
35
1
Controle tijdens het rijden
308_nl_Chap01_controle de marche_ed02-2013
Boordcomputer, enkele definities
Actieradius
(km of miles) Aantal kilometers dat u nog met de resterende hoeveelheid brandstof kunt rijden (berekend op basis van het gemiddelde verbruik over de laatste afgelegde kilometers).
Deze waarde kan variëren door een gewijzigde rijstijl of het rijden op een helling, waardoor het momentele brandstofverbruik aanzienlijk kan wijzigen.
Als de actieradius minder dan 30 km bedraagt, verschijnen streepjes op het display. Na het tanken van minimaal 5 liter brandstof wordt de actieradius opnieuw berekend en weergegeven als deze meer dan 100 km bedraagt.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als tijdens het rijden de streepjes continu worden weergegeven.
Deze functie wordt alleen weergegeven bij snelheden vanaf 30 km/h.
Huidig verbruik
(l/100 km, km/l of mpg) Berekend over de laatste verstreken seconden.
Gemiddeld verbruik
(l/100 km, km/l of mpg) Berekend sinds de laatste nulstelling van de trajectgegevens.
Gemiddelde snelheid
(km/h of mph) Berekend sinds de laatste nulstelling van de trajectgegevens.
Afgelegde afstand
(km of miles) Berekend sinds de laatste nulstelling van de trajectgegevens.
Stop & Start-teller
(minuten/seconden of uren/minuten)
Als uw auto is uitgerust met het Stop & Start-systeem, registreert een teller hoelang de STOP-stand tijdens een traject is geactiveerd. De teller wordt elke keer als u het contact aanzet weer op nul gezet.

61
2
Toegang tot de auto
308_nl_Chap02_ouvertures_ed02-2013
Noodsleutel
Openen/sluiten met de
geïntegreerde sleutel van het
Keyless entry and start-systeem
Met de geïntegreerde sleutel kan de auto vergrendeld en ontgrendeld worden als de elektronische sleutel niet werkt: - lege batterij, accu ontladen of losgekoppeld, ... - auto bevindt zich in een omgeving met veel elektromagnetische straling. Trek aan de knop 1 en wacht tot de geïntegreerde sleutel 2 naar buiten komt.
Vergrendelen van het bestuurdersportier
Steek de geïntegreerde sleutel in het portierslot en draai deze rechtsom.
Ontgrendelen van het bestuurdersportier
Steek de geïntegreerde sleutel in het portierslot en draai deze linksom.
Vergrendelen van het portier aan passagierszijde
Open de portieren. Controleer of de kinderbeveiliging van de achterportieren niet geactiveerd is (zie de rubriek "Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen"). Steek de geïntegreerde sleutel in het
slot op de zijkant van het portier en draai de sleutel een achtste omwenteling rechtsom (achterportier rechts) of linksom (achterportier links). Sluit de portieren en controleer van buitenaf of de auto goed is vergrendeld.
Ontgrendelen van het portier aan
passagierszijde
Trek aan de portiergreep aan de binnenzijde.
Als het inbraakalarm is geactiveerd, zal het geluidssignaal dat klinkt bij het met de sleutel (geïntegreerd in de afstandsbediening) openen van een portier, bij het aanzetten van het contact stoppen.

62
Toegang tot de auto
308_nl_Chap02_ouvertures_ed02-2013
Batterij vervangen
Batterij ref.: CR2032 / 3 V. Deze batterij is via het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats verkrijgbaar. Als de batterij vervangen moet worden, wordt u gewaarschuwd door een melding op het display van het instrumentenpaneel. Wip het deksel met een kleine schroevendraaier bij de uitsparing los. Verwijder het deksel. Ver wijder de lege batterij. Plaats een nieuwe batterij in de juiste richting in de houder. Druk het deksel vast.
Gooi de lege batterijen van de afstandsbediening niet weg: ze bevatten metalen die schadelijk zijn voor het milieu. Lever lege batterijen in bij een speciaal verzamelpunt.
Na het losnemen en weer aansluiten van de accukabels, het vervangen van de batterij van de afstandsbediening of een storing in de afstandsbediening kan de auto niet meer met de afstandsbediening ontgrendeld, vergrendeld
en gelokaliseerd worden.
Steek eerst de mechanische sleutel (ondergebracht in de afstandsbediening) in het slot om de auto te ontgrendelen. Verwijder de bekleding onder de 12V-aansluiting. Plaats de elektronische sleutel in de desbetreffende houder. Zet het contact aan door op de knop "START/STOP" te drukken. De elektronische sleutel werkt nu weer.
Storing in en resetten van
de afstandsbediening
Raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als de storing niet is verholpen.

