
263
308_nl_Chap07_info-pratiques_ed01-2015
De eco-mode bepaalt de maximale gebruiksduur van een aantal functies om te voorkomen dat de
accu ontladen raakt.
Nadat de motor is afgezet, kunt u een aantal elektrische functies zoals het audio- en telematicasysteem,
de ruitenwissers, dimlichten, plafonniers, ... nog in totaal maximaal 40
minuten gebruiken.
Eco-mode
Inschakelen van de
eco-mode
Vervolgens geeft een melding op het display
van het instrumentenpaneel aan dat de
eco-mode is ingeschakeld en worden de
actieve functies in de ruststand gezet.
Als u op het moment dat de eco-mode wordt
ingeschakeld aan het telefoneren bent, kan het
gesprek nog gedurende ongeveer 10
minuten
worden voortgezet via de handsfree set van uw
autoradio.
Uitschakelen van de
eco-mode
De functies worden automatisch weer
ingeschakeld als de motor gestart wordt.
Start om de functies direct weer te kunnen
gebruiken de motor en laat deze draaien:
-
m
inder dan tien minuten om de functies
ongeveer vijf minuten te kunnen gebruiken,
-
m
eer dan tien minuten om de functies
ongeveer dertig minuten te kunnen
gebruiken.
Neem de tijd die nodig is voor het starten van
de motor in acht om een juiste lading van de
accu te garanderen.
Vermijd het herhaaldelijk en continu starten van
de motor om de accu bij te laden.
Als de accu ontladen is, kan de motor niet
gestart worden (zie de rubriek "Accu").
Spaarfase
De spaar fase stuurt de elektrische functies
van de auto aan om het ontladen van de accu
te voorkomen.
Tijdens het rijden kunnen in verband met de
laadtoestand van de accu enkele functies
(airconditioning, achterruitverwarming,
...)
tijdelijk worden uitgeschakeld.
Deze functies worden automatisch
ingeschakeld zodra de laadtoestand van de
accu dit toelaat.
7
Praktische informatie

269
308_nl_Chap07_info-pratiques_ed01-2015
Adviezen
Gewichtsverdeling
F Verdeel het gewicht in de caravan/aanhanger gelijkmatig, plaats zware
voor werpen zo dicht mogelijk bij de as en
houd u aan de toegestane kogeldruk.
Door een geringere luchtdichtheid nemen
de prestaties van de motor af als men op
grotere hoogte boven de zeespiegel komt.
Trek boven de 1000
m 10% van het maximale
aanhangergewicht af en herhaal dit voor elke
volgende 1000
m.
Zijwind
F Houd er rekening mee dat de zijwindgevoeligheid van de auto groter is.
Koeling
Het trekken van een aanhanger op
een helling veroorzaakt een hogere
koelvloeistoftemperatuur.
De koelventilator wordt elektrisch bediend en is
niet afhankelijk van het motortoerental.
F
P
as uw snelheid aan om het toerental te
beperken.
Het maximale aanhangergewicht is
afhankelijk van het hellingspercentage en de
buitentemperatuur.
Let in elk geval goed op de aanwijzing van de
koelvloeistoftemperatuurmeter.
F
A
ls het waarschuwingslampje
van de koelvloeistoftemperatuur
gaat branden in combinatie met
het waarschuwingslampje STOP ,
stop dan zo snel mogelijk en zet
de motor af.
Remmen
Het trekken van een aanhanger verlengt de
remweg.
Bij een lange afdaling is het, om te voorkomen
dat de remmen oververhit raken, raadzaam om
op de motor af te remmen.
Banden
F Controleer de bandenspanning van de auto en de aanhanger en breng deze indien
nodig op de juiste waarde.
Verlichting
F Controleer de verlichting van de aanhanger.
Raadpleeg de rubriek "Technische
gegevens" voor de gewichten en
aanhangergewichten die voor uw auto
van toepassing zijn.
De parkeerhulp wordt automatisch
uitgeschakeld als bij het aankoppelen
van een aanhanger een originele
PEUGEOT-trekhaak wordt gebruikt.
7
Praktische informatie

280
308_nl_Chap08_verifications_ed01-2015
Actieradiusindicatoren
Zodra het contact wordt aangezet en als de
reservevoorraad van het AdBlue®-reservoir
is aangesproken of een storing in het SCR-
systeem is gesignaleerd, verschijnt een
indicator die aangeeft hoeveel kilometer u
nog ongeveer kunt rijden voordat het opnieuw
starten van de motor automatisch wordt
geblokkeerd.
Als gelijktijdig een storing wordt gesignaleerd
en het AdBlue
®-niveau laag is, wordt de laagste
actieradius weergegeven.
Als de motor mogelijk niet opnieuw kan worden gestart door een te laag AdBlue®-niveau
Het wettelijk verplichte
startblokkeringssysteem wordt
automatisch geactiveerd zodra het
AdBlue
®-reservoir leeg is. Actieradius groter dan 2400 km
Druk op deze knop om de actieradius tijdelijk
weer te geven. F
Sel
ecteer vervolgens
"Diagnose".
Bij een actieradius van meer dan 5000
km is de
waarde minder nauwkeurig. Als het contact wordt aangezet, wordt er niet
automatisch een melding over de actieradius
weergegeven op het instrumentenpaneel.
De actieradius wordt tijdelijk weergegeven. Afhankelijk van de uitrusting van uw auto kunt u
deze informatie weergeven op het touchscreen.
F
S
electeer het menu
"Rijhulpsysteem".
Onderhoud

