
OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
26 Sleutels, portieren en ruiten
De startbeveiliging activeert zichzelf
automatisch nadat u de sleutel uit
de contactschakelaar hebt gehaald.
Knippert de controlelamp
Anadat
het contact is ingeschakeld, dan is
er een storing in het systeem: de
auto kan niet worden gestart.
Contact uitschakelen en opnieuw
proberen te starten.
Als de controlelamp
Ablijft
knipperen, kunt u proberen om de
motor met de reservesleutel te
starten en daarna de hulp van een
werkplaats inroepen.
Aanwijzing
De startbeveiliging vergrendelt de
portieren niet. Vergrendel daarom
steeds na het verlaten van de auto
de portieren en schakel het diefsta-
lalarmsysteem
0in Centrale
vergrendeling 021
ii,Diefstalalarm-
systeem 025ii.
Controlelamp
A 0Lampje van de
startbeveiliging 073
ii.
Buitenspiegels
Bolle spiegels
De vergrotende buitenspiegel heeft
een asferisch deel dat de dode
hoeken verkleint. Door de vorm van
de spiegel lijken voorwerpen kleiner
dan ze zijn, waardoor afstanden
moeilijker zijn in te schatten.
Elektrisch bediende
buitenspiegels
Selecteer de gewenste buiten-
spiegel door de knop naar links (L)
of rechts (R) te draaien. Beweeg
daarna de knop om de spiegel te
verstellen.
In de stand 0 is geen enkele spiegel
geselecteerd.
Inklapbare spiegels
Omwille van de veiligheid van de
voetgangers zwenken de buiten-
spiegels uit hun reguliere montage-
positie als ze hard tegen iets slaan.
Zet de spiegel weer terug door
voorzichtig tegen het spiegelhuis te
drukken.

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
Instrumenten en knoppen 69
Olie weldra vervangen of een
waarschuwingscode op het bestuur-
dersinformatiecentrum. Laat de
motorolie en het oliefilter binnen een
week of 500 km door een
werkplaats vervangen (wat het eerst
voorkomt).
Driver Information Center
0Driver
Information Center (DIC) 075
ii.
Service-informatie
0Service-infor-
matie 0206
ii.
Richtingaanwijzer
G
brandt of knippert groen.
Brandt kort
De parkeerlichten worden
ingeschakeld.
Knippert
Een richtingaanwijzer of de alarm-
knipperlichten worden geactiveerd.
Snel knipperen: richtingaanwijzer of
bijbehorende zekering defect,
richtingaanwijzer aanhanger defect.
Gloeilamp vervangen
0Een gloei-
lamp vervangen 0173
ii. Zekeringen
0Zekeringen
0180ii.
Richtingaanwijzers
0Richtingaan-
wijzerlampjes 092
ii.
Veiligheidsgordelwaar-
schuwingen
Gordelverklikker op de
voorstoelen
>brandt of knippert rood.
Brandt
Na het inschakelen van de ontste-
king, totdat de veiligheidsgordel is
omgedaan.
Knippert
Na het starten van de motor
gedurende maximaal 100 seconden
totdat de gordel is vastgemaakt.
Veiligheidsgordel omdoen
0
Driepuntsgordel 036ii.
Gordelstatus op de achterbank
>knippert of brandt in het bestuur-
dersinformatiecentrum. Knippert
Na het wegrijden wanneer de veilig-
heidsgordel wordt losgemaakt.
Veiligheidsgordel omdoen
0
Driepuntsgordel
036ii.
Verklikkerlampje airbag
en gordelspanner
9
brandt rood.
Bij ingeschakeld contact brandt de
controlelamp ongeveer enkele
seconden. Als dit niet gaat branden,
niet na enkele seconden dooft of
gaat branden terwijl u rijdt, dan is er
een storing in het airbagsysteem.
De hulp van een werkplaats
inroepen. De airbags en gordel-
spanners gaan mogelijkerwijs niet af
tijdens een ongeval.
Geactiveerde gordelspanners of
airbags worden aangeduid door
aanhoudend branden van
9.

