
189
In geval van pech
8De krik mag uitsluitend worden gebruikt
voor het verwisselen van een wiel met
een beschadigde band.
Gebruik niet een andere krik dan de door de
fabrikant geleverde krik.
Als de auto niet is voorzien van de
originele krik, neem dan contact op met het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats, om de door de fabrikant
voorgeschreven krik aan te schaffen.
De krik voldoet aan de Europese regelgeving
zoals deze is vastgelegd in de Richtlijn
2006/42/EG over machines.
De krik is onderhoudsvrij.
Beschikbaar gereedschap
1. Wielblok om het wegrollen van de auto te
voorkomen (afhankelijk van de uitvoering) 2.
Dop voor het verwijderen van slotbouten (in
het dashboardkastje) (afhankelijk van de
uitvoering)
Hiermee kunnen met behulp van de
wielsleutel de speciale slotbouten worden
verwijderd.
3. Afneembaar sleepoog
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer
informatie over het slepen van de auto en het
gebruik van het afneembare sleepoog.
Met bandenreparatieset
4. Een 12V-compressor, een flacon
afdichtmiddel en een sticker met de
snelheidslimiet
Voor het tijdelijk repareren en het op
spanning brengen van een band.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer
informatie over de bandenreparatieset .
Uitvoeringen met reservewiel
5.Wielsleutel
Hiermee kunt u de wieldop verwijderen en de
wielbouten losdraaien.
6. Krik met geïntegreerde slinger
Hiermee kan de auto worden opgekrikt.
7. Gereedschap voor het verwijderen van
sierdoppen van wielbouten (afhankelijk van
de uitvoering)
Hiermee kunnen bij lichtmetalen velgen
de sierdoppen van de wielbouten worden
verwijderd.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer
informatie over het reservewiel.
Bandenreparatieset
Scan de QR-code op pagina 3 om
verklarende video's te bekijken.

199
In geval van pech
8Een zekering vervangen
Toegang tot het
gereedschap
De tang voor het verwijderen van zekeringen
bevindt zich achter het paneel van de
zekeringkast.
Afhankelijk van de uitvoering:
► Trek het paneel eerst linksboven en dan
rechtsboven los.
►
V
erwijder het paneel volledig.
►
Haal de tang uit de houder
.
► Open het dashboardkastje.
► Druk op de handgreep in het midden van het
deksel van de zekeringkast.
►
Beweeg het deksel volledig omlaag.
►
Haal de tang uit de houder
.
Een zekering vervangen
Voordat u een zekering vervangt:
► Achterhaal de oorzaak van de storing en
verhelp de oorzaak.
►
Schakel alle stroomverbruikende
voorzieningen uit.
►
Zet de auto stil en schakel het contact uit.
►
Bepaal welke zekering defect is aan de hand
van de actuele zekeringtabellen en schema's.
Bij het vervangen van zekeringen is het
volgende zeer belangrijk:
►
Gebruik de speciale tang om de zekering uit
de zekeringkast te verwijderen en controleer of
het smeltdraadje van de zekering intact is.
►
V
ervang een defecte zekering altijd door een
zekering met dezelfde stroomsterkte (dezelfde
kleur): een afwijkende stroomsterkte kan
storingen veroorzaken - kans op brand!
Als de storing zich kort na het vervangen van
de zekering opnieuw voordoet, laat dan het
elektrische systeem controleren door een
PEUGEOT-dealer of door een gekwalificeerde
werkplaats.
De zekeringtabellen en de bijbehorende
schema's zijn verkrijgbaar bij een
PEUGEOT-dealer of bij een gekwalificeerde
werkplaats.
Wanneer een zekering wordt vervangen
door een zekering die niet in deze
zekeringtabellen staat, kunnen er ernstige
storingen ontstaan. Neem contact op met een
PEUGEOT-dealer of een gekwalificeerde
werkplaats.
Goed
Defect
Tang

