
158Rijden en bedieningVoertuig starten en stoppen
Zet de keuzehendel in P of N. Het
aandrijvingssysteem start in geen
enkele andere stand.
Let op
Probeer niet over te schakelen naar
P terwijl de auto rijdt om schade aan
de elektrische aandrijving te voorko‐
men. Schakel alleen over naar P als
de auto stilstaat.
De elektronische sleutel moet in de
auto aanwezig zijn. Trap het gaspe‐
daal in en tik op POWERm.
Als de elektronische sleutel niet in de
auto ligt of de zender wordt geblok‐
keerd, verschijnt er een bericht op het Driver Information Center.
Er kan een gereed-lampje rechtson‐
der in de instrumentengroep oplich‐
ten wanneer er met de auto kan
worden gereden.
In de instrumentengroep verschijnt
tevens een actieve accumeter
wanneer er met de auto kan worden
gereden.
Er klinkt een geluidssignaal bij het
openen van het bestuurdersportier
tijdens het inschakelen van de auto.
Druk altijd op POWERm om de auto
uit te schakelen alvorens uit te stap‐
pen.
Als de auto vanwege een bijna lege
batterij in de elektronische sleutel niet
start, kan er nog steeds mee worden
gereden.
Bediening bij storing 3 156.
Opnieuw startenVoorzichtig
Als de auto onderweg opnieuw
moet worden gestart, zet dan de
keuzehendel in de stand N en druk
twee keer op POWERm zonder
het rempedaal in te trappen. Het aandrijvingssysteem start op geen enkele andere manier.
Uitschakelen in noodsituatie
tijdens het rijden
1. Rem stevig en gelijkmatig af. Rem
niet pompend. Hierdoor kan de
rembekrachtiging worden geredu‐ ceerd en moet u het rempedaal
krachtiger intrappen.
2. Zet de keuzehendel in N. U kunt
dit onderweg doen. Trap het
rempedaal na het overschakelen
naar N krachtig in en stuur de auto
naar een veilige locatie.

204Rijden en bediening
3. Open de achterklep. Til de vloe‐rafdekking in de bagageruimte op
en verwijder de oplaadkabel.
4. Sluit de oplaadkabel aan op het stopcontact.
Elektrische vereisten 3 219.
Controleer de status van de
oplaadkabel.
Oplaadkabel 3 216.
Selecteer het juiste oplaadniveau.
Zie "Oplaadlimiet selecteren"
onder Programmeerbaar opladen
3 206.5. Sluit de autostekker van de
oplaadkabel aan op de oplaa‐
daansluiting op de auto. Contro‐
leer op de lamp oplaadstatus
bovenop het instrumentenpaneel
brandt en of er een geluidssignaal
te horen is.
Oplaadstatus 3 214.
6. Zodra er wordt opgeladen, wordt de autostekker in de oplaadaan‐sluiting vergrendeld en kan tijdens het opladen niet worden ontkop‐
peld.
Opladen stoppen
1. U kunt het opladen vanuit het inte‐
rieur stoppen met de toets Stop op
het scherm Opladen.
Zie "Tijdelijk negeren en annule‐
ren van de oplaadmodus" onder
Programmeerbaar opladen
3 206.
Ook kan de oplaadstopknop op de elektronische sleutel worden
gebruikt. Houd 5 op de elektroni‐
sche sleutel in gedrukt. Hierdoor
wordt ook de autostekker
ontgrendeld.
2. Ontkoppel de autostekker van de oplaadkabel van de auto.
3. Sluit de oplaadklep door stevig op
het midden ervan te drukken tot hij
vastklikt.

206Rijden en bedieningelektronische sleutel in gedrukt. Hier‐
door wordt ook de autostekker
ontgrendeld.
U kunt het opladen vanuit het interieur stoppen met de toets Stop op het
scherm Opladen .
Programmeerbaar opladen 3 206.
Ook is er een mobiele app met
verschillende oplaadfuncties.
