden geïnitialiseerd.
Rijd om het systeem te initialiseren gedu-
rende ten minste 5 seconden recht vooruit
met een snelheid van ongeveer 35 km/h of
hoger.
■Detectie-informatie sensoren
●Het detectiegebied van de sensoren is
beperkt tot het gebied rond de voor- en
achterbumper van de auto.
●Tijdens het gebruik kunnen zich de vol-
gende situaties voordoen:
• Afhankelijk van de vorm van het object en andere factoren kan de detectieafstand
korter worden of kan detectie niet mogelijk
zijn.
• Tussen het signaleren van een statisch object en de weergave zit een kleine ver-
traging (geluid waarschuwingszoemer).
Ook als er met lage snelheid wordt gere-
den, bestaat de mogelijkheid dat het object
binnen 30 cm van de sensoren komt voor-
dat het display wordt weergegeven en de
waarschuwingszoemer hoorbaar is.
• Het kan moeilijk zijn om de zoemer te horen als het audiosysteem hard staat of
als de luchtcirculati e van de airconditioning
veel geluid produceert.
• Het kan moeilijk zijn om de geluidssignalen te horen ten gevolge van geluiden van
andere systemen.
WAARSCHUWING
●Als het display knippert of continu wordt
weergegeven en er geen zoemer klinkt,
behalve wanneer het geluid is gedempt.
■Opmerkingen bij het wassen van de
auto
Stel de omgeving van de sensoren niet
bloot aan sterke waterstralen of stoom.
Anders kan de sensor defect raken.
●Spuit bij het wassen van de auto met
een hogedrukreiniger niet rechtstreeks
op de sensoren, omdat dit er toe kan lei-
den dat een sensor niet meer goed
werkt.
●Richt bij het wassen van de auto met
stoom de stoom niet rechtstreeks op de
sensoren, omdat dit er toe kan leiden
dat een sensor niet meer goed werkt.
pM_RAV4_OM_OM42D20E_(EE).book Page 408 Friday, August 7, 2020 1:15 PM

4264-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
●Voertuigen vlak bij uw auto die plotseling
accelereren of decelereren
●Vangrails, muren, bebording, geparkeerde
auto's en vergelijkbare stilstaande objec-
ten
*
●Kleine motorfietsen, fietsen, voetgangers,
enz.*
●Voertuigen die van de auto af bewegen
●Voertuigen die naderen vanuit parkeer-
ruimtes naast uw auto*
●Objecten die zich zeer dicht bij een radar-
sensor bevinden*
●Voertuigen die de auto van rechts of links
achter de auto naderen met een snelheid
van minder dan ongeveer 8 km/h
●Voertuigen die de auto van rechts of links
achter de auto naderen met een snelheid
van meer dan ongeveer 24 km/h
*: Afhankelijk van de omstandigheden wordt er mogelijk een auto en/of object gesigna-
leerd.
■Omstandigheden waaronder het sys-
teem mogelijk werkt, zelfs als er geen
kans op een aanrijding is
Onder sommige omstandigheden, zoals de
onderstaande, werkt de Parking Support
Brake-functie (voor voertuigen die achter-
langs rijden) mogelijk zelfs als er geen kans
op een aanrijding is.
●Wanneer de parkeerplaats uitkijkt op een
straat en er auto's over die straat rijden
●Wanneer een gesignaleerde naderende
auto een bocht maakt
●Wanneer een voertuig uw auto van opzij
passeert
●Wanneer de afstand tussen uw auto en
metalen objecten, zoals een vangrail,
muur, verkeersbord of geparkeerde auto,
die mogelijk elektrisc he golven richting de
achterzijde van de auto reflecteren, kort is
●Als er zich ronddraaiende objecten, zoals
een ventilator van een airco-unit, in de
buurt van de auto bevinden
●Als er water op de achterbumper spat of
gespoten wordt, bijvoorbeeld van een
sproeier
■Situaties waarin de Parking Support
Brake-functie (voor voertuigen die ach-
terlangs rijden) mogelijk niet goed
werkt
In bepaalde situaties, zoals de onderstaande,
signaleren de radarsensoren een object
mogelijk niet en werkt deze functie mogelijk
niet goed
pM_RAV4_OM_OM42D20E_(EE).book Page 426 Friday, August 7, 2020 1:15 PM