
Kenmerken van uw auto
146
4
Energiebesparingsfunctie
• Deze functie voorkomt dat de accu
ontladen raakt. Het systeem schakelt
automatisch de parkeerlichten uit
wanneer de contactsleutel verwijderd
wordt en wanneer het portier aan
bestuurderszijde wordt geopend.
• De parkeerlichten worden automatisch uitgeschakeld als de auto in het donker
langs de kant van de weg geparkeerd
wordt.
Volg onderstaande procedure als de
parkeerlichten moeten blijven branden
wanneer de contactsleutel is
verwijderd:
1) Open het portier aan
bestuurderszijde.
2) Schakel de parkeerlichten UIT en AAN met de lichtschakelaar op de
stuurkolom. Follow me home-koplampen
(indien van toepassing)
De koplampen (en/of achterlichten)
blijven ongeveer 5 minuten branden
nadat de contactsleutel is verwijderd of
het contact in stand ACC of LOCK is
gezet. De koplampen worden echter 15
seconden nadat het bestuurdersportier is
geopend of gesloten uitgeschakeld.
De koplampen kunnen worden
uitgeschakeld door tweemaal op de
vergrendeltoets van de
afstandsbediening of Smart Key te
drukken of door de stand AUTO of
dimlichten uit te schakelen.
Intelligente bochtverlichting
(indien van toepassing)
Wanneer u door een bocht rijdt, wordt de
intelligente bochtverlichting ingeschakeld
als aan de onderstaande voorwaarden
wordt voldaan:
• Koplampen ingeschakeld.
• Rijsnelheid lager dan 40 km/h.
• Richtingaanwijzers ingeschakeld naar
de richting waarin u gaat afslaan.
VERLICHTING
OPMERKING
Wanneer de bestuurder het voertuig
via een ander portier dan hetbestuurdersportier verlaat, werkt de
energiebesparingsfunctie niet.
Hierdoor kan de accu ontladenraken. Schakel in dit geval de
lampen uit voordat u het voertuigverlaat.

4 161
Kenmerken van uw auto
Koplampsproeier (indien van toepassing)
Als uw auto is voorzien van een
koplampsproeier, zal deze gelijktijdig met
de ruitensproeier van de voorruit in
werking treden. De sproeier werkt als het
dimlicht is ingeschakeld en het
contact/de startknop in de stand ONstaat.
De sproeiervloeistof wordt op de
koplampen gesproeid.
✽AANWIJZING
• Controleer regelmatig of de ruitensproeiervloeistof nog correct op
de koplampen wordt gesproeid.
• Nadat de koplampsproeiers zijn geactiveerd, duurt het 15 minuten tot
ze opnieuw kunnen worden
geactiveerd.
OPMERKING
• Schakel de ruitenwissers niet in
als de ruit droog is ombeschadiging van de wissers ende voorruit te voorkomen.
• Gebruik geen benzine, petroleum, thinner of andere oplosmiddelen
in de buurt van de ruitenwisser- bladen om beschadiging tevoorkomen.
• Probeer de ruitenwissers nooit met de hand te bewegen om
beschadiging van de ruiten-wisserarmen en van andereonderdelen te voorkomen.
• Gebruik om mogelijke schade aan het ruitenwisser- enruitensproeiersysteem te
voorkomen in de winter of bij lagebuitentemperaturen speciale
ruitensproeiervloeistof.
OPMERKING
Gebruik de ruitensproeiers niet wanneer het reservoir leeg is, ombeschadiging van de ruiten-sproeierpomp te voorkomen.
WAARSCHUWING
Gebruik de ruitensproeiers niet bij temperaturen onder het vriespunt
zonder eerst de voorruit met behulp
van de voorruitontwaseming te
hebben verwarmd; de vloeistof kan
anders op de voorruit bevriezen en
uw uitzicht belemmeren.

4 221
Kenmerken van uw auto
Omgaan met CD's
• Als de temperatuur in de auto te hoogis opgelopen, open dan eerst de ruiten
voordat u het audiosysteem van uw
auto aanzet.
• Het is verboden om MP3/WMA- bestanden zonder toestemming te
kopiëren en te gebruiken. Gebruik
uitsluitend legale CD's.
