
61
Verwijderbaar luik (type 1)
Verwijderen van het luik
F Houd het luik met één hand tegen en draai met uw andere hand aan de knop boven het
luik om het los te maken.
F
L
aat het luik zakken om het uit de behuizing
te halen.
F
B
erg het op achter de bestuurdersstoel door
het vast te klemmen in de nokken.
F
D
raai aan de knop boven het luik om het luik
te vergrendelen.
Terugplaatsen van de klep
F Kantel de klep met de gele scharnieren omlaag.
F
P
laats de scharnieren in hun behuizing
en druk ze omlaag (om trillingen te
vo o r ko m e n).
F
T
il de klep met één hand op om hem
opnieuw te sluiten en draai ver volgens met
de andere hand de hendel bovenaan de
klep om hem te vergrendelen.
Verwijderbaar luik (type 2)
Het luik wordt in de gesloten of geopende stand
gehouden met magneten op iedere eindpositie.
Opklapbare zitting
De stoel omhoog klappen
F Trek met één hand stevig de lus naar voren om de stoel te ontgrendelen.
F
E
en gasveer plaatst de zitting tegen de
rugleuning.
F
S
chuif het luik naar links of rechts om het te
openen of te sluiten. Plaats uw hand nooit
onder
de stoel om de stoel omhoog
te klappen, uw vingers kunnen
daarbij bekneld raken.
Gebruik altijd de lus.
3
Ergonomie en comfort

62
Wanneer de
passagiersstoel omhoog
is geklapt en het luik
is ver wijderd, moet
u het veiligheidsnet
aanbrengen.
Raadpleeg de rubriek
Veiligheidsnet .
Neerklappen van de zitting
F Verwijder het veiligheidsnet. Let erop dat het vergrendelen niet wordt
verhinderd door voorwerpen of voeten
van passagiers achterin die zich op de
verankeringspunten bevinden.
Veiligheidsnet
Aanbrengen van het net
F Plaats de eerste bevestiging in de bovenste
uitsparing 1 , onder de opgeklapte zitting.
Houd de bevestiging tegen de constructie
en draai deze ver volgens een kwartslag
rechtsom om te vergrendelen.
F
P
laats de tweede bevestiging in de onderste
uitsparing 2 , op de zitting. Houd de
bevestiging tegen de constructie en draai
deze ver volgens een kwartslag rechtsom
om te vergrendelen.
F
B
evestig de eerste haak aan het oog 3 in
het dashboardkastje.
F
B
evestig de eerste haak aan het oog 4 in
het dashboardkastje.
F
O
m de rugleuning terug te plaatsen, moet
u stevig met een hand op de bovenkant van
de stoel drukken om de stoel omlaag te
zetten tot deze in de zitpositie vastklikt.
Ergonomie en comfort

63
Net verwijderen
F Haal de haken los van ring 4 en 3.
F V erwijder de onderste bevestiging 2 en
ver volgens de bovenste bevestiging 1 en
draai deze een kwartslag naar achteren om
te ontgrendelen.
Zorg er voor dat het formaat, de vorm
en het volume van de ver voerde lading
voldoen aan de Wegenverkeerswet en de
veiligheidsnormen en dat de lading het
zicht van de bestuurder niet hindert.
Zet alle lading goed vast om het schuiven
van de lading te voorkomen of te
beperken, en letsel te vermijden.
Plaats altijd het met de auto meegeleverde
veiligheidsnet als de zitting omhoog is
geklapt en het luik in de scheidingswand is
verwijderd.
Gebruik het veiligheidsnet niet voor
andere doeleinden.
Controleer regelmatig de staat van het
veiligheidsnet. Raadpleeg bij sporen van
slijtage of beschadiging het PEUGEOT-
netwerk om het net te laten ver vangen
door een net dat aan de specificaties van
PEUGEOT voor uw auto voldoet.
Zorg altijd dat het luik in de
scheidingswand is aangebracht wanneer
u geen lange voorwerpen vervoert.
Draaibaar schrijfblad
Indien aanwezig kan de middelste zitting van
de bank worden gekanteld om een draaibaar
schrijfblad te creëren, zodat de cabine als
mobiel kantoor kan worden gebruikt (bij
stilstaande auto).
F
T
rek aan de hendel aan de bovenzijde van
het rugleuningkussen.
Opbergruimte middelste
zitting
Gebruik de tafel nooit tijdens het rijden.
Bij plotseling remmen of een aanrijding
veranderen de voor werpen die op de tafel
liggen in gevaarlijke projectielen die letsel
kunnen veroorzaken.
Voorzorgsmaatregelen
met betrekking tot de
stoelen en banken
Ver wijder een hoofdsteun niet zonder deze op
te bergen en vast te zetten.
Zorg er voor dat passagiers de
veiligheidsgordels altijd kunnen bereiken en
gemakkelijk kunnen vastmaken.
Ga niet rijden voordat alle passagiers hun
hoofdsteun correct hebben afgesteld en hun
veiligheidsgordel hebben vastgemaakt en
afgesteld.
Let erop dat het vergrendelen niet wordt
verhinderd door voorwerpen of voeten
van passagiers achterin die zich op de
verankeringspunten bevinden.
3
Ergonomie en comfort

