
Welkom
Wij danken u voor uw keuze voor de 2008.
Dit boekje behandelt alle beschikbare uitrustingen van dit model.
SymbolenWaarschuwing
Dit symbool geeft waarschuwingen weer
die u absoluut dient te respecteren omwille
van uw veiligheid en die van anderen en
om schade aan uw auto te voorkomen.
Informatie
Dit symbool vestigt uw aandacht op
aanvullende informatie die u helpt de
gebruiksmogelijkheden van uw auto
optimaal te benutten.
Bescherming van het
milieu
Dit symbool verschijnt bij adviezen met
betrekking tot de bescherming van het
milieu.
Dit instructieboekje is ontwikkeld om u in de gelegenheid te
stellen onder alle omstandigheden optimaal gebruik te maken
van de mogelijkheden van uw auto.
Uw auto is, afhankelijk van het uitrustingsniveau, de uitvoering en
de specifieke kenmerken voor het land waarvoor de auto bestemd
is, slechts van een deel van de in dit boekje vermelde uitrustingen
voorzien.
Aansprakelijkheid voor de gegeven beschrijvingen en illustraties
wordt niet aanvaard. Automobiles PEUGEOT behoudt zich het recht
voor tussentijds wijzigingen aan te brengen in de door haar gevoerde
modellen en de bijbehorende uitrusting en accessoires, zonder
verplicht te zijn dit boekje aan te passen.
Dit instructieboekje maakt onlosmakelijk deel uit van uw auto. Vergeet
niet dit boekje bij doorverkoop van uw auto aan de nieuwe eigenaar
te geven.

22
ControlelampjeStatusOorzaak Acties / Opmerkingen
Remsysteem permanent. Het remvloeistofniveau is te laag.
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.
Vul het niveau bij met een vloeistof voorzien van een
artikelnummer van PEUGEOT.
Als het probleem zich blijft voordoen, laat het systeem
dan controleren door het PEUGEOT-netwerk of door
een gekwalificeerde werkplaats.
+
permanent, in
combinatie met het
waarschuwingslampje
ABS.Er is een storing in de elektronische
remdrukregelaar (REF).
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Te h o g e
koelvloeistoftemperatuurpermanent, met de
wijzer in het rode
gebied.De temperatuur van de koelvloeistof
is te hoog.
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.
Wacht met het eventueel bijvullen van de koelvloeistof
tot de motor is afgekoeld.
Als het probleem zich blijft voordoen, raadpleeg
dan het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Antiblokkeersysteem
(ABS)permanent.
Er is een storing in het
antiblokkeersysteem. De normale remwerking blijft behouden.
Rijd voorzichtig met lage snelheid en raadpleeg
zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Controle tijdens het rijden

36
Menu "Rijden"
De via dit menu toegankelijke functies zijn in de volgende tabel weergegeven.To e t s Desbetreffende functie Aanwijzingen
Configuratie auto De te configureren functies zijn verdeeld over drie tabbladen:
-
" Rijhulpsysteem "
● "Automatisch
inschakelen achterruitenwisser bij inschakelen achteruitversnelling"
(Zie voor het inschakelen van deze functie de rubriek "Zicht")
-
" Verlichting "
● "Follow
me home-verlichting" (Automatische follow me home-verlichting; zie de rubriek
"
Zicht"),
● "Dagrijverlichting
met LED's" (Zie de rubriek "Zicht"),
● "Sfeerverlichting"
(Zie de rubriek "Zicht").
Selecteer of deselecteer de tabs onder aan het scherm om de gewenste functies weer te
geven.
Inst. snelheden Opslaan van de snelheden voor de snelheidsbegrenzer en de snelheidsregelaar.
Initialisatie bandensp.controle Resetten van het bandenspanningscontrolesysteem.
Controle tijdens het rijden

133
2008_nl_Chap07_securite_ed01-2015
Elektronisch stabiliteitsprogramma dat de
volgende systemen omvat:
-
h
et antiblokkeersysteem (ABS) en de
elektronische remdrukregelaar (EBD),
-
d
e noodremassistentie (AFU),
-
d
e antislipregeling (ASR),
-
de
dynamische stabiliteitscontrole (ESP).
Elektronisch stabiliteitsprogramma
Begrippen
Antiblokkeersysteem (ABS) en
elektronische remdrukregelaar
(EBD)
Deze systemen zorgen tijdens het remmen
voor een betere stabiliteit en bestuurbaarheid
van uw auto en voor een betere controle in
bochten, vooral op een slecht of glad wegdek.
Het ABS voorkomt het blokkeren van de wielen
in het geval van een noodstop.
De EBD verdeelt de remdruk over de wielen.
Noodremassistentie (AFU)
Dit systeem zorgt ervoor dat in noodgevallen
de optimale remdruk sneller wordt bereikt,
zodat de remafstand kleiner wordt.
Het systeem wordt ingeschakeld als het
rempedaal snel wordt ingetrapt en zorgt ervoor
dat de benodigde bedieningskracht wordt
verminderd en de effectiviteit van het remmen
wordt vergroot.
Antislipregeling (ASR)
Dit systeem past de aandrijfkracht aan om
het doorspinnen van de wielen te voorkomen
via de remmen van de aangedreven wielen
en de motor. De ASR zorgt ook voor meer
koersstabiliteit bij het accelereren.
Dynamische stabiliteitscontrole
(ESP)
Dit systeem houdt de vier wielen in de gaten
en grijpt, als de koers van de auto afwijkt van
de door de bestuurder gewenste richting,
automatisch in via de remmen van een of
meerdere wielen en het motorkoppel om de
auto voor zover mogelijk weer in de juiste koers
te brengen.
7
Veiligheid