• Breng geen vluchtige stoffen zoals alcohol, thinner, reguliereschoonmaakmiddelen en antistatische
spray aan op CD's.
• Voorkom dat het oppervlak van de CD beschadigd raakt. Houd de CD daarom
alleen aan de rand of in het midden
vast.
• Reinig het oppervlak van de CD vóór het afspelen met een zachte doek.
Beweeg de doek van binnen naar
buiten.
• Zorg dat het oppervlak van de CD niet beschadigd raakt en plak er niets op. • Steek geen andere voorwerpen dan
CD's in de CD-speler. (Steek niet meer
dan één CD tegelijk in de CD-speler.)
• Berg CD's na gebruik altijd op in hun doosje om ze te beschermen tegen
krassen en stof.
• Sommige CD's kunnen wellicht niet worden afgespeeld. Dit is afhankelijk
van het CD-R/CD-RW, deproductiemaatschappij en de
fabricage- en opnamemethode. Als
geprobeerd wordt dergelijke CD's af tespelen, kan er schade ontstaan aanuw audiosysteem.
✽AANWIJZING - Het afspelen
van niet-compatibele audio-
CD's met kopieerbeveiliging
CD's met kopieerbeveiliging die niet
compatibel zijn met internationale
standaarden voor audio-CD's (Red
Book) kunnen wellicht niet worden
afgespeeld op het audiosysteem van uw
auto. Als een CD met kopieerbeveiliging
niet op de juiste manier wordt
afgespeeld, duidt dat op een defect aan
de CD, niet aan de CD-speler.
✽AANWIJZING:
Volgorde van afspelen van bestanden
(mappen):
1. Volgorde van afspelen van muziekstukken : achtereenvolgens - .
2. Volgorde van afspelen van mappen:
❈Als er zich in een map geen muziekstukken bevinden, dan wordt
die map niet weergegeven.
RootMap AMap AA
Map BBMap BA
Map ABA
Map ABB

Kenmerken van uw auto
224
4
✽AANWIJZING - GEBRUIK VAN
HET USB-APPARAAT
• Als u een extern USB-apparaat wilt gebruiken, moet u ervoor zorgen dat
het apparaat niet is aangesloten
wanneer de motor wordt gestart. Sluit
het apparaat aan nadat de motor is
gestart.
• Als u de motor start terwijl het USB- apparaat is aangesloten, kan het
apparaat beschadigd raken. (USB-
flashstations zijn zeer gevoelig voor
statische elektriciteit.)
• Als de motor wordt gestart of afgezet terwijl het externe USB-apparaat is
aangesloten, werkt het externe USB-
apparaat mogelijk niet.
• Niet-originele MP3- of WMA- bestanden kunnen mogelijk niet
worden afgespeeld door het systeem.
1) Er kunnen alleen MP3-bestanden met een compressiesnelheid tussen
8 Kbps en 320 Kbps worden
afgespeeld.
2) Er kunnen alleen WMA- muziekbestanden met een
compressiesnelheid tussen 8 Kbps
en 320 Kbps worden afgespeeld.
• Voorkom statische elektriciteit bij het
aansluiten of loskoppelen van het
externe USB-apparaat. (Vervolg)(Vervolg)
• Een gecodeerde MP3-speler wordt
niet herkend.
• Afhankelijk van de instellingen van het externe USB-apparaat, wordt het
apparaat mogelijk niet herkend.
• Wanneer de geformatteerde byte- /sectorinstelling van het externe USB-
apparaat niet 512 byte of 2048 byte is,
wordt het apparaat niet herkend.
• Het USB-apparaat mag uitsluitend
geformatteerd zijn volgens FAT
12/16/32.
• USB-apparaten zonder USB I/F- verificatie worden mogelijk niet
herkend.
• Voorkom dat lichaamsdelen of voorwerpen in aanraking komen met
de USB-aansluiting.
• Als u het USB-apparaat in korte tijd herhaaldelijk aansluit en weer
loskoppelt, kan het apparaat defect
raken.
• U hoort mogelijk een vreemd geluid bij het aansluiten of loskoppelen van
het USB-apparaat. (Vervolg)(Vervolg)
• Als u het externe USB-apparaat
tijdens het afspelen loskoppelt, kan
het apparaat beschadigd raken of
werkt het mogelijk niet goed meer.
