
Kenmerken van uw auto
136
4
7. Smart Parking Assist-systeem
voltooid
Voltooi het parkeren van uw auto volgens
de instructies op het LCD-display. Bedien
indien gewenst zelf het stuurwiel en
voltooi het parkeren van uw auto.
✽✽AANWIJZING
Tijdens het parkeren van de auto moet
het rempedaal door de bestuurder
worden bedient.
Extra aanwijzingen (meldingen) Wanneer het Smart Parking Assist-
systeem in werking is, verschijnt ermogelijk een melding, ongeacht de
volgorde van parkeren.
De meldingen verschijnen
overeenkomstig de omstandigheden.
Volg de gegeven instructies terwijl u de
auto parkeert met het Smart ParkingAssist-systeem.
✽✽
AANWIJZING
Het systeem wordt in de volgende gevallen uitgeschakeld. Parkeer uw
auto handmatig.
- Als het ABS in werking treedt
- Als de TCS/ESC wordt
uitgeschakeld
Als de rijsnelheid hoger is dan 20
km/h terwijl een parkeerplaats wordt
gezocht, verschijnt de melding
"Reduce speed" (Beperk snelheid).
In de volgende situatie wordt het
systeem niet ingeschakeld - Als de
TCS/ESC wordt uitgeschakeld.
ODM046692L/ODM046693L
■Type A■Type B
ODM046694L/ODM046695L
ODM046696L/ODM046697L
ODM046698L/ODM046699L
■Type A■Type B
■Type A■Type B
■Type A■Type B

Kenmerken van uw auto
142
4
✽✽
AANWIJZING
Het systeem wordt in de volgende gevallen uitgeschakeld. Parkeer uw
auto handmatig.
- Als het ABS in werking treedt
- Als de TCS/ESC wordt
uitgeschakeld
Het systeem wordt in de volgende
gevallen niet ingeschakeld.
- Als de TCS/ESC wordt
uitgeschakeldStoring in het systeem
Wanneer het systeem wordt ingeschakeld en er een storing
aanwezig is in het systeem, wordt
bovenstaande melding weergegeven.Ook gaat het controlelampje in de
toets niet branden en klinkt 3 keer eenpiepsignaal.
Als zich een probleem voordoet met uitsluitend de slimme parkeerhulp, zal
na 2 seconden de parkeerhulp in
werking treden.
Laat bij problemen het systeem
controleren door een officiële HYUNDAI-
dealer.
ODM046700L/ODM046701L
■ Type A■Type BOPMERKING
Het systeem werkt mogelijk niet
goed en geeft verkeerde
aanwijzingen wanneer de sensoren worden gehinderd door anderevoertuigsensoren en ruis of als de weg de ontvangst van signalen
hindert.

Rijden met uw auto
54
5
Antiblokkeersysteem (ABS)(Vervolg)
Probeer de werking van het ABS (of
ESC) van uw auto niet uit bij hoge
snelheden of tijdens het nemen van
een bocht. Hiermee kunt u zichzelf
en anderen in gevaar brengen.
OPMERKING
Als er een probleem aanwezig is
met het systeem dat signaleert ofhet bestuurdersportier, demotorkap of de achterklep
openstaat, werkt het Auto Hold-systeem wellicht niet goed. Weadviseren u contact op te nemen met een officiële HYUNDAI-dealer.
WAARSCHUWING
ABS (of ESC) kan geen ongelukken
voorkomen die het gevolg zijn van
gevaarlijk rijgedrag. Hoewel de autobij een noodstop beter onder
controle gehouden kan worden, is
het toch noodzakelijk voldoende
afstand tot uw voorligger te
bewaren. U moet uw rijsnelheidaltijd aanpassen aan deomstandigheden en zo nodig uw
snelheid verlagen.
De remweg van auto’s met ABS (of
ESC) kan in de volgende situaties
langer zijn dan van auto’s zonder
een dergelijk systeem.
Rijd in dergelijke situaties met een
gereduceerde snelheid:
Op slechte wegen, wegen met steenslag of wegen die met sneeuw bedekt zijn.
Als er sneeuwkettingen gemonteerd zijn.
Op wegen met kuilen of met hoogteverschillen.
(Vervolg)
WAARSCHUWING
Trap het gaspedaal langzaam in als u wilt wegrijden.
Schakel uit veiligheidsoverwegingen het
Auto Hold-systeem uit als u
heuvelaf rijdt, achteruit rijdt of de
auto parkeert.

