
"Onderhoudsprocedures" paragraaf in dit
hoofdstuk.
Als u het voertuig wilt wassen bij een
wasstraat waarbij deze tijdens de
werkzaamheden bewogen wordt, moet
bij voertuigen met automatische
versnelling als volgt te werk worden
gegaan:
controleren of de auto op een
horizontaal vlak staat en of de
automatische inschakeling van de
parkeerrem is uitgeschakeld bij het
stilzetten van de motor (voor de
uitschakeling raadpleeg de paragraaf
“elektrische parkeerrem” in het
hoofdstuk “Starten en rijden”);
bij stilstaande auto, de versnelling in N
(vrijstand) en rempedaal omhoog: druk op
de startknop.De auto blijft 15 minuten in
N (Vrijstand), waarna P (Parkeerstand)
wordt ingeschakeld.
BELANGRIJK
81)Om de esthetische eigenschappen van
de lak te behouden, mogen er geen schuur-
en/of polijstmiddelen voor het reinigen van
het voertuig worden gebruikt.82)Niet wassen met rollen en/of borstels in
autowasstraten. Was het voertuig
uitsluitend met de hand en gebruik
pH-neutrale reinigingsmiddelen; droog af
met een vochtige leren zeem. Schuur- en/of
polijstmiddelen mogen niet gebruikt worden
om het voertuig schoon te maken. Vogelpoep
moet zo snel en zo goed mogelijk verwijderd
worden, omdat hierin bijzonder agressieve
zuren aanwezig zijn. Vermijd (indien mogelijk)
om het voertuig onder bomen te parkeren;
verwijder plantaardige harsen onmiddellijk
omdat deze, als ze drogen, alleen verwijderd
kunnen worden met schuur- en/of
polijstmiddelen die ten zeerste afgeraden
worden omdat ze de karakteristieke matheid
van de lak kunnen aantasten. Gebruik geen
onverdunde ruitensproeiervloeistof om de
voorruit en achterruit te reinigen; verdun dit
met minstens 50% water. Gebruik alleen
onverdunde ruitensproeiervloeistof wanneer
de buitentemperaturen dit vereisen.
BELANGRIJK
7)Schoonmaakmiddelen verontreinigen het
milieu. Was het voertuig daarom op een
plaats waar het afvalwater direct wordt
opgevangen en gezuiverd.
181

VLOEISTOFFEN EN SMEERMIDDELEN
Het voertuig is voorzien van een motorolie die grondig ontwikkeld en getest is om aan de vereisten van het Geprogrammeerd
Onderhoudsschema te kunnen voldoen. Constant gebruik van de voorgeschreven smeermiddelen garandeert de specificaties van
brandstofverbruik en emissies. De kwaliteit van het smeermiddel is cruciaal voor de werking en de levensduur van de motor.
84)
KENMERKEN VAN DE PRODUCTEN
SMERING MOTOR
Gebruik Kenmerken SpecificatiesOriginele vloeistoffen
en smeermiddelenVerversingsinterval
2.0 T4 MAir-motorSAE
0W-30
ACEA C29.55535 - GS1SELENIA DIGITEK P.E.
Contractual Technical
Reference N°F020.B12Volgens geprogrammeerd
onderhoudsschema
2.2 JTD 210 CV MotorSAE 0W-30
ACEA C29.55535 - DS1SELENIA W.R. FORWARD
0W-30
Contractual Technical
Reference N°F842.F13Volgens geprogrammeerd
onderhoudsschema
2.2 JTD-motoren
136/150/180 pkSAE 0W-20
ACEA C29.55535-DSXSELENIA W.R. FORWARD
0W-20
Contractual Technical
Reference N°F013.K15Volgens geprogrammeerd
onderhoudsschema
Als er geen smeermiddelen beschikbaar zijn die voldoen aan het specifieke verzoek, kunnen voor het bijvullen producten gebruikt
worden die voldoen aan de aangegeven specificaties; in dat geval wordt de optimale prestatie van de motor niet gegarandeerd.
193

