Page 13 of 241

Kort en bondig111Richtingaanwijzers,
lichtsignaal, dimlicht en
groot licht ............................ 105
Uitstapverlichting ................ 108
Parkeerlichten .....................106
Knoppen voor Driver
Information Center ................83
2 Instrumenten ........................ 70
3 Driver Information Centre ...... 83
4 Bedieningselementen van
infotainment ......................... 63
5 Voorruitenwisser, wis-/
wasinstallatie voor,
achterruitenwisser, wis-/
wasinstallatie achter .............. 64
6 Centrale vergrendeling .........21
Stadsmodus ........................ 136
Brandstofkeuzeschakelaar ...72
Eco-knop voor Stop/Start-
systeem ............................... 123
Traction Control-systeem ...135
Elektronische stabiliteits‐
regeling .............................. 135
Parkeerhulp ........................ 143Lane Departure Warning ......63
Stoelverwarming ...................37
Verwarmd stuurwiel ..............63
7 Status-led alarmsysteem .....25
8 Alarmknipperlichten ...........104
Controlelamp airbag-
deactivering .......................... 79
Controlelamp
veiligheidsgordel
voorpassagier ......................78
9 Info-Display .......................... 88
10 Middelste luchtroosters ......118
11 Zijdelingse luchtroosters,
passagierszijde ...................118
12 Airbag deactiveren ...............46
13 Handschoenenkastje ...........53
14 Verwarming en ventilatie ....110
15 Elektrische aansluiting ..........68
16 USB-ingang ........................... 10
17 Keuzehendel ....................... 129
18 Parkeerrem ......................... 134
19 Contactslot met stuurslot ...12120 Claxon .................................. 64
Bestuurdersairbag ...............44
21 Ontgrendelingshandgreep
motorkap ............................ 162
22 Stuurwiel verstellen ..............63
23 Lichtschakelaar ..................101
Koplampverstelling ............103
Mistachterlicht ....................105
Mistlampen voor .................. 105
Helderheid van instrumen‐
tenverlichting ....................... 106
Zekeringhouder ..................180
24 Elektrische ruitbediening .......29
25 Buitenspiegels ......................27
26 Cruisecontrol ...................... 137
Snelheidsbegrenzer ...........139
Frontaanrijdingswaar‐ schuwing ............................ 140
Page 79 of 241

Instrumenten en bedieningsorganen77Controlelampjes in de
middenconsole
Overzicht
ORichtingaanwijzers 3 77XGordelverklikker 3 78vAirbags en gordelspanners
3 78VAirbag deactiveren 3 79pLaadsysteem 3 79ZStoringsindicatielamp 3 79gLaat auto spoedig nakijken
3 79RRem- en koppelingssysteem
3 79-Pedaal intrappen 3 80uAntiblokkeersysteem (ABS)
3 80RSchakelen 3 80cStuurbekrachtiging 3 80)Lane Departure Warning
3 80rParkeerhulp 3 80bElektronische stabiliteitsrege‐
ling en Traction Control-
systeem 3 81%Uitlaatfilter 3 81wBandenspanningscontrolesys‐
teem 3 81IMotoroliedruk 3 82YTe laag brandstofpeil 3 82dStartbeveiliging 3 82#Beperkt motorvermogen
3 82DAutostop 3 828Buitenverlichting 3 82CGroot licht 3 83>Mistlamp 3 83rMistachterlicht 3 83mCruisecontrol 3 83AVoorligger gedetecteerd
3 83LSnelheidsbegrenzer 3 83LVerkeersbordherkenning
3 83hPortier open 3 83
Richtingaanwijzers
O brandt of knippert groen.
Brandt kort
De parkeerlichten worden ingescha‐
keld.
Knippert
De richtingaanwijzers of alarmknip‐
perlichten zijn geactiveerd.
Snel knipperen: richtingaanwijzer
kapot of bijbehorende zekering door‐
gebrand.
Vervangen van lampen 3 168.
Page 80 of 241

78Instrumenten en bedieningsorganenZekeringen 3 177.
Richtingaanwijzers 3 105.
Gordelverklikker Gordelverklikker op de
voorstoelen
X van de bestuurdersstoel brandt of
knippert rood op de toerenteller.
k van de passagiersstoel voorin
brandt of knippert rood op de midden‐ console wanneer de stoel bezet is.
Brandt
Na het inschakelen van het contact
totdat de veiligheidsgordel is vastge‐
maakt.
Knippert
Na het starten van de motor gedu‐ rende maximaal 100 seconden totdat
de gordel is vastgemaakt.
Veiligheidsgordel omdoen 3 38.
Gordelstatus op de achterbank
X op het Driver Information Center
knippert of brandt.
Brandt
Na het starten van de motor gedu‐
rende minimaal 35 seconden totdat
de veiligheidsgordel is vastgemaakt.
Brandt ook als een niet vastgemaakte gordel onderweg wordt vastgemaakt.
Knippert
Na het wegrijden wanneer de veilig‐
heidsgordel wordt losgemaakt.
Veiligheidsgordel omdoen 3 38.
Airbag en gordelspanners v brandt rood.
Bij het inschakelen van de ontsteking
brandt het controlelampje ca.
4 seconden. Brandt deze niet, dooft
deze niet na 4 seconden of licht deze
tijdens het rijden op, dan is er een storing in het airbagsysteem. Roepde hulp in van een werkplaats. De
airbags en gordelspanners gaan
mogelijkerwijs niet af tijdens een
ongeval.
Geactiveerde gordelspanners of
airbags worden aangeduid door
aanhoudend branden van v.
Page 162 of 241

