Page 196 of 332

194
Onderhoud
Brandstofkwaliteit voor
benzinemotoren
Auto's met benzinemotoren kunnen probleemloos rijden op biobrandstoffen vanhet type E10 en E24 (deze bevatten resp. 10%en 24% ethanol) die voldoen aan de Europese
richtlijnen EN 228 en EN 15376.
Brandstoffen van het type E85 (deze bevatten
tot 85% ethanol) zijn uitsluitend geschikt voor auto's die speciaal bestemd zijn voor dit type
brandstof (BioFlex-auto's). De kwaliteit van deethanol moet voldoen aan de Europese richtlijn EN 15293.
Auto's die kunnen rijden op brandstoffen met een ethanolgehalte tot 100% (type E100),
worden alleen verkocht in Brazilië.
Brandstofkwaliteit voor
dieselmotoren
Auto's met dieselmotoren kunnen probleemloos rijden op biobrandstoffen die aan de huidige en toekomstige Europese richtlijnen voldoen (diesel die voldoet aan de richtlijn EN 590
gemengd met biobrandsto
f die voldoet aan derichtlijn EN 14214) en die aan de pomp getankt kunnen worden (met een gehalte aan
methyl-estervetzuren van 0 tot 7%).
Het gebruik van biobrandstof B30 is mogelijk bij bepaalde dieselmotoren op voor waarde dat
de bijzondere onderhoudsvoorschriften strikt
worden nageleefd. Raadpleeg het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Het gebruik van elk ander type (bio)brandstof (zuivere of verdunde plantaardige of dierlijke
olie, stookolie ...) is nadrukkelijk verboden(kans op schade aan de motor en het brandstofcircuit).
Page 198 of 332

196
Onderhoud
Niveaus controleren
Motorolieniveau
Het motorolieniveau kan bij aangezet contact worden gecontroleerd via
de motorolieniveaumeter op het
instrumentenpaneel, of met de oliepeilstok.
Olie verversen
Raadpleeg het garantie- en onderhoudsboekje
voor het ver versingsinterval voor uw auto.
Om een verminderde betrouwbaarheid van de
motor en de emissieregeling te voorkomen, is
het gebruik van additieven in de motorolie niet
toegestaan.
Type motorolie
Gebruik de door de fabrikant aanbevolen
motorolie voor uw auto en motoruitvoering. H
et remvloeistofniveau dient zichzo dicht mogelijk bij het merkteken"MA XI" te bevinden. Controleer indien
dit niet het geval is of de remblokken
van uw auto zijn versleten.
Remvloeistofniveau
Remvloeistof verversen
Raadpleeg het garantie- en onderhoudsboekje
voor het voorgeschreven ver versingsinterval.
Type remvloeistof
Gebruik de door de fabrikant voorgeschreven
remvloeistof die voldoet aan de DOT3 of
DOT4-norm.
Let bij werkzaamheden onder de motorkap goed op, want bepaalde delen van de motor kunnen zeer heet zijn (kans op brandwonden) en de
motorventilateur kan ieder moment aanslaan (zelfs bij afgezet contact).
Laat in het geval van een sterk gedaald niveau het desbetreffende circuit controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Controleer deze niveaus regelmatig en respecteer de voor waarden zoals vermeld in het garantie- en onderhoudsboekje. Vul deze niveaus indien nodig bij, tenzij anders aangegeven.
Het is normaal dat u tussen tweeonderhoudsbeurten door olie moetbijvullen. PEUGEOT adviseer t u om elke 5000 km het olieniveau te controleren en, indien nodig, olie bij tevullen.
Na het bi
jvullen zal de olieniveaumeter op het dashboard bij het aanzetten van het contact na30 minuten de juiste waarde aangeven. D
e controle van het motorolieniveau is alleen
betrouwbaar als de auto op een vlakke, horizontale ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten niet heeft gedraaid.
Page 216 of 332

