
Systemen ter ondersteuning van de bestuurder
Functietoetsen op het display: menu w eer
gev
en; menu verbergen.
Het beeld van de achteruitrijcamera uit-
schakelen.
De help weergeven. In het hulpschema
wordt uitleg gegeven over de oppervlak-
ken en lijnen in het camerabeeld. Druk
op om de help te verlaten.
Het geluid uitschakelen.
De aanwijzing aanpassen: helderheid,
contrast, kleur.
De oriëntatiepunten koppelen om achter-
uit rijdend haaks op het wegdek (modus
1) te parkeren.
Het optische parkeersysteem weergeven.
Bediening in wagens zonder optisch parkeersys-
teem (OPS)
De aanduiding
automatisch in-
schakelen:Schakel de achteruitrijversnelling
bij ingeschakeld contact of draai-
ende motor in. Modus 1 wordt
weergegeven.
Schakel de dis-
playweergave
handmatig uit:
Druk op een toets om het gebied
op de radio of het navigatiesys-
teem te selecteren ››› brochure Ra-
dio of ››› brochure Navigatiesys-
teem.
OF: druk op de knop
op het
scherm.
OF: Na het uitschakelen van het
contact wordt het beeld van de ach-
teruitkijkcamera kort op het scherm
weergegeven. 1
2
3
4
5
6
7
De aanduiding
uitschakelen door
de achteruitrijver-
snelling uit te
schakelen:Het beeld wordt na ongeveer 10 se-
conden uitgeschakeld.
De aanduiding
uitschakelen door
vooruit te rijden:Rijd vooruit met een minimale snel-
heid van ca. 15 km/u (9 mph).
Bediening in wagens met optisch parkeersysteem
(OPS)
De aanduiding
automatisch in-
schakelen:Schakel de achteruitrijversnelling
bij ingeschakeld contact of draai-
ende motor in. Modus 1 wordt
weergegeven.
Schakel de dis-
playweergave
handmatig uit:
Druk op een toets om het gebied
op de radio of het navigatiesys-
teem te selecteren
››› brochure Ra-
dio of ››› brochure Navigatiesys-
teem.
OF: druk op de knop
op het
scherm.
OF: Na het uitschakelen van het
contact wordt het beeld van de ach-
teruitkijkcamera kort op het scherm
weergegeven.
Indrukken toets .
De aanduiding
uitschakelen door
de achteruitrijver-
snelling uit te
schakelen:Onmiddellijk hierna wordt de aan-
duiding van het OPS weergegeven.
De aanduiding
uitschakelen door
vooruit te rijden:Rijd vooruit met een minimale snel-
heid van ca. 10 km/u (6 mph). Bijzonderheden
1) Gebruik de achteruitkijkcamera in de volgen-
de gevallen niet:
– Als er een storing in de dynamische regeling van het
onderstel (DCC) optreedt.
– Als het beeld niet duidelijk of betrouwbaar wordt
weergegeven (weinig zicht of vieze lens).
– Als de ruimte achter de wagen niet duidelijk en in zijn
geheel herkend wordt.
– Als achter in de wagen te veel lading ligt.
– Als de bestuurder niet bekend is met het systeem.
– Als de achterklep geopend is.
– Als de stand of de inbouwhoek van de camera is ver-
anderd (bijv. na een aanrijding), moet u het systeem in
een gespecialiseerde werkplaats laten nakijken.
2) Gezichtsbedrog door de camera (voorbeel-
den)
De beelden van de achteruitrijcamera zijn tweedimen-
sionaal. Gleuven in het wegdek of voorwerpen die uit de
grond of andere wagen steken, zijn moeilijk herkenbaar,
of worden niet weergegeven vanwege het ontbreken van
diepte van het schermbeeld.
Het lijkt soms alsof een voorwerp of een andere wagen
dichter bij of verder weg staat dan dat het voorwerp of
de wagen werkelijk staat:
» 229
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten

Verzorging en onderhoud
dan kan het systeem automatisch een sig-
n aal
st
uren. Dit hangt van de netwerkbeheer-
der af. Normaal gesproken kunnen de signa-
len alleen verzonden worden in zones met
een groot bereik.
Geheugenmodule voor opslaan van ongeval-
gegevens (Event Data Recorder)
De wagen is niet uitgerust met een geheu-
genmodule voor het opslaan van ongevalge-
gevens.
In een geheugenmodule voor het opslaan
van ongevalgegevens wordt de wageninfor-
matie tijdelijk geregistreerd. Op deze manier
kan er bij een ongeval gedetailleerde infor-
matie over de oorzaak van het ongeval ver-
kregen worden. In wagens met airbagsys-
teem kunnen bijvoorbeeld gegevens over de
snelheid op het moment van de botsing, de
status van de gespen van de veiligheidsgor-
dels, de standen van de stoel en de active-
ringstijden van de airbags in het geheugen
worden opgeslagen. Het gegevensvolume is
afhankelijk van de fabrikant.
