
Opmerking Wikkel een doek om de
punt van de schroevendraaier om de
lens en de carrosserie niet te krassen.
2. Verwijder de fitting- en
lampcombinatie tegelijkertijd door die
linksom te draaien, en verwijder de
lamp door hem uit te trekken.
3. Volg dezelfde stappen in
omgekeerde volgorde om de lamp te
monteren.Opmerking Breng voor de montage
van de lampeenheid de haak (A) rechts
van de lampeenheid eerst in de
carrosserie aan.
Binnenverlichting en kaartlees-
lampjes voorin (indien aanwezig)
1. Breng een rechte schroevendraaier in
de uitsparing van de lens aan en wrik er
voorzichtig mee om de lens te
verwijderen. Verwijder de lamp uit de
lamphouder.Opmerking Wikkel een doek om de
punt van de schroevendraaier om de
lens niet te krassen.
2. Volg dezelfde stappen in
omgekeerde volgorde om de lamp te
monteren.
Opmerking Lijn voor de montage van
de lens de 2 lipjes op de lens uit met de
gaten aan de voertuigkant.
Binnenverlichting achter — Type 1
1. Breng een rechte schroevendraaier in
de uitsparing van de lens aan en wrik er
voorzichtig mee om de lens te
verwijderen. Verwijder de lamp uit de
lamphouder.
448AHA102915
449AHA102928
450AHZ100639
451AHA102931
452AHA102944
261

Opmerking Wikkel een doek om de
punt van de schroevendraaier om de
lens niet te krassen.
2. Volg dezelfde stappen in
omgekeerde volgorde om de lamp te
monteren.
Opmerking Lijn voor de montage van
de lens de 2 lipjes op de lens uit met de
gaten aan de voertuigkant.Opmerking Breng voor de montage
van de lens de twee lippen aan de ene
kant van de lens aan in de gaten aan de
voertuigkant, voordat de twee lippen
aan de andere kant van de lens in de
gaten aan de voertuigkant worden
aangebracht.
Binnenverlichting achter — Type 2
1. Breng een rechte schroevendraaier in
de uitsparing van de lens aan en wrik er
voorzichtig mee om de lens te
verwijderen. Verwijder de lamp uit de
lamphouder.Opmerking Wikkel een doek om de
punt van de schroevendraaier om de
lens niet te krassen.
2. Volg dezelfde stappen in
omgekeerde volgorde om de lamp te
monteren.
Opmerking Breng voor de montage
van de lens de twee lippen aan de ene
kant van de lens aan in de gaten aan de
voertuigkant, voordat de twee lippen
aan de andere kant van de lens in de
gaten aan de voertuigkant worden
aangebracht.
453AHA102957
454AHA102960
455AHZ101043
456AHA104645
262
NOODGEVALLEN

Dashboardkastverlichting
Laat de lamp van de
dashboardkastverlichting vervangen bij
een Fiat Servicepunt.
BELANGRIJK
350)Wacht tot de uitlaatleidingen zijn
afgekoeld alvorens de lamp te vervangen:
GEVAAR VOOR BRANDWONDEN!
351)Vervang de lamp alleen als de motor
uit staat en met het voertuig in een veilige
positie die geen gevaar oplevert voor het
verkeer, zodat de lamp veilig kan worden
vervangen. Controleer ook of de motor
koud is, om het risico op brandwonden te
voorkomen.
352)In halogeenlampen bevindt zich gas
onder druk; als ze breken, kunnen er
glassplinters wegschieten.353)Lampen zijn zeer heet als ze net zijn
uitgezet. Wacht voor het vervangen van
een lamp totdat de lamp voldoende is
afgekoeld, voordat u hem aanraakt. Anders
zou u zich kunnen branden.
354)Ga voorzichtig met halogeenlampen
om. Het gas in halogeenlampen staat
onder druk, dus als u de lamp laat vallen of
krast, kan de lamp breken.
355)Houd een halogeenlamp nooit met
blote handen, vuile handschoenen, enz.
vast. Door het vet van uw handen zou de
lamp de volgende keer dat de koplampen
worden gebruikt, kunnen breken
fig. 0 fig. 423. Als het glasoppervlak vuil is,
moet het worden gereinigd met alcohol,
verfverdunner, enz. en weer worden
teruggezet nadat het grondig is gedroogd.
356)Raadpleeg altijd een specialist voordat
u de lampen van HID-koplampen repareert
of vervangt. Het stroomcircuit, de lampen
en de elektroden genereren namelijk een
hoge spanning waarvan u een elektrische
schok zou kunnen krijgen.
357)Wijzigingen of reparaties aan het
elektrisch systeem die niet correct zijn
uitgevoerd en waarbij geen rekening wordt
gehouden met de technische
systeemgegevens, kunnen storingen in de
werking en zelfs brand tot gevolg hebben.
358)Vervang lampen alleen wanneer de
motor uit is. Controleer ook of de motor
koud is, om het risico op brandwonden te
voorkomen.
359)Installeer geen in de handel
verkrijgbare LED-type lampen. In de handel
verkrijgbare LED-type lampen kunnen de
werking van het voertuig negatief
beïnvloeden, zoals het niet correct werken
van de lampen of andere apparaten van het
voertuig.360)Gebruik voor het vervangen van een
lamp, een nieuwe lamp met hetzelfde
wattage en dezelfde kleur. Wanneer u een
andere lamp installeert, kan de lamp
haperen of niet inschakelen en brand in het
voertuig veroorzaken.
361)Vraag bij het erkende Fiat
Servicenetwerk na wanneer een
HID-koplamp moet worden gerepareerd of
de lamp moet worden vervangen. In de
lamp en de elektroden van de HID-lamp
wordt een hoge spanning gegenereerd, die
een zware stroomschok kan geven als de
lamp en de stekker worden verwijderd of
losgemaakt.
457AHZ101043
263