Externe functie smartphone 3 28.Automatische voedingsafsluiting
Wanneer de auto geen voeding van
het oplaadstation meer nodig heeft,
wordt de oplaadprocedure gestopt.
Ontgrendel de DC-autostekker met
de elektronische sleutel.
Er kan nog steeds energie van het
oplaadstation worden verbruikt
wanneer de displays en lampjes van
de auto aangeven dat de hoogspan‐
ningsaccu volledig is opgeladen. Op
deze manier is de hoogspannings‐
accu op de optimale temperatuur
voor een maximale actieradius.
Programmeerbaar opladen 3 206.Einde van de oplaadprocedure
1. Wacht tot de laadprocedure volle‐
dig is afgesloten, de autostekker
is ontgrendeld en het oplaadsta‐
tuslampje groen oplicht of uit is.
2. Haal de DC-autostekker uit de DC-oplaadaansluiting op de auto
en sluit de stofafdekking.
3. Sluit de klep van de oplaadaan‐ sluiting door stevig op het middenervan te drukken, opdat deze
goed vergrendelt.
4. Zet de elektrische handrem hand‐
matig los alvorens met de auto te
gaan rijden.
5. Voor een nieuwe DC-oplaadpro‐ cedure moet u de DC-autostekker
verwijderen en opnieuw aanslui‐
ten.
Tijdsgestuurd opladen
Programmeerbare laadmodi U kunt de huidige oplaadmodus op
het Info-Display bekijken door
Energie en vervolgens Opladen aan
te tikken.De geschatte tijden voor het starten en het beëindigen van het opladen
verschijnen ook op het scherm. Deze schattingen zijn het meest nauwkeu‐
rig als de stekker van de auto aange‐
sloten is en bij gematigde temperatu‐ ren. Voor een nauwkeurige schatting
maakt de auto ook gebruik van een
interne klok voor tijdsgestuurd opla‐
den, niet van de klok in het instru‐
mentenpaneel.
Oplaadmodus selecteren
Tik op Energie en vervolgens op
Opladen en selecteer de gewenste
oplaadmodus.Onmiddellijk

266KlantinformatieKlantinformatieKlantinformatie........................... 266
Conformiteitsverklaring ............266
REACH .................................... 267
Erkenning van software ...........268
Software-update ......................271
Gedeponeerde handelsmerken .......................271
Registratie van voertuigdata en
privacy ....................................... 272
Event Data Recorders (EDR) ..272
Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 275Klantinformatie
Conformiteitsverklaring Radiozendsystemen
Deze auto heeft systemen die radio‐
golven versturen en/of ontvangen
volgens Richtlijn 2014/53/EU. De
fabrikanten van de onderstaande
systemen verklaren conformiteit
volgens Richtlijn 2014/53/EU. De
volledige tekst van de EU-conformi‐
teitsverklaring voor elk systeem is
beschikbaar gesteld op het volgende
internetadres: www.opel.com/confor‐
mity.
De importeur is
Opel / Vauxhall, Bahnhofsplatz,
65423 Ruesselsheim am Main,
Germany.
Antennemodule
Laird
Daimlerring 31, 31135 Hildesheim,
Germany
Bedrijfsfrequentie: n.v.t.
Maximale output: n.v.t.
Kathrein Automotive GmbHRoemerring 1, 31137 Hildesheim,
Germany
Bedrijfsfrequentie: n.v.t.
Maximale output: n.v.t.
Elektronische sleutelzender
Denso Corporation
1-1, Showa-cho, Kariya-shi, Aichi-
ken 448-8661, Japan
Bedrijfsfrequentie: 433,92 MHz
Maximale output: -5,88 dBm
Elektronische sleutelontvanger
Denso Corporation
Waldeckerstrasse 11, 64546 Moerfel‐ den-Walldorf, Germany
Bedrijfsfrequentie: 125 kHz
Maximale output: -0,14 dBm
Startbeveiliging
Robert Bosch GmbH
Robert Bosch Platz 1, 70839 Gerlin‐ gen, Germany
Bedrijfsfrequentie: 125 kHz
Maximale output:
5,1 dBµA/m op 10 m

272KlantinformatieEnGIS Technologies, Inc.BringGo ®
is een gedeponeerd
handelsmerk van EnGIS Technolo‐
gies, Inc.Google Inc.
