
Dimlicht 111Automatische verlichtingsrege‐
ling 112
Adaptieve bochtverlichting 113
Grootlichtassistent 114Koplampverstelling 114Instrumentenverlichting 116Night Vision, warmtebeeld in-/
uitschakelen 1387Stuurkolomschakelaar, linksRichtingaanwijzers 80Grootlicht, lichtsignaal 80Grootlichtassistent 114Parkeerlicht 112Boordcomputer 1048Toetsen op stuurwiel, linksSnelheidsbegrenzer 146Snelheidsregeling aan/uit, onder‐
breken 169Actieve gewenste rijsnelheid aan/
uit, onderbreken 159File-assistent aan/uit 165Snelheidsregeling: snelheid op‐
roepenMet file-assistent: actieve snel‐
heidsregeling, afstand instellenActieve snelheidsregeling, af‐
stand verkleinenActieve snelheidsregeling, af‐
stand vergrotenTuimelschakelaar voor snelheidsregeling9Schakelpaddels 8710Instrumentenpaneel 9011Toetsen op stuurwiel, rechtsEntertainmentbronVolumeSpraakinvoer 25Telefoon, zie handleiding over
navigatie-, entertainment- en
communicatiesysteemGekartelde knop voor selectielijsten 10412Stuurkolomschakelaar, rechtsRuitenwisser 81Regensensor 82Ruiten en koplampen reini‐
gen 81Achterruitenwisser 83Achterruit reinigen 83Seite 13BedieningsorganenOverzicht13
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16

13Motor starten/afzetten en contact
in-/uitschakelen 74Automatische start-stop-func‐
tie 7514Claxon, gehele vlak15Stuurwielverwarming 6516Stuurwiel verstellen 6517Motorkap ontgrendelen 258
Rondom de middenconsole
1Control Display 162Dashboardkastje 2113Ventilatie 1934Waarschuwingsknipperlichtin‐
stallatie 279Intelligent Safety-toets 1285Automatische airconditioning 1876Radio/cd/multimedia, zie Handleiding over
Navigatie, Entertainment, Communicatie7Controller met toetsen 178Parkeerrem 779Automatic Hold 7810Dynamische stabiliteitscontrole
DSC 152Rijbelevingsschakelaar 156Seite 14OverzichtBedieningsorganen14
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16

Park Distance Control PDC 172
Achteruitrijcamera 175
Top View 178
Parkeerassistent 182Side View 180Hill Descent Control HDC 15411Transmissie keuzehendel 84
Rondom de dakhemel
1Intelligente noodoproep 2792Panorama-glasdak 483Controlelampje passagiersair‐
bag 1204Leeslampjes 1175Interieurverlichting 1166Brillenvak 214Seite 15BedieningsorganenOverzicht15
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16

Wanneer de afstandsbediening niet wordt her‐
kend: de positie van de afstandsbediening iets
veranderen en de procedure herhalen.
Personal Profile
Principe Via Personal Profile kunnen individuele instel‐
lingen van meerdere bestuurders worden op‐
geslagen en op een later tijdstip weer worden
opgeroepen.
Algemeen
Er zijn drie bestuurdersprofielen beschikbaar waarin persoonlijke instellingen voor de auto
worden opgeslagen. Aan iedere afstandsbe‐
diening is één van deze bestuurdersprofielen
toegewezen.
Als de auto met een afstandsbediening wordt
ontgrendeld, wordt het bijbehorende bestuur‐
dersprofiel geactiveerd. Alle in het bestuurder‐
sprofiel opgeslagen instellingen worden auto‐
matisch uitgevoerd.
Als meerdere bestuurders ieder een eigen af‐
standsbediening hebben, past de auto zich bij
het ontgrendelen aan de persoonlijke instellin‐
gen aan. Deze instellingen worden ook her‐
steld als de auto tussendoor door een persoon
werd gebruikt met een andere afstandsbedie‐
ning.
Wijzigingen aan de instellingen worden auto‐
matisch opgeslagen in het op dat moment ge‐
bruikte bestuurdersprofiel.
Als via iDrive een ander bestuurdersprofiel
wordt geselecteerd, worden de daarin opge‐
slagen instellingen automatisch uitgevoerd.
Het nieuwe bestuurdersprofiel wordt toegewe‐
zen aan de momenteel gebruikte afstandsbe‐
diening.
Bovendien is er een gastprofiel beschikbaar
dat niet aan een afstandsbediening wordt toe‐
gekend. Dit kan worden gebruikt om instellin‐gen aan de auto te kunnen uitvoeren zonder de
persoonlijke bestuurdersprofielen te wijzigen.
Instellingen
De instellingen van de volgende systemen en
functies worden opgeslagen in het geacti‐
veerde profiel. De omvang van de instellingen
die worden opgeslagen is afhankelijk van land
en uitvoering.▷Ontgrendelen en vergrendelen.▷Licht.▷Klimaatregeling.▷Radio.▷Instrumentenpaneel.▷Voorkeuzetoetsen.▷Volume, klank.▷Control Display.▷Navigatie.▷Tv.▷Park Distance Control PDC.▷Achteruitrijcamera.▷Side View.▷Top View.▷Head-Up Display.▷Rijbelevingsschakelaar.▷Positie bestuurdersstoel, buitenspiegel,
stuurwiel.▷Intelligent Safety.▷Rijstrookwisselmelding.▷Night Vision.
Profielbeheer
Profielen oproepen Onafhankelijk van de gebruikte afstandsbedie‐
ning kan een ander profiel worden opgeroe‐
pen.
Via iDrive:
1."Instellingen"Seite 34BedieningOpenen en sluiten34
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16