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA
DIESELMOTOREN 4N15
Mijl x 100012,5 25 37,5 50 62,5 75 87,5 100 112 125
Kilometer x 1000 of20 40 60 80 100 120 140 160 180 200
Jaren12345678910
Banden op conditie/slijtage controleren en
eventueel op spanning brengen●●●●●●●●●●
Werking verlichtingssysteem (koplampen,
richtingaanwijzers, alarmknipperlichten,
bagageruimte, interieur, dashboardkastje,
lampjes instrumentenpaneel, enz.)
controleren
●●●●●●●●●●
De vloeistofpeilen controleren en eventueel
bijvullen (1)●●●●●●●●●●
Laadtoestand accu controleren●●●●●●●●●●
Motorkoelvloeistof verversen●
Klepspeling verstellen (als dit niet
hydraulisch gebeurt)●●●
Uitlaatgasemissie/roetuitstoot controleren●●●●●●●●●●
(1) Gebruik voor het bijvullen altijd uitsluitend de in het instructieboek vermelde vloeistoffen en controleer het systeem eerst op schade.
266
SERVICE EN ONDERHOUD

PERIODIEKE
CONTROLES
Vóór een lange reis controleren en
eventueel bijvullen:
niveau motorkoelvloeistof;
remvloeistofniveau;
vloeistofniveau ruitensproeier;
werking verlichting (koplampen,
richtingaanwijzers, alarmknipperlichten,
enz..);
conditie en spanning banden;
uitlijning banden;
werking ruitenwissers/-sproeiers en
stand/slijtage wisserbladen voor/achter.
Voor een goede werking en onderhoud
van het voertuig, is het raadzaam de
bovenstaande werkzaamheden
regelmatig uit te voeren (het is
raadzaam ongeveer elke 1000 km het
niveau van de motorolie te controleren
en elke 3000 km bij te vullen).
GEBRUIK VAN HET
VOERTUIG ONDER
ZWARE
OMSTANDIGHEDEN
Als het voertuig voornamelijk gebruikt
wordt onder de volgende
omstandigheden:
het trekken van aanhangers of
caravans;
het rijden op stoffige wegen;
talrijke korte ritten (minder dan
7-8 km) en bij buitentemperaturen
onder het vriespunt;
vaak stationair lopende motor of
lange afstanden op lage snelheden of
als het voertuig langdurig niet gebruikt
wordt;
de volgende controles dienen vaker te
worden uitgevoerd dan aangegeven in
het Geprogrammeerd
onderhoudsschema:
remblokken van schijfremmen vóór
op conditie en slijtage controleren;
slot van motorkap en achterklep op
aanwezigheid van vuil controleren,
schoonmaken en mechanismen
smeren;
visueel de toestand controleren van:
motor, versnellingsbak, transmissie,
slangen en leidingen (uitlaat, brandstof-
en remsysteem) en rubber elementen
(hoezen, balgen, bussen enz.);
laadtoestand accu en niveau
accuvloeistof (elektrolyt) controleren;
conditie van aandrijfriemen van
hulporganen visueel controleren;
motorolie en oliefilter controleren en
zo nodig vervangen;
pollenfilter controleren en zo nodig
vervangen.
271