Koppel daarom het externe USB-
apparaat pas los wanneer het
audiosysteem is uitgeschakeld of in
een andere modus (bijvoorbeeld
Radio of CD) staat.
• Afhankelijk van het type en de capaciteit van het externe USB-
apparaat of het bestandstype dat op
het apparaat is opgeslagen, kan de
benodigde tijd voor het herkennen
van het apparaat variëren.
• Gebruik het USB-apparaat niet voor andere doeleinden dan het afspelen
van muziekbestanden.
• Via de USB-aansluiting kunnen geen
video's worden afgespeeld.
• Het gebruik van USB-accessoires, zoals laders of verwarming die
gebruikmaken van USB I/F, kan de
prestaties negatief beïnvloeden of
storingen veroorzaken. (Vervolg)

4 225
Kenmerken van uw auto
(Vervolg)
• Als u een apparaat gebruikt dat uafzonderlijk hebt gekocht, zoals een
USB-hub, herkent het audiosysteem
het apparaat mogelijk niet. Sluit in
dat geval het USB-apparaat
rechtstreeks aan op de multimedia-
aansluiting van de auto.
• Als het USB-apparaat is ingedeeld in logische stations, worden alleen de
muziekbestanden op het station met
de hoogste prioriteit herkend door het
audiosysteem van de auto.
• Apparaten zoals een MP3-speler, mobiele telefoon en digitale camera
die niet door een standaard USB I/F
worden herkend, worden mogelijk
niet herkend.
• Mogelijk kunnen bepaalde telefoons niet via de USB-aansluiting worden
opgeladen.
USB-harddisk-drives of andere USB-
apparaten waarbij
verbindingsproblemen kunnen
optreden door trillingen van de auto
worden niet ondersteund (type i-
stick).
• Bepaalde niet-standaard USB-
apparaten (METAL COVER TYPE
USB) worden mogelijk niet herkend. (Vervolg)(Vervolg)
• Bepaalde USB flash memory-lezers
(zoals CF, SD, micro SD, enz.) of
externe HDD-apparaten worden
mogelijk niet herkend.
• Muziekbestanden die worden beschermd door DRM (Digital Rights
Management), worden niet herkend.
• De gegevens in het USB-geheugen gaan mogelijk verloren bij het
gebruik van dit audiosysteem. Sla
belangrijke gegevens altijd op in een
extern geheugen.
• Maak geen gebruik van USB-sticks die als
sleutelhanger of
accessoire voor mobiele
telefoons kunnen worden
gebruikt, aangezien deze de USB-
aansluiting kunnen beschadigen. Zorg
ervoor dat u alleen producten
gebruikt met een stekkerverbinding.✽AANWIJZING - de iPod®
gebruiken
• Sommige iPod ®
-modellen
ondersteunen mogelijk het
communicatieprotocol niet en
bestanden worden mogelijk niet goed
afgespeeld.
Ondersteunde iPod ®
-modellen:
- iPod ®
Mini
- iPod ®
4e
(Photo) t/m 6 e
(Classic)
generatie
- iPod ®
Nano 1 e
t/m 4 e
generatie
- iPod ®
Touch 1 e
en 2 e
generatie
• De volgorde bij het zoeken of afspelen
van muziekstukken op de iPod ®
kan
verschillen van de volgorde op het
audiosysteem.
• Als de iPod ®
vanwege een interne
storing wordt uitgeschakeld, moet de
iPod ®
worden gereset. (Raadpleeg
voor het resetten de handleiding van
de iPod ®
)
• Bij een bijna lege batterij werkt de
iPod ®
mogelijk niet goed.
(Vervolg)

Kenmerken van uw auto
226
4
(Vervolg)
• Sommige iPod ®
-apparaten, zoals de
iPhone, kunnen via de Bluetooth®
Wireless Technology worden
verbonden. Het apparaat moet een
Bluetooth ®
Wireless Technology-
audiofunctie hebben (zoals voor een
Bluetooth ®
Wireless Technology-
stereokoptelefoon). De audio op het
apparaat kan worden afgespeeld,
maar het kan niet via het
audiosysteem worden bediend.
