Verzorging van de auto159
De druk die u in het Driver InformationCenter ziet, is de daadwerkelijke ban‐
denspanning. Daarom is het belang‐
rijk de bandenspanning bij koude
banden te controleren.
Inleerfunctie
Na het verwisselen van wielen moet
het systeem opnieuw berekenen.
Selecteer met een stilstaande auto
het menu Bandenspanning op het
Driver Information Center door de
knop op het uiteinde van de wisser‐
hendel in te drukken. Houd de knop
gedurende ongeveer 3 seconden in‐ gedrukt om het systeem opnieuw te
laten berekenen. Een bijbehorend be‐ richt verschijnt in het Driver Informa‐
tion Center.
Om het inleren te voltooien moet u wellicht enkele minuten rijden.
Wanneer tijdens het inleren proble‐
men optreden, ziet u een waarschu‐
wingstekst op het Driver Information Center.
Driver Information Center 3 90.
Boordinformatie 3 91.
Algemene informatie Gebruik van in de handel verkrijgbare
vloeibare bandenreparatiesets kan
de werking van het systeem nadelig
beïnvloeden. Gebruik bij voorkeur
door de fabriek goedgekeurde repa‐
ratiesets.
Bandenreparatieset 3 161.
Externe zendinstallaties met een
hoog vermogen kunnen storingen in
het bandenspanningscontrolesys‐
teem tot gevolg hebben.Elke keer bij het verwisselen van de
banden moeten de sensoren van het
bandenspanningscontrolesysteem
worden gedemonteerd en onderhou‐
den door een werkplaats.
Profieldiepte Regelmatig de profieldiepte controle‐
ren.
Om veiligheidsredenen de banden te
vervangen wanneer een profieldiepte
van 2–3 mm (4 mm voor winterban‐
den) is bereikt.
Omwille van de veiligheid wordt het
aanbevolen dat de profieldiepte van de banden op één as onderling niet
meer dan 2 mm verschilt.
193
Oliedruk........................................ 88
Olie, motor .......................... 174, 180
Opbergruimte................................ 68
Opbergruimte plafond ..................70
Opbergruimte voor........................ 69
Opbergvakken .............................. 68
Opbergvakken instrumentenpaneel ..................68
Opbergvak onder passagiersstoel 69
Opschakelen................................. 87 Overzicht instrumentenpaneel .....11
P
Panne ......................................... 169
Parkeerhulp ............................... 130
Parkeerrem - zie Handrem .........123
Parkeren .............................. 19, 120
Park pilot met ultrasoonsensoren 130
Partikelfilter ................................. 121
Pollenfilter .................................. 111
Portieren ....................................... 32
Portier open ................................. 90
Portiersloten ................................. 25
Profieldiepte ............................... 159
R
Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 189
Rails en haken bagageruimte ......71Regelbare
instrumentenverlichting .............98
Regeling stationair toerental .......117
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 188
Remassistentie .......................... 124
Rem- en koppelingsvloeistof ......174
Remmen ............................ 122, 142
Remsysteem ................................ 87
Remvloeistof .............................. 142
Reservewiel ............................... 166
Reservewielbevestiging ..............155
Richtingaanwijzer ........................85
Richtingaanwijzers ....................... 97
Richtingaanwijzers vooraan ......146
Roetfilter .................................... 121
Ruiten ..................................... 40, 41
Rijgedrag en aanhangertips ......135
Rijverlichting .......................... 13, 89
S Schakel motor uit ..........................87
Schuifdeur ................................... 32
Service ............................... 112, 173
Service-display ............................ 82
Service-indicatie ..........................86
Service-informatie ...................... 173
Sjorogen ...................................... 72
Sleepoog ............................ 155, 169
Sleutels ........................................ 21Sleutels, sloten............................. 21
Sneeuwkettingen .......................161
Snelheidsbegrenzer ...................129
Snelheidsmeter ............................ 80
Spiegels .................................. 38, 40
Spiegelverstelling ..........................9
Sproeiervloeistof ........................142
Startbeveiliging ............................ 38
Starten en bediening ..................114
Starthulp gebruiken ...................167
Stoelpositie .................................. 44
Stoelverstelling ........................7, 45
Stoelverwarming ........................... 47
Stop/Start-systeem .....................118
Storingsindicatielamp ..................86
Storingsmeldingen ........................91
Sturen ......................................... 114
Stuurbedieningsknoppen .............75
Stuurbekrachtigingsvloeistof ......141
Stuurwiel instellen ........................ 10
Stuurwielverstelling ...................... 75
Symbolen ....................................... 4
T
Tachograaf ................................... 94
Tanken ....................................... 133
Technische gegevens ................181
Te laag brandstofpeil ...................89
Toerenteller ................................. 81
Top-Tether-bevestigingsogen ......67