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
Instrumenten en knoppen 81
11 Remmen versleten
12 Auto overbeladen
13 Compressor oververhit
15 Controleer derde remlicht
16 Controleer remlichten
17 Koplampverstelling defect
18 Linker dimlicht defect
19 Controleer mistachterlicht
aanhanger
20 Controleer dimlicht rechts
21 Controleer standlicht links
22 Controleer standlicht rechts
23 Achteruitrijlicht defect
24 Kentekenverlichting defect
25 Controleer richtingaanwijzer
linksvoor
26 Storing richtingaanwijzer links-
achter
27 Controleer richtingaanwijzer
rechtsvoor
28 Controleer richtingaanwijzer
rechtsachter
29 Controleer remlicht aanhanger30 Controleer achteruitrijlicht
aanhanger
31 Controleer richtingaanwijzer
aanhanger links
32 Controleer richtingaanwijzer
aanhanger rechts
33 Controleer mistachterlicht
aanhanger
34 Controleer achterlicht aanhanger
35 Vervang batterij in afstandsbe-
diende sleutel.
36 Stabilitrak bezig met initialisatie
38 Neem de stuurinrichting
(goedkeuring tekst nog hangende)
48 Dodehoekwaarschuwingssys-
teem niet beschikbaar
49 Lane departure warning-systeem
niet beschikbaar
50 Motorkap terugzetten - zie
instructieboekje
52 Vervang distributieriem
56 Drukverschil - voor
57 Drukverschil - achter
59 Ruit bestuurderszijde openen en
sluiten60 Ruit passagierszijde openen en
sluiten
61 Achterruit links openen en sluiten
62 Achterruit rechts openen en
sluiten
65 Inbraakpoging
66 Onderhoud diefstalalarm
67 Service stuurslot
68 Service stuurbekrachtiging, rijd
voorzichtig
75 Service aircosysteem
77 Service Lane Departure Warning
/ Service vooruitzichtcamera
79 Motoroliepeil laag - vul olie bij
81 Service transmissie
82 Motorolie spoedig verversen
84 Motorvermogen beperkt
89 Auto weldra onderhouden
95 Service airbag
145 Sproeiervloeistofpeil laag - vul
vloeistof bij
151 Trap koppeling in om te starten
174 Lage accuspanning

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
Instrumenten en knoppen 87
De volgende functies zijn
beschikbaar:
.Portiervergrendeling of -ontgren-
deling.
. Claxon laten klinken of
knipperen met lichten.
. Brandstofpeil, levensduur motor-
olie en bandenspanning (alleen
bij bandenspanningscontrolesys-
teem) controleren.
. Navigatiebestemming aan de
auto verzenden, indien uitgerust
met een ingebouwd navigatie-
systeem.
. Auto op een kaart lokaliseren.
. Wi-Fi-instellingen beheren
Download voor deze functies de
app uit de betreffende app store.
Externe service
Neem desgewenst via een willekeu-
rige telefoon contact op met een
OnStar-adviseur, die extern speci-
fieke boordfuncties kan bedienen.
Zoek naar het betreffende OnStar--
telefoonnummer op onze landspeci-
fieke website. De volgende functies zijn
beschikbaar:
.
Portiervergrendeling of -ontgren-
deling.
. Geef de locatie van de auto aan.
. Claxon laten klinken of
knipperen met lichten.
Hulp na diefstal van auto
Als een auto gestolen is, kan
OnStar via hulp na diefstal van de
auto de auto helpen zoeken en
terughalen.
Diefstalalarm
Wanneer het diefstalalarmsysteem
wordt geactiveerd, wordt er een
melding aan OnStar verzonden.
Daarna ontvangt u een melding van
dit voorval via een tekstbericht of
e-mail.
Doe indien vereist aangifte van de
diefstal en vraag OnStar om hulp na
diefstal van auto. Neem via een
willekeurige telefoon contact op met
een OnStar-adviseur. Zoek naar het
betreffende OnStar-telefoonnummer
op onze landspecifieke website. Externe startblokkering
Door het verzenden van externe
signalen kan OnStar de startblokke-
ring van de auto na het uitschakelen
van de motor inschakelen.
Diagnose op afroep
Druk te allen tijde, bijv. als er een
servicebericht verschijnt, op
|voor
contact met een OnStar-adviseur en
vraag om een real-time diagnose
om het probleem meteen te
bepalen.
Afhankelijk van de resultaten
verleent de adviseur verdere onder-
steuning.
Maandelijkse boorddiagnose
De auto verzendt automatisch
diagnosegegevens naar OnStar,
waarna er een maandrapport ter
attentie van u en uw werkplaats per
e-mail wordt verzonden.
Aanwijzing
U kunt de meldfunctie aan de
werkplaats in uw account uitscha-
kelen.