288
308_nl_Chap08_verifications_ed01-2015
Niveaus controleren
Let bij werkzaamheden onder de motorkap goed op, want bepaalde delen van de motor
kunnen zeer heet zijn (kans op brandwonden) en de motorventilateur kan ieder moment
aanslaan (zelfs bij afgezet contact).
Motorolieniveau
Het motorolieniveau kan bij aangezet
contact worden gecontroleerd
via de motorolieniveaumeter op
het instrumentenpaneel (volgens
uitvoering), of met de oliepeilstok.Olie ver versen
Raadpleeg het onderhoudsschema van de
fabrikant voor het verversingsinterval voor uw
auto.
Voeg nooit additieven toe aan de motorolie
om een verminderde betrouwbaarheid van de
motor en de emissieregeling te voorkomen.
Type motorolie
Gebruik de door de fabrikant aanbevolen
motorolie voor uw auto en motoruitvoering.
Controleer deze niveaus regelmatig en respecteer de voor waarden zoals vermeld in het onderhoudsschema van de fabrikant. Vul indien nodig bij,
tenzij anders aangegeven.
Laat in het geval van een sterk gedaald niveau het desbetreffende circuit controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Oliepeilstok
2 merktekens op de peilstok:
A = maxi.
Raadpleeg het
PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats
als het oliepeil boven dit
merkteken uitkomt.
B = mini.
Het motorolieniveau moet
via de vulopening worden
bijgevuld met het voor
de motor van uw auto
voorgeschreven type
motorolie. Laat het oliepeil
nooit onder dit merkteken
uitkomen.
De controle van het motorolieniveau is alleen
betrouwbaar als de auto op een vlakke,
horizontale ondergrond staat en de motor
minstens 30
minuten niet heeft gedraaid.
Het is normaal dat u tussen twee
onderhoudsbeurten door olie moet bijvullen.
PEUGEOT adviseert u om elke 5000
km het
olieniveau te controleren en, indien nodig, olie
bij te vullen.
Onderhoud

298
URGENCE-OPROEP OF A SSISTANCE - OPROEP
Druk in geval van nood langer dan 2 seconden op
deze toets. Het knipperen van het groene ledlampje en
een geluidssignaal bevestigen dat de oproep naar de
alarmcentrale "Peugeot Connect SOS" is verstuurd*.
Het groene ledlampje blijft branden (zonder te knipperen) wanneer de v\
erbinding
tot stand is gebracht. Aan het einde van het gesprek gaat het lampje uit.
Bij het aanzetten van het contact, gaat het
groene lampje 3 seconden branden. Dit duidt
op een goede werking van het systeem.
Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de aanvraag geannule\
erd.
Dit wordt bevestigd door een gesproken bericht. Druk langer dan 2 seconden op deze toets voor het
aanvragen van hulp bij het stranden van de auto.
Een gesproken bericht bevestigt dat de oproep is verstuurd**.
Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de oproep
geannuleerd. Het groene ledlampje dooft. De annulering wordt bevestigd
met een gesproken bericht.
Om een oproep te annuleren kunt u ook de alarmcentrale "Peugeot
Connect SOS" melden dat de oproep per vergissing werd verstuurd.
De alarmcentrale "Peugeot Connect SOS" lokaliseert onmiddellijk uw
auto, neemt in uw landstaal contact met u op** en roept indien nodig de \
hulp in van de bevoegde hulpdiensten**. In landen waar de alarmcentrale \
niet operationeel is of wanneer de lokalisatie uitdrukkelijk is geweiger\
d,
wordt de oproep meteen doorgestuurd naar de hulpdiensten (112), zonder
lokalisatie. Wanneer de elektronische eenheid airbags een botsing heeft
waargenomen, wordt onafhankelijk van het eventueel afgaan van
de airbags, automatisch een noodoproep gedaan.
*
Afhankelijk van de algemene gebruiksvoorwaarden, die u bij uw verkooppun\
t
kunt opvragen, en de technische beperkingen van het systeem. Het oranje lampje knippert: er is een storing
in het systeem.
Het oranje lampje blijft branden: de
noodbatterij moet vervangen worden.
Raadpleeg in beide gevallen het PEUGEOT-netwerk.
Wanneer u uw auto buiten het PEUGEOT-netwerk hebt gekocht, raden
wij u aan de aanwezigheid van deze diensten bij het netwerk te laten
controleren
en eventueel configureren. In een meertalig land kunt u het
systeem
laten configureren in de officiële landstaal van uw voorkeur.
Om technische redenenen, zoals het verbeteren van de diensten
PEUGEOT CONNECT, behoudt de constructeur zich het recht voor om op
elk willekeurig moment het telematicasysteem in de auto te wijzigen.
**
Afhankelijk
van
de
geografische
dekking
van
"Peugeot
Connect
SOS"
en
"Peugeot
Connect
Assistance"
en
van
de
officiële
landstaal
die
door
de eigenaar van de auto is gekozen. De lijst van de landen waar het systeem werkzaam is en de lijst van
beschikbare diensten PEUGEOT
CONNECT kunt u bij uw verkooppunt
opvragen of op www.peugeot.nl bekijken.
Peugeot Connect SOS Peugeot Connect Assistance
Werking van het systeem

