
2
51
Toegang tot de auto
508_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2014
Batterij van de sleutel vervangen
Batterij ref.: CR2032 / 3 V. Deze batterij is via het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats verkrijgbaar. Als de batterij van de afstandsbediening vervangen moet worden, wordt u gewaarschuwd door een melding op het display van het instrumentenpaneel. Wip het deksel met een kleine schroevendraaier bij de uitsparing los. Verwijder het deksel. Ver wijder de lege batterij. Plaats een nieuwe batterij in de juiste richting in de houder. Druk het deksel op de afstandbediening vast.
Gooi de lege batterijen van de afstandsbediening niet weg: ze bevatten metalen die schadelijk zijn voor het milieu. Lever lege batterijen in bij een speciaal verzamelpunt.
Synchroniseren (elektronische sleutel)
Zet het contact af. Druk zo snel mogelijk gedurende enkele seconden op een van de knoppen van de afstandsbediening. Zet het contact aan. De elektronische sleutel werkt nu weer.
Batterij van de elektronische sleutel vervangen
Batterij ref.: CR2032 / 3 V. Deze batterij is via het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats verkrijgbaar. Als de batterij vervangen moet worden, wordt u gewaarschuwd door een melding op het display van het instrumentenpaneel. Wip het deksel met een spits voor werp bij de sleutelhanger los. Ver wijder de lege batterij.
Schuif de nieuwe batterij in de juiste richting op zijn plaats. Zet het deksel aan de voorzijde vast en klik het dicht. Synchroniseer de elektronische sleutel.

2
57
Toegang tot de auto
508_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2014
Bagageruimte
Berline
Ontgrendel de auto volledig met de afstandsbediening of de sleutel en druk op deze knop.
SW
Ontgrendel de auto volledig met de afstandsbediening of de sleutel, duw op de hendel A en open de achterklep.
Vanuit het interieur
Houd deze knop ingedrukt tot u aan het geluid hoort dat de achterklep ontgrendeld is.
Openen
Sluiten
Trek de achterklep omlaag met behulp van de handgreep aan de binnenzijde. Als de achterklep niet goed is gesloten:
- bij draaiende motor gaat dit bij draaiende motor gaat dit bij draaiende motorverklikkerlampje gedurende enkele seconden branden in combinatie met een melding op het display van het instrumentenpaneel,
- tijdens het rijden (snelheid hoger dan10 km/h) gaat dit verklikkerlampje gedurende enkele seconden branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display van het instrumentenpaneel.

2
59
Toegang tot de auto
508_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2014
Sluiten
Druk op deze knop C om de achterklep elektrisch te sluiten.
Probeer de achterklep bij het sluiten niet tegen te houden; hierdoor stopt de achterklep met sluiten en gaat deze vervolgens enkele centimeters omhoog. Handmatig sluiten: beweeg de achterklep een klein eindje omhoog en omlaag, zodat deze ontgrendeld wordt, en sluit vervolgens de achterklep.
Zorg er voor dat tijdens het openen of sluiten van de achterklep niemand in de buur t staat om ver wondingen te voorkomen.
Tijdens het elektrisch openen of sluiten van de achterklep is het op elk gewenst moment mogelijk de beweging stil te zetten: druk op de knop in het interieur, op de knop A van de afstandsbediening of op de knop B of C van de achterklep.
Openen of sluiten
onderbreken
Instellen van de
openingshoogte
De maximale openingshoogte van de achterklep kan worden opgeslagen (laag plafond, ...). Deze hoogte kan in twee stappen worden opgeslagen door meerdere keren op de knop C
te drukken: - als tijdens het openen, op het moment dat de achterklep de gewenste stand heeft bereikt, de knop wordt ingedrukt, blijft de achterklep in de desbetreffende stand staan, - als de knop nogmaals wordt ingedrukt, wordt de stand van de achterklep opgeslagen. Dit wordt bevestigd door een geluidssignaal. Om deze opgeslagen stand te wissen moet de knop opnieuw ingedrukt worden gehouden tot een geluidssignaal hoorbaar is.
Waarschuwing "achterklep open"
Als de achterklep niet goed gesloten is, zal, als de motor draait of de auto rijdt, een melding op het display van het instrumentenpaneel worden weergegeven in combinatie met een geluidssignaal (vanaf 10 km/h).

