Page 5 of 352

.
.
Inhoud
Kinderzitjes 153
ISOFIX-kinderzitjes 160
Kinderbeveiliging 164
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Richtingaanwijzers 165
Urgence-oproep of Assistance-oproep 166
Claxon 166
Controlesysteem bandenspanning 167
ESP-systeem 169
Veiligheidsgordels 172
Airbags 175
Veiligheid
Bandenreparatieset 179
Wiel verwisselen 185
Een lamp vervangen 192
Zekeringen vervangen 201
12V- ac c u 20 5
Eco-mode 208
Wisserbladen vervangen 209
Slepen van uw auto 210
Trekken van een aanhanger 212
Allesdragers monteren 214
Accessoires 215
Praktische informatie
Openen van de motorkap 218
Brandstoftank leeg (Diesel) 219
Benzinemotoren 221
Dieselmotoren 222
BlueHDi-dieselmotoren 224
Niveaus controleren 225
Controles 228
Additief AdBlue® voor Blue HDi ® voor Blue HDi ®
dieselmotoren 230
Onderhoud
Benzinemotoren 235
Gewichten (benzine) 236
Dieselmotoren 238
Gewichten (diesel) 242
Afmetingen 246
Identifi catie 247
Technische gegevens
Urgence-oproep of Assistance-oproep 249
JBL Hifi -systeem 251
Peugeot Connect Nav+ 253
Audio-installatie 307
Audio en telematica
Index
Visuele index
Page 12 of 352
10In één oogopslag
9. Zekeringkast. 10. Zijruitontwaseming. 11. Voorruitontwaseming. 12 . Contact-/stuurslot. 13. Starten met de elektronische sleutel. 14 . Bediening op het stuur wiel van de autoradio. 15. Schakelaar ruitenwissers/ruitensproeiers/boordcomputer. 16. Schakelaar alarmknipperlichten en centrale vergrendeling. 17. Display.
Cockpit
1. Schakelaars snelheidsregelaar/-begrenzer. 2. Koplampverstelling. 3. Schakelaar verlichting en richtingaanwijzers. 4. Instrumentenpaneel. 5. Airbag bestuurder. Claxon. 6. Versnellingspook. 7. 12V-aansluiting. USB-/Jack-aansluitingen. 8. Hendel motorkapontgrendeling.
18. Middelste verstelbare en afsluitbare ventilatieroosters. 19. Airbag passagier. 20. Verstelbare en afsluitbare zijventilatieroosters. 21. Dashboardkastje / Uitschakeling passagiersairbag. 22. Elektrische parkeerrem. 23. Middenarmsteun met opbergvakken. 24. Opbergvakken (volgens uitvoering). 25. Autoradio. 26. Bedieningspaneel verwarming/airconditioning.
Page 19 of 352
.
17
In één oogopslag
Veiligheid voor alle inzittenden
1. Open het dashboardkastje. 2. Steek de sleutel in de schakelaar. 3. Selecteer de stand: "ON" (inschakelen) wanneer een passagier op de voorstoel zit of een kinderzitje voor vervoer met het gezicht in de rijrichting is bevestigd, "OFF" (uitschakelen) wanneer een kinderzitje voor vervoer met de rug in de rijrichting is bevestigd. 4. Ver wijder de sleutel zonder de stand van de schakelaar te veranderen.
Airbag voorpassagier
176
A. Verklikkerlampje niet-vastgemaakte/losgemaakte veiligheidsgordels voor
Veiligheidsgordels voor en
frontairbag aan passagierszijde
176
B. Verklikkerlampje storing van één van de airbags. C. Verklikkerlampje ingeschakelde frontairbag aan passagierszijde.
173
Page 28 of 352

26
Controle tijdens het rijden
508_nl_Chap01_controle de marche_ed01-2014
ControlelampjeStatusOorzaakActies / Opmerkingen
Automatische ruitenwissers permanent. De ruitenwisserschakelaar is naar beneden bewogen. De automatische stand van de ruitenwissers vóór is geactiveerd. Beweeg om de automatische stand van de ruitenwissers te deactiveren de hendel omlaag of zet de hendel in een andere stand.
Airbag aan passagierszijde permanent op het display van de verklikkerlampjes voor de veiligheidsgordels en de airbag vóór aan passagierszijde.
De schakelaar in het dashboardkastje staat in de stand " ON ". De passagiersairbag vóór is geactiveerd. Plaats in dit geval geen kinderzitje met de rug in de rijrichting op de stoel van de voorpassagier.
Zet de schakelaar in de stand "OFF" om de passagiersairbag vóór uit te schakelen. In dit geval kunt u een kinderzitje met de rug in de rijrichting plaatsen.
Stop & Star t permanent. Het Stop & Start-systeem heeft de motor in de STOP-stand gezet (verkeerslicht, stopbord, opstopping, e n z .) .
Het lampje gaat uit en de motor wordt automatisch gestart als u wilt wegrijden.
knippert enkele seconden en gaat dan uit.
De STOP-stand is nu niet beschikbaar. of De motor wordt automatisch in de START-stand gezet.
Raadpleeg voor meer informatie over de bijzonderheden van de STOP- en START-stand de rubriek "Stop & Start".
Page 29 of 352
1
27
Controle tijdens het rijden
508_nl_Chap01_controle de marche_ed01-2014
Verklikkerlampjes uitgeschakelde functies
De volgende verklikkerlampjes geven aan dat de desbetreffende functie handmatig is uitgeschakeld. Soms klinkt er ook een geluidssignaal en verschijnt er een melding op het display van het instrumentenpaneel.
ControlelampjeStatusOorzaakActies / Opmerkingen
Passagiersairbag permanent, op het display van de verklikkerlampjes voor de veiligheidsgordels en de airbag vóór aan passagierszijde.
De schakelaar in het dashboardkastje staat in de stand " OFF ". De airbag vóór aan passagierszijde is uitgeschakeld.
Zet de schakelaar in de stand " ON " om de airbag vóór aan passagierszijde in te schakelen. Bevestig in dit geval op deze zitplaats geen kinderzitje met de rug in de rijrichting.
Page 34 of 352

