196
508RXH_nl_Chap08_info-pratiques_ed01-2014
Monteren van het wiel
Na het verwisselen van het wiel
Ver wijder de naafdop van het wiel
om het op de juiste manier in de
bagageruimte op te bergen.
Laat zo snel mogelijk het
aanhaalmoment van de wielbouten en
de bandenspanning van het reservewiel
controleren door het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Laat de lekke band zo spoedig mogelijk
repareren en verwissel hem met het
reservewiel.
Procedure
F Plaats het wiel op de naaf.
F D raai de wielbouten met de hand vast.
F
D
raai de slotbout met de wielsleutel 1 en
de dop 4
enigszins vast.
F
D
raai de overige wielbouten enigszins vast
met alleen de wielsleutel 1 .Detectie te lage bandenspanning
Het reservewiel (noodreservewiel of
wiel met stalen velg) is niet voorzien
van een bandenspanningssensor.
Laat de lekke band repareren door
het PEUGEOT-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Praktische informatie
05
284
508RXH_nl_Chap11c_SMEGplus-i_ed01-2014
De straatnamen worden op de kaart weergegeven bij een schaal
van 100 m of kleiner.
Configureren
Selecteer "Kenmerk
". Selecteer:
-
"Kaartkleur "dag"
" om de kaart altijd in de
dagstand weer te geven.
- "Kaartkleur "nacht"
" om de kaart altijd in
de nachtstand weer te geven.
- "Dag-/nachtst. automat." om de
weergave van de kaart automatisch aan de
hoeveelheid buitenlicht aan te passen.
Deze instelling werkt met behulp van de
lichtsensor van de auto of door handmatig
de verlichting in te schakelen.
Selecteer "
Config. kaart".
Druk op Navigatie om de hoofdpagina weer
te geven en druk vervolgens op de secundaire
pagina.
KAART
Druk vervolgens op "
Bevestigen" om de wijzigingen
op te slaan.