
61
2008_nl_Chap03_confort_ed01-2015
Ventilatie
Luchtgeleiding
De lucht kan afhankelijk van de instellingen van
de bestuurder via verschillende circuits worden
toegevoerd:
-
r
echtstreekse toevoer naar het interieur
(toevoer van buitenlucht),
-
t
oevoer via het verwarmingscircuit,
-
t
oevoer via het circuit van de
airconditioning.
Bedieningspaneel
Het systeem wordt bediend via het
bedieningspaneel A van de middenconsole.
1.
Ui
tstroomopeningen voor het ontdooien of
ontwasemen van de voorruit.
2.
Ui
tstroomopeningen voor het ontdooien of
ontwasemen van de zijruiten.
3.
A
fsluitbare en verstelbare
zijventilatieroosters. 4.
A
fsluitbare en verstelbare middelste
ventilatieroosters.
5.
Ui
tstroomopeningen beenruimte
voorpassagiers.
6.
Ui
tstroomopeningen beenruimte
achterpassagiers.
Luchtverdeling
Luchttoevoer
De lucht in het interieur, die overigens wordt
gefilterd, wordt van buitenaf toegevoerd via het
luchtrooster onder de voorruit, of is lucht die in
het interieur wordt gerecirculeerd.
3
Comfort

62
2008_nl_Chap03_confort_ed01-2015
Neem voor een optimale werking van de ver warming, ventilatie en airconditioning de
volgende gebruiksadviezen in acht:
F
L
et erop dat voor een gelijkmatige verdeling van de lucht naar het interieur de
uitstroomopening onder de voorruit, de verschillende luchtkanalen, ventilatieroosters
en overige uitstroomopeningen alsmede de ventilatieopening in de bagageruimte vrij
blijven.
F
L
et erop dat de zonnesensor op het dashboard niet wordt afgedekt. Deze sensor dient
voor de regeling van de automatische airconditioning.
F
Z
et de airconditioning minstens één tot twee keer per maand vijf tot tien minuten aan
om het systeem in per fecte staat te houden.
F
C
ontroleer regelmatig de staat van het interieur filter en laat de filterelementen periodiek
vervangen.
W
ij raden u een gecombineerd interieur filter aan. Dankzij het toegevoegde speciale
actieve middel draagt het bij tot een gezuiverde lucht voor de inzittenden en een schoon
interieur (vermindering van allergische reacties, stank en vetaanslag).
F
L
aat om de per fecte werking van de airconditioning te garanderen het systeem
regelmatig controleren zoals voorgeschreven in het garantie- en onderhoudsboekje.
F
G
ebruik de airconditioning niet als deze niet koelt en raadpleeg het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Bij een zware belasting van de motor (trekken van een aanhanger op een steile helling bij
een hoge buitentemperatuur) kan de airconditioning tijdelijk worden uitgeschakeld voor een
optimale trekkracht van de motor.
Gebruiksadviezen voor de verwarming, ventilatie en airconditioning
Als de auto lange tijd in de zon heeft
gestaan en de temperatuur in het
interieur hoog is opgelopen, zet dan de
ruiten enige tijd open.
Zorg ervoor dat de aanjagersnelheid
voldoende hoog is ingesteld, zodat
de lucht in het interieur goed ververst
wordt.
Het airconditioningssysteem is chloorvrij
en is niet schadelijk voor de ozonlaag.
Condensvorming in de airconditioning
kan ertoe leiden dat zich een klein
plasje water onder de auto vormt. Dit is
een normaal verschijnsel.
Stop & Start-systeem
De ver warming en de airconditioning werken uitsluitend bij draaiende motor. Als u het
thermische comfort in de auto op het door u gewenste niveau wilt houden, kunt u tijdelijk de
functie Stop & Start uitschakelen (zie de desbetreffende rubriek).
Comfort