134
2008_nl_Chap07_securite_ed01-2015
Werking
Antiblokkeersysteem (ABS) en
elektronische remdrukregelaar
(REF)
Trap het rempedaal bij een noodstop
krachtig en volledig in en laat het
niet los. Zorg er bij vervanging van de wielen
(banden en velgen) voor dat wielen
worden gemonteerd die voor uw auto
zijn gehomologeerd.
De normale werking van het
antiblokkeersysteem kan merkbaar zijn
door het trillen van het rempedaal.
Als dit lampje gaat branden in
combinatie met een geluidssignaal
en een melding op het display,
duidt dit op een storing in het ABS-
systeem, waardoor u tijdens het remmen de
controle over uw auto zou kunnen verliezen.
Als dit lampje gaat branden in
combinatie met het lampje STOP ,
een geluidssignaal en een melding
op het display, duidt dit op een
storing in de elektronische remdrukregelaar
waardoor u tijdens het remmen de controle
over uw auto zou kunnen verliezen.
Stop onmiddellijk.
Raadpleeg in beide gevallen het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Veiligheid

329
2008_nl_Chap13_index-alpha_ed01-2015
Aanhanger..................................................... 205
Aanhangergewichten ........................... 2
22, 226
Aansluiting 12V
............................................... 71
A
ccessoires ................................................... 208
Accu
.............................................. 198 -20 0, 217
Accu laden
.................................................... 200
Achterruitverwarming
..................................... 69
Achteruitrijlicht
...................................... 189, 191
AdBlue
® ............................... ..........................16 4
AdBlue®-niveau ............................................. 16 4
AdBlue®-reservoir ................................. 16 4, 169
Additief AdBlue ............................... 24, 16 4 , 168
Afmetingen
.................................................... 2
29
Afstandsbediening
.............................. 42, 43 , 46
Afzetten van de motor
..................................... 79
A
irbags
.................................................... 27, 141
Airbags vóór
...............................
...........141, 14 4
Airconditioning
...............................
.................12
Airconditioning (handbediend)
...........62- 64, 69
Airconditioning met gescheiden regeling
.......69
Alarmknipperlichten
................................ 77, 128
Alarmsysteem
........................................... 42, 51
Allesdragers
.................................................. 207
Antiblokkeersysteem (ABS)
.......................... 13
3
Antispinregeling (ASR)
........................... 23, 13 3
Apple
®-speler ................................................ 266
Audio-aansluitingen ................................ 72, 322
Audiokabel
.................................................... 264
Automatische airconditioning
............ 62
, 63, 66
Automatische ruitenwissers
..................120, 12 2
Automatische transmissie
........12, 90 , 200 , 218
Automatisch inschakelen alarmknipperlichten
.................................... 128
Automatisch inschakelen verlichting
.....112 , 117
Autoradio
....................................................... 317
AUX-aansluiting
............................................ 264
Aux-aansluitingen
...............................
..........322
Aux-ingang
...............................
.....................264CD
.................................................................264
CD MP3
.........................................264, 302-304
CD-/MP3 -speler
...........................264, 302-304
Centrale vergrendeling
.............................43, 50Eco-mode
......................................................201
Eco-rijden (adviezen)
......................................12
Electronic Stability Program (ESC)
....................................23, 13 3 , 13 5, 13 6
Elektronische remdrukregelaar (REF)
.........13 3
DAB (Digital Audio Broadcasting) -
Digitale radio ....................................... 262, 263
Dagrijverlichting
....................................
115, 187
Dagteller
..........................................................
40
Dashboardkastje
...............................
..............
71
Datum instellen
...............................................
41
Derde remlicht
............................................... 19
1
Detectie te lage bandenspanning
.........................
13 0, 132 , 176
Dieselmotor
..................
162, 163 , 213, 224 , 226
Digitale radio - DAB (Digital Audio Broadcasting) ...............262, 263
Dimlicht
................................................. 111,
18 6
Dimmer dashboardverlichting
.......................
124
Display instrumentenpaneel ..............14, 15 , 37, 38 , 94
AB
C
E
D
Claxon ........................................................... 129
Contact ............................................................ 80
Controle motorolieniveau ................................31
Controles
................................ 212, 213 , 217, 218
Bagageafdekking ...............................
............. 76
Bagagenet voor hoge belading .......................75
Bagageruimte
............................................ 49, 74
Banden
............................................................ 12
Bandenspanning
............................. 12, 176 , 230
Bandenspanningscontrole (met set)
............. 172
Bandenspanning te laag (detectie)
............... 13
0
Batterij afstandsbediening
........................ 45,
46
Batterij afstandsbediening vervangen
............ 45
Bediening autoradio aan stuurkolom
............ 238
Bekerhouder
................................................... 70
Beladen
................................................... 12, 207
Benzinemotor
....................... 162, 212 , 220 , 222
Binnenspiegel
................................................. 60
BlueHDi
......................................................... 16 4
Bluetooth (handsfree set)
............ 28
4 , 285 , 306
Bluetooth (telefoon)
.............................. 284, 285
Bluetooth-verbinding
............................ 284, 285
Bochtverlichting
............................................ 11
9
Boordcomputer
.......................................... 37- 3 9
Brandstof
................................................. 12, 162
Brandstofniveaumeter
................................... 15
9
Brandstoftank
........................................ 159, 161
Brandstof tanken
........................... 159, 161 , 162
Brandstoftank leeg (diesel)
........................... 163
Brandstofverbruik
........................................... 12
Brandstofvulklep
................................... 15
9 , 161
Buitenspiegels ................................................. 59
.
Index