
711
Onderhoud
UITLEG BIJ ONDERHOUDSSCHEMA
Motorolie en oliefilter
De motorolie moet worden ververst en
het filter moet worden vervangen volgens
de intervallen van het
onderhoudsschema. Als er onderongunstige omstandigheden gereden
wordt, moet de olie vaker ververst en het
filter vaker vervangen worden. Aandrijfriemen
Controleer alle aandrijfriemen op
tekenen van sneetjes, scheurtjes,
overmatige slijtage of verzadiging met
olie en vervang indien nodig. De
spanning van de aandrijfriemen moet
periodiek worden gecontroleerd en
indien nodig worden afgesteld. Brandstoffilter(element)
Door een verstopt filter kan de snelheid
waarmee gereden kan worden,afnemen, het emissiesysteem
beschadigd raken of slecht aanslaan
veroorzaakt worden. Als zich in de
brandstoftank te veel vuil ophoopt, dient
het filter mogelijk vaker vervangen te
worden.
We adviseren u het brandstoffilter te
laten vervangen door een officiële
HYUNDAI-dealer.
Brandstofleidingen, -slangen en
aansluitingen
Controleer de brandstofleidingen, - slangen en aansluitingen op lekkage en
beschadigingen. We adviseren u de
brandstofleidingen, brandstofslangen en
aansluitingen te laten vervangen door
een officiële HYUNDAI-dealer.
WAARSCHUWING
- Alleen dieselmotor
Werk nooit aan het inspuitsysteem bij draaiende motor of binnen 30
seconden na het afzetten van de
motor. De hogedrukpomp, de
common rail, de verstuivers en de
hogedrukleidingen staan onder
hoge druk, ook als de motor uit is
gezet. De brandstofstraal die kan
ontsnappen, kan ernstig letsel
veroorzaken. Mensen die een
pacemaker dragen, mogen niet
dichter dan 30 cm bij demotormodule of de bedrading in de
motorruimte komen als de motor
draait, omdat de hoge
stroomsterktes in het common rail-
systeem aanzienlijke magnetische
velden produceren.
OPMERKING
Wanneer u de riem controleert, zet dan het contact in stand LOCK/OFFof ACC.

Onderhoud
50
7
✽✽
AANWIJZING
Mogelijk wijkt het daadwerkelijke
label met de naam van de
zekeringen en relais af .
Vervangen zekering zijpaneel
1. Zet het contact in stand LOCK en alle andere schakelaars uit.
2. Open het deksel van de zekeringkast.
OPMERKING
Wanneer u een doorgebrande zekering of relais door een nieuw
exemplaar vervangt, zorg er danvoor dat de nieuwe zekering ofhet nieuwe relais goed in de houder past Wanneer de zekering
of het relais niet goed vastzit,kunnen de bedrading en deelektrische systemen van de auto
beschadigd raken en mogelijkbrand veroorzaken.
Verwijder geen zekeringen, relais of aansluitingen die zijnvastgezet met bouten of moeren.
De zekeringen, relais of aansluitingen zijn mogelijk nietgoed vastgezet, wat brand kanveroorzaken. Als zekeringen,
relais of aansluitingen die zijnvastgezet met bouten of moerenzijn doorgebrand, adviseren we ucontact op te nemen met een
officiële HYUNDAI-dealer.
Plaats uitsluitend zekeringen of relais in de aansluitingen van dezekering/relais. Anders kunnen er problemen met de aansluiting of
storingen aan het systeemontstaan.
ODM072017
OPMERKING
Verwijder een zekering niet met eenschroevendraaier of een ander
metalen voorwerp omdat hierdoorkortsluiting kan ontstaan, waardoorschade aan het elektrisch systeem kan worden veroorzaakt.

Onderhoud
52
7
Vervangen zekering motorruimte
1. Zet het contact in stand LOCK (of
OFF) en alle andere schakelaars uit.
2. Verwijder het deksel van de zekeringkast door de lippen in te
drukken en het deksel omhoog te
trekken. 3. Controleer de verwijderde zekering;
vervangen indien deze is doorgebrand.
Gebruik de zekeringtrekker in de
zekeringkast in de motorruimte om de
zekering te verwijderen of te plaatsen.
4. Plaats een nieuwe zekering met dezelfde stroomsterkte en controleer
of de zekering goed vastzit.
Bij loszitten adviseren we u contact op
te nemen met een officiële HYUNDAI-
dealer.
Multizekering
Vervang de doorgebrande multizekering
als volgt:
1. Neem de minpool los van de accu.
2. Verwijder de bouten die inbovenstaande afbeelding worden
weergegeven.
3. Vervang de zekering door een nieuwe met dezelfde stroomsterkte.
4. Plaats de onderdelen in omgekeerde volgorde van verwijderen.
✽✽ AANWIJZING
Als de multizekering is doorgebrand,
adviseren we u contact op te nemen met
een officiële HYUNDAI-dealer.
ODM072027
ODM072028
Alleen dieselmotorOPMERKING
Plaats het deksel op de juiste manier nadat de zekeringkast in demotorruimte gecontroleerd is.Wanneer dit niet het geval is,
kunnen elektrische storingen tengevolge van binnendringend vochtoptreden.ODM072047