555
Rijden met uw auto
Het ABS registreert continu de snelheid
van de wielen. Zodra de wielen dreigen
te blokkeren, vermindert het ABS de
hydraulische remdruk op de wielen.
In dat geval is een tikkend geluid hoorbaar in het remsysteem en kan het
rempedaal gaan trillen. Dit is normaal.
Het betekent dat het ABS in werking is
getreden. Om in een noodsituatie hetmaximale rendement uit het ABS te
halen, dient u niet zelf "pompend" te
gaan remmen. Trap het rempedaal zo
hard mogelijk in en laat het ABS verder
het werk doen.
✽✽AANWIJZING
Na het starten van de motor en het
wegrijden kan er in de motorruimte een
klikkend geluid hoorbaar zijn. Dat is
normaal en geeft aan dat het ABS op de
juiste manier werkt.
Zelfs met het antiblokkeersysteem heeft uw auto nog steeds voldoende
remweg nodig. Bewaar altijd een
veilige afstand tot de auto voor u.
Rem altijd af voor een bocht. Het antiblokkeersysteem kan geen
ongevallen voorkomen die het gevolg
zijn van te snel rijden.
Op wegen met los grind of wegen die niet vlak zijn kan het
antiblokkeersysteem voor een langere
remweg zorgen dan bij auto’s zonder
antiblokkeersysteem.
OPMERKING
Wanneer het
waarschuwingslampje ABSbrandt en blijft branden, is er
mogelijk een probleem aanwezigin het ABS. In dat geval werken de remmen echter wel normaal.
Het waarschuwingslampje ABS gaat nadat het contact om standON is gezet ongeveer 3 seconden branden. Het ABS voert dan eenzelfdiagnose uit en het lampje zal
doven wanneer alles in orde is.Wanneer het lampje blijft branden, is er mogelijk een probleemaanwezig in het ABS. We
adviseren u contact op te nemenmet een officiële HYUNDAI-dealer.
W-78

Rijden met uw auto
56
5
✽✽
AANWIJZING
Als u de auto met een hulpaccu moet
starten doordat de accu is leeggeraakt,
draait de motor mogelijk niet soepel
rond en kan bovendien het
waarschuwingslampje ABS gaan
branden. Dit komt door de lage
accuspanning. Het betekent niet dat er
een storing in het ABS is.
Rem niet “pompend”!
Laat de accu bijladen voordat u wegrijdt.
Voertuigstabiliteitsregeling
(Electronic Stability Control-ESC)
(indien van toepassing)
Het ESC-systeem is ontworpen om de
stabiliteit van de auto in bochten te
verbeteren. Het ESC controleert in welke
richting u stuurt en in welke richting de
auto daadwerkelijk beweegt. Het ESC
remt de wielen gericht af en grijpt indien
nodig in in het motormanagement
-systeem om de auto te stabiliseren.
OPMERKING
Als u op een weg rijdt waar erg
weinig grip is, bijvoorbeeld bij
vorst, en voortdurend de remmenbedient, is het ABS voortdurendin werking en kan het waarschuwingslampje ABS gaan
branden. Zet de auto stil op eenveilige plaats en zet de motor uit.
Start de motor opnieuw. Als het waarschuwingslampje ABS dooft,
is het ABS in orde. Anders is ermogelijk een storing in het ABS.We adviseren u contact op tenemen met een officiële
HYUNDAI-dealer.WAARSCHUWING
Rijd niet harder dan de toestand
van de weg toelaat en neem
bochten niet met een te hoge
snelheid. De voertuigstabiliteits
-regeling (ESC) kan aanrijdingen
niet voorkomen. Te hoge
bochtensnelheden, abrupteuitwijkmanoeuvres en aquaplaningop een nat wegdek kunnen nog
steeds leiden tot ernstige
ongelukken. Alleen een bestuurderdie veilig en oplettend rijdt kan
aanrijdingen voorkomen doormanoeuvres te vermijden die
kunnen leiden tot het verlies van
grip van de banden. Neem ook bij
een auto die is uitgerust met ESC
de normale voorzorgsmaatregelen
in acht en pas uw snelheid altijdaan aan de omstandigheden.
ODM052046

