11 5
Controles
ONDERHOUD
6
CONTROLES
Raadpleeg de bladzijden in het
onderhoudsboekje, die betrekking
hebben op de motoruitvoering van
uw auto, voor het laten controleren
van de belangrijkste niveaus en
bepaalde onderdelen volgens
het onderhoudsschema van de
constructeur.
Gebruik uitsluitend door
PEUGEOT aanbevolen
producten of gelijkwaardige
kwaliteitsproducten.
Om de werking van belangrijke
organen zoals het remsysteem te
optimaliseren, worden door PEUGEOT
specifieke producten geselecteerd en
aangeboden.
Vanwege de kans op beschadiging
van het elektrisch systeem is het
reinigen van de motorruimte met een
hogedrukreiniger niet toegestaan.
Oliefilter
Vervang het oliefilterelement regelmatig,
volgens het onderhoudsschema. Raadpleeg het onderhoudsboekje
voor informatie over het
vervangingsinterval van de
filterelementen.
Als de omgeving (veel stof) en de
gebruiksomstandigheden van de auto
(veel stadsverkeer) daartoe aanleiding
geven, moeten de filters twee keer zo
vaak worden vervangen.
Raadpleeg in rubriek 6 het gedeelte
"Onder de motorkap".
Roetfilter (diesel)
Onderhoudswerkzaamheden aan het
roetfilter moeten worden uitgevoerd
door het PEUGEOT-netwerk.
Als langdurig met zeer lage snelheid
wordt gereden of de motor langdurig
stationair draait, kan bij gasgeven
soms rook uit de uitlaat waargenomen
worden. Dit heeft geen invloed op de
prestaties van de auto en heeft geen
gevolgen voor het milieu.
Accu
Laat uw accu voor de winter door het
PEUGEOT-netwerk controleren.
Remblokken
De slijtage van de remblokken is
sterk afhankelijk van de rijstijl, vooral
bij stadsverkeer en veel korte ritten.
Hierdoor kan het noodzakelijk blijken
om de remblokken vaker, tussen twee
onderhoudscontroles door, te laten
controleren.
Als het remvloeistofniveau te laag is,
kan dit behalve door lekkage van het
remsysteem ook veroorzaakt worden door
slijtage van de remblokken.
Slijtage remschijven/-trommels
Raadpleeg voor meer informatie over
de controle van uw remschijven/-
trommels het PEUGEOT-netwerk.
Handrem
Als de handrem een te grote slag heeft
of als het systeem minder goed werkt,
moet de handrem zelfs tussen twee
onderhoudscontroles worden afgesteld.
Laat het systeem door het PEUGEOT-
netwerk controleren.
Koolstoffilter en interieurfilter
Het koolstoffilter zorgt voor een
constante en krachtige filtering van
stofdeeltjes.
Een verstopt interieurfilter vermindert
de prestaties van de airconditioning
en kan stankoverlast in het interieur
veroorzaken.
Het is raadzaam gebruik te maken
van een gecombineerd interieurfilter.
Het tweede actieve filter zuivert de
luchttoevoer naar het interieur, zodat
de inzittenden schone lucht inademen
en het interieur langer vrij blijft van vuil
(minder kans op allergische reacties,
stankoverlast en vettige aanslag).
Handgeschakelde versnellingsbak
Laat het niveau controleren volgens
het onderhoudsschema van de
constructeur.
125
SNEL WEER OP WEG
7
Zekering vervangen
ZEKERINGEN DASHBOARD
- Open het onderste dashboardkastje aan de rechterzijde.
- Trek aan de handgreep om het deksel te openen en bij de zekeringen te komen.
Nr.
Stroomsterkte
(Ampère)
Functies
1
15
Ruitenwisser achter.
2
- Niet gebruikt.
3
5
Elektronische eenheid airbag.
4
10
Sensor verdraaiing stuurwiel, diagnoseaansluiting, ESP-sensor, handbediende airconditioning,
contactschakelaar koppelingspedaal, koplampverstelling, pomp roetfilter, elektrochrome
binnenspiegel.
5
30
Elektrisch verstelbare buitenspiegels, motor ruitbediening passagierszijde, schuifdak zitrij 1.
6
30
Voeding ruitbediening vóór.
7
5
Plafonniers, verlichting dashboardkastje, verlichting make-upspiegels, verlichting videoscherm zitrij 2.
8
20
Multifunctioneel display, sirene inbraakalarm, autoradio, CD-wisselaar, audio-/telefoonsysteem,
elektronische eenheid brandstofadditief, elektronische eenheid detectie te lage bandenspanning,
elektronische eenheid module schuifdeuren.
9
30
Aansteker.
10
15
Stuurkolomschakelaars, servicecentrale trekhaakaansluiting.
11
15
Diagnoseaansluiting, contact-/stuurslot, automatische transmissie (4 versnellingen).
12
15
Eenheid geheugen stand bestuurdersstoel, elektrische verstelling passagiersstoel, elektronische eenheid airbag,
elektronische eenheid parkeerhulp, schakelaars schuifdeuren, handsfree-set, automatische transmissie (6 versnellingen).
