Page 180 of 352

178
Veiligheid
508_nl_Chap07_securite_ed01-2014
Maak er een gewoonte van om normaal rechtop in de voorstoelen te zitten. Draag altijd een correct afgestelde autogordel. Zorg dat er zich niets bevindt tussen de airbag en de inzittenden (kinderen, huisdieren, objecten...). Dit kan de goede werking van de airbag belemmeren en/of de inzittende bij het opblazen van de airbag verwonden. Laat na een aanrijding of diefstal van uw auto de airbagsystemen controleren. Werkzaamheden aan airbagsystemen mogen uitsluitend door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats worden uitgevoerd. Zelfs als alle bovenstaande voorschriften worden nageleefd, blijft de kans bestaan op letsel of lichte brandwonden aan het hoofd, de borst of de armen als de airbag wordt geactiveerd. De airbag wordt namelijk zeer snel opgeblazen (binnen enkele milliseconden) en loopt vervolgens even snel leeg, waarbij de warme gassen via de daarvoor bestemde openingen naar buiten stromen.
Zijairbags
Bedek de stoelen uitsluitend met daarvoor goedgekeurde stoelhoezen, die in combinatie met actieve zijairbags gebruikt kunnen worden. Voor informatie over de stoelhoezen die geschikt zijn voor uw auto kunt u zich wenden tot het PEUGEOT-netwerk. Raadpleeg de rubriek "Accessoires". Bevestig nooit iets aan de rugleuning van de stoelen (kleding...): dit zou bij het afgaan van de airbags kunnen leiden tot verwondingen aan armen of borstkas. Ga niet onnodig dicht tegen het portierpaneel zitten.
Airbags vóór
Houd het stuur wiel niet aan de spaken vast en laat uw handen niet op het stuur wielkussen rusten. De voorpassagier mag zijn voeten niet op het dashboard laten rusten. Het is raadzaam niet te roken in de auto. Als de airbag wordt opgeblazen, kunnen brandende sigaretten of een pijp brandwonden of ander letsel veroorzaken. Verwijder het stuurwiel nooit, maak geen gaten in de stuur wielbekleding en sla er niet op.
Houd u aan de volgende veiligheidsvoorschriften voor een maximale effectiviteit van de airbags:
Window-airbags
Bevestig nooit iets op de hemelbekleding; dit zou bij het afgaan van de window-airbags kunnen leiden tot hoofdletsel. Demonteer nooit de handgrepen van het dak (indien aanwezig); deze maken deel uit van de bevestiging van de window-airbags.
Page 187 of 352

8
185
Praktische informatie
508_nl_Chap08_info pratiques_ed01-2014
Wiel verwisselen In het geval van een lekke band kunt u het wiel met het bij de auto geleverde gereedschap ver wisselen volgens de onderstaande procedure.
Het gereedschap bevindt zich onder de vloer van de bagageruimte: open de achterklep, zet de vloerplaat rechtop (SW: in de geleider) om toegang te krijgen tot het gereedschap.
Toegang tot het gereedschap
Beschikbaar gereedschap
Dit gereedschap is specifiek voor uw auto en kan, afhankelijk van de uitvoering van uw auto, verschillen. Gebruik het niet voor andere doeleinden. 1. Wielsleutel.
Hiermee kan de wieldop worden ver wijderd en kunnen de wielbouten worden losgedraaid. 2. Krik met geïntegreerde slinger.
Hiermee kan de auto worden opgekrikt.
3. Gereedschap voor het ver wijderen van sierdoppen. Hiermee kunnen bij lichtmetalen velgen de sierdoppen van de wielbouten worden verwijderd.
4. Dop voor het verwijderen van slotbouten (in het dashboardkastje). Hiermee kunnen met behulp van de wielsleutel de speciale slotbouten worden verwijderd. 5. Eén wielblok om wegrollen van de auto te voorkomen. 6. Sleepoog. Zie de paragraaf "Slepen van de auto".
Page 203 of 352

