
52
Partner2VP_nl_Chap03_Pret-a-partir_ed02-2016Partner2VP_nl_Chap03_Pret-a-partir_ed02-2016
Accelereren
om optimaal te accelereren
(bijvoorbeeld als u wilt inhalen) hoeft
u slechts het gaspedaal voorbij de
weerstand in te trappen.
Stilstaande auto met draaiende
motor
Als de auto langere tijd met draaiende
motor stilstaat, schakelt de versnellingsbak
automatisch neutraalstand N in.
Afzetten van de motor
Voordat u de motor afzet, moet u de
selectiehendel in de stand N zetten:
In alle gevallen moet echter altijd de
handrem worden bediend. Controleer
of het controlelampje voor de handrem
op het instrumentenpaneel brandt.
Controleer alvorens
werkzaamheden in de motorruimte
uit te voeren of de selectiehendel
in de neutraalstand N staat.
Schakelen
Bij een egS-versnellingsbak
kan bij hoge motortoerentallen
(felle acceleraties) een hogere
versnellin
g uitsluitend handmatig door
de bestuurder worden ingeschakeld. Trek de flipper "+"
naar u toe om op te
schakelen.
Trek de flipper "-"
naar u toe om terug te
schakelen.
-
Bij het stoppen van de auto of bij
lage snelheden (naderen van een
verkeerslicht bijvoorbeeld) schakelt
de versnellin
gsbak automatisch
terug tot in de 1
e versnelling.
-
u
hoeft het gaspedaal tijdens het
schakelen niet volledig los te laten.
-
Het schakelen is alleen mogelijk als
het motortoerental dit toestaat.
-
In verband met de veilig
heid kan
het terugschakelen afhankelijk van
het motortoerental automatisch
plaatsvinden.
Handbediende stand
Inschakelen van de
handbediende stand
Plaats de selectiehendel in stand M. Geautomatiseerde stand Inschakelen van de
geautomatiseerde stand
Plaats de selectiehendel in stand A.
De versnellingsbak werkt nu in de
geautomatiseerde stand, zonder dat u
zelf hoeft te schakelen.
De versnellingsbak selecteert zelf de
versnelling die het best past bij de
volgende factoren:
-
rijstijl,
-
wegdek,
-
optimaal brandstofverbruik.
Versnellingsbak en stuurwiel

53
Partner2VP_nl_Chap03_Pret-a-partir_ed02-2016Partner2VP_nl_Chap03_Pret-a-partir_ed02-2016
STOP & START- S y STEEM
Het Stop & Start-systeem zet de motor
tijdelijk af (S
to P-stand) als u stopt
(bij rood licht, opstoppingen enz.).
De motor wordt automatisch gestart
(S
t
ARt-stand) als u weer weg wilt
rijden.
Het starten gebeurt direct, snel en stil.
Het Stop & Start-systeem zorgt
met name inde stad voor een lager
brandstofverbruik, minder uitstoot van
schadelijke stof
fen en een aangename
rust in het interieur tijdens het wachten.
Werking
Overgang naar de STOP-stand van de motor
Het verklikkerlampje "ECO"
op het instrumentenpaneel
gaat branden en de motor
wordt afgezet:
-
bij een handgeschakelde
versnellingsbak,
bij snelheden
beneden 20
km/h, wanneer u de
versnellingsbak in zijn vrij zet en u
de koppeling loslaat,
-
bij een elektronisch gestuurde
6-versnellingsbak,
bij snelheden
beneden 8
km/h, wanneer u op het
rempedaal trapt of wanneer u de
selectiehendel in de stand N zet. Als uw auto is uitgerust met een teller,
wordt de duur van de momenten dat
de motor in de S
to P-stand staat,
opgeteld en weergegeven. e lke keer
als u het contact opnieuw aanzet,
wordt deze teller op 0 gezet.
Is uw auto uitgerust met
een elektronisch gestuurde
versnellingsbak en u parkeert
uw auto, dan is - ten behoeve van uw
eigen comfort - de S to P-stand de
eerste seconden na het uitschakelen
van de achteruit niet beschikbaar.
Als de S to P-stand geactiveerd is,
blijven alle andere componenten zoals
de remmen en de stuurbekrachtiging
enz. normaal functioneren.
tank nooit als de motor door het
Stop&Start-systeem is afgezet; zet
in dat geval altijd het contact met
de sleutel af. Bijzonderheden: ST
OP-stand niet
beschikbaar
De S to P-stand wordt niet geactiveerd
als:
-
de auto op een steile hellin
g staat
(bergopwaarts of bergafwaarts),
-
het bestuurderportier geopend is,
-
de veilig
heidsgordel van de
bestuurder los is,
-
de auto sinds de laatste start met
de sleutel niet harder dan 10
km/h
heeft gereden,
-
de klimaatregeling in het interieur
dat niet toelaat,
-
de ruitontwaseming is ingeschakeld,
-
bepaalde bijzondere
omstandigheden (laadtoestand
accu, motortemperatuur
,
rembekrachtiging,
buitentemperatuur enz.) dat niet
toelaten.
In dit geval knippert het
verklikkerlampje "ECO"
enkele seconden om
vervolgens te doven.
Dit is volkomen normaal.
VooRDAt u gAAt RIJDeN
3
Stop & Start

