
78
Tijdens het gebruik van de USB-
aansluiting wordt het draagbare apparaat
automatisch opgeladen.
Tijdens het laden wordt een melding
weergegeven als het stroomverbruik van
het draagbare apparaat hoger is dan de
door de auto geleverde stroomsterkte.
Raadpleeg voor meer informatie over het
gebruik van deze voorziening de rubriek
Audio en telematica.
Jack-aansluiting
Hierop kunt u draagbare apparatuur aansluiten
om muziekbestanden via de geluidsinstallatie
van de auto te kunnen beluisteren.
De bestanden worden vanaf het draagbare
apparaat beheerd.
Raadpleeg voor meer informatie over het
gebruik van deze voorziening de rubriek
Audio en telematica .
220V-aansluiting
Afhankelijk van de uitvoering van uw auto
bevindt zich een 220V-stopcontact (50 Hz)
(max. vermogen: 150 W) in het opbergvak
onder de stoel rechts voor, dat vanaf de 2e zitrij
bereikbaar is.
Dit werkt bij draaiende motor en in de STOP-
stand van het Stop & Start-systeem.
F
B
eweeg het klepje omhoog.
F
C
ontroleer of het groene lampje brandt.
F
S
luit uw elektrische apparaat (telefoonlader,
laptop, CD/DVD-speler, flessenwarmer
enz.) aan.
Bij een storing gaat het groene lampje
knipperen.
Laat het systeem controleren door het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Bagagenet
Het bagagenet kan worden vastgemaakt
aan de sjorogen. Hiermee kunt u achterin
voor werpen op de vloer vastzetten. Sluit maximaal één apparaat op de
aansluiting aan (verlengsnoeren of
dubbelstekkers niet toegestaan).
Sluit alleen apparaten aan die voldoen
aan isolatieklasse II (op het apparaat
aangegeven).
Gebruik geen apparaten met een metalen
behuizing.
Om veiligheidsredenen wordt de
stroomtoevoer naar deze aansluiting bij
overbelasting automatisch onderbroken; dit
gebeurt ook als er andere omstandigheden
zijn die daar aanleiding toe geven (bijzondere
weersomstandigheden, zware belasting van
de elektrische installatie van de auto enz.).
Het groene lampje gaat dan uit.
Ergonomie en comfort

84
F Trek beide tafelbladen zo ver mogelijk omhoog, klap ze ver volgens opzij en zet ze
in de horizontale stand.
Inklappen
F Beweeg beide tafelbladen omhoog tot voorbij het zware punt en zet ze in de
verticale stand.
F
D
ruk beide tafelbladen zo ver mogelijk in
hun behuizing tot ze worden vergrendeld.
F
D
ruk op de hendel en kantel de complete
tafel omlaag tot deze wordt vergrendeld.
Controleer voordat u de tafelbladen inklapt
of er niet opligt. Controleer voordat u het
geheel kantelt of de twee tafelbladen
correct zijn vergrendeld in de lage stand
en dat er zich geen voor werpen (blikje,
pen enz.) in de bekerhouder bevinden.
Bekerhouders
U kunt 2 bekers of blikjes plaatsen en kleine
voorwerpen (creditcard, uitneembare asbak,
pen enz.) opbergen op het middelste gedeelte
van de uitgeklapte tafel. Vloeistof in een beker die kan omvallen,
vormt altijd een risico. Wees voorzichtig.
Gebruik deze stand van de tafel nooit als
de auto rijdt.
Verwijderen
F Beweeg de hendel helemaal omhoog om de verankeringspunten te ontgrendelen en
kantel de complete tafel naar voren.
F
H
aal de complete tafel naar buiten via de
schuifdeur bij de tweede zitrij.
Richting omdraaien
Voor meer comfort is het raadzaam een
stoel te verwijderen.
Terugplaatsen
F Controleer of er geen voor werpen op de rail liggen die het vergrendelen kunnen
verhinderen.Controleer of er geen voor werpen
aanwezig zijn bij de rail op de vloer
zodat de tafel probleemloos kan worden
verwijderd.
Nadat u de tafel hebt ver wijderd, kunt u hem
180 graden draaien.
Ergonomie en comfort