68
Toegang tot de auto
308_nl_Chap02_ouvertures_ed02-2013
Afgaan van het alarm
Als het alarm afgaat, treedt de sirene in werking en knipperen de richtingaanwijzers gedurende dertig seconden. Als het alarm voor de 11 e keer afgaat, worden de alarmsystemen uitgeschakeld.
Als het verklikkerlampje van de knop snel knippert bij het ontgrendelen van de auto met de afstandsbediening of met het "Keyless entry and start"-systeem, is het alarm tijdens uw afwezigheid afgegaan. Het lampje stopt met knipperen als het contact wordt aangezet.
Storing afstandsbediening
Om de alarmsystemen uit te schakelen: Ontgrendel de auto met de sleutel (in de afstandsbediening) in het slot van het bestuurdersportier. Open het portier; het alarm gaat af. Zet het contact aan, het alarm stopt. Het
verklikkerlampje van de knop gaat uit.
Vergrendelen van de auto
zonder het alarm in te
schakelen
Vergrendel de auto of schakel de supervergrendeling in met de sleutel (in de afstandsbediening) in het slot van het bestuurdersportier.
Storing
Als bij het aanzetten van het contact het verklikkerlampje van de knop blijft branden, duidt dit op een storing in het systeem. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Automatisch inschakelen
Deze functie is niet beschikbaar, optioneel of standaard. Het systeem wordt 2 minuten nadat het laatste portier of de achterklep is gesloten, automatisch ingeschakeld. Om het afgaan van het alarm bij het openen van een portier of de achterklep te voorkomen, moet eerst op de ontgrendelknop van de afstandsbediening worden gedrukt of moet de auto
ontgrendeld worden met het "Keyless entry and start"-systeem.

72
Toegang tot de auto
308_nl_Chap02_ouvertures_ed02-2013
Brandstoftank
Als er meer dan 10 liter brandstof getankt wordt, wordt deze stijging van het brandstofniveau niet weergegeven op de brandstofmeter. Tijdens het openen van de tankdop kan een geluid van aangezogen lucht hoorbaar zijn. Dit wordt veroorzaakt door de onderdruk die ontstaat door de afdichting van het brandstofcircuit. Dit geluid is normaal.
Openen
Tank nooit als de motor door het Stop & Start-systeem in de STOP-stand is geschakeld; zet in dat geval altijd het contact af met de sleutel of met de
knop "START/STOP" indien uw auto is voorzien van het Keyless entry and start-systeem.
- Ontgrendel de auto als deze is voorzien van het Keyless entry and start-systeem. - Druk op de klep (in het achterste deel van de zijkant van de auto) en trek de klep vervolgens open.
Tanken
Ver wijder de vuldop en plaats deze op de steun (aan de klep). Steek het vulpistool zo ver mogelijk in de vulopening en druk hierbij de metalen klep A in. Vul de brandstoftank. Laat het vulpistool maximaal drie keer afslaan, aangezien er anders storingen kunnen optreden. Plaats de vuldop terug en sluit deze door de dop rechtsom te draaien. Druk de klep van de tankdop dicht (uw auto moet ontgrendeld zijn).
Kies bij het tankstation de juiste brandstof (deze staat vermeld op de sticker aan de binnenzijde van de brandstofvulklep van uw auto). Als uw auto is voorzien van een conventionele sleutel, steek deze dan in de vuldop. Draai de vuldop linksom.
Inhoud van de brandstoftank: ongeveer 53 liter (of 45 liter, afhankelijk van de uitvoering).

