
110InfotainmentsysteemInfotainmentsystee
mInleiding ..................................... 110
Algemene aanwijzingen ..........110
Antidiefstalfunctie ....................111
Overzicht bedieningselementen .............112
Gebruik .................................... 114
Basisbediening .......................... 118
Geluidsinstellingen ..................120
Volume-instellingen .................121
Systeeminstellingen ................122
Radio ......................................... 125
Gebruik .................................... 125
Zender zoeken ........................ 126
Radio Data System (RDS) ......128
Digital Audio Broadcasting ......129
Externe apparaten .....................131
Algemene informatie ...............131
Audio afspelen ......................... 133
Afbeeldingen weergeven .........135
Films afspelen ......................... 136
Smartphone-applicaties gebruiken ................................ 138Spraakherkenning .....................139
Algemene informatie ...............139
Gebruik .................................... 139
Telefoon ..................................... 140
Algemene aanwijzingen ..........140
Bluetooth-verbinding ...............140
Noodoproep ............................. 143
Bediening ................................ 143
Mobiele telefoons en CB-zendapparatuur ...............147Inleiding
Algemene aanwijzingen
Het infotainmentsysteem biedt u
eersteklas infotainment voor in uw
auto.
Met de tunerfuncties kunt u naar een
groot aantal verschillende radiozen‐
ders luisteren.
U kunt externe gegevensopslagappa‐
raten als andere audiobronnen op het Infotainmentsysteem aansluiten; via
kabel of via Bluetooth.
Het infotainmentsysteem is uitgerust
met een telefoonaansluiting, waar‐
mee u uw mobiele telefoon comforta‐ bel en veilig in de auto kunt gebrui‐
ken.
U kunt ook specifieke smartphone-
apps via het Infotainmentsysteem
bedienen.
Optioneel kunt u het infotainmentsys‐
teem bedienen met de knoppen op
het aanraakscherm of stuurwiel, of
door middel van spraakherkenning
(indien uw mobiele telefoon dit onder‐ steunt).

Infotainmentsysteem111Door het goed doordachte design van
de bedieningselementen, het
aanraakscherm en de heldere
displays kunt u het systeem gemak‐
kelijk en intuïtief bedienen.
Let op
Deze handleiding beschrijft alle voor
de diverse Infotainmentsystemen beschikbare opties en functies.
Bepaalde beschrijvingen, zoals die
voor display- en menufuncties,
gelden vanwege de modelvariant,
landspecifieke uitvoeringen, speci‐
ale uitrusting en toebehoren wellicht niet voor uw auto.
Belangrijke informatie over de
bediening en de
verkeersveiligheid9 Waarschuwing
Het Infotainmentsysteem moet
worden gebruikt zodat er te allen
tijde veilig met de auto kan worden gereden. Zet bij twijfel de auto aan de kant en bedien het Infotain‐
mentsysteem terwijl u stilstaat.
Radio-ontvangst
Tijdens de radio-ontvangst kunnen
gesis, geruis, signaalvervorming of
signaaluitval optreden door:
● wijzigingen in de afstand tot de zender
● ontvangst van meerdere signa‐ len tegelijk door reflecties
● obstakels
Antidiefstalfunctie Het Infotainmentsysteem is voorzien
van een elektronisch beveiligingssys‐ teem dat het systeem tegen diefstalbeveiligt.
De beveiliging houdt in dat het Info‐
tainmentsysteem alleen in uw auto
werkt en daarom voor een eventuele
dief waardeloos is.

Infotainmentsysteem1131Display/aanraakscherm ......118
2 m (knop)
Draaien: volume
aanpassen .......................... 114
3 m (toets)
Kort indrukken: stiltefunctie . 114
of schakel de stiltefunctie
uit als deze actief is ............114
of schakel de lage
energiemodus uit als deze
actief is ................................ 114
Lang indrukken: lage
energiemodus inschakelen . 114
4 p
Indrukken: het
beginscherm van het info‐
tainmentsysteem tonen .......118
5 t / v
Kort indrukken: ga naar de vorige of volgende zender
als de radio actief is ............126of ga naar het vorige of
volgende nummer
wanneer externe
apparaten actief zijn ............133
Lang indrukken: omhoog
of omlaag zoeken als de
radio actief is ....................... 126
of snel achteruit of voorruit
wanneer externe
apparaten actief zijn ............133Afstandsbediening op stuurwiel
1w
Kort indrukken: open
OnStar-menu mits geen
telefoon verbonden .............114
of open het telefoonmenu ...143
of neem gesprek aan mits
telefoon verbonden .............143
Lang indrukken:
spraakherkenning
activeren ............................. 139

