Page 207 of 288
AANSLUITKAST IN BAGAGERUIMTE
fig. 181
STROOMVERBRUIKER ZEKERING AMPÈRE
Stoelverstelling linker voorstoel F1 15
Stoelverstelling rechter voorstoel F2 15
SchuifdakF3 15
Stoelverwarming voor F5 15
BOSE versterker + Subwoofer F6 20
BELANGRIJK
29) Vervang een doorgebrande zekering nooit door metalen draden of ander materiaal.
30) Als de motorruimte moet worden schoongespoten, voorkom dan dat de waterstraal rechtstreeks op de
zekeringenkast en de motoren van de ruitenwissers in de motorruimte wordt gericht.
203
Page 222 of 288

PERIODIEKE
CONTROLES
Elke 1.000 km of vóór een lange reis
controleren en eventueel bijvullen:
❒niveau motorkoelvloeistof,
remvloeistof en
ruitensproeiervloeistof;
❒conditie en spanning banden;
❒werking verlichting (koplampen,
richtingaanwijzers,
alarmknipperlichten, etc.);
❒werking ruitenwissers/-sproeiers en
stand/slijtage wisserbladen
voor/achter.
Elke 3.000 km controleren en eventueel
bijvullen: motorolieniveau.
INTENSIEF GEBRUIK
VAN DE AUTO
Als vooral een intensief gebruik van de
auto wordt gemaakt, zoals:
❒het trekken van aanhangers of
caravans;
❒het rijden op stoffige wegen;
❒talrijke korte ritten (minder dan 7-8
km) en bij buitentemperaturen onder
het vriespunt;
❒vaak lang stationair draaiende motor
of lange afstanden bij lage snelheden
of als de auto lang niet wordt
gebruikt;
dienen de volgende controles vaker te
worden uitgevoerd dan aangegeven
in het Geprogrammeerd
onderhoudsschema:
❒remblokken van schijfremmen voor
op conditie en slijtage controleren;
❒slot van motorkap en achterklep op
aanwezigheid van vuil controleren,
schoonmaken en mechanismen
smeren;
❒visueel de toestand controleren van:
motor, versnellingsbak, transmissie,
slangen en leidingen (uitlaat,
brandstof- en remsysteem) en rubber
elementen (hoezen, balgen, bussen
enz.);❒laadtoestand accu en niveau
accuvloeistof (elektrolyt) controleren;
❒conditie van aandrijfriemen
hulporganen visueel controleren;
❒motorolie en oliefilter controleren en
zo nodig vervangen;
❒pollenfilter controleren en zo nodig
vervangen;
❒luchtfilter controleren en zo nodig
vervangen.
218
ONDERHOUD EN ZORG
Page 231 of 288

WIELEN EN BANDEN
Controleer voor een lange reis en elke
twee weken de bandenspanning.
Controleer de bandenspanning
wanneer de banden koud zijn.
150) 151) 152) 153)
Het is normaal dat de spanning tijdens
het rijden toeneemt. Zie voor de
correcte bandenspanning de paragraaf
“Wielen” in het hoofdstuk “Technische
gegevens”.
Onjuiste bandenspanning leidt tot
abnormale slijtage van de banden fig.
189:
A normale spanning: gelijkmatige
slijtage van het loopvlak;
B te lage spanning: overmatige slijtage
aan de zijkanten van het loopvlak;
C te hoge spanning: overmatige
slijtage in het midden van het
loopvlak.
Banden moeten worden vervangen
wanneer de profieldiepte van het
loopvlak minder dan 1,6 mm bedraagt.
Houd u in ieder geval aan de wettelijke
voorschriften van het land waarin wordt
gereden.BELANGRIJKE
INFORMATIE
Tref de volgende voorzorgsmaatregelen
om schade aan de banden te
voorkomen:
❒vermijd harde stoten tegen de
stoeprand, kuilen of obstakels
evenals langdurig rijden over een
slecht wegdek;
❒controleer de banden regelmatig op
scheuren in de wangen,
oneffenheden of onregelmatige
slijtage op het loopvlak;
❒rijd niet met een te zwaar beladen
auto. Stop onmiddellijk bij een lekke
band en verwissel het wiel;❒banden verouderen, ook als ze
weinig gebruikt zijn. Scheurtjes in het
loopvlak en op de wangen betekenen
dat de band verouderd is. Laat de
banden door gespecialiseerd
personeel controleren als ze langer
dan 6 jaar onder de auto zijn
gemonteerd;
❒monteer altijd nieuwe banden en
vermijd banden waarvan de
herkomst dubieus is;
❒bij de montage van een nieuwe band
moet ook een nieuw ventiel worden
voorzien.
BELANGRIJK
150) De wegligging van de auto
hangt ook af van de juiste
bandenspanning.
151) Als de bandenspanning te laag
is, kan de band oververhit raken
en als gevolg daarvan ernstig
beschadigd raken.
152) Verwissel de banden niet van
de linkerzijde naar de rechterzijde
en andersom, om omkering van
de draairichting te vermijden.
189A0K0531
227
Page 232 of 288