13
5
Servicecentrale motor, Servicecentrale trekhaakaansluiting.
14
15
Regensensor, automatische airconditioning, instrumentenpaneel, schuifdaken, eenheid
verklikkerlampjes/kilometerteller, bediening audio-/telefoonsysteem.
15
30
Vergrendeling slot aan passagierszijde.
16
30
Vergrendeling/ontgrendeling te openen carrosseriedelen.
17
40
Achterruitverwarming
129
SNEL WEER OP WEG
7
Zekering vervangen
Nr.
Stroomsterkte
(Ampère)
Functies
1
20
Elektronische eenheid motor, brandstof- en luchtinlaatsysteem, motorventilateurgroep.
2
15
Claxon.
3
10
Ruitensproeierpomp vóór en achter.
4
20
Koplampsproeierpomp.
5
15
Brandstofsysteem.
6
10
Stuurbekrachtiging, extra rempedaalschakelaar, elektronische eenheid automatische transmissie,
luchthoeveelheidmeter, automatische koplampverstelling met xenonverlichting.
7
10
Remsysteem (ABS/ESP).
8
20
Bediening startmotor.
9
10
Hoofdremlichtschakelaar.
10
30
Brandstofsysteem, luchtinlaatsysteem, emissieregeling.
11
40
Airconditioning vóór.
12
30
Ruitenwissers vóór.
13
40
Intelligente servicecentrale (BSI).
14
30
Niet gebruikt.
15
30
Schakelaar vergrendeling/ontgrendeling/supervergrendeling kinderslot.
141
WEGWIJZE
R
10
Interieur vóór
Instrumentenpanelen, tellers 27-28
Pictogrammen,
verklikkerlampjes 29-33
Meters, displays 34-36
Dimmer dashboardverlichting,
nulstellen dagteller 36
Handrem 86
Verwarming, ventilatie 54-58
- ontdooien, ontwasemen,
- airconditioning A/C,
- airconditioning,
- luchtrecirculatie.
Alarmknipperlichten 86 Technologie aan
boord Rubriek 9
- Peugeot Connect Nav+
- Peugeot Connect Sound
Indelingen 76-77
- aansteker,
- dashboardkastje,
- gekoeld opbergvak,
- asbak.
Zekeringen interieur 124-125
Binnenspiegel, parkeer- en
tolkaarten 81-82
Zonnekleppen, spiegel naar
achterpassagiers 81, 102
Plafonnier, interieurverlichting 80
Datum/tijd instellen
Rubriek 9
INTERIEUR VÓÓR
144
Milieu
ECO-RIJDEN
Door in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kunt u het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van
uw auto verminderen.
Maak optimaal gebruik van de versnellingsbak
Als uw auto is voorzien van een handgeschakelde
versnellingsbak, rijd dan rustig weg, schakel zo snel
mogelijk de tweede versnelling in en schakel bij voorkeur
relatief snel over naar een hogere versnelling. Volg de
aanwijzingen van de schakelindicator (indien aanwezig) die
op het instrumentenpaneel worden weergegeven.
Als uw auto is voorzien van een automatische versnellingsbak
of een elektronische gestuurde versnellingsbak, laat de
selectiehendel dan in de stand Drive "D"
of Auto "A"
(afhankelijk van het type versnellingsbak) staan en trap het
gaspedaal niet bruusk of diep in.
Kies voor een soepele rijstijl
Houd afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de
motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het
gaspedaal geleidelijk in. Als u deze aanwijzingen naleeft,
neemt het brandstofverbruik en de CO
2-uitstoot af en wordt
de geluidsoverlast door het verkeer beperkt.
Als het verkeer goed doorstroomt, gebruik dan vanaf een
snelheid van ongeveer 40 km/h de snelheidsregelaar
(indien aanwezig).
Gebruik op slimme wijze de elektrische
voorzieningen
Als bij het instappen blijkt dat de temperatuur in de auto hoog
is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters
alvorens de airconditioning in te schakelen.
Sluit vanaf een snelheid van 50 km/h de ruiten, maar laat de
ventilatieroosters geopend.
Gebruik de voorzieningen in het interieur die de temperatuurstij-
ging kunnen beperken (blinderingspaneel van het panorama-
dak, zonneschermen, enz.).
Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is
bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning).
Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit
zodra deze niet meer nodig zijn als deze niet automatisch
worden aangestuurd.
Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit.
Schakel de verlichting en de mistlampen uit als het zicht
voldoende is.
Laat de motor vooral 's winters na het starten niet stationair
warmdraaien, maar rijd zo snel mogelijk weg: uw auto warmt
sneller op als u rijdt.
Sluit als passagier zo min mogelijk multimedia-apparatuur
(DVD-speler, MP3-speler, spelcomputer, enz.) op de auto aan
om het elektriciteitsverbruik, en dus het brandstofverbruik,
te beperken.
Koppel externe apparatuur los als u de auto verlaat.