ALGEMEEN
ONDERHOUD
Brandstof-, motorkoelvloeistof-,
olie- en uitlaatgaslekken
Kijk onder de carrosserie van uw
voertuig om te controleren op
brandstof-, motorkoelvloeistof-, olie- en
uitlaatgaslekken.
Werking van de binnen- en
buitenverlichting
Bedien de schakelaar van de
combinatieverlichting om te controleren
of alle lampen naar behoren werken. Als
de lampen niet gaan branden, zou dat
kunnen komen door een gesprongen
zekering of een defecte lamp.
Controleer eerst de zekeringen. Als er
geen gesprongen zekeringen zijn,
controleer dan de lampen. Raadpleeg
"Zekeringen" en "Lampen vervangen"
voor informatie over de controle en
vervanging van zekeringen en lampen.
Werking meters, tellers en
indicatie-/waarschuwingslampjes
Start de motor om de werking van alle
instrumenten, meters, en indicatie- en
waarschuwingslampjes te controleren.
Als er iets niet in orde is, raden we aan
het voertuig te laten nakijken.
Smering scharnieren en
vergrendelingen
Controleer alle vergrendelingen en
scharnieren en laat deze, indien nodig,
smeren.
VOORZORGSMAAT-
REGELEN VOOR
VOERTUIG-
VERZORGING
399)
200)
5)
Om de waarde van uw voertuig te
behouden, moet regelmatig onderhoud
verricht worden volgens de correcte
procedures.
Zorg ervoor dat uw voertuig altijd
voldoet aan de milieuvoorschriften.
Selecteer zorgvuldig de materialen die u
voor het wassen, enz. gebruikt, om
zeker te zijn dat ze geen
schuurmiddelen bevatten. We raden u
aan bij twijfel een specialist te
raadplegen voor de selectie van deze
materialen.
BELANGRIJK
399)Reinigingsmiddelen kunnen gevaarlijk
zijn. Volg altijd de instructies van de
fabrikant van het reinigingsmiddel.
BELANGRIJK
200)Gebruik om schade te voorkomen
nooit de volgende producten om uw
voertuig te reinigen: Benzine;
Verfverdunner; Wasbenzine; Petroleum;
Terpentijn; Nafta; Lakverdunner;
Koolstoftetrachloride; Nagellakremover;
Aceton.
BELANGRIJK
5)Schoonmaakmiddelen verontreinigen het
milieu. Was het voertuig daarom op een
plaats waar het afvalwater direct wordt
opgevangen en gezuiverd.
284
SERVICE EN ONDERHOUD

ALFABETISCH
REGISTER
Aandachtig doorlezen...........2
Aanhangwagens trekken........83
Aansteker..................86
Accu....................280
Achterbank.................36
Achterklep..................33
Achterportieren met kinderslot
(dubbele cabine)............33
Achterruitverwarmingsschakelaar . . .73
Achterste differentieelslot.......188
Achteruitkijkcamera...........213
Achteruitkijkspiegel............43
Achteruitkijkspiegels...........43
Actieve veiligheidssystemen......147
Afmetingen voertuig...........300
Airbag aanvullend veiligheidssysteem
(SRS)..................136
Airconditioning met automatische
klimaatregeling.............66
Airconditioningssysteem.........60
Algemeen onderhoud..........284
Als de bedieningsmodus niet kan
worden gewijzigd naar OFF. . . .225
Asbak....................85
Automatic transmission.........170
Banden..................290
Banden en wielen............313
Bekerhouder................89Belading...................81
Belangrijke adviezen voor gebruik van
de airconditioning...........73
Besturing onder slechte
rijomstandigheden..........246
Brandstofkeuze..............91
Brandstofverbruik............320
Buitenspiegels...............44
Buitenverlichting..............47
Capaciteit.................314
Centrale portiervergrendeling......30
Claxonschakelaar.............42
Combinatieschakelaar koplampen en
dimlicht..................47
Contactslot.................26
Cruise control...............197
De binnenkant van het voertuig
reinigen.................285
De buitenkant van het voertuig
reinigen.................286
De koplampen afdekken.........52
De motor starten en afzetten.....160
Dead Lock-systeem...........32
Dieselroetfilter...............78
Digitale klok.................86
Easy Select 4WD............176
Een band vervangen..........235
Elektrisch systeem............312
Elektrische ruitbediening.........76Elektronische startonderbreker.....13
Emissie...................320
Era Glonass................219
Etiketten op het voertuig........296
Flessenhouder..............89
Gebruik van het Instructieboek.....3
Gebruik van het voertuig onder zware
omstandigheden...........271
Geprogrammeerd
onderhoudsschema.........266
Gereedschap, krik en krikhandgreep.230
Gewichten.................307
Gordelspanners.............120
Grafische inhoudsopgave.........9
Handgeschakelde versnellingsbak .168
Handmatige ruitbediening........76
Hendel richtingaanwijzers........50
Het brandstofsysteem ontluchten . .228
Hoofdsteunen...............39
Hoog belastbaar systeem........81
Hoogte- en diepteverstelling stuurwiel41
Instrumenten................97
Interieuruitrusting.............85
Interieurverlichting.............54
ISOFIX-plaatsen.............125
Jashaak...................90
Katalysator.................78