2
65
Toegang tot de auto
508_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2014
Minimumbrandstofniveau
Als het minimumbrandstofniveau is bereikt, gaat dit waarschuwingslampje branden, in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display van het instrumentenpaneel. Als dit lampje gaat branden, zit er nog ongeveer 7 liter brandstof in de tank. Ga zo snel mogelijk tanken om te voorkomen dat u zonder brandstof komt te staan.
Onderbreking
brandstoftoevoer
Uw auto is voorzien van een beveiliging die bij een aanrijding onmiddellijk de brandstoftoevoer afsluit.
Het vullen van de brandstoftank met behulp van een jerrycan is wel mogelijk, maar doe dit met beleid. Houd de tuit van de jerrycan recht en druk deze niet tegen de klep van de tankbeveiliging, om ervoor te zorgen dat de brandstof netjes in de vulopening stroomt.
Tankbeveiliging diesel
Dit mechanisme is aangebracht in auto's met een dieselmotor, waardoor het onmogelijk is om benzine te tanken. Hiermee wordt schade aan de motor, ontstaan door het tanken van de verkeerde brandstof, voorkomen. Deze voorziening, die in de tankopening is ingebouwd, wordt geactiveerd zodra u de brandstoftankdop verwijdert.
Wanneer u bij een dieseluitvoering een benzinetankpistool in de tankopening plaatst, wordt dit tegengehouden door een klep, waardoor het vergrendeld blijft en er dus niet getankt kan worden. Probeer in dat geval niet toch te tanken maar kies een dieseltankpistool.
Werking
Reizen naar het buitenland
Omdat de tankpistolen voor het tanken van Diesel per land kunnen verschillen, kan de aanwezigheid van een tankbeveiliging op de auto er toe leiden dat tanken niet mogelijk is. Wij adviseren u daarom voordat u naar het buitenland afreist bij het PEUGEOT-netwerk te informeren of uw auto geschikt is om in het desbetreffende land te kunnen tanken.

3
69
Comfort
508_nl_Chap03_confort_ed01-2014
Opslaan van zitposities in
het geheugen
Dit systeem slaat de elektrische instellingen van de bestuurdersstoel, de buitenspiegels en het head-up display op. U kunt twee standen opslaan met de toetsen aan de zijkant van de bestuurdersstoel.
Opslaan van een zitpositie
met de toetsen M / 1 / 2
Zet het contact aan. Zet uw stoel, de buitenspiegels en het head-up display in de gewenste stand. Druk op de toets M en vervolgens binnen 4 seconden op de toets 1 of 2 . Een geluidssignaal geeft aan dat de zitpositie is opgeslagen. Het opslaan van een andere stand annuleert de vorige, in het geheugen opgeslagen stand.
Oproepen van een opgeslagen zitpositie
Contact aan of draaiende motor
Druk kort op de toets 1 of 2 om de desbetreffende zitpositie op te roepen. Een geluidssignaal geeft aan dat de opgeslagen zitpositie is ingenomen. U kunt de beweging onderbreken door op de toets M , 1 of 2 te drukken of door één van de schakelaars van de stoelverstelling te bedienen.
U kunt een zitpositie niet oproepen tijdens het rijden. Het opvragen van een opgeslagen zitpositie is tot 45 s na het afzetten van het contact mogelijk.
In-/uitstapfunctie
Deze functie vergemakkelijkt het in- en uitstappen. Zo schuift de stoel automatisch naar achteren bij het afzetten van het contact of bij het openen van het bestuurdersportier; de stoel blijft in deze stand staan tot u weer instapt. Bij aanzetten van het contact schuift de stoel weer naar voren in de geprogrammeerde stand. Zorg ervoor dat het verplaatsen van de stoel niet gehinderd wordt door voor werpen of personen. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om deze functie in of uit te schakelen.