68
F Kantel de stoel naar achteren tot de achterste verankeringen zijn vergrendeld.
Let bij het kantelen op de voeten van de
passagiers.
F
T
rek aan de hendel en zet de rugleuning
rechtop (volgens uitvoering. Aan de
achterzijde: duw de hendel omlaag).
Controleer de correcte vergrendeling
van de stoel op de vloer als deze is
teruggeklapt.Achterstoel en -bank op
rails
Active , Allure , Business VIP
De aanwezigheid van de hieronder beschreven
uitrusting en instellingen is afhankelijk van de
uitvoering en configuratie van de auto.
De stoel bevindt zich altijd aan de rechterkant
en de bank aan de linkerkant (in de richting van
de auto).
De bank is voorzien van twee individuele
rugleuningen.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de
veiligheidsgordels .
De hoek van de rugleuning
verstellen
De verstelbare rugleuning kan in meerdere
standen worden gezet. F
T
rek de hendel omhoog om de rugleuning
naar achteren te bewegen (aan de
achterzijde: duw de hendel omlaag).
F
L
aat de hendel los zodra de gewenste
positie is bereikt.
Naar voren of achteren
schuiven
(voorbeeld: individuele stoel)
De stoel kan op twee manieren naar voren of
naar achteren worden geschoven:
Ergonomie en comfort

69
F Aan de achterzijde: trek aan de riem, zonder daarbij het zware punt te passeren,
en duw de stoel naar voren of trek de stoel
naar achteren.
F
A
an de voorzijde: til de hendel op en schuif
de stoel naar voren of naar achteren.
De stoel volledig naar voren
of achteren schuiven
F Zet de rugleuning in de tafelstand.
F T rek aan de voorste hendel of de riem aan
de achterzijde en verschuif de stoel.
De rugleuning neerklappen
en als tafeltje gebruiken
(voorbeeld: individuele stoel)
F
Z
et de hoofdsteunen in de laagste stand.
F
A
an de achterzijde: beweeg de hendel
omlaag om de rugleuning te ontgrendelen.
F
A
an de voorzijde: beweeg de hendel
omhoog om de rugleuning te ontgrendelen.
F
K
lap de rugleuning op de zitting.
Laat geen voor werpen (bijvoorbeeld een
tas of speelgoed) op de zitting liggen bij
het neerklappen van de rugleuning. De rugleuning kan alleen rechtop worden gezet
als de stoel tussen de merktekens is geplaatst.
De pijl mag zich niet buiten de merktekens
bevinden.
Rechtop zetten van de
rugleuning (tussen de
merktekens)
3
Ergonomie en comfort

73
F Controleer of er geen voor werpen op de rails liggen.
F
P
laats het voorste deel op de rails.
F
K
lap de stoel naar achteren om het
achterste deel van de geleiders in de rails te
plaatsen.
F
S
chuif de stoel naar voren of naar achteren
tot deze een vergrendelde stand heeft
bereikt.
F
B
reng de rugleuning omhoog.
Controleer de correcte vergrendeling
van de stoel op de vloer als deze is
teruggeklapt.
Verdiepte cabine, vast
Deze bestaat uit een vaste achterbank,
veiligheidsgordels, opbergvakken (afhankelijk
van de uitvoering) en zijruiten.
Deze cabine is van de laadruimte
afgescheiden door een stevige scheidingswand
die comfort en veiligheid biedt.
Achterbank
Deze ergonomische bank heeft drie
zitplaatsen.
De twee buitenste zitplaatsen zijn uitgerust met
ISOFIX-bevestigingen.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over ISOFIX-
bevestigingen .
Opbergruimte Opbergruimten onder de
zitting
Indien aanwezig bevinden deze zich onder de
middelste zitplaats en de buitenste zitplaats
links.
Voor toegang vanaf de cabine kantelt u de
desbetreffende stoel naar voren.
Indien van toepassing bevindt er zich een
opbergruimte aan de voorzijde onder de bank.
3
Ergonomie en comfort