54
Partner2VP_nl_Chap03_Pret-a-partir_ed02-2016Partner2VP_nl_Chap03_Pret-a-partir_ed02-2016
Overgang naar de START-stand van
de motorHet verklikkerlampje "ECO"
gaat uit en de motor wordt
gestart:
-
bij een handgeschakelde
versnellingsbak,
trapt u het
koppelingspedaal volledig in,
-
bij een elektronisch gestuurde
6-versnellingsbak:
●
met de selectiehendel in
stand A of M, wanneer u het
rempedaal loslaat.
●
of met de selectiehendel in
stand N en het rempedaal los,
wanneer u de selectiehendel in
stand A of M zet,
●
of wanneer u de
achteruitversnellin
g inschakelt.
Als u bij een auto met een
handgeschakelde versnellingsbak
in de S
to P-stand een versnelling
inschakelt maar daarbij het
koppelingspedaal niet volledig intrapt,
gaat er een verklikkerlampje branden
of wordt er een melding weergegeven
met het verzoek het koppelingspedaal
helemaal in te trappen, omdat anders
de motor niet gestart kan worden.
Bijzonderheden: automatisch
activeren van de START-stand
Voor uw veiligheid of comfort wordt de
S
t
ARt-stand automatisch geactiveerd
als:
-
u het bestuurderportier opent,
-
de veilig
heidsgordel van de
bestuurder los wordt gemaakt, In dit geval knippert het
lampje "ECO" enkele
seconden om vervolgens te
doven.
Dit is volkomen normaal.
Uitschakelen
In bepaalde gevallen, bijvoorbeeld om
het thermische comfort in het interieur op
peil te houden, kan het nuttig zijn om het
Stop & Start-systeem uit te schakelen.
u kunt deze functie op elk
willekeurig moment uitschakelen
door de schakelaar "ECO OFF"
in te drukken.
Het verklikkerlampje in de schakelaar
gaat branden en er verschijnt een
bericht op het display.
Als u het systeem met de motor in de
S
to P-stand uitschakelt, dan wordt de
motor direct weer gestart.
Opnieuw inschakelen
Druk nogmaals op de schakelaar
"ECO OFF".
Het systeem is dan opnieuw actief; het
verklikkerlampje in de schakelaar gaat
uit en er verschijnt een melding op het
instrumentenpaneel.
Het systeem wordt automatisch
opnieuw ingeschakeld zodra u het
contact weer aanzet.
Storingen
Bij een storing in het systeem
gaat het verklikkerlampje in
de schakelaar "ECO OFF"
eerst knipperen en brandt
vervolgens permanent.
Dit systeem heeft specifieke
kenmerken en maakt gebruik van
een speciale accu (raadpleeg
voor meer informatie het P
eugeot
-
netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats).
Het gebruik van een andere dan de
door P
eugeot
voorgeschreven
accu's kan leiden tot storingen in het
systeem.
Laat het systeem door het Peugeot-netwerk
of door een gekwalificeerde werkplaats
controleren.
Als er in de S
to P-stand een storing zou
optreden, kan het zijn dat de motor niet
meer wil aanslaan of direct afslaat. Alle
verklikkerlampjes op het instrumentenpaneel
gaan dan branden. Zet in dat geval het contact
af en start de auto met behulp van de sleutel.
- de snelheid van de auto hoger is dan
25 km/h bij een handgeschakelde
versnellingsbak en hoger dan
11
km/h bij een elektronisch
gestuurde 6-versnellingsbak,
-
bepaalde bijzondere
omstandigheden (laadtoestand accu,
motortemperatuur, rembekrachtiging,
buitentemperatuur enz.) dit niet
toelaten.
Stop & Start