3
79
Comfort
508_nl_Chap03_confort_ed01-2014
Peugeot Connect USB - USB-box
Deze aansluitmodule, die bestaat uit een JACK-aansluiting en een USB-poort, bevindt zich in de armsteun vóór (onder het deksel). Hierop kunt u draagbare apparatuur aansluiten, zoals een iPod ® of een USB-stick. ® of een USB-stick. ®
Dankzij de aansluitmodule kunt u de audiobestanden op uw draagbare apparatuur beluisteren via de luidsprekers van uw autoradio. U kunt deze bestanden beheren met de toetsen op het stuur wiel of het bedieningspaneel van de autoradio en ze weergeven op het display van het instrumentenpaneel.
Tijdens het gebruik van de USB-poort kan de draagbare apparatuur automatisch worden opgeladen.
Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van deze uitrusting de rubriek "Audio en datacommunicatie".
Skiluik
Het skiluik kan worden gebruikt voor het vervoeren van lange voorwerpen.
Openen
Klap de middenarmsteun omlaag. Druk op de ontgrendelingsknop van het luik. Laat het skiluik zakken. Steek voor werpen vanuit de bagageruimte door het skiluik.

90
Comfort
508_nl_Chap03_confort_ed01-2014
Automatische airconditioning met gescheiden regeling
Automatische werking
1. Automatisch programma "Comfort"
Druk op deze toets "AUTO" . Het lampje gaat branden.
Het is raadzaam deze stand te gebruiken: het systeem regelt de temperatuur, de luchtopbrengst, de luchtverdeling naar de luchtroosters en de luchtrecirculatie automatisch en optimaal aan de hand van de door u ingestelde waarde. Het systeem kan tijdens alle seizoenen effectief gebruikt worden, mits de ruiten zijn gesloten.
Om bij koude motor de toevoer van koude lucht te beperken, wordt de aanjagerregeling geleidelijk op het optimale niveau gebracht. Bij koud weer wordt de warme lucht uitsluitend naar de voorruit, de zijruiten en de beenruimte van de passagiers verdeeld.
2 - 3. Regeling bestuurders-/passagierszijde
De bestuurder en de voorpassagier kunnen de temperatuur afzonderlijk naar wens instellen. De op het display weergegeven waarde heeft betrekking op een bepaald comfortniveau en niet op de werkelijke temperatuur in graden Celsius of Fahrenheit.
Draai de knop 2 of 3 naar links (blauw) of naar rechts (rood) om deze waarde te verlagen of te verhogen.
Voor een optimaal comfort wordt de waarde 21 aanbevolen. Niettemin is afhankelijk van uw wensen een afstelling tussen 18 en 24 gebruikelijk. Voor een optimaal comfort is het raadzaam dat het verschil in instelling links en rechts niet meer dan 3 bedraagt.
De airconditioning werkt uitsluitend bij draaiende motor.

3
93
Comfort
508_nl_Chap03_confort_ed01-2014
Automatische airconditioning quadrizone
Automatische werking
1. Automatisch programma "Confort"
Met de standen Soft /Auto/Fast kunnen de bestuurder en de voorpassagier het door hen gewenste comfortniveau instellen:
2. Inschakelen / uitschakelen van de airconditioning achter
3 - 4. Regeling aan bestuurders-/passagierszijde
De bestuurder en de voorpassagier kunnen de temperatuur afzonderlijk naar wens instellen. De op het display weergegeven waarde heeft betrekking op een bepaald comfortniveau en niet op de werkelijke temperatuur in graden Celsius of Fahrenheit.
Voor een aangenaam comfort en een zo laag mogelijk geluidsniveau, aangezien de aanjagersnelheid beperkt wordt.
Voor het beste compromis tussen thermisch comfort en een laag geluidsniveau.
Voor een doeltreffende en dynamische luchttoevoer.
Druk op deze toets om de airconditioning achter uit te schakelen en het systeem te blokkeren. Op het LCD-display wordt een hangslot weergegeven. Als de airconditioning achter weer wordt ingeschakeld, wordt de automatische stand geactiveerd en de laatst ingestelde waarden voor de temperatuur toegepast.
Draai de knop 3 of 4 naar links (blauw) of naar rechts (rood) om deze waarde te verlagen of te verhogen.
Voor een optimaal comfort wordt de waarde 21 aanbevolen. Niettemin is afhankelijk van uw wensen een afstelling tussen 18 en 24 gebruikelijk. Voor een optimaal comfort is het raadzaam dat het verschil in instelling links en rechts niet meer dan 3 bedraagt.
De airconditioning werkt uitsluitend bij draaiende motor.