116Infotainmentsysteem
Audio
Selecteer Audio op het scherm om
het hoofdmenu van de laatst geselec‐ teerde audiomodus te openen.
Selecteer Geluidsbron op het scherm
om de bronnenlijst op te roepen.Om naar een andere audiomodus te
gaan: druk op een van de items in de
lijst.
Voor een gedetailleerde beschrijving
van:
● Radiofuncties 3 125
● Externe apparaten ( USB,
Bluetooth , iPod , AUX ) 3 133
Galerie
Selecteer Galerie om de afbeelding
en het filmmenu te openen voor
bestanden die op een USB-apparaat
zijn opgeslagen.
Selecteer y of z om het afbeeldin‐
gen- of filmmenu weer te geven. Selecteer de gewenste afbeelding of
het filmbestand voor weergave op het display.
Voor een gedetailleerde beschrijving
van:
● Afbeeldingsfuncties 3 135
● Filmfuncties 3 136
Telefoon
Voordat u de telefoonportal kunt
gebruiken, moet een verbinding tot
stand worden gebracht tussen het
infotainmentsysteem en de mobiele telefoon.

Infotainmentsysteem121Activeer de gewenste klankstijl. Als u
Aangepast kiest, kunt u de tooninstel‐
lingen handmatig aanpassen.
BOSE premium audio
Als het systeem met BOSE premium
audio is uitgerust, zijn er slechts twee equalizerinstellingen beschikbaar.
Activeer Spraak als u wilt dat de toon‐
instellingen automatisch worden
ingesteld. Activeer Aangepast als u
de tooninstelling handmatig wilt
instellen.
Volume-instellingen
Maximaal opstartvolume
Druk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.
Selecteer Instellingen , Radio-
instellingen en vervolgens Maximaal
startvolume .
Druk op + of - om de instelling aan te
passen.Voor snelheid gecompenseerd
volume
Het volume kan automatisch aan het
snelheidsgeluidsniveau van de auto
worden aangepast.
Druk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.
Selecteer Audio en activeer vervol‐
gens de gewenste audiobron. Selec‐
teer Menu en activeer het tabblad
Audio instelling . Selecteer
Automatische volumeregeling om het
desbetreffende submenu weer te
geven.
Selecteer een van de opties in de lijst
om de mate van volumeaanpassing
te wijzigen.
Uit : geen harder volume bij een
toenemende snelheid.
Hoog : maximaal hard volume bij een
toenemende snelheid.Functie Audible touch feedback
Als de geluidsfeedbackfunctie is
geactiveerd, hoort u een pieptoon als
een schermtoets of menuoptie wordt
bediend.
Druk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.
Selecteer Instellingen en blader in de
lijst naar Akoestische feedback bij
aanraking .
Druk op de schermtoets naast
Akoestische feedback bij aanraking
om de functie te activeren of deacti‐
veren.

122InfotainmentsysteemAudiosignalenAudiosignalen zijn korte geluidseffec‐
ten die bepaalde systeemhandelin‐
gen aangeven.
Configuratie
Druk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.
Selecteer Instellingen en vervolgens
Radio-instellingen . Activeer of deac‐
tiveer Audiosignalen .
Volume audiosignalen
Druk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.
Selecteer Instellingen en vervolgens
Radio-instellingen . Selecteer Volume
audiosignalen om het betreffende
submenu weer te geven.
Pas het volume naar wens aan.
Let op
De instelling Volume audiosignalen
is alleen beschikbaar als
Audiosignalen is ingeschakeld.Volume van verkeersinformatie
Stel het gewenste volume van deverkeersinformatie in wanneer een
verkeersbericht door het systeem
wordt gegeven. De desbetreffende
instelling wordt dan door het systeem opgeslagen.
Systeeminstellingen
De onderstaande instellingen hebben
betrekking op het hele systeem. Alle
andere instellingen worden op onder‐
werp in de betreffende hoofdstukken
van deze handleiding beschreven.
Datum- en tijdinstellingenDruk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.
Selecteer Instellingen en vervolgens
Tijd en datum om het betreffende
submenu weer te geven.
Automatisch instellen
Selecteer Automatisch instellen om
aan te geven of de datum en tijd auto‐
matisch of handmatig worden inge‐
steld.
Selecteer Uit - Handbediend om de
datum en tijd automatisch in te stel‐
len.
Selecteer Uit - Handbediend om de
datum en tijd handmatig in te stellen.
Als Automatisch instellen op Uit -
Handbediend wordt ingesteld, zijn de
submenu-opties Tijd instellen en
Datum instellen beschikbaar.