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste functies beschreven van
de systemen Uconnect 6,5" / Connect NAV 6.5” / Connect 3D NAV
8.8” die in het voertuig gemonteerd kunnen zijn.
MULTIMEDIA
VERKEERSVEILIGHEID . . ........................204
ONTVANGSTOMSTANDIGHEDEN...................204
ONDERHOUD EN ZORG..........................204
DIEFSTALBEVEILIGING..........................205
BELANGRIJKE OPMERKINGEN .....................205
BEDIENINGSELEMENTEN . . ......................206
BEDIENINGSELEMENTEN OP HET STUURWIEL...........209
INLEIDING..................................211
RADIOMODUS...............................211
MEDIA-MODUS . .............................212
Bluetooth® BRON..............................212
ONDERSTEUNING USB/iPod/AUX..................213
TELEFOONMODUS ............................213
NAVIGATIEMODUS............................214
INSTELLINGEN...............................215
TOEPASSINGEN..............................218
SPRAAKBEDIENING............................218

VERKEERSVEILIGHEID
168) 169)
Zorg ervoor dat u weet hoe de
verschillende systeemfuncties gebruikt
moeten worden voordat u gaat rijden.
Lees de gebruiksaanwijzingen van het
systeem zorgvuldig door voordat u gaat
rijden.
ONTVANGSTOMSTANDIGHEDEN
(indien aanwezig)
Tijdens het rijden veranderen de
ontvangstomstandigheden voortdurend.
De ontvangst kan gestoord worden door
de aanwezigheid van bergen, gebouwen
of bruggen, vooral wanneer u ver
verwijderd bent van de zender.
BELANGRIJK Het volume kan worden
aangepast wanneer verkeersinformatie
of nieuws wordt ontvangen.
ONDERHOUD EN ZORG
85) 86)
Neem de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht zodat het
systeem optimaal blijft werken:
het glas van het display mag niet in
contact komen met scherpe of harde
voorwerpen die het oppervlak ervan
kunnen beschadigen; gebruik een zachte,
droge anti-statische doek om het schoon
te maken en oefen hierbij geen druk uit.
gebruik nooit alcohol, benzine en
afgeleide producten om het glas van het
display te reinigen.
voorkom dat vloeistoffen in het
systeem komen: dit kan het systeem op
onherstelbare wijze beschadigen.
204
MULTIMEDIA

bestuurder over de aanwezigheid van een
obstakel door middel van geluidssignalen
(door middel van de speakers in de auto)
en visuele signalen, op het display van het
instrumentenpaneel.
"Audio": hiermee kan het volume van
de akoestische waarschuwingen geleverd
door het ParkSensesysteem worden
geselecteerd, de beschikbare opties zijn:
"Hoog", "Gemiddeld" of "Laag".
Achteruitrij camera
(indien aanwezig)
Met deze functie zijn de volgende
instellingen mogelijk:
"Zicht": hiermee kunt u de weergave
van de videocamera op het display zien;
"Vertraging camera": hiermee kunt u
het uitschakelen van de camera met een
paar seconden vertragen wanneer de
achteruitversnelling is uitgeschakeld.
"Camera rijlijnen”: hiermee kunnen de
dynamische roosters die de route van het
voertuig op het display aangeven
ingeschakeld worden.
Automatische parkeerrem
Met deze functie kunt u de automatische
parkeerrem in-/uitschakelen bij het
uitschakelen van de motor.Rem service
(indien aanwezig)
Deze functie zorgt voor activering van de
procedure om het onderhoud van het
remsysteem uit te voeren.
Automatisch sluiten van spiegels
(indien aanwezig)
Met deze functie kunnen de spiegels bij
het ont-/vergrendelen van de deuren
automatisch dichtgeplooid worden.
Instellingen herstellen
Met deze functie kunnen de instellingen
van het huidige menu gewist en de
fabrieksinstellingen hersteld worden.
Ga naar de functies en selecteer de
instelling door aan de Rotary Pad te
draaien en deze in te drukken.
Portieren & Vergrendelingen
Om toegang te krijgen tot de functie
"Portieren en Vergrendelingen", moet die
geselecteerd worden door aan de Rotary
Pad te draaien en vervolgens geactiveerd
worden door erop te drukken. De
volgende instellingen kunnen worden
gewijzigd wanneer deze functie is
geselecteerd:
Vergrendeling in beweging;
Ontgrendeling van alle portieren bij
uitstappen;
Passive entry (waar aanwezig);
Portierontgrendeling bij instappen
(waar aanwezig);
Claxon met starten op afstand (voor
bepaalde versies/markten)
Claxoneer bij portiervergrendeling
(waar aanwezig);
Automatische vergrendeling (waar
aanwezig);
Instellingen herstellen.
Instrumentenpaneel
Om toegang te krijgen tot de functie
"Instrumentenpaneel", deze selecteren
door te draaien aan de Rotary Pad en te
drukken op de Rotary Pad om hem te
activeren. De volgende instellingen
kunnen worden gewijzigd wanneer deze
functie is geselecteerd:
Volume waarschuwingssignaal;
Trip B;
Toon telefooninfo;
Toon audioinfo;
Toon navigatie-info;
Instellingen herstellen.
Infotainment
Om toegang te krijgen tot de functie
"Infotainment", deze selecteren door te
draaien aan de Rotary Pad en te drukken
op de Rotary Pad om hem te activeren.
De volgende instellingen kunnen worden
gewijzigd wanneer deze functie is
geselecteerd:
Beeldscherm uit;
Splitscreen (waar aanwezig);
Audio;
Bluetooth®;
217