160Verzorging van de autoVerzorging van de
autoAlgemene informatie ..................161
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 161
Auto stallen .............................. 161
Verwerking van sloopauto .......162
Controle van de auto .................162
Werkzaamheden uitvoeren .....162
Motorkap ................................. 162
Motorolie .................................. 163
Koelvloeistof ............................ 164
Sproeiervloeistof ......................165
Remmen .................................. 166
Remvloeistof ............................ 166
Accu ........................................ 166
Wisserblad vervangen .............168
Gloeilamp vervangen .................168
Halogeenkoplampen ...............168
Xenonkoplampen ....................171
Mistlampen voor ......................172
Richtingaanwijzers voor ..........172
Achterlichten ............................ 173
Zijrichtingaanwijzers ................175
Derde remlicht ......................... 176Kentekenverlichting .................176
Binnenverlichting .....................176
Elektrisch systeem .....................177
Zekeringen .............................. 177
Zekeringenkast in motorruimte 178
Zekeringenkast instrumentenpaneel ................180
Boordgereedschap ....................181
Gereedschap ........................... 181
Velgen en banden .....................182
Winterbanden .......................... 182
Aanduidingen op banden ........183
Bandenspanning .....................183
Bandenspanningscontrolesys‐ teem ....................................... 184
Profieldiepte ............................ 189
Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 189
Wieldoppen ............................. 190
Sneeuwkettingen .....................190
Bandenreparatieset .................191
Wiel verwisselen ......................196
Reservewiel ............................. 197
Starthulp gebruiken ...................200
Trekken ...................................... 202
Auto slepen ............................. 202
Andere auto slepen .................203Verzorging van uiterlijk ..............204
Verzorging exterieur ................204
Verzorging interieur .................206
Page 179 of 241

Verzorging van de auto177Elektrisch systeem
Zekeringen Controleren of het opschrift op de
vervangende zekering overeenkomt
met dat op de defecte zekering.
Er zitten twee zekeringendozen in de
auto:
● linksvoor in de motorruimte
● bij auto's met stuurwiel links, achter de lichtschakelaar, of bij
auto's met stuurwiel rechts
achter het handschoenenkastje
Alvorens een zekering te vervangen, de desbetreffende schakelaar en de
ontsteking uitschakelen.Er zitten verschillende soorten zeke‐
ringen in de auto.
Afhankelijk van het type zekering is
een doorgebrande zekering herken‐
baar aan de gesmolten draad. Zeke‐
ring pas vervangen wanneer de
oorzaak van de storing verholpen is.
Sommige functies worden door meer‐ dere zekeringen beveiligd.
Er kunnen zekeringen aanwezig zijn
die geen functie hebben.
Zekeringtrekker
In de zekeringenkast in de motor‐
ruimte zit mogelijk een zekeringtrek‐
ker.
Zekeringtrekker van bovenaf op de
verschillende typen zekering zetten
en zekering lostrekken.
Page 180 of 241
178Verzorging van de autoZekeringenkast inmotorruimte
De zekeringenkast zit linksvoor in de
motorruimte.
Klik de klep los en klap deze geheel
omhoog. Haal de klep recht omhoog
eraf.
Nr.Stroomkring1–2–3Accusensor4Chassisregelmodule, brandstof‐
pomp5ABS6Dimlicht en dagrijverlichting
links, groot licht xenonkoplamp7–8Regelmodule lpg9Carrosserieregelmodule10Koplampverstelling11Achterruitenwisser12Achterruitverwarming13Dimlicht en dagrijverlichting
rechts14Buitenspiegelverwarming15–16Rembekrachtigerset17Ontstekingssignaal, waterpomp18Motorregelmodule
Page 181 of 241
Verzorging van de auto179Nr.Stroomkring19Brandstofpomp20–21Motormagneetkleppen, motor‐
sensoren22–23Bobines, verstuivers24Ruitensproeier25–26Motorsensoren27Motorregeling28Motorregelmodule29Motorregelmodule30Motorregelmodule31Groot licht links, xenondimlicht
links32Groot licht rechts, xenondimlicht rechts33Motorregelmodule34Claxon35Aircocompressorkoppeling36Mistlampen voorNr.Stroomkring1ABS2Ruitenwisser voor3Aanjager4Stoelverwarming5Koelventilator6–7Versnellingsbak8Koelventilator9Koelventilator10Koelventilator11Startmotor
Klik na het vervangen van doorge‐
brande zekeringen het deksel van de
zekeringenkast weer vast.
Wanneer u het deksel van de zeke‐
ringenkast niet goed sluit, kan een
storing optreden.
Page 182 of 241
180Verzorging van de autoZekeringenkast
instrumentenpaneel
De zekeringenkast zit achter de licht‐ schakelaar in het instrumentenpa‐
neel. Pak de handgreep vast en trek
de lichtschakelaar omlaag.
Nr.Stroomkring1–2–3Elektrische ruitbediening4Spanningsomvormer5Carrosserieregelmodule 16Carrosserieregelmodule 27Carrosserieregelmodule 38Carrosserieregelmodule 49Carrosserieregelmodule 510Carrosserieregelmodule 611Carrosserieregelmodule 712Carrosserieregelmodule 813–14Achterklep15Airbagsysteem16Datalinkconnector17Ontsteking18Airconditioning19–