32
Controle tijdens het rijden
508_nl_Chap01_controle de marche_ed01-2014
ControlelampjeStatusOorzaakActies / Opmerkingen
Airbags tijdelijk. Het lampje brandt gedurende enkele seconden en dooft als het contact wordt aangezet.
Het lampje moet doven zodra de motor wordt gestart. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is.
permanent. Er is een storing in een van de airbags of de pyrotechnische gordelspanners.
Laat dit controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Bochtverlichting knippert. Er is een storing in de bochtverlichting. Laat dit controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Veiligheidsgordel(s) niet vastgemaakt of weer losgemaakt
permanent, en knippert vervolgens in combinatie met een in volume toenemend geluidssignaal.
Een van de veiligheidsgordels is niet vastgemaakt of weer losgemaakt. Trek aan de gordel en klik de gesp vast in de gesphouder.
Bandenspanning te laag permanent. De bandenspanning van een of meerdere wielen is te laag. Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning. De controle dient bij voorkeur bij koude banden te
worden uitgevoerd.
+ knipperend en vervolgens permanent, in combinatie met het verklikkerlampje Service.
Het controlesysteem voor de bandenspanning is defect of de sensor van een van de wielen wordt niet gedetecteerd.
De bandenspanning wordt niet meer gecontroleerd. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Page 36 of 352

34
Controle tijdens het rijden
508_nl_Chap01_controle de marche_ed01-2014
* Volgens land van bestemming.
CHECK (automatische controle van de auto)
Automatische CHECK
Contact aan: alle pictogrammen van de gecontroleerde functies worden weergegeven. Na enkele seconden doven ze. Gelijktijdig wordt automatisch een CHECK (automatische controle van de auto) uitgevoerd.
In het geval van een storing
Er is een "kleine" storing gesignaleerd: de desbetreffende waarschuwingslampjes gaan branden en vervolgens weer uit. U kunt de auto starten, maar raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Er is een "grote" storing gesignaleerd: de desbetreffende waarschuwingslampjes blijven branden, in combinatie met het lampje STOP of SERVICE. Start de auto niet. Neem zo snel mogelijk contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Handmatige CHECK
Druk op de knop "CHECK" van het instrumentenpaneel om de CHECK (automatische controle van de auto) handmatig te activeren. Met behulp van deze functie kunnen op elk gewenst moment (contact aan of bij draaiende motor) de aanwezige waarschuwingsmeldingen worden weergegeven.
Zolang de airbag aan passagierszijde is uitgeschakeld * , wordt het desbetreffende pictogram constant weergegeven.
Het display van het instrumentenpaneel geeft bij draaiende motor en tijdens het rijden de pictogrammen weer die een storing aangeven (in geval van een storing).
Als er geen storing wordt gesignaleerd, kunt u de motor starten.
Dimmer verlichting
Druk, als de verlichting brandt, op de knop B om de dashboardverlichting en de sfeerverlichting sterker te laten branden of op de knop A om de verlichting te dimmen. Laat de knop los zodra de gewenste lichtsterkte is bereikt.
Page 156 of 352
154
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
"Met de rug in de rijrichting"
Wanneer een kinderzitje voor het vervoeren met de rug in de rijrichting op de passagiersstoel voor wordt geplaatst, de passagiersstoel voor wordt geplaatst, de passagiersstoel voormoet de airbag aan passagierszijde zijn uitgeschakeld. Gebeurt dit niet, dan kan het kind bij het afgaan van de airbag ernstig of
dodelijk gewond raken .
"Met het gezicht in de rijrichting"
Wanneer een kinderzitje met het gezicht in de rijrichting op de passagiersstoel voorwordt geplaatst, moet de stoel in de achterste stand van de voor-/achter waartse verstelling worden gezet, in de hoogste stand en met de rugleuning rechtop en mag de airbag aan
passagierszijde niet worden uitgeschakeld.
Kinderzitje op de passagiersstoel voor
Let erop dat de veiligheidsgordel goed aansgespannen is.
Passagiersstoel in de hoogste stand en zo ver mogelijk naar achteren.