Android™ en Google Play™ Store
zijn handelsmerken van Google Inc.Stitcher Inc.
Stitcher™ is een handelsmerk van
Stitcher, Inc.Verband der Automobilindustrie e.V.
AdBlue ®
is een gedeponeerd
handelsmerk van de VDA.Registratie van
voertuigdata en privacy
Event Data Recorders(EDR)
Er zijn elektronische regeleenheden
in uw auto gemonteerd. Regeleenhe‐ den verwerken gegeven die, bijvoor‐
beeld, afkomstig zijn van autosenso‐
ren of die de regeleenheden zelf
aanmaken of onderling uitwisselen.
Sommige regeleenheden zijn vereist
voor een veilige werking van uw auto,
andere bieden ondersteuning tijdens
het rijden (rijhulpsystemen) of verzor‐ gen comfort- of Infotainmentfuncties.
Hieronder volgt algemene informatie
over gegevensverwerking in de auto.
U vindt extra informatie over welke
specifieke gegevens worden
geüpload, opgeslagen en doorgege‐
ven aan derden en voor welke doel‐
einden in uw auto onder het trefwoord
Gegevensbescherming gekoppeld
aan de verwijzingen voor de desbe‐
treffende functionele eigenschappen
in de desbetreffende gebruikershand‐leiding of in de algemene verkoop‐
voorwaarden. U kunt deze ook online
inzien.
Bedieningsgegevens in de auto Regeleenheden verwerken gege‐
vens voor bediening van de auto.
Dergelijke gegevens omvatten,
bijvoorbeeld:
● statusinformatie over de auto (bijv. snelheid, massatraagheid,
dwarsversnelling, wielsnelhe‐
den, schermpje "veiligheidsgor‐
dels omgedaan")
● omgevingsomstandigheden (bijv. temperatuur, regensensor,
afstandssensor)
De meeste van deze gegevens zijn
vluchtig van aard en worden alleen in de auto zelf verwerkt, zodat ze niet
buiten de bedieningsperiode om
bewaard blijven. Regeleenheden
(met inbegrip van de autosleutel)
gebruiken vaak een voorziening voor
gegevensopslag. Dit om tijdelijke of
permanente opslag mogelijk te

278Elektrische aansluitingen .............71
Elektrische handrem .............81, 166
Elektrische handrem defect ..........81
Elektrische vereisten ..................219
Elektrische verstelling ..................33
Elektrisch systeem...................... 234
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....82
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 169
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ............................................ 82
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............148
Elektronisch sleutelsysteem .........19
Energiemeter ................................ 78
Erkenning van software ..............268
Event Data Recorders (EDR) .....272
Externe functie smartphone .........28
F
Filmbestanden ............................ 130
Films afspelen ............................ 135
Film via USB activeren ...............135
Frontaal airbagsysteem ...............49
Frontaanrijdingswaarschuwing ...174
G Gebruik ....................... 113, 124, 138
AUX ......................................... 130
Bluetooth ................................. 130iPod......................................... 130
Menu ....................................... 117
Radio ....................................... 124
Telefoon .................................. 142
USB ......................................... 130
Gebruik van deze handleiding .......2
Gedeponeerde handelsmerken ..271
Gegevens aandrijvingssysteem. 264
Geluidsinstellingen .....................119
Geluidssignalen ........................... 92
Geprogrammeerde onderdrukking opladen ...........214
Gereedschap ............................. 241
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 2
Gevarendriehoek .........................63
Gloeilamp vervangen ................231
Gordels ......................................... 43
Gordelverklikker ........................... 79
Gordijnairbagsysteem .................. 50
Groot licht ............................ 83, 103
Grootlichtassistentie .............83, 103
H Halogeenlampen ........................231
Handmatige stoelverstelling .........40
Handrem ............................. 165, 166
Handschoenenkastje ...................59
Handzender ................................. 17
Hoofdsteunen .............................. 38Hoofdsteunverstelling ....................6
Hoogspanningsapparaten en bedrading ............................... 234
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 55
Indicatie afstand tot voorligger ...176
Inductief opladen ..........................72
Info-Display................................... 87