• Als u functies van de iPod ®
op het
audiosysteem wilt gebruiken, moet u
de bij uw iPod ®
geleverde kabel te
gebruiken.
• Afhankelijk van de eigenschappen
van uw iPod ®
/iPhone, kan er audio
worden overgeslagen of onjuist
worden afgespeeld.
• Wanneer uw iPhone zowel via de Bluetooth ®
Wireless Technology als
via USB is verbonden, is het mogelijk
dat de muziek niet goed wordt
afgespeeld. Selecteer op uw iPhone de
Dock-stekker of de Bluetooth®
Wireless Technology om de audio-
uitgang (bron) te wijzigen. (Vervolg)(Vervolg)
• Steek de stekker van de voedingskabel
van de iPod ®
bij het aansluiten van de
iPod ®
volledig in de multimedia-
aansluiting. Als de stekker niet goed is
aangesloten, wordt de communicatie
tussen de iPod ®
en het audiosysteem
mogelijk onderbroken.
• Wanneer u de geluidsinstellingen van de iPod ®
en het audiosysteem
aanpast, zullen de effecten van beide
apparaten elkaar overlappen en kan
de geluidskwaliteit afnemen of het
geluid vervormen.
• Schakel de equalizerfunctie van de iPod ®
uit wanneer u de geluidssterkte
van het audiosysteem aanpast en zet
de equalizer van het audiosysteem uit
wanneer u die van de iPod ®
gebruikt.
• Haal de kabel van de iPod ®
los van de
iPod ®
wanneer u de iPod ®
niet met
het audiosysteem van de auto
gebruikt. Als u dit niet doet, blijft de
iPod ®
mogelijk in de accessoiremodus
en werkt de iPod ®
mogelijk niet goed.
• Behalve de 1M-kabel van uw iPod ®
/
iPhone worden geen andere kabels
herkend.✽AANWIJZING - GEBRUIK VAN
DE MOBIELE TELEFOON MET
Bluetooth® Wireless
Technology
• Gebruik uw mobiele telefoon niet tijdens het rijden en pas de Bluetooth®
Wireless Technology-instellingen niet
aan tijdens het rijden (bijvoorbeeld
koppelen van een telefoon).
• Sommige Bluetooth®
Wireless
Technology-telefoons worden
mogelijk niet herkend door het
systeem of zijn niet volledig
compatibel met het systeem.
• Raadpleeg alvorens de Bluetooth®
Wireless Technology-functies van het
audiosysteem te gebruiken de
handleiding van uw telefoon voor het
gebruik van Bluetooth®
Wireless
Technology op uw telefoon.
• De telefoon moet aan het audiosysteem zijn gekoppeld voordat
de Bluetooth ®
Wireless Technology-
functies kunnen worden gebruikt.
• De handsfree-functies zijn niet beschikbaar als uw telefoon (in de
auto) buiten het bereik van een
telefoonnetwerk is (bijvoorbeeld in
tunnels of in bergachtig gebied). (Vervolg)

4 227
Kenmerken van uw auto
(Vervolg)
• Als het telefoonsignaal zwak is of alshet te rumoerig is in het interieur van
de auto, is de gesprekspartner
mogelijk moeilijk te verstaan.
• Leg de telefoon niet in de buurt van of in metalen voorwerpen, omdat die de
communicatie met het Bluetooth®
Wireless Technology-systeem of de
mobiele telefoon kunnen verstoren.
• Als uw telefoon via Bluetooth®
Wireless Technology verbonden is,
kan de batterij sneller leeg zijn dan
gewoonlijk vanwege het uitvoeren van
extra Bluetooth ®
Wireless Technology-
functies.
• Sommige mobiele telefoons of andere
apparaten kunnen storingen
veroorzaken in het audiosysteem.
Door in dat geval de apparaten op een
andere plaats op te bergen, kan de
storing verholpen worden.
• Sla namen van contacten op in het Engels, omdat deze anders mogelijk
niet juist worden weergegeven.
(Vervolg)(Vervolg)
• Als Priority (prioriteit) wordt
ingesteld wanneer het contact AAN
(IGN/ACC ON) wordt gezet, maakt
de Bluetooth ®
Wireless Technology-
telefoon automatisch verbinding.