153) Voer geen
lakspuitwerkzaamheden op de
lichtmetalen wielvelgen uit met
temperaturen boven 150°C. De
mechanische kenmerken van de
wielen kunnen hierdoor
veranderen.RUITENWISSERS/
WISSERBLADEN
Het is raadzaam de wisserbladen
ongeveer jaarlijks te vervangen.
154)
Met enkele eenvoudige
voorzorgsmaatregelen kan de
beschadiging van het wisserblad
worden gereduceerd:
❒bij temperaturen onder het vriespunt
moet men controleren of het
wisserblad niet op de ruit is
vastgevroren. Gebruik zo nodig een
antivriesmiddel om het wisserblad vrij
te maken;
❒verwijder eventuele sneeuw van de
ruit;
❒gebruik de ruitenwissers/
achterruitwisser nooit op een droge
ruit.
Wisserbladen voorruit
vervangen
Ga als volgt te werk:
❒hef de wisserarm op, druk op het
lipje A fig. 190 van de springveer
en verwijder het wisserblad van de
arm;❒monteer het nieuwe wisserblad door
het lipje in zijn zitting op de wisserarm
in te brengen. Controleer of het
goed vastzit.
❒breng de wisserarm voorzichtig tegen
de ruit.
De voorruitwissers
optillen
Als het wisserblad van de voorruit
opgetild moeten worden (bijv. in geval
van sneeuw of als de bladen vervangen
moeten worden), ga dan als volgt te
werk:
❒draai de contactsleutel naar de stand
MAR;
❒bedien de hendel rechts van het
stuurwiel om een wisslag te maken
(zie paragraaf "Ruiten reinigen" in het
hoofdstuk "Kennismaking met de
auto");
190A0K0532
228
ONDERHOUD EN ZORG
ACHTERRUITWISSER
Page 236 of 288

BELANGRIJK
Parkeer de auto zo min mogelijk onder
bomen: de hars die uit de bomen
druppelt, maakt de lak mat en vergroot
de kans op roestvorming.
Vogelpoep moet zo snel en zo goed
mogelijk verwijderd worden, omdat
hierin bijzonder agressieve zuren
aanwezig zijn.
Ruiten
Gebruik specifieke
schoonmaakmiddelen en schone,
zachte doeken om krassen en
beschadigingen te voorkomen.
BELANGRIJK Veeg het
binnenoppervlak van de achterruit
voorzichtig met een doek af, en volg
hierbij de richting van de elektrische
weerstandsdraden om de
achterruitverwarming niet te
beschadigen.
Koplampen
Gebruik een zachte, vochtige doek die
in water met een specifiek
autowasmiddel is gedrenkt.BELANGRIJK Gebruik nooit
aromatische stoffen (bijv. benzine) of
ketonen (bijv. aceton) om de plastic
lampglazen van de koplampen te
reinigen.
BELANGRIJK Als de auto met een
hogedrukreiniger wordt gewassen,
moet de straal op minstens 20 cm van
de koplampen worden gehouden.
Motorruimte
Spuit de motorruimte na het
winterseizoen zorgvuldig uit: hierbij mag
de waterstraal niet rechtstreeks op de
elektronische regeleenheden of op
de motoren van de ruitenwissers
worden gericht. Laat deze
werkzaamheden uitvoeren door een
gespecialiseerd bedrijf.
BELANGRIJK Voor het uitspuiten van
de motorruimte moet de contactsleutel
in de stand STOP staan en de motor
koud zijn. Controleer na het reinigen of
de verschillende beschermingen (bijv.
rubberen doppen en kappen) niet
verwijderd of beschadigd zijn.
BELANGRIJK
6) Schoonmaakmiddelen
veroorzaken waterverontreiniging.
Was daarom de auto op een
plaats waar het afvalwater direct
wordt opgevangen en gezuiverd.
BELANGRIJK
38) Om de esthetische
eigenschappen van de lak te
behouden, mogen er geen
schuur- en/of polijstproducten
voor het reinigen van de auto
worden gebruikt.
232
ONDERHOUD EN ZORG
Page 255 of 288