217
2008_nl_Chap10_verifications_ed01-2015
Controles
12V-accu
De accu is onderhoudsvrij.
Niettemin is het raadzaam om
regelmatig te controleren of de
accupolen en -klemmen schoon zijn,
vooral bij warm weer en in de winter.
Deze sticker, die hoort bij het Stop & Start-
systeem, geeft aan dat er een speciale
12V-loodaccu is gebruikt die alleen
losgekoppeld en/of vervangen mag worden
door het PEUGEOT-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Roetfilter (diesel)
Als het roetfilter vervuild is,
wordt u hierop geattendeerd
door het permanent branden van dit lampje in
combinatie met een waarschuwingsmelding op
het display (volgens uitvoering).
Ga om het roetfilter te regenereren, zodra de
omstandigheden het toelaten, met een snelheid
van minimaal 60
km/h rijden tot het lampje
dooft.
Als het lampje blijft branden is het minimum
brandstofadditiefniveau bereikt: raadpleeg de
paragraaf "Niveau brandstofadditief".
Bij een nieuwe auto kunt u de
eerste paar keer dat het roetfilter
geregenereerd wordt een brandlucht
ruiken; dit is volkomen normaal.
Als langdurig met zeer lage snelheid
wordt gereden of de motor langdurig
stationair draait, kan bij gasgeven
soms rook uit de uitlaat waargenomen
worden. Dit heeft geen invloed op de
prestaties en heeft geen gevolgen voor
het milieu.
Raadpleeg, tenzij anders aangegeven, het onderhoudsschema van de fabrikant dat betrekking heeft op de motoruitvoering van uw auto voor het controleren van bepaalde onderdelen.Laat de controles eventueel uitvoeren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Luchtfilter en interieurfilter
Laat de filters periodiek vervangen
volgens de in het onderhoudsschema
van de fabrikant aangegeven
intervallen.
Oliefilter
Laat bij het olie verversen tevens het
oliefilter vervangen.
Raadpleeg het onderhoudsschema
van de fabrikant voor het
vervangingsinterval van dit
onderdeel.
Raadpleeg voordat u de accukabels losneemt
de rubriek "12V-accu" voor meer informatie
over de te nemen voorzorgsmaatregelen.
Als de omgeving (veel stof...) en het gebruik
(veel stadsverkeer...) daartoe aanleiding
geven, moeten de filters twee keer zo vaak
worden vervangen
.
Een verstopt interieur filter kan de prestaties
van de airconditioning verstoren en
onaangename geuren veroorzaken.
10
Onderhoud

247
2008_nl_Chap12b_SMEGplus_ed01-2015
Niveau 1Niveau 2 Niveau 3 Aanwijzingen
Navigatie
Secundaire pagina Verkeersberichten Op de route
De keuzes voor de meldingen en het
filtergebied instellen.
Rondom auto
Op bestemming
Omleiden
Afwijken over een afstand van
Route herberekenen
Afsluiten De opties opslaan.
Navigatie
Secundaire pagina Config. kaart Richting
Noorden boven
De weergave en de richting van de kaart
kiezen.
Rijrichting boven
In perspectief
Kaarten
Kenmerk Kaartkleur "dag"
Kaartkleur "nacht"
Dag-/nachtst. automat.
Bevestigen De instellingen opslaan.
Navigatie
Secundaire pagina Instellingen Rekencriteria
De keuzes vastleggen en het stemvolume en
het opnoemen van straatnamen selecteren.
Spraak
Waarschuwing!
Verkeersopties
Bevestigen
De opties opslaan.
.
Audio en telematica

252
2008_nl_Chap12b_SMEGplus_ed01-2015
Instellen
waarschuwingsmeldingen
Risicozones / Gevarenzones
Druk op Navigatie om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina.
Selecteer " Instellingen ".
Selecteer " Waarschuwing! ".
U kunt nu de melding voor Risicozones
inschakelen en vervolgens kiezen voor:
-
"Geluidssignaal"
-
"
Alleen waarschuw. bij navigatie"
-
"
Alleen snelheidswaarschuw."
-
"
Snelheidsbeperking weergeven"
-
"
Tijd": u kunt de tijd tussen het moment
van de melding en het passeren van de
Risicozones instellen.
Selecteer " Bevestigen ".Deze waarschuwings- en weergavefuncties
zijn alleen beschikbaar als de Risicozones
vooraf zijn gedownload en in het systeem
zijn geïnstalleerd.
Verkeer
Verkeersinformatie
Weergave van berichten
Druk op Navigatie om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina.
Selecteer " Traffic-berichten ".
Stel de filters " Op de route ",
" Rondom ",
" Op bestemming " in om een
meer gedetailleerd overzicht van
meldingen te krijgen.
Druk nogmaals op de knop om het filter
ongedaan te maken.
Audio en telematica

253
2008_nl_Chap12b_SMEGplus_ed01-2015
Selecteer de melding in de
weergegeven lijst.
Selecteer het vergrootglas om
gesproken berichten te ontvangen.
Filters instellen
Druk op Navigatie om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina.
Selecteer " Instellingen ".
Selecteer " Info-opties ".
Selecteer:
-
" Nieuwe berichten melden ",
-
" Spraakweergave berichten ",
Ver fijn vervolgens het gebied van
het filter.
Selecteer " Bevestigen ".
Wij adviseren een filtergebied van:
-
2
0 km in de stad,
-
5
0 km op de snelweg.
Een via het GPS-navigatiesysteem
ontvangen TMC-bericht (Trafic Message
Channel) is informatie met betrekking tot
de verkeersomstandigheden die in real
time wordt ontvangen.
De functie TA (Traffic Announcement)
geeft voorrang aan het luisteren naar
verkeersberichten. Om te worden geactiveerd
moet deze functie een radiozender die deze
berichten uitzendt, goed kunnen ontvangen.
Zodra een verkeersbericht wordt uitgezonden,
wordt de geluidsbron die op dat moment
wordt weergegeven automatisch onderbroken
en wordt het verkeersbericht weergegeven.
Zodra het verkeersbericht is afgelopen,
wordt de weergave van de oorspronkelijke
geluidsbron hervat.
Verkeersberichten beluisteren
Druk op Navigatie
om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk vervolgens op de secundaire
pagina.
Selecteer " Instellingen ".
Selecteer " Spraak ".
Schakel " Verkeer (TA) " in
of uit.
.
Audio en telematica