Radio;
Media;
Telefoon;
Navigatie (voor bepaalde
versies/markten);
Apps.
Systeem
Om toegang te krijgen tot de functie
"Systeem", deze selecteren door te
draaien aan de Rotary Pad en te drukken
op de Rotary Pad om hem te activeren.
De volgende instellingen kunnen worden
gewijzigd wanneer deze functie is
geselecteerd:
Auto-On Radio;
Uitschakelvertraging;
Software bijwerken;
Kaart bijwerken;
Persoonlijke gegevens wissen;
Instellingen herstellen.
TOEPASSINGEN
TOEPASSINGEN-modus kan worden
geactiveerd vanuit het hoofdmenu
(MENU-knop) door aan de Roterende
knop te draaien en erop te drukken.
Op het display wordt de volgende
informatie weergegeven:
"Mijn auto": laat u een reeks informatie
zien gekoppeld aan de autostatus;
"Efficiënt rijden": deze laat u wat
rijstijlparameters zien;
"Gebruik en onderhoud": laat u de
gebruikshandleiding van de auto
raadplegen.
SPRAAKBEDIENING
BELANGRIJK Voor de niet door het
systeem ondersteunde talen is de
spraakbediening niet beschikbaar.
Om de spraakbediening te gebruiken,
druk op de toets
op de knoppen op
het stuur en spreek hardop de functie uit
die u wilt activeren.
In de volgende lijsten wordt voor elke
knop de belangrijkste term aangegeven.
Radiofuncties
Met de toets
kunt u de volgende
functies activeren:
Afstemmen op station
Afstemmen op frequentie
Toevoegen aan favorieten
Beschikbare stations tonen
Favoriete stations tonen
FM
AM
DAB (waar aanwezig)
SiriusXM (waar aanwezig)
Media-functies
Met de toets
kunt u de volgende
functies activeren:
Album tonen
Album afspelen
Artiest tonen
Artiest afspelen
Componist tonen
Componist afspelen
18211126S0004EM
218
MULTIMEDIA

