Page 39 of 352

1
37
Controle tijdens het rijden
508_nl_Chap01_controle de marche_ed01-2014
Motorolieniveaumeter *
Te weinig olie
Als het motorolieniveau te laag is, wordt de melding "Te laag olieniveau" op het instrumentenpaneel weergegeven in combinatie met het branden van het verklikkerlampje Service en een geluidssignaal.
Controleer het olieniveau met de peilstok. Als blijkt dat het olieniveau te laag is, moet olie worden bijgevuld om te voorkomen dat ernstige motorschade ontstaat. Raadpleeg de rubriek "Niveaus controleren".
Storing van de motorolieniveaumeter
Als de melding "Ongeldige meting olieniveau" wordt weergegeven, duidt dit op een storing in de motorolieniveaumeter. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Als de motorolieniveaumeter niet werkt, wordt het motoroliepeil niet meer gecontroleerd. Zolang het systeem niet werkt, moet u het motoroliepeil controleren met de peilstok in de motorruimte. Raadpleeg de rubriek "Niveaus controleren".
Op het display wordt in het gedeelte A de totale kilometerstand en in het gedeelte B de dagteller weergegeven.
Druk, als de dagteller wordt weergegeven, enkele seconden op de knop.
Kilometerteller
Nulstelling dagteller
Bij uitvoeringen met een motorolieniveaumeter wordt bij het aanzetten van het contact eerst de onderhoudsindicator weergegeven en vervolgens gedurende enkele seconden het motorolieniveau.
Een controle van het olieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke, horizontale ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten niet heeft gedraaid.
Olieniveau correct
* Volgens uitvoering.
Page 40 of 352
38
Controle tijdens het rijden
508_nl_Chap01_controle de marche_ed01-2014
De boordcomputer geeft tijdens het rijden verschillende informatie (actieradius, brandstof verbruik ...).
Boordcomputer
Display van het instrumentenpaneel
Weergave van de informatie
Druk op de toets op het stuur wiel om achtereenvolgens de verschillende functies van de boordcomputer weer te geven.
- Actuele informatie: ● a c t i e r a d i u s , ● huidig brandstofverbruik, ● de teller van het Stop & Start-systeem.
- Traject "1" : ● g e m i d d e l d e s n e l h e i d , voor het eerste traject, ● gemiddeld brandstofverbruik, ● a f g e l e g d e a f s t a n d .
- Traject "2" : ● g e m i d d e l d e s n e l h e i d , voor het tweede traject, ● gemiddeld brandstofverbruik, ● a f g e l e g d e a f s t a n d .
Of op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar.
Page 41 of 352

1
39
Controle tijdens het rijden
508_nl_Chap01_controle de marche_ed01-2014
Traject resetten
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats als tijdens het rijden de streepjes continu worden weergegeven.
Deze functie wordt alleen weergegeven bij snelheden vanaf 30 km/h.
Deze waarde kan variëren door een gewijzigde rijstijl of het rijden op een helling, waardoor het momentele brandstofverbruik aanzienlijk kan wijzigen.
Boordcomputer, enkele definities...
Actieradius
(km of miles) De actieradius geeft aan hoeveel kilometer u nog met de resterende hoeveelheid brandstof kunt rijden, berekend op basis van het gemiddelde verbruik over de laatste afgelegde kilometers.
Als de actieradius minder dan 30 km bedraagt, verschijnen streepjes op het display. Na het tanken van minimaal 5 liter brandstof wordt de actieradius opnieuw berekend en weergegeven als deze meer dan 100 km bedraagt.
Momenteel verbruik
(l/100 km, km/l of mpg) Dit is het gemiddelde brandstofverbruik over de laatste seconden.
Gemiddeld verbruik
(l/100 km, km/l of mpg) Dit is het gemiddelde verbruik sinds de laatste nulstelling van de boordcomputer.
Gemiddelde snelheid
(km/h of mph) Dit is de gemiddelde snelheid sinds de laatste nulstelling van de boordcomputer (contact aan).
Druk de toets langer dan twee seconden in zodra het gewenste traject wordt aangegeven of houd de linker draaiknop op het stuurwiel ingedrukt. De trajecten "1" en "2" zijn onafhankelijk en hebben dezelfde eigenschappen. Traject "1" kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor een dagelijks verbruik en traject "2" voor een maandelijks verbruik.
Page 43 of 352
1
41
Controle tijdens het rijden
508_nl_Chap01_controle de marche_ed01-2014
Datum en tijd instellen
Autoradio / Bluetooth
Druk op MENU .
Selecteer met de pijltjestoetsen " Persoonlijke instellingen - Configuratie " en bevestig uw keuze.
Selecteer met de pijltjestoetsen " Configuratie display " en bevestig uw keuze.
Selecteer met de pijltjestoetsen " Datum en tijd instellen " en bevestig uw keuze.
Selecteer de parameter die u wilt wijzigen. Bevestig uw keuze door op de toets OK te drukken, verander dan de waarde en bevestig dit nogmaals om de nieuwe instelling op te slaan.
Stel de parameters één voor één in en bevestig dit steeds door op de toets " OK " te drukken. Selecteer dan de tab " OK" op het display en bevestig uw keuze om het menu " Datum en tijd instellen " te verlaten.
Page 44 of 352
42
Controle tijdens het rijden
508_nl_Chap01_controle de marche_ed01-2014
Peugeot Connect Nav+
Druk op SETUP voor het menu " Configuratie ".
Selecteer " Configuratie display " en bevestig uw keuze.
Selecteer " Datum en tijd instellen " en bevestig uw keuze.
Selecteer " Minuten synchroniseren via GPS " om de instelling van de
minuten automatisch te laten doen door het systeem.
Selecteer het item dat u wilt wijzigen. Druk op de toets OK om de selectie te bevestigen, verander de instelling en bevestig de wijziging nogmaals om de nieuwe gegevens op te slaan.
Verander de instellingen één voor één. Selecteer vervolgens " OK " op het scherm en bevestig de wijzigingen om ze in het geheugen op te slaan.
Page 47 of 352