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
90 Verlichting
Verlichting
Rijverlichting
Lichtschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . 90
Grootlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
Koplampverstelling . . . . . . . . . . . . 91
Koplampen bij rijden in hetbuitenland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91
Dagrijlicht (DRL) . . . . . . . . . . . . . . . 91
Alarmknipperlichten . . . . . . . . . . . . 91
Richtingaanwijzers . . . . . . . . . . . . . 92
Mistlampen voor . . . . . . . . . . . . . . . 92
Mistachterlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
Bochtverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . 93
Parkeerlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
Achteruitrijlichten . . . . . . . . . . . . . . 93
Beslagen lampglazen . . . . . . . . . . 93
Interieurverlichting
Regelbare instrumentenver- lichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94
Binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . 94
Extra verlichting
Middenconsoleverlichting . . . . . . 95
Instapverlichting . . . . . . . . . . . . . . . 95
Uitstapverlichting . . . . . . . . . . . . . . 95
Ontlaadbeveiliging accu . . . . . . . 96
Rijverlichting
Lichtschakelaar
Lichtschakelaar
Lichtschakelaar draaien:
O: Lichten uit
;: Zijmarkeringslichten
2: Dimlicht
Controlelamp
; 0Controlelampje
achterlichten 074
ii.
Wanneer het dimlicht aan is,
brandt
;. Controlelamp; 0
Controlelampje achterlichten 074ii.
Achterlichten
De achterlichten branden samen
met het dimlicht en de zijmarke-
ringslichten.
Grootlicht
Om van dimlicht naar grootlicht om
te schakelen, duwt u tegen de
hendel.
Om het dimlicht in te schakelen,
duwt u nogmaals tegen de hendel of
u trekt eraan.
Lichtsignaal
Lichtsignaal activeren door de
hendel naar u toe te trekken.

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
Verlichting 91
Koplampverstelling
Handmatige koplampver-
stelling
U kunt de lichtbundelhoogte
aanpassen aan de belading om
verblinding te voorkomen: draai het
kartelwieltje
9in de gewenste
stand.
0: zitplaatsen voorin bezet
1: alle zitplaatsen bezet
2: alle zitplaatsen bezet en bagage-
ruimte geladen
3: bestuurdersstoel bezet en
bagageruimte geladen
Koplampen bij rijden in
het buitenland
De koplampafstelling is van tevoren
ingesteld en zou niet meer nodig
moeten zijn. Bij het rijden in landen
met verkeer dat de andere rijbaan
aanhoudt, hoeft u de koplampen
niet af te stellen.
Dagrijlicht (DRL)
Door het dagrijlicht neemt de zicht-
baarheid van de auto overdag toe.
Deze gaat bij het inschakelen van
het contact automatisch branden.
Alarmknipperlichten
Worden bediend met|.
De alarmlichten worden automatisch
ingeschakeld wanneer de airbags
bij een ongeval in werking treden.