Ongewild alarm vermijden
Hellingshoeksensor en interieurbeveiliging
kunnen samen worden uitgeschakeld, bijv. in
de volgende situaties:▷In wasinstallatie of wasstraten.▷In stapelgarages.▷Bij het transport op autotreinen, op zee of
op een aanhangwagen.▷Bij dieren in de auto.
Hellingshoeksensor en
interieurbeveiliging uitschakelen
Toets van de afstandsbediening binnen
10 seconden opnieuw indrukken, zodra
de auto vergrendeld is.
Controlelampje brandt ca. 2 seconden en gaat
daarna knipperen.
Hellingshoeksensor en interieurbeveiliging zijn
totdat de auto opnieuw wordt ont- en vergren‐
deld uitgeschakeld.
Alarm beëindigen
▷Voertuig met afstandsbediening ontgren‐
delen of contact inschakelen, evt. door
noodherkenning van afstandsbediening,
zie pagina 33.▷Bij comforttoegang: bij aanwezige af‐
standsbediening portierhandgreep van het
bestuurders- of passagiersportier volledig
omvatten.
Ruitbediening
Opmerking WAARSCHUWING
Kinderen of dieren die zonder toezicht in
de auto worden achtergelaten kunnen de auto
in beweging zetten en zichzelf of het verkeer in
gevaar brengen, bijv. door de volgende hande‐
lingen:
▷Indrukken van de start/stop-knop.▷Parkeerrem vrijzetten.▷Portieren of ruiten openen en sluiten.▷Keuzehendelstand N inschakelen.▷Uitrustingen van de auto bedienen.
Er bestaat gevaar voor ongevallen of kans op
letsel. Kinderen of dieren niet zonder toezicht
in de auto laten. Bij het verlaten van de auto de
afstandsbediening meenemen en de auto ver‐
grendelen.◀
Overzicht
Ruitbediening
Veiligheidsschakelaar
Openen
▷ Schakelaar tot het drukpunt drukken.
De ruit gaat open zolang de schakelaar in‐
gedrukt wordt gehouden.▷ Schakelaar door het drukpunt heen
drukken.
De ruit opent automatisch. Opnieuw in‐
drukken van de schakelaar stopt de bewe‐
ging.
Zie ook: Comfortopenen, zie pagina 36, via de
afstandsbediening.
Seite 46BedieningOpenen en sluiten46
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16

als er bijv. kinderen of dieren achterin worden
meegenomen.
Bij een ongeval met een bepaalde zwaarte
wordt de veiligheidsfunctie automatisch uitge‐
schakeld.
In- en uitschakelen Toets indrukken.
LED licht bij ingeschakelde veilig‐
heidsfunctie.
Zonneschermen Zonneschermen voor achterste
zijruiten
Zonnescherm met de lus lostrekken en in de
houder vasthaken.
WAARSCHUWING
Bij gesloten zonneschermen en geo‐
pende ruiten kunnen de zonneschermen tij‐
dens het rijden zwaar door de rijwind worden
belast. De zonneschermen kunnen worden be‐
schadigd en de inzittenden in gevaar brengen.
Er bestaat kans op letsel. De ruiten tijdens het
rijden niet openen wanneer de zonneschermen
gesloten zijn.◀
Panoramadak Algemeen
Het glazen dak en het schuifpaneel kunnen van
elkaar gescheiden of samen met dezelfde
schakelaar worden bediend.
Aanwijzingen
WAARSCHUWING
Bij de bediening van het glazen dak kun‐
nen lichaamsdelen worden ingeklemd. Er be‐
staat kans op letsel. Bij het openen en sluiten
erop letten dat het bewegingsgebied van het
glazen dak vrij is.◀
WAARSCHUWING
Kinderen of dieren die zonder toezicht in
de auto worden achtergelaten kunnen de auto
in beweging zetten en zichzelf of het verkeer in
gevaar brengen, bijv. door de volgende hande‐
lingen:
▷Indrukken van de start/stop-knop.▷Parkeerrem vrijzetten.▷Portieren of ruiten openen en sluiten.▷Keuzehendelstand N inschakelen.▷Uitrustingen van de auto bedienen.
Er bestaat gevaar voor ongevallen of kans op
letsel. Kinderen of dieren niet zonder toezicht
in de auto laten. Bij het verlaten van de auto de
afstandsbediening meenemen en de auto ver‐
grendelen.◀
Glazen dak optillen en opgetild glazen
dak sluiten
Schakelaar kort naar boven
drukken.
▷Gesloten glazen dak wordt
opgetild en het schuifpaneel
opent een stukje.Seite 48BedieningOpenen en sluiten48
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16