2
45
Toegang tot de auto
508_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2014
Selectieve ontgrendeling
Alleen het bestuurdersportier ontgrendelen: druk één keer op het geopende hangslot.
Met de afstandsbediening
De selectieve ontgrendeling kan worden ingesteld met behulp van het configuratiemenu op het display van het instrumentenpaneel. Standaard is de volledige ontgrendeling geactiveerd.
Met de elektronische sleutel
Steek om alleen het bestuurdersportier te ontgrendelen, terwijl u de elektronische sleutel op zak hebt, uw hand achter de portiergreep van het bestuurdersportier en trek het portier open. Steek om de auto volledig te ontgrendelen uw hand achter de portiergreep van een van de andere portieren, aan de zijde waar de elektronische sleutel zich bevindt, en trek het portier open.
Het ontgrendelen wordt bevestigd door het gedurende ongeveer 2 seconden snel knipperen van de richtingaanwijzers. Tegelijkertijd worden, afhankelijk van de uitvoering van de auto, de buitenspiegels uitgeklapt.
De overige portieren en de achterklep ontgrendelen: druk nogmaals op het geopende hangslot.
Vuil (vocht, stof, modder, zout, ...) op de binnenzijde van de portiergreep kan de detectie negatief beïnvloeden. Als na het reinigen van de binnenzijde van de portiergreep met een doek het probleem niet is verholpen, raadpleeg dan het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Plotseling contact met water (waterstraal, hogedrukspuit, ...) kan door het systeem worden beschouwd als een verzoek om ontgrendelen van de auto.
Page 48 of 352
46
Toegang tot de auto
508_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2014
Ontgrendelen van de bagageruimte
Met de afstandsbediening
Druk op deze knop om de auto te ontgrendelen en de bagageruimte te openen.
Met de elektronische sleutel
Druk als de elektronische sleutel zich binnen het detectiebereik bevindt op de knop 1 (Berline) of trek aan de handgreep 2 (SW) om de auto te ontgrendelen en de bagageruimte te openen.
Selectieve ontgrendeling bagageruimte geactiveerd
Het selectief ontgrendelen van de bagageruimte kunt u instellen met behulp van het configuratiemenu op het display van het instrumentenpaneel.
Standaard is deze functie uitgeschakeld. Met de afstandsbediening of de elektronische sleutel wordt dan alleen de bagageruimte ontgrendeld en/of geopend.
Vergeet niet de bagageruimte weer te vergrendelen.
Page 51 of 352

2
49
Toegang tot de auto
508_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2014
Vergrendelen / ontgrendelen van binnenuit
Automatische centrale vergrendeling van de portieren
De portieren kunnen tijdens het rijden automatisch worden vergrendeld (bij een snelheid hoger dan 10 km/h). Houd om deze functie in of uit te schakelen de knop ingedrukt tot een melding op het display wordt weergegeven.
Gebruik in dat geval de sleutel of de afstandsbediening om de auto te ontgrendelen.
Het rijden met vergrendelde portieren kan bij een noodgeval de toegang tot de auto voor de hulpdiensten belemmeren.
Druk op het symbooltje van het gesloten hangslot om de eerder vergrendelde auto te lokaliseren op een parkeerplaats.
Lokaliseren van de auto
Druk op de knop om de portieren en de bagageruimte te ver- of ontgrendelen. Als de supervergrendeling is ingeschakeld, is de knop buiten werking.
De plafonniers gaan branden en de richtingaanwijzers knipperen gedurende enkele seconden.
Als u vanwege het vervoer van een groot voor werp met de achterklep geopend rijdt, kunt u het waarschuwingssignaal voor de geopende achterklep uitschakelen door de knop in te drukken. Bij het van binnenuit vergrendelen worden de buitenspiegels niet ingeklapt.