58
Partner2VP_nl_Chap04_ergonomie_ed02-2016
RICHTINGAANWIJZERS
Functie "snelweg"
Duw de schakelaar één keer omhoog
of omlaag om de richtingaanwijzer aan
de desbetreffende zijde driemaal te
laten knipperen.
VERLICHTING
Links: omlaag duwen tot
voorbij het zware punt.
Rechts: omhoog duwen tot
voorbij het zware punt.
Verlichting vóór en achter
Lichten uit
Automatische verlichting
ParkeerlichtenDimlicht (groen)
Overschakelen van dim- naar
grootlicht
trek de hendel helemaal naar u toe.
V
ergeten verlichting
Wanneer u het contact afzet en
de follow me home-verlichting is
ingeschakeld, doven alle lichten
behalve de dimlichten.
Zie in rubriek 3
het gedeelte
"Cockpit" voor meer informatie
over de verklikkerlampjes.
knipperlichten
Draai deze ring om de
verlichting in te schakelen.
g
rootlicht (blauw)
u
bedient de verlichting
door deze ring in de
stand
"0" (verlichting uit)
te zetten en vervolgens in
de stand van uw keuze.
Als de verlichting aanstaat en er een
voorportier wordt geopend, klinkt er
een geluidssignaal.
Stuurkolomschakelaars

61
Partner2VP_nl_Chap04_ergonomie_ed02-2016
2 Hoge snelheid (hevige neerslag).
1
Normale snelheid (matige
regenval).
I
Interval.
0
u it.
â
e én keer wissen
(omlaag duwen).
In de
Intervalstand wordt de snelheid
van de wissers aangepast aan de
rijsnelheid.
RUITENWISSERS
HandbedieningAls het contact langer dan één minuut
is afgezet terwijl de schakelaar in
de stand 2, 1
of I stond, dient de
schakelaar weer geactiveerd te
worden.
-
Zet de schakelaar in een
wille
keurige stand.
-
Zet de schakelaar vervolgens in de
gewenste stand. Dek de regensensor
, die zich
achter de binnenspiegel op de
voorruit bevindt, niet af. Inschakelen
Duw de hendel omlaag. Bij het
inschakelen van de automatische
ruitenwissers verschijnt een melding
op het display.
Deactiveren/uitschakelen
Zet de schakelaar in de stand I, 1
of 2.
Als de functie wordt uitgeschakeld,
verschijnt er een melding op het
display.
In het geval van een storing in
de werking van de automatische
ruitenwissers werken de ruitenwissers
in de intervalstand.
Raadpleeg het P
eugeot
-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats om het
systeem te laten controleren.
De ruitenwissers werken automatisch in
de stand AUTO, waarbij de snelheid van
de wissers aan de hoeveelheid neerslag
wordt aangepast.
De werking van de ruitenwissers in andere
standen dan de stand AUTO komt overeen
met die van de handbediende ruitenwissers.
Als het contact meer dan 1 minuut afgezet
is geweest, moet de automatische werking
van de ruitenwissers opnieuw worden
geactiveerd door de schakelaar één keer
omlaag te bewegen.
Zet het contact uit als de auto
gewassen wordt in een wasstraat, om
te voorkomen dat de automatische
ruitenwissers worden ingeschakeld.
Wacht 's winters met het inschakelen
van het automatisch wissen tot de
voorruit ontdooid is.
Automatisch wissen
Stuurkolomschakelaars
eRgoNoMIe en CoMFoRt
4