559
Rijden met uw auto
Voertuigstabiliteitsregelinguitschakelen
Tijdens het rijden
Het verdient aanbeveling om de voertuigstabiliteitsregeling waar
mogelijk ingeschakeld te houden.
Schakel de voertuigstabiliteitsregeling tijdens het rijden alleen uit als u op een
vlakke weg rijdt.
✽✽ AANWIJZING
Schakel de voertuigstabiliteitsregeling uit (controlelampje ESC OFF brandt)
als de auto op een rollenbank getest
wordt. Als dat niet gebeurt, kan het
toerental van de wielen mogelijk niet
verhoogd worden, waardoor een
foutieve diagnose zou kunnen worden
gesteld.
Het uitschakelen van de voertuigstabiliteitsregeling heeft geen
gevolgen voor een correcte werking
van het ABS en het remsysteem.
WAARSCHUWING
De voertuigstabiliteitsregeling is
slechts een hulpmiddel bij het
rijden. Pas op bochtige en gladde
wegen uw rijsnelheid aan. Rijd
voorzichtig en probeer niet te
accelereren als het controlelampje
ESP knippert of als u op een gladdeweg rijdt.
WAARSCHUWING
Druk nooit op de schakelaar
ESC OFF als de voertuig
-stabiliteitsregeling in werking is
(controlelampje ESC knippert). Als
het systeem in dat geval toch wordt
uitgeschakeld, kan de auto gaanslippen.
OPMERKING
Als er banden en/of velgen met een verschillende maat onder de auto
gemonteerd zijn, kan dat dewerking van het ESC in negatievezin beïnvloeden. Zorg er daarom voor dat als de banden onder uw
auto vervangen moeten worden, zedezelfde maat hebben als deoriginele banden.

Rijden met uw auto
62
5
Noodstopsignaal
(Emergency Stop Signal-ESS)
(indien van toepassing) Het Emergency Stop Signal-systeem
waarschuwt achteropkomendebestuurders door het remlicht te laten
knipperen wanneer de auto plotseling
sterk afremt. Het systeem wordt
geactiveerd als:
De auto plotseling afremt (rijsnelheid is
hoger dan 55 km/h en de deceleratie
van de auto is groter dan 7 m/s 2
)
Het ABS in werking treedt Het lampje stopt met knipperen
wanneer de rijsnelheid lager is dan 40
km/h en het ABS wordt gedeactiveerd
of de auto niet meer sterk afremt. In
plaats daarvan gaan de
alarmknipperlichten automatisch
branden. In plaats daarvan gaan de
alarmknipperlichten automatisch
branden.
De alarmknipperlichten doven
wanneer de rijsnelheid hoger is dan 10
km/h zodra de auto weer begint te
rijden. De alarmknipperlichten doven
ook wanneer de auto langere tijd met
een lage snelheid rijdt. U kunt de
lichten uitschakelen door de
schakelaar van de alarmknipperlichten
in te drukken. Downhill Brake Control (DBC)
(indien van toepassing) ❈
Dit onderdeel wijkt mogelijk af van de afbeelding.
De Downhill Brake Control (DBC)
ondersteunt de bestuurder bij het afrijden
van een steile helling, zonder dat debestuurder het rempedaal hoeft in te
trappen. De DBC vertraagt de auto tot
minder dan 10 km/h, zodat de bestuurderalleen maar de auto hoeft te besturen.
De DBC is standaard uitgeschakeld
wanneer het contact ingeschakeld wordt.
U kunt DBC in- of uitschakelen met de toetsOPMERKING
Het ESS-systeem werkt niet wanneer de alarmknipperlichten al
zijn ingeschakeld.
ODM056047

597
Rijden met uw auto
Uw auto kan zijn uitgerust met het ISG-
systeem dat het brandstofverbruik
vermindert door de motor automatisch uit
te schakelen als de auto stilstaat.
(Bijvoorbeeld: rood verkeerslicht,
stopbord en file). De motor wordt
automatisch gestart zodra aan de
startvoorwaarden wordt voldaan. Het
ISG-systeem staat altijd aan wanneer de
motor draait.
✽✽AANWIJZING
Als de motor automatisch wordt gestart
door het ISG-systeem, gaat een aantal
waarschuwingslampjes (ABS, ESC,
ESC OFF, EPS of parkeerrem) mogelijk
een paar seconden branden. Dit komt
door de lage accuspanning. Het betekent
niet dat er een storing in het systeem
aanwezig is.
Auto stop
Motor uitzetten in Idle Stop-modus
1. Verlaag de snelheid tot een snelheid die lager is dan ongeveer 5 km/h.
2. Schakel stand N (neutraal) in.
3. Haal uw voet van het koppelingspedaal. De motor wordt uitgezet en het groene
controlelampje AUTO STOP ( ) in het
instrumentenpaneel gaat branden.
ISG-SYSTEEM (IDLE STOP & GO) (INDIEN VAN TOEPASSING)
ODM056115L