85
F Controleer of de hendel in de hoge stand staat (vergrendelmechanisme geactiveerd).
Til de hendel anders zo ver mogelijk op om
het mechanisme in te schakelen.
F
P
laats het voorste deel van de tafel op de
rail.
F
K
lap het geheel naar achteren tot u hoort
dat de tafel is vergrendeld; zorg er voor
dat de bewegingen van de hendel niet
gehinderd worden.
F
C
ontroleer of het geheel goed is
vergrendeld op de rail. Is dat niet het geval,
verschuif deze dan iets over de rail tot de
volgende stand is bereikt.
Inzittenden kunnen anders gewond raken
bij een ongeval of een noodstop.
F
L
aat de hendel los als de geleider in de rail
is vergrendeld. Let bij het kantelen op de voeten van de
passagiers.
Buiten de auto opslaan
Wanneer u de tafel uit de auto ver wijdert
en opslaat, bewaar hem dan op een
schone plaats om te voorkomen dat er vuil
in de mechanismen terechtkomt.
Als de tafel buiten de auto wordt
opgeslagen, moet hij met de geleider op
een horizontale en vlakke ondergrond
staan zodat er geen zichtbare delen
beschadigd kunnen raken.
Onjuist gebruik van de tafel kan ernstig
letsel veroorzaken.
Gebruik de tafel nooit in de geopende
of uitgeklapte stand wanneer de auto
rijdt. Bij plotseling remmen veranderen
de voor werpen die op de tafel liggen in
gevaarlijke projectielen.
Controleer voordat u gaat rijden of de tafel
zich in de lage stand bevindt.
Gebruik de tafelbladen nooit als zitplaats
en druk er niet op.
Op een sticker op de zijkant van de tafel
staat hetzelfde advies vermeld.
Let op: als de tafel buiten
de auto wordt neergezet,
maakt hij een hoek naar
rechts of naar links. Plaats nooit warme voor werpen zoals
pannen of branders op de tafel; het
opper vlak van de tafel kan hierdoor
beschadigd raken (kans op brand).
Wanneer de tafel is uitgeklapt kan ieder
blad met maximaal 10 kg worden belast.
Als u zich niet aan de maximale belasting
houdt, kan de tafel gedeeltelijk of volledig
beschadigd raken.
Beweeg de tafel niet omhoog als deze
tussen twee stoelen is geplaatst, de
tafelbladen kunnen dan beschadigd raken.
3
Ergonomie en comfort

86
Om de tafel of een afzonderlijke stoel naar
voren of achteren te bewegen, dient u er
voor te zorgen dat de rugleuning van de
stoel rechtop staat en de tafel is ingeklapt.Bij het opbergen van de tafelbladen mag u
nooit uw hand in het schuifgebied steken.
Uw vingers kunnen hierbij bekneld raken.
Gebruik de betreffende hendel.
Verwarming en ventilatie
Adviezen
Gebruik van het ventilatie- en
airconditioningssysteem
F
L
et erop dat voor een gelijkmatige
verdeling van de lucht naar het
interieur het luchtinlaatrooster
onder de voorruit, de verschillende
luchtkanalen, ventilatieroosters
en overige uitstroomopeningen
alsmede de luchtafvoeropening in de
bagageruimte vrij blijven.
F
D
ek de zonnesensor op het dashboard
niet af; deze wordt gebruikt voor
het regelen van het automatische
airconditioningssysteem.
F
Z
et de airconditioning minstens één of
twee keer per maand 5 tot 10 minuten
aan om het systeem in per fecte staat
te houden.
F
G
ebruik de airconditioning niet
als deze niet koelt en raadpleeg
het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Bij een zware belasting van de motor
(trekken van een aanhanger op een steile
helling bij een hoge buitentemperatuur)
kan de airconditioning tijdelijk worden
uitgeschakeld voor een optimale
trekkracht van de motor. Vermijd het te lang rijden met een
uitgeschakelde aanjager en het te lang
gebruiken van de luchtrecirculatie om te
voorkomen dat de ruiten beslaan of de
luchtkwaliteit vermindert.
Als de binnentemperatuur zeer hoog
is wanneer de auto lang in de zon
heeft gestaan, is het raadzaam het
passagierscompartiment korte tijd te
ventileren.
Zorg er voor dat de aanjagersnelheid
voldoende hoog is ingesteld, zodat de
lucht in het interieur goed ver verst wordt.
Condensvorming door de airconditioning
kan ertoe leiden dat zich een klein plasje
water onder de auto vormt. Dit is een
normaal verschijnsel.
Ergonomie en comfort

