Page 187 of 805

qi-stop waarschuwingslampje, zoemer
Als er zich een defect in het systeem voordoet of bij waarschuwingen met betrekking tot
het gebruik van het systeem, wordt de bestuurder op de hoogte gesteld door de
waarschuwingszoemer en het waarschuwingslampje in de instrumentengroep.
Waarschuwingslampje/zoemer Controle
Wanneer de i-stop functie in werking is klinkt de
waarschuwingszoemer en gaan het i-stop
waarschuwingslampje (oranje) en de overige
waarschuwingslampjes branden.(Handgeschakelde versnellingsbak)
Wanneer de versnellingshendel in een andere stand dan
neutraal staat, de veiligheidsgordel van de bestuurder
wordt losgemaakt en het bestuurdersportier wordt
geopend.
(Automatische transmissie)
Wanneer de keuzehendel in de stand D of M
(niet in blokkeermodus voor tweede versnelling) staat,
de veiligheidsgordel van de bestuurder wordt
losgemaakt en het bestuurdersportier wordt geopend.
Als dit het geval is, zal de motor om veiligheidsredenen
niet automatisch opnieuw gestart worden. Start de motor
met behulp van de normale methode.
Het i-stop waarschuwingslampje (oranje) knippert.Er is mogelijk een of ander defect in het i-stop systeem.
Laat uw auto zo spoedig mogelijk door een deskundige
reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda reparateur
inspecteren.
Wanneer de i-stop functie in werking is, knippert het
i-stop indikatielampje (groen) tweemaal per seconde.(Handgeschakelde versnellingsbak)
Controleer of de keuzehendel in de neutraalstand staat.
(Europees model)
Wanneer de i-stop functie in werking is, klinkt de
waarschuwingspieptoon en knippert het i-stop
indikatielampje (groen) tweemaal per seconde.
Controleer of het bestuurdersportier gesloten is.
(Behalve Europees model)
Terwijl de i-stop functie in werking is, klinkt de
waarschuwingspieptoon en brandt het i-stop
indikatielampje (groen).
Tijdens het rijden
Motor start/stop
4-23
Page 217 of 805

i-stop waarschuwingslampje (oranje)
Wanneer het lampje brandt
lHet lampje gaat branden wanneer het
contact op ON wordt gezet en gaat uit
wanneer de motor gestart wordt.
lHet lampje gaat branden wanneer de i-
stop OFF schakelaar wordt ingedrukt
en het systeem wordt uitgeschakeld.
lHet lampje gaat branden als de motor
gestopt is en de volgende handelingen
worden uitgevoerd. In dergelijke
gevallen herstart de motor om
veiligheidsredenen niet automatisch.
Start de motor met behulp van de
normale methode.
lDe motorkap geopend wordt.l(Europees model)
De veiligheidsgordel van de
bestuurder is losgemaakt en het
bestuurdersportier wordt geopend.
l(Behalve Europees model)
(Handgeschakelde
versnellingsbak)
Wanneer de versnellingshendel in
een andere stand dan neutraal staat,
de veiligheidsgordel van de
bestuurder wordt losgemaakt en het
bestuurdersportier wordt geopend.
(Automatische transmissie)
Wanneer de keuzehendel in de stand
D of M (niet in blokkeermodus voor
tweede versnelling) staat, de
veiligheidsgordel van de bestuurder
wordt losgemaakt en het
bestuurdersportier wordt geopend.
lDe volgende gevallen kunnen duiden
op een storing in het systeem. Laat uw
auto bij een deskundige reparateur, bij
voorkeur een officiële Mazda
reparateur controleren.
lHet lampje gaat niet branden
wanneer het contact op ON wordt
gezet.
lHet lampje blijft branden ook al is
tijdens het draaien van de motor de
i-stop OFF schakelaar ingedrukt.
Wanneer het lampje knippert
Het lampje blijft knipperen als er een
defect in het systeem is. Laat uw auto bij
een deskundige reparateur, bij voorkeur
een officiële Mazda reparateur
controleren.
i-stop indikatielampje (groen)
Wanneer het lampje brandt
lHet lampje gaat branden wanneer de
motor gestopt is en gaat uit wanneer de
motor herstart.
l(Behalve Europees model)
Het lampje gaat branden wanneer
tijdens het rijden aan de voorwaarden
voor het stoppen van de motor is
voldaan.
Wanneer het lampje knippert
l(Handgeschakelde versnellingsbak)
Het lampje knippert wanneer de motor
gestopt is en de keuzehendel naar een
andere stand dan neutraal wordt
verplaatst om de bestuurder erop te
attenderen dat de motor gestopt is.
Door het intrappen van het
koppelingspedaal herstart de motor
automatisch en het lampje gaat uit.
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
4-53
Page 218 of 805

