Page 331 of 540

5-53
Rijden met uw auto
5
De melding "Auto Stop
gedeactiveerd. Start handmatig"
verschijnt op het LCD-display en erklinkt een piepsignaal. Op dat moment kunt u de auto als
volgt opnieuw starten:
Auto met handgeschakelde trans- missie
Trap het koppelingspedaal en het
rempedaal in terwijl de transmissie in
stand N (neutraal) staat.Auto met Double clutch-trans-missie
Trap het rempedaal in terwijl de
selectiehendel in stand P (parkeren)
of N (neutraal) staat.
Start de auto, voor uw eigen
veiligheid, echter met de
selectiehendel in stand P (parkeren).
Automatisch starten
Starten van de motor in de Auto
Stop-modus
Auto met handgeschakelde transmissie
• Trap het koppelingspedaal in met
de transmissie in stand N
(neutraal).
Het Auto Stop-controlelampje ( )
in het instrumentenpaneel gaat UIT
als de motor opnieuw gestart wordt. Auto met Double clutch-trans-missie
• Laat het rempedaal los.
• Als de Auto Hold-functie is
ingeschakeld, start de motor niet
wanneer u het rempedaal loslaat.
Maar als u het gaspedaal intrapt,
zal de motor weer starten.
Het Auto Stop-controlelampje ( )
in het instrumentenpaneel gaat UIT
als de motor opnieuw gestart wordt.
De motor wordt automatisch
opnieuw gestart in de volgende
situaties.
- De aanjagersnelheid van het handbediende verwarmings- en
ventilatiesysteem staat in eenhogere stand dan stand 3 terwijl de
airconditioning is ingeschakeld.
- De aanjagersnelheid van het automatische verwarmings- en
ventilatiesysteem staat in eenhogere stand dan stand 6 terwijl de
airconditioning is ingeschakeld.
- Er is een bepaalde periode verstreken terwijl de
airconditioning is ingeschakeld.
OTLE055036
Page 333 of 540

5-55
Rijden met uw auto
5
Deactiveren van het ISG-systeem
• Druk op de ISG OFF-knop om hetISG-systeem te deactiveren. Dan gaat het controlelampje in de ISG
OFF-knop branden en wordt de
melding "Auto Stop uit”
weergegeven in het LCD-display.
• Druk nogmaals op de ISG OFF- knop om het ISG-systeem weer
te activeren. Dan gaat hetcontrolelampje in de ISG OFF-
knop UIT.
Storing ISG-systeem
Het ISG-systeem werkt mogelijk
niet:
Als er een storing is in de ISG- sensoren of het ISG-systeem.
Het volgende gebeurt als er een
storing is in het ISG-systeem:
•Het controlelampje AUTO STOP
( ) in het instrumentenpaneel
knippert geel.
• Het lampje in de ISG OFF-knop zalgaan branden. Informatie
• Als u het controlelampje in de ISG OFF-knop niet UIT kunt zetten
door op de ISG OFF-knop te
drukken of als de storing in het ISG-
systeem blijft bestaan, adviseren we
u contact op te nemen met een
officiële HYUNDAI-dealer.
• U kunt het controlelampje in de toets ISG OFF UIT zetten door 2
uur lang met een snelheid van meer
dan 80 km/h te rijden met de
aanjagersnelheid in een lagere stand
dan stand 2. Als het controlelampje
in de toets ISG OFF blijft branden,
adviseren we u contact op te nemen
met een officiël HYUNDAI-dealer.
Deactiveren van accusensor
[A] : Accusensor
De accusensor wordt gedeactiveerd
als voor onderhoudswerkzaam
-
heden de minkabel van de accu is losgenomen.
In dat geval werkt het ISG-systeem
beperkt omdat de accusensor is
gedeactiveerd. Daarom moet de
bestuurder de volgende procedures
volgen om de accusensor te
reactiveren na het losnemen van deaccukabel.
i
Als de motor in de Auto Stop-
modus staat, kan de motor
mogelijk opnieuw gestart
worden. Zet de motor uit
alvorens de auto te verlaten of de
motorruimte te gaan controlerendoor het contact in stand
LOCK/OFF te zetten of door decontactsleutel te verwijderen.
WAARSCHUWING
OOS057015L
Page 348 of 540