92
Schakel de ver warming uit als u
denkt dat dat nodig is, want hoe lager
het stroomverbruik, hoe lager het
brandstofverbruik.
De achterruit- en buitenspiegelverwarming
werkt uitsluitend bij draaiende motor.
Verwarming -
airconditioning achter
Afhankelijk van de uitvoering kan de auto
zijn voorzien van airconditioning achter met
een luchtverdelingskanaal en afzonderlijke
uitstroomopeningen in het dak voor een
optimale verdeling van koele of warme lucht
achter in de auto.
Luchtopbrengst
F Draai aan de rolknop om de luchtopbrengst te vergroten of te
verkleinen.
Temperatuur
- Draai de knop naar het blauwe gedeelte (koud) of het
rode gedeelte (warm) om de
temperatuur naar eigen wens in
te stellen.
Met deze knop wordt zowel de temperatuur als
de luchtverdeling geregeld:
-
b
lauw: de lucht stroomt voornamelijk uit de
uitstroomopeningen in het dak, -
r
ood: de lucht stroomt voornamelijk uit de
uitstroomopeningen op de 3e zitrij en rechts
in het interieur.
Inschakelen/uitschakelen
Afhankelijk van de uitvoering bevindt deze toets
zich voorin op het bedieningspaneel van de
automatische airconditioning met gescheiden
regeling.
F
D
ruk op deze toets om de
bediening van de achterste
functies in of uit te schakelen.
Extra verwarming /
ventilatie
Ergonomie en comfort

94
F Druk op "Thermisch
programma ".
F
D
ruk op het tabblad " Status" om het
systeem in/uit te schakelen.
F
D
ruk op het tabblad " Parameters" voor het
kiezen van " Ver war ming " om de motor en
het interieur te ver warmen of " Ventilatie"
om het interieur te ventileren.
F
V
oer hierna een programmering/
voorinstelling van het inschakeltijdstip voor
elke selectie uit.
F
D
ruk op " OK" om te bevestigen.
Afstandsbediening met
groot bereik
Op deze manier kunt u de ver warming in het
interieur op afstand in- of uitschakelen.
Het bereik van de afstandsbediening is
ongeveer 1 km, in een onbeschutte omgeving.
Inschakelen
F Door deze knop ingedrukt te
houden, wordt de verwarming
onmiddellijk gestart (bevestigd
door het tijdelijk branden van het
groene lampje).
Uitschakelen
F Door deze knop ingedrukt te houden, wordt de verwarming
onmiddellijk gestopt (bevestigd
door het tijdelijk branden van het
rode lampje).
Het lampje van de afstandsbediening knippert
gedurende ongeveer 2 seconden als de auto
het signaal niet heeft ontvangen.
Herhaal het commando nadat u naar een
andere plaats bent gegaan.
Vervangen van de batterij
Als het lampje van de afstandsbediening oranje
gaat branden, is de batterij bijna leeg.
Als het lampje niet meer brandt, is de batterij
leeg. F
D
raai de knop met een muntstuk los en
vervang de batterij.
Gooi de lege batterijen van de
afstandsbediening niet weg: ze bevatten
metalen die schadelijk zijn voor het
milieu. Lever lege batterijen in bij een
speciaal verzamelpunt.
De maximale werkingsduur van
de verwarming bedraagt ongeveer
45 minuten, afhankelijk van de
weersomstandigheden.
De ventilatie wordt alleen geactiveerd als
de laadtoestand van de accu dat toelaat.
De verwarming wordt geactiveerd als:
-
he
t brandstofniveau en het laadniveau
van de accu voldoende zijn,
-
d
e motor na het vorige gebruik van de
programmeerbare verwarming een
keer is gestart.
Ergonomie en comfort