Zelfs wanneer u buiten bent, maakt de
telefoon met Bluetooth®
Wireless
Technology automatisch verbinding
wanneer u in de buurt van de auto
komt.
Als u niet wilt dat de telefoon
automatisch verbinding maakt met
Bluetooth ®
Wireless Technology, kunt
u Bluetooth ®
Wireless Technology
uitschakelen.
• Het volume en de geluidskwaliteit van
de handsfree-gesprekken kunnen per
mobiele telefoon verschillen.
• De functies van Bluetooth®
Wireless
Technology kunnen alleen worden
gebruikt wanneer de mobiele telefoon
is gekoppeld aan en verbonden met
het systeem. Ga voor meer informatie
over het koppelen en verbinden van
mobiele telefoons met Bluetooth®
Wireless Technology naar het
hoofdstuk Telefoon instellen. (Vervolg)(Vervolg)
• Wanneer er verbinding wordt
gemaakt met een mobiele telefoon met
Bluetooth ®
Wireless Technology,
verschijnt er een icoon ( ) aan de
bovenzijde van het scherm. Wanneer
het icoon ( ) niet wordt
weergegeven, betekent dit dat er geen
verbinding is met het apparaat met
Bluetooth ®
Wireless Technology. U
moet verbinding maken met het
apparaat om het te kunnen gebruiken.
Ga voor meer informatie over mobiele
telefoons met Bluetooth®
Wireless
Technology naar het hoofdstuk
Telefoon instellen.
• Het koppelen van en verbinding maken met een mobiele telefoon met
Bluetooth ®
Wireless Technology is
alleen mogelijk wanneer de optie
Bluetooth ®
Wireless Technology op uw
mobiele telefoon is ingeschakeld. (De
procedure voor het inschakelen van
Bluetooth ®
Wireless Technology kan
verschillen, afhankelijk van de
mobiele telefoon.)
(Vervolg)

Kenmerken van uw auto
228
4
(Vervolg)
• Op sommige mobiele telefoons kan
het inschakelen van het contact
tijdens een handsfree-telefoongesprek
via Bluetooth ®
Wireless Technology
ervoor zorgen dat het gesprek wordt
beëindigd. (Schakel het gesprek terug
naar uw mobiele telefoon wanneer u
het contact inschakelt.)
• Op sommige mobiele telefoons en apparaten met Bluetooth®
Wireless
Technology worden bepaalde functies
mogelijk niet ondersteund.
• De werking van Bluetooth®
Wireless
Technology is mogelijk onstabiel,
afhankelijk van de
communicatiestatus.
• Wanneer het audiosysteem in een elektromagnetische omgeving wordt
geplaatst, ontstaat mogelijk ruis.✽AANWIJZING
- SPRAAKCOMMANDO'S GEBRUIKEN
• De spraakherkenningsfunctie van dit product ondersteunt de herkenning
van de commando's die in deze
handleiding staan vermeld.
• Wanneer bij gebruik van de spraakherkenning een stuurwieltoets
of het apparaat wordt bediend, wordt
de spraakherkenning uitgeschakeld
en kunt u de gewenste functies
handmatig bedienen.
• Plaats de microfoon boven het hoofd van de bestuurder. Zorg voor een
goede lichaamshouding bij het geven
van spraakcommando's voor optimale
prestaties.
• Door geluiden van buiten werkt de spraakherkenning mogelijk niet goed.
De volgende omstandigheden kunnen
de prestaties van de
spraakherkenning beïnvloeden:
- De ruiten of het schuifdak zijngeopend
- Het verwarmings- en
ventilatiesysteem is ingeschakeld
- U rijdt door een tunnel
- U rijdt over hobbelige wegen
(Vervolg)(Vervolg)
• Na het downloaden van het
telefoonboek via Bluetooth®
Wireless
Technology heeft het systeem tijd
nodig om het telefoonboek om te
zetten in spraakgegevens. Gedurende
deze tijd werkt de spraakherkenning
mogelijk niet goed.
• Bij het invoeren van gegevens in uw telefoonboek worden speciale
symbolen en nummers niet herkend in
het spraakcommando. Het
spraakcommando voor "# John
Doe%&" is bijvoorbeeld "John Doe".