03
305
STUURKOLOMSCHAKELAARS
- Indrukken: onderbreken/hervatten
van de geluidsweergave.
-
V
olume verhogen.
-
V
olume verlagen.
-
Indrukken: geluidsbron wijzigen:
radio, media. -
Draaien. Radio: automatische selectie van
vorige/volgende zender
.
Media: volgende/vorige track.
Menu's: verplaatsen.
-
Indrukken.
Radio: naar opgeslagen
voorkeuzezenders.
Menu’
s: bevestigen.
Geluidsbron: bevestigen van de
keuze.
-
Binnenkomend gesprek: aannemen.
-
T
ijdens een gesprek:
T
oegang tot het menu Telefoon
(telefoonboek, logboek gesprekken).
Gesprek beëindigen.
-
Radio: weergave van de lijst met
zenders.
Media: weergave van de lijst met
albums/nummers.

04
319
CD, MP3-CD, USB-speler
De autoradio speelt bestanden met de extensie "wma, .aac, .flac, .ogg, .mp3" met een bitrate van 32 kbps tot 320 kbps af.
Ook bestanden met een VBR (Variable Bit Rate) kunnen worden
afgespeeld.
Geluidsbestanden met een andere extensie (.mp4, ...) kunnen niet
worden afgespeeld.
WMA-bestanden moeten van het type WMA9
Standaard zijn.
De bemonsteringsfrequenties (sampling rates) zijn 11, 22, 44
en 48 kHz.
Gebruik voor bestandsnamen maximaal 20
karakters en vermijd
speciale tekens (bijv.: " ", ?, ù) om problemen met het afspelen of de
weergave te voorkomen.
Selecteer bij het branden van een CD-R of CD-RW de standaard
ISO 9660
niveau 1, 2 of bij voorkeur Joliet om deze te kunnen
afspelen.
Als de CD in een ander formaat is gebrand, kan het zijn dat deze
niet goed wordt afgespeeld.
Het is raadzaam voor één CD niet meer dan één standaard voor\
het branden te gebruiken. Stel de laagst mogelijke snelheid in
(maximaal 4
x) voor een optimale geluidskwaliteit.
Voor het branden van een multisessie-CD is het raadzaam de
standaard Joliet te gebruiken. Informatie en adviezen
Het systeem is geschikt voor externe USB-geluidsdragers,
Blackberry's® of apparatuur van Apple® die op de USB-aansluitingen
kunnen worden aangesloten (kabel niet meegeleverd).
U kunt deze apparatuur bedienen via de audio-installatie van de
auto.
Andere randapparatuur, die bij het aansluiten niet door het systeem
wordt herkend, moet met een kabel (niet meegeleverd) op de Jack-
plug worden aangesloten.
Gebruik uitsluitend USB-sticks met het formaat FAT32
(File
Allocation Table 28
bits).
MUZIEK
Als tegelijkertijd twee identieke apparaten zijn aangesloten (twee
USB-sticks of twee Apple®-spelers), werkt het systeem niet. Het is
wel mogelijk om tegelijkertijd een USB-stick en een Apple®-speler
aan te sluiten.
Gebruik voor een goede werking bij voorkeur originele Apple
® USB-
kabels.

05
338
Verkeersinformatie
Selecteer " Traffic-berichten ". Druk op Navigatie om de hoofdpagina weer
te geven en druk vervolgens op de secundaire
pagina.
Selecteer de melding in de weergegeven lijst.
Selecteer het vergrootglas om gesproken
berichten te ontvangen.
Stel de filters " Op de route ", " Rondom ",
" Op bestemming
" in om een meer
gedetailleerd overzicht van meldingen te krijgen.
Druk nogmaals op de knop om het filter ongedaan te maken. Selecteer "
Instellingen
".
Selecteer:
- "Nieuwe berichten melden",
-
"Berichten oplezen",
Verfijn
vervolgens het gebied van het filter.
Druk op Navigatie om de hoofdpagina weer
te geven en druk vervolgens op de secundaire
pagina.
Weergave van berichten
Filters instellen
Wij
adviseren een filtergebied van:
-
20
km in de stad,
-
50
km op de snelweg.
Een via het GPS-navigatiesysteem ontvangen TMC-bericht
(Trafic
Message Channel) is informatie met betrekking tot de
verkeersomstandigheden die in real time wordt ontvangen. Selecteer "
Bevestigen ".
VERKEER
Selecteer "Info-optie".