Oproepen
Algemeen
Er zijn twee mogelijkheden om de geheugen‐
functie op te roepen:▷Comfortfunctie.▷Veiligheidsfunctie.
Comfortfunctie
1.Bestuurdersportier openen.2.Evt. contact uitschakelen.3.Gewenste toets 1 of 2 kort indrukken.
De overeenkomstige stoelinstelling wordt au‐
tomatisch uitgevoerd.
Het proces wordt afgebroken als een schake‐
laar van de stoelverstelling of een van de toet‐
sen wordt ingedrukt.
Veiligheidsfunctie
1.Bestuurdersportier sluiten of contact in‐
schakelen.2.Gewenste toets 1 of 2 ingedrukt houden
tot de afstelprocedure is afgesloten.
Oproepen wordt gedeactiveerd
Na korte tijd wordt het oproepen van opgesla‐
gen stoelposities gedeactiveerd om leeglopen
van de accu te voorkomen.
Oproepen opnieuw activeren:
▷Portier of achterklep openen of sluiten.▷Een toets van de afstandsbediening in‐
drukken.▷Start/stop-knop indrukken.
Spiegels
Buitenspiegels
Algemeen
De spiegelinstelling wordt, afhankelijk van de
uitvoering, voor het momenteel gebruikte pro‐
fiel opgeslagen. Bij het ontgrendelen van de
auto via de afstandsbediening wordt de positie
automatisch opgeroepen, als de instelling hier‐
voor is geactiveerd.
Opmerking WAARSCHUWING
In de spiegel zichtbare objecten zijn dich‐
terbij dan het lijkt. De afstand tot achteropko‐
mende verkeersdeelnemers zou verkeerd kun‐
nen worden ingeschat, bijv. bij het veranderen van rijstrook. Er bestaat gevaar voor ongeval‐
len. De afstand tot het achteropkomende ver‐
keer met een blik over de schouder inschat‐
ten.◀
Overzicht1Instellen 632Links/rechts, parkeerfunctie3In- en uitklappen 64
Spiegel selecteren
Omschakelen op andere spiegel:
Schakelaar schuiven.
Elektrisch instellen Analoog aan toetsbeweging.
Seite 63InstellenBediening63
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16

Posities opslaanDe actuele buitenspiegelpositie kan via het
stoel-, spiegel- en stuurkolomgeheugen wor‐
den opgeslagen.
Handmatig instellen Bij o.a. een defect van de elektrische installatie
tegen de randen van het spiegelglas drukken.
ParkeerfunctiePrincipe
Het spiegelglas aan de bijrijderskant wordt bij
ingeschakelde achteruitversnelling schuin naar
beneden gezet. Daardoor wordt het zicht bijv.
bij het inparkeren op de stoeprand of op an‐
dere obstakels dichtbij de grond verbeterd.
Activeren1. Schakelaar in positie buitenspiegel
bestuurderskant schuiven.2.Keuzehendelstand R inschakelen.
Bij trekken van een aanhanger is de stoeprand‐
automaat uitgeschakeld.
Uitschakelen
Schakelaar in positie buitenspiegel bijrijders‐
kant schuiven.
In- en uitklappen ATTENTIE
Vanwege de breedte van de auto kan
deze in wasstraten worden beschadigd. Er be‐
staat gevaar voor schade. Voor het wassen de
spiegels met de hand of met de toets inklap‐
pen.◀
Toets indrukken.
Mogelijk tot ca. 20 km/h.
Het in- en uitklappen van de spiegels is in de
volgende situaties handig:
▷In wasstraten.▷In nauwe straten.▷Om handmatig ingeklapte spiegels weer
terug te klappen.
Ingeklapte spiegels klappen bij ca. 40 km/h au‐
tomatisch uit.
Automatische verwarming
Beide buitenspiegels worden automatisch ver‐
warmd als de motor draait.
Automatisch dimmend
De buitenspiegel aan bestuurderszijde wordt
automatisch gedimd. Voor de regeling worden
fotocellen in de binnenspiegel gebruikt.
Binnenspiegel, automatisch dimmend
Overzicht
Voor de dimfunctie zitten er fotocellen:
▷In het spiegelglas.▷Aan de achterzijde van de spiegel.
Voorwaarden voor een correcte
werking
▷Fotocellen schoonhouden.▷Gebied tussen binnenspiegel en voorruit
niet bedekken.Seite 64BedieningInstellen64
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16