75
Plaats uw hand nooit onder de zitbank
om deze omlaag te klappen, uw vingers
kunnen bekneld raken.
Let erop dat er zich geen voor werpen of
voeten onder de zitbank bevinden die
het bevestigingssysteem belemmeren
waardoor de constructie niet goed kan
worden vergrendeld.
Hang geen voor werpen aan de
bevestigingsstructuur van de cabine.
Ver voer niet meer passagiers dan
het aantal dat vermeld wordt op het
kentekenbewijs.
De laadruimte achterin is uitsluitend
bedoeld voor het transport van goederen.
Wij adviseren u de lading of zware
voor werpen zo ver mogelijk naar voren in
de laadruimte te plaatsen (bij de cabine)
en deze vast te zetten met behulp van
riemen en de sjorogen op de laadvloer.
De bevestigingen van de achterste
veiligheidsgordels zijn niet ontworpen voor
het vastzetten van de lading.Voorzieningen interieur
Matten
Bevestigen
Gebruik, wanneer u een nieuwe mat
bevestigt aan bestuurderszijde, uitsluitend de
bevestigingen uit het bijgeleverde zakje.
Verwijderen/terugplaatsen
F Om de mat aan de bestuurderszijde te verwijderen: schuif de bestuurdersstoel
volledig naar achteren en draai de
bevestigingen een kwartslag. F
O
m de mat terug te plaatsen: plaats de mat
en plaats de bevestigingen terug door deze
een kwartslag te draaien.
Om te voorkomen dat de pedalen blijven
hangen:
-
G
ebruik uitsluitend matten die op de
bevestigingen van de auto passen;
het gebruik van deze bevestigingen is
verplicht.
-
l
eg nooit meerdere matten boven op
elkaar.
Bij gebruik van niet door PEUGEOT
goedgekeurde matten kunnen de
bediening van de pedalen en de werking
van de snelheidsregelaar/-begrenzer
worden gehinderd.
De door PEUGEOT goedgekeurde matten
zijn voorzien van twee bevestigingen
onder de stoel.
Op 2e en 3e zitrij
3
Ergonomie en comfort

76
Gebruik het klittenband om de dwarsgeplaatste
matten van de 2e zitrij aan de in lengterichting
geplaatste matten van de 2e en 3e zitrij vast te
maken.
Dashboardkastje
In het dashboardkastje bevindt zich schakelaar
voor het uitschakelen van de airbag vóór
aan passagierszijde en er kan een fles
water, de boorddocumentatie enz. in worden
opgeborgen.Rijd nooit met een geopend
dashboardkastje (indien aanwezig)
wanneer een passagier voorin zit. Bij hard
remmen kan dit letsel tot gevolg hebben.
Opbergruimte
In deze ruimte kunnen een fles water, de
boorddocumentatie enz. worden opgeborgen. F
D
ruk op het linker gedeelte van de knop om
de opbergruimte te openen en begeleid de
klep tot de aanslag voor volledig openen.
Afhankelijk van de uitvoering treedt de
verlichting in werking zodra de klep wordt
geopend. Houd tijdens het rijden het
dashboardkastje gesloten. Inzittenden
kunnen anders gewond raken bij een
ongeval of een noodstop.
Afhankelijk van het land van
bestemming en de aanwezigheid
van airconditioning, bevat het
kastje een ventilatieopening
waaruit dezelfde (gekoelde) lucht
stroomt als uit de ventilatieroosters
van het interieur.
Opbergvakken in de
voorportieren
Vloeistof die in de bekerhouder wordt
ver voerd (bijvoorbeeld in een mok)
en wordt gemorst, kan bij contact met
schakelaars op het dashboard en de
middenconsole storingen veroorzaken.
Wees voorzichtig.
Bovenste dashboardkastje
Dit bevindt zich in het dashboard, achter het
stuurwiel.
Druk op de knop om de klep (afhankelijk van de
uitvoering) te openen en begeleid de klep tot de
aanslag voor volledig openen.
Begeleid om het te sluiten het deksel omlaag
en druk ver volgens kort op het midden er van.Het morsen van vloeistof kan kortsluiting
veroorzaken, wat tot brand kan leiden.
Uitklaptafeltjes
Op de uitklaptafeltjes aan de achterzijde van
de rugleuning van beide voorstoelen kunnen
voorwerpen gelegd worden.
Ergonomie en comfort