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
112 Infotainmentsysteem
Frequentiebereikmenu's
Druk, terwijl u naar de radio luistert,
opMENU om naar het AM, FM of
DAB-menu te gaan.
Draai aan MENUom naar de
gewenste menuoptie te gaan en
druk op de knop MENUom de
betreffende optie te selecteren of
naar het detailmenu van de optie
te gaan.
AM-FM-menu
. Zenderlijst : Selecteert een
zender uit de lijst van sterke
zenders. .
Zenderlijst bijwerken : Zoekt
automatisch zenders die kunnen
worden ontvangen en slaat ze
op in de Zenderlijst.
. Handmatig afstemmen : Draai
kort aan de knop om naar de
vorige/volgende frequentie
te gaan.
. Aantal favorietenpagina's
instellen : Stel het aantal favor-
ietenpagina's in.
DAB-menu
. Verkeersprogramma (TP) : Zet
de TP-functie aan en uit.
. Categorieën (DAB-categorie) :
Selecteert een zender uit de lijst.
De lijst wordt getoond in de
volgorde van Informatie →Pop
→ Rock →Klassiek →Muziek
→ Alle.
. DAB-berichten : Ga naar het
menu DAB-berichten en stel de
lijst in waarin u geïnteres-
seerd bent.
Beschikbare berichten: Nieuws
→ Weer →Sport →Financieel
→ Reizen →Evenementen →Speciaal
→Radio-info →
Waarschuwing →Verkeer →
Alarm.
. DAB naar DAB-koppeling : Zet
de DAB-koppelingsfunctie aan of
uit (activeer of deactiveer de
Automatische groepskoppelings-
functie).
. DAB naar FM-koppeling : Zet
de FM-koppelingsfunctie aan of
uit (activeer of deactiveer de
Automatische koppelingsfunctie
DAB-FM).
. L-band : Zet de L-bandfunctie
aan of uit.
Wanneer L-band aan staat, zal
het systeem zoeken naar/
afstemmen op een zender om
de L-bandfrequentieblokken in te
voegen.
. Intellitext : Selecteert de
speciaal uitgezonden tekst met
informatie zoals onder meer
sportuitslagen, belangrijk
nieuws.

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
Infotainmentsysteem 129
{Waarschuwing
Denk eraan dat u met uw mobiele
telefoon kunt bellen en ontvangen
indien u zich in een gebied
bevindt met een voldoende sterk
signaal. Onder bepaalde omstan-
digheden kunnen nooddiensten
niet op alle mobiele telefoonnet-
werken worden gebeld; mogelij-
kerwijs kunnen deze oproepen
niet gedaan worden wanneer
bepaalde netwerkdiensten en/of
telefoonfuncties actief zijn. U kunt
hierover uw lokale netwerkexploi-
tant raadplegen.
Het alarmnummer kan per land
en regio variëren. Wij raden u aan
het juiste alarmnummer voor de
relevante regio van tevoren op te
vragen.
Een noodoproep doen
Vorm het noodnummer (bijv. 112).
De telefoonverbinding met de alarm-
centrale wordt tot stand gebracht.Antwoord als het dienstdoende
personeel u vragen stelt over het
noodgeval.
{Waarschuwing
Beëindig het gesprek pas als de
alarmcentrale u daarom vraagt.
De Siri-functie gebruiken
Houd bij een verbonden iPhone het
"oproeppictogram
" op de audiobe-
diening op het stuur ingedrukt om
de Siri-functie te activeren.
. Compatibel met iPhone
apparaten die iOS 4.0 of later
ondersteunen.
. Druk wanneer Siri als ingescha-
keld is hierop om Siri weer te
activeren.
. Siri-commando's die in combi-
natie met dit product kunnen
worden gebruikt ondersteunen
het kiezen van commando's via
de iPhone, selecteren van de
song en afspelen van de iPhone
Music Player.
Bediening
Inkomend gesprek
Wanneer u een telefonische oproep
binnenkomt op de mobiele telefoon
met Bluetooth-aansluiting, wordt de
afgespeelde song onderbroken. De
telefoon geeft een geluidssignaal en
toont de relevante informatie.
Om een oproep te ontvangen, drukt
u op
bop de audiobediening op
het stuur om naar het scherm van
Actieve oproep te gaan of drukt u op
- om Opnemen te selecteren en
naar het scherm van Actieve oproep
te gaan.