80
Comfort
308_nl_Chap03_confort_ed02-2013
Elektrisch verstelbare lendensteun
U kunt de massagefunctie op elk gewenst moment uitschakelen door op deze knop te drukken, het controlelampje gaat dan uit.
Uitschakelen
Inschakelen
Massagefunctie
Deze functie zorgt voor een massage ter hoogte van de lendenen van de bestuurder en de voorpassagier. De functie werkt alleen bij draaiende motor en als de STOP-stand van het Stop & Start-systeem is geactiveerd.
Druk op deze knop.
Het controlelampje van de functie gaat branden en de massagefunctie wordt voor een tijdsduur van 1 uur ingeschakeld. Gedurende deze tijdsduur wordt de massage in 6 cycli van 10 minuten uitgevoerd (6 minuten massage worden gevolgd door 4 minuten rust). Na een uur wordt de functie uitgeschakeld, het controlelampje gaat dan uit.
Intensiteit instellen
Druk op deze knop om de intensiteit van de massage in te stellen. U hebt de keuze uit twee standen voor de intensiteit van de massage.
Druk de schakelaar in om de lendensteun naar wens in te stellen.

88
Comfort
308_nl_Chap03_confort_ed02-2013
230 V / 50 Hz stopcontact
In het achterste opbergvak bevindt zich een 230 V / 50 Hz stopcontact (max. vermogen: 120 W). Dit stopcontact werkt als de motor draait, maar ook in de STOP-stand bij auto's met een Stop & Start-systeem. Open het opbergvak. Controleer of het groene verklikkerlampje brandt. Sluit uw elektrische apparaat (telefoonlader, laptop, CD/DVD-speler, flessenwarmer enz. ) aan.
Bij een storing in het systeem gaat het groene lampje knipperen. Laat dit controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Sluit hoogstens één apparaat op het stopcontact aan (verlengsnoeren of dubbelstekkers niet toegestaan). Sluit alleen apparaten aan die voldoen aan isolatieklasse II (op het apparaat aangegeven). Gebruik geen apparaten met een metalen behuizing. De stroomtoevoer naar dit stopcontact wordt bij overbelasting automatisch onderbroken; dit gebeurt ook als er andere omstandigheden zijn die daar aanleiding toe geven (bijzondere weersomstandigheden, zware belasting van de elektrische installatie van de auto enz.). Het groene verklikkerlampje gaat dan uit.
De verschillende aansluitingen zijn niet beschikbaar, optioneel of standaard, afhankelijk van het uitrustingsniveau van uw auto.

96
Comfort
308_nl_Chap03_confort_ed02-2013
Neem voor een optimale werking van de ver warming, ventilatie en airconditioning de volgende gebruiksadviezen in acht: Let erop dat voor een gelijkmatige verdeling van de lucht naar het interieur de uitstroomopening onder de voorruit, de verschillende luchtkanalen, ventilatieroosters en overige uitstroomopeningen alsmede de ventilatieopening in de bagageruimte vrij blijven. Let erop dat de zonnesensor op het dashboard niet wordt afgedekt. Deze sensor dient voor de regeling van de automatische airconditioning. Zet de airconditioning minstens één tot twee keer per maand vijf tot tien minuten aan om het systeem in per fecte staat te houden. Controleer regelmatig de staat van het interieur filter en laat de filterelementen periodiek vervangen. Wij raden u een gecombineerd interieur filter aan. Dankzij het toegevoegde speciale actieve middel draagt het bij tot een gezuiverde lucht voor de inzittenden en een schoon interieur (vermindering van allergische reacties, stank en vetaanslag). Laat om de per fecte werking van de airconditioning te garanderen het systeem regelmatig controleren zoals voorgeschreven in het garantie- en onderhoudsboekje. Gebruik de airconditioning niet als deze niet koelt en raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Gebruiksadviezen voor de verwarming, ventilatie en airconditioning
Als de auto lange tijd in de zon heeft gestaan en de temperatuur in het interieur hoog is opgelopen, zet dan de ruiten enige tijd open. Zorg ervoor dat de aanjagersnelheid voldoende hoog is ingesteld, zodat de lucht in het interieur goed ververst
wordt. Het airconditioningssysteem is chloorvrij en is niet schadelijk voor de ozonlaag.
Condensvorming in de airconditioning kan ertoe leiden dat zich een klein plasje water onder de auto vormt. Dit is een normaal verschijnsel.
Bij een zware belasting van de motor (trekken van een aanhanger op een steile helling bij een hoge buitentemperatuur) kan de airconditioning tijdelijk worden uitgeschakeld voor een optimale trekkracht van de motor.
Stop & Start-systeem
De ver warming en de airconditioning werken uitsluitend bij draaiende motor.
Als u het thermische comfort in de auto op het door u gewenste niveau wilt houden, kunt u tijdelijk de functie Stop & Start uitschakelen (zie de desbetreffende rubriek).