124InfotainmentsysteemWi-Fi-instellingenVia het menu Wi-Fi kunt u verbinding
maken met een beschikbaar Wi-Fi- netwerk.
Druk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.
Selecteer Instellingen en vervolgens
Wi-Fi om het betreffende submenu
weer te geven.
Configuratie van Wi-Fi
Activeer of deactiveer Wi-Fi.
Let op
Een Wi-Fi-verbinding is alleen
mogelijk als Wi-Fi is ingeschakeld.
Wi-Fi-netwerken
Selecteer Wi-Fi netwerken beheren
voor een lijst met beschikbare Wi-Fi-
netwerken.
Selecteer Ander netwerk toev. om
een nieuw netwerk te registreren.
Volg de instructies op het scherm en
voer de netwerknaam, het type bevei‐ liging en het wachtwoord in. Het
nieuwe netwerk verschijnt in de lijst.
Selecteer Vernieuwen om de
bestaande lijst opnieuw te laden.
Selecteer i voor meer informatie over
een netwerk.
Selecteer Verwijderen om een
netwerk uit de lijst te verwijderen.
Fabrieksinstellingen
Druk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.
Selecteer Instellingen . Blader door de
lijst en selecteer Fabrieksinstellingen
herstellen .Selecteer Voertuiginstellingen
resetten om alle persoonlijke instel‐
lingen te herstellen.
Selecteer Alle privégegevens wissen
om de gepaarde Bluetooth-apparaten en alle bijbehorende gegevens te
verwijderen.
Selecteer Radio-instellingen
herstellen om de geluids- en volume-
instellingen te resetten, alle favorie‐
ten te verwijderen en de gekozen beltoon te wissen.
In elk van deze gevallen verschijnt er
een waarschuwing. Selecteer
Doorgaan om de instellingen te reset‐
ten.
Systeemversie
Open source-informatie
Druk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.
Selecteer Instellingen . Blader door de
lijst en selecteer Software-informatie .
Selecteer Open source om de licen‐
tie-informatie voor de open source- software weer te geven.

Infotainmentsysteem125Software-updates
Druk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.
Selecteer Instellingen . Blader door de
lijst en selecteer Software-informatie .
Selecteer Software update om de
software te updaten. Voor een gede‐ tailleerde beschrijving over software-
updates 3 267.
Selecteer Voorkeuren voor updates
om een menu met nog meer instellin‐ gen te tonen.
Als Updates op de achtergrond
downloaden is ingeschakeld, worden
software-updates automatisch door
het systeem gedownload zonder dat
dit specifiek wordt aangegeven. Als
Updates op de achtergrond
downloaden is uitgeschakeld kan er
een bericht worden weergegeven,
voordat er een update wordt uitge‐
voerd. Schakel de functie naar wens
in of uit.
Voertuiginstellingen Persoonlijke instellingen 3 94.Radio
GebruikActivering van de radiofunctie
Druk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.
Selecteer Audio. Het laatst geselec‐
teerde hoofdmenu audio verschijnt.
Selecteer Geluidsbron .
Selecteer het gewenste frequentiebe‐
reik.
De laatst ten gehore gebrachte
zender van het geselecteerde
frequentiebereik wordt ontvangen.
Menu Audio
Selecteer Menu om het audiomenu
weer te geven.
Selecteer Afspelend om van het audi‐
omenu naar het audiohoofdscherm
terug te keren.
Informatie huidige zender
Selecteer Menu in het FM- of DAB-
hoofdscherm en activeer vervolgens
het tabblad Zoek naar audio .