757
Onderhoud
Naam zekeringSymboolStroomsterktezekeringBeveiligd onderdeel
P/WDW LH25AModule elektrisch bedienbare ruit met klembeveiliging bestuurder/passagier,
module bestuurders-/passagiersportier, schakelaar ruitbediening links achter,
module elektrisch bedienbare ruit met klembeveiliging links achter
FUEL LID15ASchakelaar tankdopklep
SMART KEY 37.5ASmart Key-module
STOP LP15AElektronische module remsignaal
P/SEAT PASS20ASchakelaar handmatige verstelling passagiersstoel
AMP30AAMP
MODULE 410AAudiosysteem, hoofdunit A/V- en navigatiesysteem, parkeerhulpsysteem, digitale klok,
BCM, verlichting dakconsole, voeding versterker, schakelaar elektrisch verstelbare
buitenspiegel, zekering- en relaiskast motorruimte (relais 1)
DR LOCK20ARelais vergrendelen/ontgrendelen portier, relais achterklep,
relaiskast interieur (deadlock-relais)
P/SEAT DRV30AIMS-module bestuurder, schakelaar handmatige verstelling bestuurdersstoel,
schakelaar lendesteun bestuurdersstoel

Onderhoud
66
7
GLOEILAMPEN
Gebruik alleen lampen met de
voorgeschreven wattage.
✽✽ AANWIJZING
Na zware regenval of het wassen van de
auto kan het lijken alsof er vocht in de
koplampen en achterlichten zit. Dit
wordt veroorzaakt door het
temperatuurverschil tussen de
binnenzijde en de buitenzijde van het
lampglas. Dit is vergelijkbaar met het
beslaan van de ruiten bij het rijden
onder regenachtige omstandigheden en
duidt niet op een probleem met uw auto.
Als er sprake is van waterlekkage in het
elektrische gedeelte van de lamp,
adviseren we u het systeem te laten
controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer.WAARSCHUWING -
Vervangen van gloeilampen
Zet, voordat u lampen gaat
vervangen, de parkeerrem stevig
vast en controleer of het contact in
stand LOCK staat om te voorkomen
dat de auto plotseling in beweging
komt, dat u zich brandt of dat u een
schok krijgt.
OPMERKING
Zorg ervoor dat de doorgebrande lamp vervangen wordt door een met dezelfde wattage. Anders kan dezekering of het elektrische
bedradingssyteem beschadigdraken.
OPMERKING
Raadpleeg een officiële HYUNDAIErkend Reparateur wanneer u niet
over het juiste gereedschap, dejuiste lampen en/of ervaringbeschikt. In veel gevallen kan het zelf vervangen van lampen
problemen opleveren vanwege hetfeit dat om bij de lamp te kunnenkomen, eerst andere onderdelen
verwijderd dienen te worden. Dat isin het bijzonder het geval als u dekoplampunit moet verwijderen ombij de gloeilamp(en) te kunnen
komen. Het verwijderen en plaatsenvan de koplampunit kan leiden totbeschadigingen aan de auto.

791
Onderhoud
Laat de motor in een afgesloten ruimte(bijvoorbeeld een garage) niet langer
draaien dan nodig is om de auto naar
binnen of naar buiten te rijden.
Stel het ventilatiesysteem zo af dat er verse buitenlucht naar het interieur
gevoerd wordt als de auto in een open
ruimte stilstaat terwijl de motor wat
langer moet blijven draaien.
Blijf nooit met draaiende motor gedurende langere tijd in eenstilstaande auto zitten.
Als de motor afslaat of niet wil aanslaan en er teveel startpogingen
ondernomen worden, kan hetemissieregelsysteem beschadigd
raken.Voorzorgsmaatregelen katalysator
(indien van toepassing)Uw auto is uitgerust met een katalysator
ten behoeve van de emissieregeling.
Daarom moeten de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht wordengenomen:
Gebruik bij een benzinemotor uitsluitend LOODVRIJE BENZINE.
Gebruik de auto niet als de motor duidelijk storingen vertoont, zoals
overslaan of vermogensverlies.
Doe geen dingen die slecht zijn voor de motor. Voorbeelden hiervan zijn: de
auto in de versnelling laten uitrollenterwijl het contact in stand LOCK staat
en een helling af rijden met het contactin stand LOCK.
Laat de motor niet langdurig (5 minuten of langer) met een hoog
stationair toerental draaien.
Voer zelf geen aanpassingen of wijzigingen uit aan de motor of het
emissieregelsysteem. We adviseren uhet systeem te laten controleren door
een officiële HYUNDAI-dealer.
Voorkom rijden met een extreem laag brandstofniveau. Het leegrijden van de
tank kan leiden tot overslaan van de
motor en overbelasting van de
katalysator.
WAARSCHUWING - Brand
Een heet uitlaatsysteem kan brandbare materialen in brand
doen vliegen.
Vermijd contact tussen de auto en brandbare materialen zoals
gras, planten, papier, bladeren,
enz. door niet in de nabijheid
daarvan te parkeren of te rijden,of de motor stationair te latendraaien.
Het uitlaatsysteem en de katalysator zijn zeer heetwanneer de motor draait en direct
nadat de motor is uitgezet. Blijf
op veilige afstand van het
uitlaatsysteem en de katalysator,
anders kunt u brandwondenoplopen.
Verwijder het hitteschild van het
uitlaatsysteem niet, maak de
onderkant van de auto niet dicht
en breng geen coating aan om
corrosie tegen te gaan. Onderbepaalde omstandigheden kan er
brandgevaar ontstaan.