200
In geval van pech
Monteren van elektrische accessoires
Bij het ontwerp van het elektrische circuit
van uw auto is reeds rekening gehouden met
de montage van zowel de standaarduitrusting
als eventuele opties.
Raadpleeg uw PEUGEOT-dealer of een
gekwalificeerde werkplaats voordat u andere
elektrische voorzieningen of accessoires in de
auto monteert of laat monteren.PEUGEOT is niet aansprakelijk voor
kosten die voortvloeien uit storingen
veroorzaakt door het monteren van extra
accessoires die door PEUGEOT noch
aanbevolen noch geleverd worden en die
bovendien niet volgens haar specificaties zijn
gemonteerd. Dit geldt met name als het
gezamenlijke stroomverbruik van de extra
accessoires meer dan 10 milliampère
bedraagt.Zekeringen dashboard
De zekeringkast bevindt zich aan de onderzijde
van het dashboard (linkerzijde).
Voer voor toegang tot de zekeringen dezelfde
procedure uit als voor toegang tot het
gereedschap voor het vervangen van de
zekeringen.
Zekeringtabellen
Kast 1
Zekeringnr. Stroomsterkte (A) Functies
F1 10 A"Elektrochromatische" spiegels.
F3 5 AAdaptieve 3D-achterlichten.
F4 15 AClaxon.
F5 20 ARuitensproeierpomp achter (SW).
F6 20 ARuitensproeierpomp.

220
Technische gegevens
Identificatie
De auto is voorzien van verschillende zichtbare
merktekens voor de identificatie en registratie
van de auto.
A. Voertuigidentificatienummer (VIN), onder
de motorkap.
Gestanst in het chassis.
B. Voertuigidentificatienummer (VIN) op het
dashboard.
Op een label, zichtbaar door de voorruit.
C. Plaatje van de fabrikant.
Bevestigd bij de rechterdeur.
Bevat de volgende informatie:
–
Naam fabrikant.
–
Europees typegoedkeuringsnummer
.
–
V
oertuigidentificatienummer (VIN).
–
Maximaal toelaatbaar voertuiggewicht (GVW).
–
Maximaal toelaatbaar treingewicht (GTW).
–
Maximumgewicht op de vooras.
– Maximumgewicht op de achteras.
D. Sticker bandenspecificaties/kleurcode.
Bevestigd bij de deur aan bestuurderszijde.
Bevat de volgende informatie over de banden:
–
De bandenspanning, onbeladen en met volle
belading.
–
de specificaties van de banden, bestaande
uit de maat en het type, en de belastings- en
snelheidsindex.
–
de bandenspanning van het reservewiel.
Hierop staat ook de kleurcode van de lak
vermeld.
De auto kan bij levering zijn voorzien van
banden met een andere aanduiding voor
belasting en snelheid dan vermeld op de
sticker: dit maakt voor de bandenspanning
geen verschil (bij koude banden).

264
Trefwoordenregister
Bluetooth-verbinding 230–231, 250, 254–256
Bochtverlichting, statisch
77–78
Boordcomputer
22–23
Boordgereedschap
71, 188–189
Brandstof
7, 164
Brandstofadditief
180–181
Brandstofniveaumeter
164
Brandstoftank
164–165
Brandstof tanken
164–165
Brandstoftank leeg (diesel)
187
Brandstofverbruik
7, 20
Brandstofvulklep ~
Brandstoftankklep
164–165
Buitenspiegels
51–52, 59, 147
C
Carrosserie 185
Carrosserie-onderhoud
185
CD
227
CD MP3
227
Centrale vergrendeling
31, 33
CHECK
21
Claxon
84
Comfort-stand
11 8
Configuratie van de auto
23, 25
Connectiviteit
248
Contact
108, 256
Contact aangezet
108
Controlelampjes
11
Controle motorolieniveau ~ Motorolieniveau,
controle
18
Controlepaneel
167, 169–170
Controles
178–179, 180–182
D
DAB (Digital Audio Broadcasting) -
Digitale radio
226, 252
Dagteller
21
Dashboardkastje
62
Datum (instellen)
233, 258
Datum instellen
233, 258
Detectie obstakels
149
Detectie te lage bandenspanning ~
Bandenspanning, detectie
121, 192
Dieselmotor
164, 178, 187, 215, 217
Digitaal instrumentenpaneel
9–10
Digitale radio - DAB (Digital Audio
Broadcasting)
226, 252
Dimlicht
196–197
Dimmer dashboardverlichting ~
Dashboardverlichting (dimmer)
22
Dodehoekbewaking
147
Draadloze lader
64
Drive Assist Plus
132
Dynamische noodrem
11 0 – 111
E
Eco-mode ~ Eco-modus 176
Eco-rijden (adviezen)
7
ECO-stand
117
Electronic Stability Program (ESC)
87
Elektrisch bedienbare achterklep
38–39, 41
Elektrisch bediende handrem ~ Handrem,
elektrisch bediend
109–111, 181
Elektrische automatische transmissie
(hybride)
11 5
Elektrische ruitbediening
42
Elektrisch verstelbare stoelen
48–49
Elektromotor
118, 166, 218
Elektronische remdrukregelaar (REF)
86
Elektronische remdrukregelaar (REF) ~
Electronic Brake Force Distribution
(EBD)
86–87
Elektronische sleutel
29–31
Elektronische startblokkering ~
, elektronische
106
Elektronisch Stabiliteits Programma
(ESP)
86–88
Energiestromen
24
e-Save-functie (energiereserve)
25
ESP (Elektronisch Stabiliteits Programma)
86
Extra verwarming
59–60
F
Fietsendrager 175