5-70
Rijden met uw auto
FCA-waarschuwingsmelding
en systeemregeling
De FCA geeft waarschuwings-
meldingen en waarschuwings-
alarmen overeenkomstig het risico
op een aanrijding, zoals bij het
plotseling stoppen van de auto vóór
u, een te korte remafstand of het
signaleren van een voetganger.
Verder regelt het systeem het
remsysteem overeenkomstig het
risico op een aanrijding. De bestuurder kan in de
Gebruikersinstellingen op het LCD-
scherm de waarschuwingstijd
instellen. De opties voor de
waarschuwingstijd voor de Forward
Collision Warning zijn Vroeg
waarschuwing, Normaal en Late
waarschuwing.
Botsing waarsch.(Eerste waarschuwing)
Deze waarschuwingsmelding
verschijnt op het LCD-display en er
klinkt een waarschuwingszoemer.
Daarnaast grijpt het
motormanagementsysteem in in
sommige voertuigsystemen om deauto te helpen decelereren.
- Uw rijsnelheid neemt mogelijkenigszins af.
- Het FCA-systeem regelt de remmen in beperkte mate om
preventief de impact van een
aanrijding te beperken.
•Breng de auto op een veilige
plaats volledig tot stilstand
voordat u de schakelaar op hetstuurwiel bedient om het FCA-
systeem in/uit te schakelen.
•De FCA wordt automatisch
geactiveerd nadat de
startknop in stand ON is gezet.
De bestuurder kan de FCAdeactiveren door desysteeminstelling in het LCD-
display uit te schakelen.
•De FCA wordt automatisch
gedeactiveerd als de ESC
(elektronische stabiliteitsre-
geling) wordt uitgeschakeld.
Als de ESC is uitgeschakeld,
kan de FCA niet worden
geactiveerd in het LCD-display.
Het waarschuwingslampje FCA
gaat branden. Dit is normaal.
WAARSCHUWING
OOS057016L
Page 398 of 540

5-120
Rijden met uw auto
Wegrijden vanuit stilstand opeen helling
1. Zet de selectiehendel in stand P (parkeren, Double
clutchtransmissie) of in de vrijstand
(handgeschakelde transmissie),
houd het rempedaal ingetrapt en:
• Start de motor.
• Zet de transmissie in de eersteversnelling of in stand D.
• Ontgrendel de parkeerrem.
2. Laat het rempedaal langzaam los.
3. Rijd langzaam vooruit tot de aanhanger los komt van de
blokken.
4. Stop en laat de blokken door iemand oprapen en opbergen.
Onderhoud bij het rijden met
een aanhanger
Uw auto heeft vaker onderhoud
nodig wanneer u regelmatig met een
aanhanger rijdt. Belangrijke zaken
die speciale aandacht verdienen zijn:
de motorolie, de double clutch
transmissie, de smering van de
aandrijfassen en de koelvloeistof. De
toestand van de remmen moet ook
regelmatig gecontroleerd worden.
Alle zaken staan in dit
instructieboekje beschreven. De
index is hierbij een handig
hulpmiddel. Het is verstandig deze
gedeeltes te lezen voordat u met een
aanhanger op pad gaat. Vergeet ookniet de aanhanger en de trekhaak teonderhouden.
Volg het onderhoudsschema van de aanhanger en controleer de
aanhanger regelmatig. Voer de
controle bij voorkeur ieder keer uit
wanneer u gaat rijden. Het is van het
grootste belang dat detrekhaakmoeren en -bouten
vastzitten. Om schade aan de auto te
voorkomen:
• Vanwege de hogere belasting
tijdens het rijden met een
aanhanger, kan bij warm weer of bijhelling op rijden de motor
oververhit raken. Als de
koelvloeistoftemperatuurmeter
aangeeft dat de motor oververhit
raakt, schakel dan de
airconditioning uit en breng de auto
op een veilige plaats tot stilstand
om de motor af te laten koelen.
• Schakel de motor niet uitwanneer de koelvloeistoftempe-
ratuurmeter oververhitting
aangeeft. (Laat de motorstationair draaien om de motor
te koelen)
• Als met een aanhanger gereden wordt, moet de double clutch
transmissie vaker worden
gecontroleerd.
• Als uw auto niet is uitgerust meteen airconditioning, moet u een
extra ventilator laten monteren
om de koeling van de motor te optimaliseren als u een
aanhanger trekt.
AANWIJZING
Page 492 of 540
7-44
Onderhoud
Zekeringkast bestuurderszijde
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
REMSCHAKELAARBRAKE
SWITCH7,5ARemlichtschakelaar, Smart Key-module
START7,5ATransmissiestandschakelaar (AT), Smart Key-regeling (met Smart Key),
relaiskast interieur (relais alarmsysteem), ECM
INSTR.PANEELCLUSTER7,5AHead-up display, instrumentenpaneel
PORTIERSLOT20ARelais vergrendelen portier, relais ontgrendelen portier,
ICM-relaiskast (relais supervergrendeling)
PDM227,5AStart/stoptoets, startblokkeringsmodule
FCA10AForward Collision-Avoidance Assist-unit
S/HTR20AModule voorstoelverwarming, module voorstoelventilatiesysteem
A/CON220AModule klimaatregeling
A/CON17,5AModule klimaatregeling, verbindingsblok motorruimte (RLY.10)
PDM1115ASmart Key-module
RESERVESpare10AReserve
A/BAG15AAirbagmodule
IG1IG125ARelaiskast PCB (zekering: F9, F10, F11, F12)