ALFABETISCH REGISTER
"Alfa DNA"-systeem...........118
ABS (systeem)...............72
Accu ....................174
Accu opladen...............175
Achterbank.................21
Achteruitkijkcamera / dynamisch
raster..................135
Achteruitkijkspiegels...........24
Actieve veiligheidssystemen.......72
Active Cruise Control..........123
Afmetingen................190
AFS-functie.................28
Afsluiter van de brandstoftoevoer . .158
Airbag (SRS aanvullend
veiligheidssysteem).........103
Airbags
Frontairbags..............103
Zij-airbags...............107
Alarmknipperlichten...........142
Noodremmen.............142
Alarmsysteem...............14
ATV-systeem (Alfa™ Active Torque
Vectoring).................74
Automatische dual-zone
klimaatregeling.............33
Automatische versnellingsbak.....115
Bagageruimte...............38
Banden (bandenspanning).......188
Bandenreparatiekit...........153BEDIENINGSELEMENTEN.......206
Bedieningen op de tunnel......206
BEDIENINGSELEMENTEN OP HET
STUURWIEL..............209
BEDIENINGSLEMENTEN
Overzichtstabel
bedieningselementen op
stuurwiel................209
Bedieningspaneel en
boordinstrumenten...........42
Belangrijke informatie en
aanbevelingen.............220
Beschermingssystemen
inzittenden................86
Bijgeleverde velgen en banden.....187
Brandstofverbruik............198
BSM (Blind Spot Monitoring).......76
Buitenverlichting..............26
Carrosserie (reiniging en
onderhoud)...............180
CO2-emissie...............200
Contactslot.................12
Cruise-control...............121
Dagverlichting (DRL)...........27
De motor starten.............110
De sleutels.................11
Dimlicht...................26
Dimlicht (lamp vervangen).......145
Display....................44
DTC (systeem)...............72
Een aanhanger trekken
.........139
Een lamp vervangen...........142
Elektrisch schuifdak............36
Elektrisch slot (systeem).........17
Elektrische parkeerrem.........111
Elektrische ruitbediening.........35
Elektrische verwarming stuurwiel....24
Elektrische verwarming
voorstoelen . . .............20
ESC-systeem (Electronic Stability
Control)..................73
Forward Collision Warning
(systeem).................78
Gebruik van het Instructieboek......3
Gepland onderhoudsprogramma
(benzineversies met
2.0 T4 MAir-motor)..........164
GEPROGRAMMEERD onderhoud . . .162
Geprogrammeerd
onderhoudsschema (2.2 JTD
diesel motor versies).........167
Gescheiden inklapbare achterbank.......................21
Gewichten . . ...............191
Gordelspanners..............89
Krachtbegrenzers...........90
Grootlicht..................28
Automatische inschakeling
grootlicht................28
Grootlicht koplampen (lamp
vervangen)...............145

Handgeschakelde versnellingsbak. .114
Herconfigureerbaar tft display.....44
Het voertuig opkrikken.........179
Hoofdairbag................107
Hoofdsteunen...............22
Hoogteregeling koplampen.......29
HSA-systeem (Hill Starting Assist)
(Ondersteuning bij wegrijden op
een helling)................74
i-Size kinderzitjes.............97
Identificatiegegevens..........184
Imperiaal/skidrager>...........40
Interieurverlichting............30
ISOFIX-kinderzitje (montage)......95
Kinderen veilig vervoeren........91
Kinderslot..................17
Kinderzitjes.................91
Klimaatregeling...............33
KNOPPEN
Samenvattende tabel knoppen op
de tunnelconsole...........206
Lakwerk (reiniging en onderhoud). .180
Lamp buitenverlichting vervangen . .145
Lampen
typen lampen.............143
Lampjes en berichten...........51
Lichtschakelaar..............26
Mistlampen (lamp vervangen).....146
Mistlampen voor..............27Modificaties/wijzigingen aan het
voertuig..................5
Motor....................185
niveau vloeistof
motorkoelsysteem..........173
Motorkap..................37
Motorolie
niveau controleren..........172
verbruik................173
Motorruimte...............170
Noodstart.................156
Onderhoudsprocedures........176
Parkeerlichten...............27
Parkeersensorensysteem.......131
Parkeren..................111
Passive Entry (systeem).........15
PBA-systeem (Panic Brake Assist) . . .73
Plafondverlichting voor..........30
Portieren..................15
Prestaties (topsnelheid)........196
RCP-systeem...............77
Regensensor................32
Remmen
remvloeistofniveau..........173
Richtingaanwijzers (lamp
vervangen)...............146
Richtlijnen voor de behandeling van
het voertuig aan het einde van
de levensduur.............201
Rijbaanwissel................29Rijhulpsystemen..............76
Rijmodi...................118
Ruitensproeiervloeistof voor
voorruit/koplampen.........173
Ruitenwisser . . ..............31
wisserbladen vervangen.......177
Ruitenwisser/-sproeier . .........31
"Intelligente" wis-/wasfunctie....32
SBA (Gordelwaarschuwing).......88
SBA (Gordelwaarschuwing)
Systeem.................88
SBL-functie.................29
Schemersensor...............26
Slepen van het voertuig.........159
Slepen van voertuig met pech.....158
Sleutels
elektronische sleutel . .........11
Sneeuwkettingen. ............179
Snelheidsbegrenzer...........120
SRS (aanvullend
veiligheidssysteem) .........103
Stadslicht..................27
Start & Stop-Evo.............119
Starten met een sleutel met lege
batterij..................13
Starten met hulpaccu..........157
ALFABETISCH REGISTER