62
Partner2VP_nl_Chap04_ergonomie_ed02-2016
Ruitensproeiers
trek de hendel naar u toe, de ruitensproeiers
treden in werking in combinatie met het
tijdelijk inschakelen van de ruitenwissers.
Draai de ring voorbij de
eerste stand, zodat de
ruitensproeier in werking
treedt en vervolgens de
ruitenwisser enige tijd wordt
ingeschakeld.
Wacht 's winters, als de ruit
met sneeuw of ijs bedekt is,
met het inschakelen van de
ruitenwisser achter. Zet eerst de
achterruitverwarming aan, wacht tot de
sneeuw of het ijs begint te smelten en
veeg de ruitenwisser achter schoon.
Zet dan pas de ruitenwisser achter
aan.
Raadpleeg voor het bijvullen
van het reservoir in rubriek 7 het
gedeelte "Niveaus".
Onderhoudsstand ruitenwissers
vóór
Als de ruitenwisserschakelaar binnen
één minuut nadat het contact is
afgezet wordt bediend, bewegen de
ruitenwissers naar de voorruitstijlen.
Deze stand moet worden gebruikt
voor
's winters parkeren en het
vervangen of reinigen van de
ruitenwisserbladen.
Zie in rubriek 8
het gedeelte
"Ruitenwisserbladen vervangen".
Zet het contact aan en bedien
de ruitenwisserschakelaar om de
ruitenwissers na de werkzaamheden
weer in de ruststand te zetten. Draai de ring tot de eerste
stand.
Ruitenwisser achter
Ruitensproeier achter
Stuurkolomschakelaars

77
Partner2VP_nl_Chap04_ergonomie_ed02-2016Partner2VP_nl_Chap04_ergonomie_ed02-2016
VOORSTOELEN
LengterichtingHoogte van de zitting (bestuurdersstoel)
omhoog: trek de hendel omhoog en
verlicht de druk op de stoel.
o
mlaag: trek de hendel omhoog en
laat uw gewicht op de stoel rusten.
Rugleuning
til de beugel op en schuif de stoel naar
voren of naar achteren tot de gewenste
stand is bereikt.
De volgende verstellin
gen zijn
mogelijk:
trek de hendel naar voren en zet
de rugleuning in de gewenste stand
door met uw rug tegen de leuning te
drukken.
eRgoNoMIe en CoMFoRt
4
Stoelen

83
Partner2VP_nl_Chap04_ergonomie_ed02-2016Partner2VP_nl_Chap04_ergonomie_ed02-2016
RugleuningverstellingRugleuning in de tafelstand
zetten Rechtop zetten van de rugleuning
Stoel in de neergeklapte stand
zetten Terugzetten van de stoel
- Bedien de hendel om de rugleuning
te verstellen.
-
t
rek aan de hendel om de
rugleuning op de zitting te klappen.
Plaats geen harde of zware
voorwerpen op de tafel. Deze kunnen
bij een noodstop of een aanrijding
veranderen in gevaarlijke projectielen. -
ontgrendel de rugleuning door aan de
hendel te trekken en zet de rugleuning
in de oorspronkelijke stand.
Controleer nadat u de rugleuning
rechtop hebt gezet of deze goed is
vergrendeld.
-
t
rek aan de hendel om de stoel in
de tafelstand te zetten.
-
t
rek de stang aan de achterzijde
van de stoel omhoog om de
achterste verankeringspunten los te
maken.
-
Kantel de complete stoel naar
voren tot hij wordt vergrendeld. -
Duw op de rode hendel.
-
Kantel de stoel omlaag om de
achterste verankeringspunten vast
te zetten.
-
t
rek aan de hendel om de
rugleuning rechtop te zetten.
-
Controleer of het geheel goed is
verankerd.Controleer voor het omlaag
kantelen of er geen voorwerpen
het correct vergrendelen van de
stoelverankeringen verhinderen.
eRgoNoMIe en CoMFoRt
4
Stoelen