Alleen als de autobezitter toestemming
geeft, mag een geheugenmodule voor het
opslaan van ongevalgegevens worden inge-
bouwd. In sommige landen zijn er wetten die
dit regelen. Regelapparaten herprogrammeren
In het algemeen w
orden alle gegevens die
nodig zijn voor het beheren van onderdelen
in de regelapparaten opgeslagen. De pro-
grammering van sommige comfortfuncties,
zoals de knipperlichten, het afzonderlijk ope-
nen van portieren en de aanduidingen op het
scherm, kunnen met speciale apparaten die
in de gespecialiseerde werkplaatsen aanwe-
zig zijn worden gewijzigd. Als dit het geval is,
dan komen de informatie en beschrijvingen
uit het instructieboekje niet overeen met de
oorspronkelijke functies. SEAT raadt daarom
aan altijd elk type wijziging in het hoofdstuk
"Andere aantekeningen van de werkplaats"
van het Onderhoudsprogramma te raadple-
gen.
De technische dienst moet van elke wijziging
in de programmering op de hoogte worden
gebracht.
Storingsgeheugen van wagen uitlezen
In het interieur van de wagen bevindt zich
een diagnoseconnector voor het lezen van
het storingsgeheugen van de wagen. In het
storingsgeheugen worden de storingen en af-
wijkingen met betrekking tot de theoretische
waarden van de elektronische regelappara-
ten geregistreerd.
De diagnoseconnector bevindt zich in de voe-
tenruimte van de bestuurder, naast de hen-
del voor het openen van de motorkap, onder
een deksel. Het storingsgeheugen mag alleen door een
gespec
ialiseerde werkplaats geraadpleegd
en geactiveerd worden.
Mobiele telefoon in wagen gebruiken
zonder aansluit
en op buitenantenne Mobiele telefoons zenden radiogolven uit en
ontvan
g
en deze, zowel tijdens telefoonge-
sprekken als tijdens de wachtmodus. In hui-
dige wetenschappelijke publicaties wordt
vermeld dat radiogolven die bepaalde waar-
den overschrijden, schadelijk voor het men-
selijk lichaam kunnen zijn. Landen en inter-
nationale commissies hebben bereiken en
richtlijnen opgesteld met als doel de elektro-
magnetische straling afkomstig van mobiele
telefoons binnen bepaalde grenzen te hou-
den die niet schadelijk zijn voor de gezond-
heid. Toch zijn er geen onomstotelijke weten-
schappelijke bewijzen die aangeven dat
draadloze telefoons helemaal veilig zijn.
Daarom raden sommige deskundigen aan de
mobiele telefoon met mate te gebruiken tot
de resultaten van onderzoeken die nog lo-
pen, gepubliceerd worden.
Gebruikt u in de auto een mobiele telefoon
die niet op de buitenantenne voor telefoons
aangesloten is, dan kan de elektromagneti-
sche straling hoger zijn dan wanneer de mo-
biele telefoon aangesloten zou zijn op een »
263
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten

Verzorging en onderhoud
Gebruikersinformatie Stic k
er s
en plaatjesIn de motorruimte bevinden zich enkele on-
derdelen met
veiligheidscertificaten, stickers
en plaatjes die in de fabriek zijn aange-
bracht, en die belangrijke informatie over de
werking van de wagen bevatten. Deze certifi-
caten, stickers en plaatjes zijn bijvoorbeeld
te vinden op de tankklep, de zonneklep aan
bijrijderszijde, op de stijl van het bestuurder-
sportier of op de vloer van de bagageruimte.
● Verwijder deze veiligheidscertificaten, stic-
kers en p
laatjes onder geen beding, en zorg
ervoor dat ze in een goede staat verkeren en
leesbaar zijn.
● Als een wagenonderdeel waarbij een veilig-
heidscer
tificaat, sticker of plaatje hoort, ver-
vangen wordt, dan moet deze veiligheidsin-
formatie in de gespecialiseerde werkplaats
opnieuw op dezelfde plaats worden aange-
bracht.
Veiligheidscertificaat
Een veiligheidscertificaat op de stijl van het
portier geeft aan dat op het moment van fa-
bricage aan alle door de nationale verkeers-
autoriteiten voorgeschreven veiligheidsstan-
daarden en -specificaties met betrekking tot
verkeersveiligheid voldaan is. Daarnaast wordt de maand en het jaar van fabricage, en
het cha
ssisnummer vermeld.
Sticker met hoogspanningswaarschuwing*
In de buurt van de sluiting van de motorkap
bevindt zich een sticker met informatie over
de hoge spanning waaronder de elektrische
wagenonderdelen staan. Het ontstekingssys-
teem van de wagen voldoet onder andere
aan de Canadese norm ICES-002.