l(Europees model)
Het lampje knippert wanneer de motor
gestopt is en het bestuurdersportier
wordt geopend om de bestuurder erop
te attenderen dat de motor gestopt is.
Het lampje gaat uit wanneer het
bestuurdersportier gesloten wordt.
l(Behalve Europees model)
(Automatische transmissie)
Het lampje knippert als de auto tot
stilstand wordt gebracht maar het
rempedaal niet met voldoende kracht
wordt ingetrapt. Trap het rempedaal
wat krachtiger in aangezien de
pedaalkracht mogelijk onvoldoende is.
qRijstrookassistentindikatie (Type
A)í
Rijd met het systeem op standby naar het
midden van de rijstrook. Wanneer aan alle
onderstaande voorwaarden is voldaan,
wordt de rijstrookassistentdisplay
aangegeven in de multi-informatiedisplay
en wordt het systeem bedrijfsklaar.
De display van de rijstrookassistent
(standby status) wordt aangegeven in de
multi-informatiedisplay en het systeem
gaat over op standby.
OPMERKING
Wanneer de instelling voor
besturingsassistentie op niet-
bedrijfsklaar is ingesteld, wordt de
rijstrookassistentdisplay niet
aangegeven.
qRijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem
(LDWS) indikatie (Type A)í
Wanneer het
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem
(LDWS) wordt ingeschakeld, wordt de
LDWS indikatie getoond.
qWaarschuwingslampje van
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem
(LDWS) (Type B)
í
Wanneer het contact op ON wordt gezet,
gaat dit waarschuwingslampje gedurende
enkele seconden branden.
Het indikatielampje gaat knipperen
wanneer het systeem bepaalt dat de auto
van zijn rijstrook afwijkt.
4-54
Tijdens het rijden
íBepaalde modellen.
Instrumentengroep en display
Page 237 of 805

OPMERKING
(Bepaalde modellen)
Als een van de onderstaande
handelingen wordt uitgevoerd, wordt de
stand van de keuzehendel gedurende 5
minuten getoond ook als de
contactschakelaar in een andere stand
dan ON staat.
lHet contact is op OFF gezet.
lHet bestuurdersportier wordt
geopend.
Versnellingspositie-indikatielampje
In de handbediende overschakelfunctie
gaat de“M”van het
schakelstandindikatielampje branden en
wordt het nummer van de gekozen
versnelling getoond.
qKeuzemodusindikatieí
Wanneer de sportstand wordt
geselecteerd, gaat de keuzemodusindikatie
in de instrumentengroep branden.
OPMERKING
Als de modus niet overgeschakeld kan
worden naar de drive-stand, gaat de
keuzemodusindikatie knipperen om de
bestuurder te attenderen.
qGrootlichtindikatielampje
Dit lampje geeft een van beide volgende
functies aan:
lHet grootlicht van de koplampen is
ingeschakeld.
lDe richtingaanwijzerhendel staat in de
lichtsignaal-stand.
qRichtingaanwijzers/
Waarschuwingsknipperlichten
indikatielampjes
Bij het inschakelen van de
richtingaanwijzerlampen, gaat het linker
of rechter
richtingaanwijzerindikatielampje
knipperen om aan te geven welke
richtingaanwijzerlamp ingeschakeld is
(pagina 4-101).
Bij het inschakelen van de
waarschuwingsknipperlichtengaan beide
richtingaanwijzerindikatielampjes
knipperen (pagina 4-111).
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
4-73íBepaalde modellen.
Page 256 of 805
Schakelaarstand
Contactstand ONACC of
OFFONACC of
OFFONACC of
OFF
Dagverlichting
í×*1―――――
Achterlichten
Positielampen
Kentekenplaatlampen
Instrumentenpaneelverlichting――××××
*2
×: Aan
―: Uit
*1 Wanneer dit tijdens het rijden gaat branden.
*2 Als de koplampen branden en het bestuurdersportier wordt geopend of 30 sec. zijn verstreken, worden de
koplampen uitgeschakeld.
Met automatische verlichtingsregeling
Schakelaarstand
Contactstand ONACC of
OFFONACC of
OFFONACC of
OFFONACC of
OFF
Koplampen――
Automa-
tisch*1―――×―
4-92
Tijdens het rijden
íBepaalde modellen.
Schakelaars en regelaars
Page 257 of 805