WIELEN
VELGEN EN BANDEN
Geperste stalen of lichtmetalen velgen.
Tubeless radiaalbanden. Alle
typegoedgekeurde banden zijn op het
kentekenbewijs vermeld.
BELANGRIJK Als de gegevens in het
instructieboek afwijken van die van het
kentekenbewijs, dient men zich altijd
aan de gegevens van het
kentekenbewijs te houden. Voor de
rijveiligheid moeten alle wielen zijn
voorzien van banden van hetzelfde
merk en type.
BELANGRIJK Monteer geen
binnenbanden in tubeless banden.
RUIMTEBESPAREND
RESERVEWIEL
Geperst stalen velg. Tubeless band.
DE BANDENMAAT LEZEN
Voorbeeld fig. 199:
205/55 R 16 91V
205Nominale bandbreedte (S, afstand
in mm tussen de flanken)
55Verhouding van de bandhoogte/
bandbreedte (H/S) in %
RRadiaalband
16Doorsnee van de velg in inches (Ø)
91Belastingsindex (laadvermogen)
VSnelheidscategorie
Snelheidscategorie
Qmax. 160 km/h
Rmax. 170 km/h
Smax. 180 km/h
Tmax. 190 km/h
Umax. 200 km/h
Hmax. 210 km/h
Vmax. 240 km/h
Wmax. 270 km/h
Ymax. 300 km/hSnelheidscategorie voor
winterbanden
QM+Smax. 160 km/h
TM+Smax. 190 km/h
HM+Smax. 210 km/h
Belastingsindex (laadvermogen)
60= 250 kg76= 400 kg
61= 257 kg77= 412 kg
62= 265 kg78= 425 kg
63= 272 kg79= 437 kg
64= 280 kg80= 450 kg
65= 290 kg81= 462 kg
66= 300 kg82= 475 kg
67= 307 kg83= 487 kg
68= 315 kg84= 500 kg
69= 325 kg85= 515 kg
70= 335 kg86= 530 kg
71= 345 kg87= 545 kg
72= 355 kg88= 560 kg
73= 365 kg89= 580 kg
74= 375 kg90= 600 kg
75= 387 kg91= 615 kg199A0K0043
251
Page 257 of 288

STANDAARD VELGEN EN BANDEN
Versies Velgen Standaard banden WinterbandenRuimtebesparend
reservewiel
Velg Band
1.4 Turbo
Benzine
MultiAir
M
M
7Jx16 H2 ET 41 (*)195/55 R16 91V
REINFORCED (*)195/55 R16 91Q
REINFORCED (*)
T135/70 R16
100M
T125/80 R17
99M4Bx16ET22
4Bx17ET25 7Jx16 H2 ET 41 205/55 R16 91V 205/55 R16 91Q
7 1/2 Jx17 H2 ET 41 225/45 R17 91W 225/45 R17 91Q
7 1/2 Jx18 H2 ET 41
(*)225/40 R18 92W
REINFORCED (*) (**)225/40 R18 92Q
REINFORCED
1.4 Turbo
Benzine(***)
1.4 Turbo
MultiAir(***)
1.6 JTD
M(***)
2.0 JTD
M(***)7 1/2 Jx17 H2 ET 41 225/45 R17 91W 225/45 R17 91Q
T125/80 R17
99M4Bx17ET25
7 1/2 Jx18 H2 ET 41225/40 R18 92W
VERSTERKT (**)225/40 R18 92Q
VERSTERKT
1750 Turbo
Benzine(*)7 1/2 Jx17 H2 ET 41 225/45 R17 91W 225/45 R17 91Q
T125/80 R17
99M4Bx17ET25
7 1/2 Jx18 H2 ET 41225/40 R18 92W
VERSTERKT (**)225/40 R18 92Q
VERSTERKT
(*) Voor bepaalde versies/markten
(**) Geen montage van sneeuwkettingen mogelijk
(***) Versies met vergrote remklauwen
Bij versies met 195/55 R16", 205/55 R16" en 225/45 R17" banden, kunnen sneeuwkettingen met smalle schakels gebruikt
worden, die maximaal 9 mm uitsteken buiten het bandprofiel.
253
1.4Turbo
2.0JTD 1.6JTD
Page 259 of 288
255
STANDAARD BANDEN
VERSIES MAATGEMIDDELDE BELASTING VOLLE BELASTING
Voor Achter Voor Achter
1.4 Turbo MultiAir
2.0 JTD
M
195/55 R16 91V VERSTERKT
205/55 R16 91V
225/45 R17 91W
225/40 R18 92W VERSTERKT2,6
2,3
2,3
2,62,2
2,1
2,1
2,23,0
2,7
2,7
3,02,6
2,3
2,3
2,6
1750 Turbo
Benzine(*)225/45 R17 91W
225/40 R18 92W VERSTERKT2,3
2,62,1
2,22,7
3,02,3
2,6
Ruimtebesparend
reservewielT135/70 R16 100M
T125/80 R17 99M4.2
(*) Voor bepaalde versies/markten
Bij warme banden moet de bandenspanning +0,3 bar hoger zijn dan de voorgeschreven waarde. Controleer de
bandenspanning bij koude banden.
Bij winterbanden moet de bandenspanning +0,2 bar worden verhoogd t.o.v. de voorgeschreven spanningswaarde voor de
normale banden.
Wanneer met een snelheid van meer dan 160 km/h wordt gereden, moeten de banden op de bandenspanning voor volgeladen
auto zijn gepompt.