332
2008_nl_Chap13_index-alpha_ed01-2015
Uitschakelen airbag passagier .....................1 41
Updaten risicozones ..................................... 2 51
UREA
.................................................... 16 4, 165
USB
............................................................... 264
USB-aansluiting
............................. 72, 264 , 303
USB-poort
..................................................... 264
Veiligheidsgordels
..........................13 8 -14 0, 150
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
....... 1
41, 145 , 146, 151, 15 4 -157
Ventilatie
...............
..............................12, 61- 64
Ventilatieroosters
............................................ 61
Vergrendelen ................................................... 42
Vergrendeling kofferdeksel
............................. 49
V
erkeersinformatie (TA)
........................ 25
3, 301
Verkeersinformatie (TMC)
............................ 2
52
Verklikkerlampjes
................................ 16,
20, 21
Verklikkerlampje SCR-systeem
......................25
Verlichting overdag
....................................... 115
U
V
Tijdelijke bandenspanning (met set) .............172
Tijd instellen .................................................... 41
TMC (verkeersinformatie)
.............................252
Toevoer van buitenlucht
..................................66
Touchscreen
........................ 33,
35, 36 , 38 , 132
Touchscreen (Menu's)
.........................235, 239
Trekhaak
....................................................... 205
Set voor tijdelijke bandenreparatie ...............
17
2
Sfeerverlichting
............................................. 126
Sjorogen
.......................................................... 74
Sleepoog
....................................................... 203
Slepen van een auto
..................................... 203
Sleutel
....................................................... 42, 43
Sleutel met afstandsbediening
................. 44,
46
Sneeuwkettingen
.......................................... 18 4
Snelheidsbegrenzer
................................ 99, 103
Snelheidsregelaar
................................. 101, 103
Spaarfase
...................................................... 201
Starten ........................................................... 19 9
Starten van de auto............................ 83, 86 , 90
Starten van de motor
...................................... 79
Stilzetten van de auto
........................ 83, 86 , 90
Stoelen achter
................................................. 57
Stoelen verstellen
........................................... 55
Stoelverwarming
............................................. 56
Stop & Start
........................................ 39, 69 , 95 ,
107 , 159 , 198 , 2 11, 217
Streaming audio Bluetooth
.......... 264, 266 , 305
Stuurkolomschakelaars
................................ 299
Stuurslot
.......................................................... 44
Stuurwiel (verstellen)
...................................... 58
Synchroniseren afstandsbediening
................ 45
Synchroniseren van de afstandsbediening
................................... 45
Schakelaar
...................................................... 79
Schakelaars stoelverwarming
........................ 56
S
CR (Selective Catalytic Reduction)
............ 16 4
SCR-systeem
.......................................... 25, 16 4
Selectiehendel automatische transmissie
...... 90
Sel
ectiehendel elektronisch
gestuurde versnellingsbak
............. 83,
86 , 218
Selectiehendel handgeschakelde versnellingsbak
............................................. 82
Serienummer auto
..............................
.......... 230 Tankbeveiliging
...............................
.............. 161
Technische gegevens
.......... 220, 222 , 224, 226
Te laag brandstofniveau
............................... 159
Telefoon
................................ 280, 282 , 284-286
Temperatuurregeling ....................................... 66
S
T
Regeneratie roetfilter .................................... 217
Reinigen (adviezen) ...................................... 207
Rembekrachtigingsysteem
........................... 13
3
Remblokken
.................................................. 218
Remlichten
............................................ 189, 19 0
Remmen
........................................................ 218
Remschijven .................................................. 218
Reservewiel
.......................................... 17 7, 178
Reservoir ruitensproeiers
............................. 2
15
Richtingaanwijzers
........11 6, 128 , 18 6 , 189, 19 0
Riem
...............
................................................. 74
Rijadviezen
..................................................... 78
Rijstrookcontrolesystemen
...........................13 3
Risicozones (update)
.................................... 2 51
Roetfilter
................................................ 216, 217
Ruitbediening
.................................................. 53
Ruitensproeier achter
...................................121
Ruitensproeiers
............................................. 12
0
Ruitenwisser achter
...................................... 121
Ruitenwisserbladen vervangen
............ 12
3, 202
Ruitenwissers
.................................. 19,
120, 12 2
Ruitenwisserschakelaar
......................... 12
0 -12 2
Index