269
Trefwoordenregister
U
Uitgebreide verkeersbordherkenning 127
Uitschakelen airbag passagier ~
Passagiersairbag uitschakelen
91, 96–97
USB
227, 248, 253
USB-aansluiting
63, 66, 227, 248, 253
USB-poort
227, 253
V
Veiligheidsgordels 88–90, 97
Veiligheidsgordels achter
89
Veiligheidsvoorzieningen voor
kinderen
91, 94–95, 97–102
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen ~
Kinderen
(veiligheidsvoorzieningen)
91, 94–95, 97–102
Ventilatie
54–55, 59–60
Ventilatieroosters
54
Verbonden apps
249–250
Verbruikscijfers
25
Vergrendelen
28–30
Vergrendeling portieren ~ Portieren
vergrendelen
33–34
Vergrendeling van binnenuit
33
Vering met variabele demping
117
Verkeersinformatie (TMC)
245
Verklikkerlampje READY
176
Verklikkerlampjes ~ Controlelampjes
11
Verklikkerlampjes ~
Waarschuwingslampjes
11, 21
Verklikkerlampje veiligheidsgordel bestuurder
niet vastgemaakt ~ Gordellampje
89
Verklikkerlampje veiligheidsgordels ~ Gordel
(lampje)
89
Verlichting bagageruimte ~
Bagageruimteverlichting
72
Verlichting met Full
LED-technologie
75, 77, 196
Verlichting overdag ~
Dagrijverlichting
74, 196–197
Vermogen
20
Vermogensindicator
20
Verversen
178
Vervoer van lange voorwerpen ~ Lange
voorwerpen vervoeren
67
Vervuiling van het roetfilter (diesel)
181
Verwarming
54, 59–60
Video
253
Vierwielaandrijving (4WD)
176
Visiopark 1
152
Visiopark 1 - Visiopark 2
151, 153
Voorruitverwarming
59
Voorstoelen
47–49
Voorverwarming van het interieur
26, 61
W
Waarschuwing kans op aanrijding 140–141
Waarschuwing oplettendheid bestuurder
143
Waarschuwingssignaal stille auto
84
Waarschuwing vergeten verlichting
73–74
Wallbox
167
Wassen 123
Wassen (adviezen)
166, 185–186
Webbrowser
245, 250
Wiel demonteren
193–195
Wiel monteren
193, 195
Wielophanging
182
Wiel verwisselen
188, 192
WiFi-netwerkverbinding
250–251
Window-airbags
92–93
Z
Zekeringen 199–200, 203
Zekeringen vervangen
199–200, 203, 204
Zekeringkast dashboard
199, 200
Zekeringkast motorruimte
199, 203, 204
Zicht
58
Zicht naar voren 180°
154
Zij-airbags
92–93
Zijspots
76
Zonneklep
62
Zonnescherm
43–45
Zonnesensor
55
Zuinig rijden
7