99
Verlichting overdag /
Parkeerlichten
Bij het starten van de motor wordt deze
verlichting (indien aanwezig) automatisch
ingeschakeld als de lichtschakelaar in de
stand "0 " of " AUTO " staat.
Automatisch inschakelen
verlichting
Met behulp van een lichtsensor worden de
kentekenplaatverlichting, de parkeerlichten en
het dimlicht automatisch ingeschakeld als de
lichtsterkte van de omgeving onvoldoende is. F
D
raai de ring in de stand "AUTO"
. Als de
functie wordt geactiveerd, verschijnt er
tevens een melding.
F
D
raai de ring in een andere stand
. Het
uitschakelen van de functie wordt bevestigd
door een melding.
Storing
Bij een storing in de lichtsensor gaat
de verlichting branden en gaat dit
verklikkerlampje branden op het
instrumentenpaneel in combinatie
met een geluidssignaal en/of een
melding.
Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Bij mist of sneeuw kan de lichtsensor ten
onrechte voldoende licht waarnemen. De
verlichting wordt dan niet automatisch
ingeschakeld.
Dek de met de regensensor
gecombineerde lichtsensor, die zich in aan
de bovenzijde van de voorruit achter de
binnenspiegel bevindt, niet af. De aan de
sensor gekoppelde functies worden dan
niet meer bediend.
Follow me home- en
instapverlichtingBij neerslag kan de verlichting gelijktijdig
met het automatisch inschakelen van de
ruitenwissers vóór worden ingeschakeld.
De verlichting schakelt automatisch uit als
er voldoende omgevingslicht is of nadat de
ruitenwissers zijn uitgeschakeld.
Follow me home-verlichting
Handmatig
In-/uitschakelen
F G eef bij afgezet contact een "lichtsignaal"
met de lichtschakelaar om de functie in/uit
te schakelen.
De handbediende follow me home-verlichting
wordt na een bepaalde tijd automatisch
uitgeschakeld.
Automatisch
Als de functie "automatische verlichting" is
ingeschakeld (lichtschakelaar in de stand
“ AUTO ”), schakelt bij gering omgevingslicht
het dimlicht automatisch in zodra u het contact
uitschakelt.
Als de ring in de stand “ AUTO” staat, schakelt
bij gering omgevingslicht het dimlicht
automatisch in zodra u het contact uitschakelt.
4
Verlichting en zicht

100
Omstandigheden
waaronder deze verlichting
niet werkt
De verlichting werkt in de volgende gevallen
niet:
-
b
ij een geringe stuuruitslag,
-
b
ij snelheden boven 40 km/h,
-
a
ls de achteruit is ingeschakeld.
Programmeren
Met audiosysteem of
touchscreen
Deze functie kan worden
in- en uitgeschakeld via het
configuratiemenu van de auto.
Deze functie is standaard ingeschakeld.
Met audiosysteem of touchscreen
Instapverlichting buitenzijde
De instapverlichting is bedoeld om op
donkere plaatsen het lokaliseren van de auto
en het instappen te vergemakkelijken. De
instapverlichting is actief als de lichtschakelaar
in de stand " AUTO" staat en de lichtsensor
weinig omgevingslicht detecteert.
Inschakelen
Druk op het geopende hangslot
van de afstandsbediening of op
de portiergreep van een van de
voorportieren met het "Keyless entry
en start"-systeem
Het dimlicht en het parkeerlicht gaan branden
en uw auto wordt gelijktijdig ontgrendeld.
Uitschakelen
De instapverlichting aan de buitenzijde gaat
na een bepaalde tijd automatisch uit of gaat
uit na het aanzetten van het contact of het
vergrendelen van de auto.
Programmeren
Met audiosysteem of touchscreen
Het in- of uitschakelen van de
functie en de tijdsduur van de
instapverlichting zijn in te stellen via
het configuratiemenu op het scherm
van de auto.
Statische bochtverlichting
Dit systeem (indien aanwezig) zorgt er voor
dat tijdens het rijden met dim- of grootlicht
de mistlamp vóór wordt ingeschakeld om de
binnenkant van de bocht extra te verlichten bij
snelheden tot 40
km/h (handig in de stad, op
bochtige wegen, kruispunten, parkeergarages
e n z .) .
Inschakelen
De bochtverlichting wordt in de volgende
gevallen ingeschakeld:
-
b
ij het inschakelen van een
richtingaanwijzer,
of
-
a
ls het stuur wiel ver genoeg wordt
verdraaid.
U kunt de functie in- en uitschakelen
en de tijdsduur van de follow me
home-verlichting instellen via het
configuratiemenu van de auto.
Verlichting en zicht