Info-Displays ................................. 84
Infotainmentsysteem inschakelen ............................. 113
Inklapbare spiegels .....................33
Inleiding .................................... 0
Instapverlichting ......................... 108
Instrumentengroep ......................74
Intellitext ..................................... 128
Interieurverlichting ......................107
iPod ............................................ 130
Apparaat aansluiten ................130
K Kentekenverlichting ...................233
KeyPass ....................................... 28
Kilometerteller .............................. 76
Kindersloten ................................. 27 Kinderveiligheids-systemen ..........52
Klimaatregeling ............................ 13
Klok............................................... 71
Koelsysteem ............................... 225

280REACH....................................... 267
Regelbare instrumentenverlich‐ ting ......................................... 107
Regeneratief remmen ...........78, 167
Regio-instelling ........................... 126
Regionaal ................................... 126
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 272
Remmen ............................ 165, 228
Remsysteem ................................ 81
Remvloeistof ...................... 228, 260
Richtingaanwijzers ............... 79, 106
Richtingaanwijzers vooraan ......232
Ruiten ........................................... 34
Rijmodi........................................ 160
Rijregelsystemen ........................168
Rijverlichting .......................... 10, 83
S Selectie van frequentiebereik .....124
Service ............................... 153, 259
Service-display ............................ 79
Service-indicatie .......................... 81
Service-informatie ...................... 259
Sjorogen ...................................... 63
Sleutel, opgeslagen instellingen ...20
Sleutels ........................................ 16
Sleutels, sloten ............................. 16
Smartphone ................................ 130
Telefoonweergave ..................137Smartphone-applicaties
gebruiken ................................ 137
Sneeuwkettingen .......................248
Snelheidsbegrenzer .............84, 172
Snelheidsmeter ............................ 76
Snelkiesnummers .......................142
Software-update .........................271
Spiegelverstelling ..........................6
SPORT-modus ............................ 82
Spraakherkenning ......................138
Sproeiervloeistof ........................227
Startbeveiliging ......................32, 83
Starten en bedienen ...................156
Starthulp gebruiken ...................252
Stemherkenning ......................... 138
Stoelpositie .................................. 39
Stoelverstelling .............................. 5
Stoelverwarming Stoelverwarming, achter ...........43
Stoelverwarming, voor ..............42
Streaming audio via Bluetooth activeren.................................. 132
Stroomtarievenschema............... 206
Stuurbedieningsknoppen .............67
Stuurwiel instellen .......................... 7
Stuurwielverstelling ...................... 67
Symbolen ....................................... 3
Systeeminstellingen.................... 121T
Telefoon Algemene informatie ...............139
Beltoon selecteren ..................142
Bluetooth ................................. 139
Bluetooth-verbinding ...............139
Een nummer invoeren .............142
Functies tijdens het gesprek ...142
Hoofdmenu telefoon ................142
Inkomend gesprek ..................142
Noodoproepen ........................ 142
Oproepenhistorie ....................142
Snelkiesnummer .....................142
Telefoonboek .......................... 142
Telefoon activeren ......................142
Telefoonboek .............................. 142
Telefoonweergave ......................137
Topsnelheid ................................ 242
Traction Control .........................168
Traction Control-systeem UIT....... 82 Trekken....................................... 254
Typeplaatje ................................ 262
Tijdelijke oplaadmodus annuleren ................................ 206
Tijdelijke oplaadmodus negeren. 206
Tijdsgestuurde oplading .............206
Tijdsgestuurd opladen ................206