Wagen gebruiken in andere landen en
continenten Wagens worden in de fabriek voor een be-
p
aal
d land g
eproduceerd en voldoen aan de
nationale goedkeuringsvoorschriften die gel-
den op de bouwdatum.
Als de wagen in een ander land verkocht of
gedurende een lange tijd gebruikt wordt,
moet er rekening worden gehouden met de
wettelijke voorschriften die in dat land gel-
den.
Het is mogelijk dat u bepaalde uitrustingen
moet in- of uitbouwen en bepaalde functies
moet uitschakelen. Ook de servicewerkzaam-
heden kunnen anders zijn. Dit geldt met na-
me als u met uw wagen gedurende lange tijd
in een gebied met een ander klimaat rijdt.
Aangezien er in de wereld verschillende fre-
quentiebanden zijn, is het mogelijk dat de af fabriek meegeleverde radio of het meegele-
verde nav
igatiesysteem in een ander land
niet werkt. VOORZICHTIG
● SEAT k an niet
aansprakelijk gesteld worden
voor schade aan de wagen door een brand-
stof van lage kwaliteit, een gebrekkige servi-
ce of de niet-beschikbaarheid van originele
onderdelen.
● SEAT kan niet aansprakelijk gesteld worden
als de w
agen gedeeltelijk of geheel niet vol-
doet aan de wettelijke eisen van andere lan-
den of continenten. Radio-ontvangst en antenne
Voor radio's en navigatiesystemen die in de
f
abriek
ing
ebouwd zijn, geldt dat de antenne
van de antenne op verschillende plaatsen in
de wagen kan zijn ingebouwd:
● Aan de binnenzijde van de achterruit, naast
de achterruitv
erwarming,
● aan de binnenzijde van de zijruiten achter-
in,
● aan de binnenzijde van de voorruit,
● op het dak van de wagen.
De aan de binnenz
ijde van de ruit geplaatste
antennes zijn herkenbaar aan de dunne dra-
den. »
277
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten

Trefwoordenlijst
Parkeerrem aut om
atis
ch uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . 199
elektronisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199
inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199
noodstopfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199
uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199
Parkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 221
Parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197, 200
Pedalen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59, 61
Plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
Plaatsing van de gordelband bij zwangere vrouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
veiligheidsgordels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Polijsten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 269
Portier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125 kinderslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 127
noodsluiten of -openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
waarschuwingslampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
Portieren afzonderlijk openen . . . . . . . . . . . . . . . 118
Portiergreep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Portierslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Portierslotcilinder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Profieldiepte van de banden . . . . . . . . . . . . . . . . 307
R Radio-ontvangst antenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
Railsysteem met bevestigingselementen . . . . . . 166 bagagenet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
Rear Traffic Alert . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 239
Rear View Camera . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 227
Recycling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
Reflecterend vestje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84
Regelaar van de lichtbundelhoogte . . . . . . . . . . 103 Regelapparaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 262
herprogrammeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 263
Regelapparaten herprogrammeren . . . . . . . . . . . 263
Regensensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143 de werking controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Reiniging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 266 buitenspiegels inklappen . . . . . . . . . . . . . . . . 147
dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
de wagen wassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 266
de wagen wassen met hogedrukreinigers . . . 267
kunstleer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
kussens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
natuurleer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 274
opbergvakken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 268
textiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
textielbekledingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
veiligheidsgordels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
Rem rembekrachtiger . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
Rembekrachtiger . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201, 214
Remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Remkrachtassistent . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Remmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197 controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 198
elektronische parkeerrem . . . . . . . . . . . . . . . . 199
inrijden van de remblokken . . . . . . . . . . . . . . . 201
noodstopfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199
remblokken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
remkrachtassistent . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
remvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 296
remvloeistofpeil . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 296
remvloeistof verversen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 296
Remsysteem storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201 Remsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Remvloeis
tof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
specificatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 296
Reparaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260, 278 airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261
Reparatiewerkzaamheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . 259
Rijadvies met het voertuig geladen . . . . . . . . . . . . . . . . . 157
Rijden aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . . . 206
bescherming van bodemplaat . . . . . . . . . . . . . . 57
brandstofmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
brandstofpeil te laag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
Door het veld . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
Gegevensopslag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 262
met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
op hellingen parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
rijden door water . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
rijden in het buitenland . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
veilig . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
zuinig . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 209
Rijden door water . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213 zout water . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
Rijden in de winter bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306
Rijden in het buitenland koplampen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140
Rijden met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . 314 brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
technische voorwaarden . . . . . . . . . . . . . . . . . 249
Rijstrookassistent . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233 controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
storing in de werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
wanneer moet het systeem uitgeschakeld wor-den? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 234
werkwijze . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233 331