8
201
Praktische informatie
508_nl_Chap08_info pratiques_ed01-2014
Zekeringen vervangen In het geval van een storing in een bepaalde functie kunt u de desbetreffende defecte zekering vervangen volgens de onderstaande procedure.
De tang voor het verwijderen van zekeringen bevindt zich in het dashboardkastje.
Toegang tot het gereedschap
Voordat u een zekering vervangt, dient u de oorzaak van de storing op te sporen en te (laten) verhelpen. U kunt aan de draad van een zekering zien of deze defect is.
Vervangen van een zekering
GoedDefect
Gebruik de speciale tang om de zekering uit de zekeringkast te ver wijderen. Vervang een defecte zekering altijd door een zekering met dezelfde stroomsterkte. Selecteer de zekering aan de hand van het nummer op de zekeringkast, de op de zekering aangegeven stroomsterkte en het onderstaande overzicht.
PEUGEOT is niet aansprakelijk voor kosten die voortvloeien uit storingen veroorzaakt door het monteren van extra accessoires die niet door aanbevolen en geleverd worden,
en niet volgens de voorschriften van PEUGEOT zijn gemonteerd. Dit geldt met name als het gezamenlijke stroomverbruik van de extra accessoires meer dan 10 milliampère bedraagt.
Montage van elektrische accessoires
Bij het ontwerp van het elektrische circuit van uw auto is reeds rekening gehouden met de montage van zowel de standaarduitrusting als eventuele opties. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats voordat u andere elektrische voorzieningen of accessoires in de auto monteert of laat monteren.
Page 204 of 352
202
Praktische informatie
508_nl_Chap08_info pratiques_ed01-2014
Zekeringen dashboard
De zekeringkast bevindt zich aan de onderzijde van het dashboard (linkerzijde).
Toegang tot de zekeringen
Open het uitklapbare paneel; u moet daarbij een zekere weerstand over winnen.
Zekering n r.Ampère (A)Functies
F6 A of B15 Autoradio.
F83 Inbraakalarm.
F1310 Aansteker vóór.
F1410 12V-aansluiting vóór.
F163 Plafonnier achter, kaartleeslampen achter.
F173 Plafonnier vóór, make-upspiegel.
F28 A of B15 Autoradio.
F3020 Ruitenwisser achter.
F3210 Audioversterker.
Page 205 of 352
8
203
Praktische informatie
508_nl_Chap08_info pratiques_ed01-2014
Zekering N°Ampère (A)Functies
F315 Paneel ruitbediening in bestuurdersportier, 12V-aansluiting achterzitplaatsen.
F415 12V-aansluiting bagageruimte.
F530 Elektrisch bedienbare ruiten achter met eentrapsbediening.
F630 Elektrisch bedienbare ruiten vóór met eentrapsbediening.
F1120 Servicecentrale trekhaakaansluiting.
F1220 Audioversterker.
F1520 Blinderingspaneel panoramadak (SW).
F165 Paneel ruitbediening in bestuurdersportier.
Zekeringen achter het
dashboardkastje
Page 220 of 352
218
Onderhoud
Openen van de motorkap
Openen
In het interieur : trek de handgreep links onder het dashboard naar u toe.
Schakel het Stop&Start-systeem altijd uit als u handelingen onder de motorkap wilt uitvoeren, om letsel door het automatisch activeren van de START-stand te voorkomen.
Sluiten
Laat de motorkap voorzichtig zakken en laat deze aan het einde van de slag in het slot vallen. Controleer of de motorkap goed vergrendeld is.
Aan de buitenzijde : beweeg de hendel omhoog en til de motorkap op. Een gasdemper opent de motorkap en houdt deze omhoog.
Page 228 of 352

226
Onderhoud
Stuurbekrachtigingsvloeistofniveau
Het stuurbekrachtigingsvloeistofniveau dient zich zo dicht mogelijk bij het merkteken "MA XI" te bevinden. Draai bij koude motor de dop open om het niveau te controleren.
Het remvloeistofniveau dient zich zo dicht mogelijk bij het merkteken "MAXI" te bevinden. Controleer indien dit niet het geval is of de remblokken van uw auto zijn versleten.
Remvloeistofniveau
Remvloeistof verversen
Raadpleeg het garantie- en onderhoudsboekje voor het voorgeschreven verversingsinterval.
Type remvloeistof
Gebruik de door de fabrikant voorgeschreven remvloeistof die voldoet aan de DOT4-norm (lage viscositeit)/ISO 4924 Class 6.
Motorolie bijvullen
Raadpleeg de rubriek "Benzinemotor" of "Dieselmotor" om te zien waar de olievuldop zich bevindt in de motorruimte van uw auto. Draai de dop van de vulopening. Giet de olie voorzichtig in de opening om morsen op motoronderdelen te voorkomen (dit kan brand veroorzaken). Wacht enkele minuten en controleer vervolgens nogmaals het oliepeil met de peilstok. Vul indien nodig nog olie bij. Draai nadat u het oliepeil nogmaals hebt gecontroleerd de dop zorgvuldig op de vulopening en steek de peilstok weer in de schacht.
Na het bijvullen zal de olieniveaumeter op het dashboard bij het aanzetten van het contact na 30 minuten de juiste waarde aangeven.
Olie ver versen
Raadpleeg het garantie- en onderhoudsboekje voor het verversingsinterval voor uw auto. Om een verminderde betrouwbaarheid van de motor en de emissieregeling te voorkomen, is het gebruik van additieven in de motorolie niet toegestaan.
Page 253 of 352

251
JBL HIFI-SYSTEEM
Het Hifi -systeem versie 5.1 is door de ingenieurs van PEUGEOT samen met de specialisten van het merk JBL ontwikkeld.
Voor een optimale geluidskwaliteit zijn voor en achter in het interieur v\
ier tweewegluidsprekersets gemonteerd. De twee wegen worden door een actief fi ltersysteem van elkaar gescheiden.
De luidsprekersets bestaan uit een tweeter met textieldome, voor een stabiele en uitgebalanceerde geluidsweergave van de hoge tonen, en een mediumwoofer met een vermogen van 50 W RMS voorzien van een omgekeerde driver en een neodymium magneet voor een perfecte weergave van de lage tonen.
De centrale luidspreker in het dashboard zorgt voor een nog betere geluidskwaliteit en geeft de inzittenden het gevoel bij een live-optrede\
n aanwezig te zijn.
De subwoofer in de bagageruimte, met een drievoudige spoel en een vermogen van 150 W, geeft extra diepte en kleur aan de lage tonen van het geluidsspectrum.
Het geheel wordt aangestuurd door een 10-wegversterker met een vermogen van 500 W RMS en een impedantie van 2 ohm. Deze versterker is van specifi eke software voorzien die zorgt voor een surround-effect en een uitstekende geluidsverdeling, zodat zowel de bestuurder als de passagiers optimaal van de muziek kunnen genieten.