Schakelaarstand
Contactstand ONACC of
OFFONACC of
OFFONACC of
OFFONACC of
OFF
Dagverlichting
í×*2―Automa-
tisch*1―――――
Achterlichten
Positielampen
Kentekenplaatlampen
Instrumentenpaneelverlichting――
Automa-
tisch*1×*3/―*4××××*5
×: Aan
―: Uit
*1 De koplampen en overige verlichting worden automatisch ingeschakeld afhankelijk van de helderheid van de
omgeving zoals afgetast door de sensor.
*2 Wanneer dit tijdens het rijden gaat branden.
*3 Wanneer de verlichting is ingeschakeld, zal deze blijven branden ook als het contact in een andere stand dan
ON wordt gezet. Als de koplampen branden en het bestuurdersportier wordt geopend of 30 sec. zijn
verstreken, worden de koplampen uitgeschakeld.
*4 Wanneer het contact in een andere stand dan ON wordt gezet, gaat ook als de verlichtingsschakelaar op
wordt gezet, de verlichting niet branden
*5 Als de koplampen branden en het bestuurdersportier wordt geopend of 30 sec. zijn verstreken, worden de
koplampen uitgeschakeld.
Tijdens het rijden
Schakelaars en regelaars
4-93íBepaalde modellen.
Page 297 of 805

Drive-selectie (Automatische transmissie)í
Drive-selectie is een systeem dat de drive-stand van de auto overschakelt. Wanneer de
sportstand is geselecteerd, geeft de auto bij de bediening van het gaspedaal een krachtigere
respons. Dit zorgt voor een extra snelle acceleratie, wat nodig kan zijn voor het veilig
uitvoeren van manoeuvres zoals het wisselen van rijbaan, het oprijden van snelwegen of
het inhalen van andere voertuigen.
OPGELET
Gebruik de sportstand niet bij het rijden op gladde wegen zoals natte of met sneeuw
bedekte wegen. Dit kan slippen van de banden veroorzaken.
OPMERKING
lWanneer de sportstand wordt geselecteerd, wordt er met hogere motortoerentallen
gereden wat kan leiden tot een hoger brandstofverbruik. Mazda raadt aan om bij
normaal rijden de sportstand uit te schakelen.
lOnder de volgende omstandigheden kan de drive-stand niet worden overgeschakeld:
lABS/TCS/DSC is in bedrijflHet Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem/kruissnelheidsregelaar is
ingeschakeld.
lHet stuurwiel wordt abrupt gedraaid.
Tijdens het rijden
Drive-selectie
4-133íBepaalde modellen.
Page 736 of 805

qAls het LED
koplampwaarschuwingslampje
gaat branden
í
Dit lampje gaat branden als er een defect
is in de LED koplamp. Laat uw auto door
een deskundige reparateur, bij voorkeur
een officiële Mazda reparateur
controleren.
In de volgende gevallen wordt
een waarschuwingszoemer
geactiveerd
qWaarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting
Als de verlichting is ingeschakeld en het
contact in de stand ACC wordt gezet of
wordt uitgeschakeld, zal er een continue
pieptoon klinken zodra het
bestuurdersportier geopend wordt.
OPMERKING
lWanneer het contact op ACC gezet
wordt, heeft de
“Waarschuwingspieptoon voor niet-
uitgeschakeld contact (STOP)”
(pagina 7-54) voorrang boven de
waarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting.
lEen gebruikersfunctie is beschikbaar
voor het veranderen van het
geluidsvolume voor de
waarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting.
Zie Gebruikersinstellingen op pagina
9-14.
7-52
Als er zich een probleem voordoet
íBepaalde modellen.
Waarschuwings-/indikatielampjes en waarschuwingszoemers