214
URGENCE-OPROEP OF ASSISTANCE-OPROEP
Druk in geval van nood langer dan 2 seconden op deze toets. Het knipperen van het groene ledlampje eneen geluidssignaal bevestigen dat de oproep naar de alarmcentrale PEUGEOT CONNECT SOS is verstuurd * .
Het groene ledlampje blijft branden (zonder te knipperen) wanneer de verbinding tot stand is gebracht. Aan het einde van het gesprek gaat het gpjj(pp)gpjj(pp)
lampje uit. gg
Bij het aanzetten van het contact, gaat hetgroene lampje 3 seconden branden. Dit duidtop een goede werking van het systeem.
Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de aanvraag geannuleerd.
Dit wordt bevestigd door een gesproken bericht.
Druk lan
ger dan 2 seconden op deze toets voor het
aanvragen van hulp bij het stranden van de auto.
Een
gesproken bericht bevestigt dat de oproep is verstuurd ** .
WERKING VAN HET SYSTEEM Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de oproepgeannuleerd. Het groene ledlampje dooft. De annulering wordt bevestigd
met een gesproken bericht.
Om een oproep te annuleren kunt u ook de alarmcentrale PEUGEOT CONNECT SOS melden dat de oproep per vergissing werd verstuurd.
De alarmcentrale PEUGE
OT CONNECT SOS lokaliseert onmiddellijk uwauto, neemt in uw landstaal contact met u op ** en roept indien nodig de
hulp in van de bevoegde hulpdiensten ** . In landen waar de alarmcentrale
niet operationeel is of wanneer de lokalisatie uitdrukkelijk is geweigerd,
wordt de oproep meteen doorgestuurd naar de hulpdiensten (11 2), zonder lokalisatie.
Wanneer de elektronische eenheid airba
gs een botsing heeft
waargenomen, wordt onafhankelijk van het eventueel afgaan van
de airbags, automatisch een noodoproep gedaan.
*
Afhankelijk van de algemene gebruiksvoorwaarden, die u bij uw verkooppuntkunt opvragen, en de technische beperkingen van het systeem. **
Afhankelijk van de geografische dekking van PEUGEOT CONNECT SOS en PEUGEOT CONNECT ASSISTA NCE en van de officiële
landstaal die door de eigenaar van de auto is gekozen.
De lijst van de landen waar het systeem werkzaam is en de lijst van beschikbare diensten vanPEUGEOT CONNECT kunt u bij uw verkooppunt opvragen of op www.peugeot.nl bekijken.
Het oranje lampje knippert: er is een storingin het systeem.
Het oran
je lampje blijft branden: denoodbatterij moet vervangen worden.
Raadplee
g in beide gevallen het
PEUGEOT-netwerk.
Wanneer u uw auto buiten het PEU
GEOT-netwerk hebt gekocht, raden
wij u aan de aanwezigheid van deze diensten bij het netwerk te laten controleren en eventueel configureren. In een meertalig land kunt u het systeem laten configureren in de officiële landstaal van uw voorkeur.
Om technische redenenen, zoals het verbeteren van de diensten vanPEUGEOT CONNECT, behoudt de constructeur zich het recht voor om op elk willekeurig moment het telematicasysteem in de auto te wijzigen.
Page 217 of 332
215
Dit systeem is zodanig gecodeerd dat het uitsluitend inuw auto functioneert.
Touchscreen
01 Algemene werking
Om veiligheidsredenen mag de bestuurder handelingendie zijn volledige aandacht vragen uitsluitend uitvoeren
bij stilstaande auto.
Wanneer de eco-mode is
geactiveerd, schakelthet systeem zichzelf na het afzetten van de motor automatisch uit om te voorkomen dat de accu ontladen raakt.
INHOUD
02 Basisfuncties - Bedieningspaneel
04 PEUGEOT CONNECT APPS
05 Navigatie:
routebegeleiding, verkeer, kaart,
instellingen
06 Media:
foto, radio, muziek, instellingen
07 Communicatie:
bluetooth, contacten, logboek
gesprekken, instellingen
08 Instellingen:
systeem, auto, geluid blz.
blz.
blz.
blz.
blz.
blz.
blz.
Veelgestelde vragen blz.
GPS-NAVIGATIE
MULTIMEDIA-AUTORADIO
BLUETOOTH-TELEFOON
2
16
217
220
219
238
252
262
268
03 Stuurkolomschakelaars blz. 218
Page 220 of 332
03
218
- Indrukken: onderbreken/hervatten
van de geluidsweergave.
- Volume verho
gen.
- Volume verla
gen.
-
Indrukken: geluidsbron wijzigen:radio, media.
- Herhaaldeli
jk indrukken: navigerendoor de menu's.-
Draaien.
Radio: automatische selectie van
vorige/volgende zender.
Media: vol
gende/vorige track.
Menu's: verplaatsen.
- In
drukken.
Radio: naar op
geslagen
voorkeuzezenders.
Menu's: bevestigen.
- Binnenkomend
gesprek: aannemen.
-
Tijdens een gesprek:
To e
gang tot het menu Telefoon (telefoonboek, logboek gesprekken).
Gesprek beëindigen.
- Radio: weergave van de lijst met
zenders.
Media: weer
gave van de lijst met
albums/nummers.
STUURKOLOMSCHAKELAARS
Page 234 of 332

05
232
VERKEERSINFORMATIE
Selecteer "Verkeer". r
Druk op MENUom het " ALGEMENE MENU"weer te geven en selecteer " Navigatie
".
Selecteer de meldin
g in de weergegeven lijst.
Selecteer " Kaart" of " Detail " voor meer
informatie.
Stel de filters " Op de route", "In de buurt",
"Rondom " in om een meer gedetailleerd overzicht van meldingen te krijgen.
Druk no
gmaals op de knop om het filter ongedaan te maken.
Selecteer "Instellingen".
Selecteer:
-
"Nieuwe berichten melden",
-
" Alleen berichten over de
verkeerssituatie ",
- "
Alle berichten".
Verfi
jn vervolgens het gebied van het filter. Druk op MEN
U
om het " ALGEMENE MENU" weer te geven en selecteer " Navigatie".
Selecteer "Verkeer".r
WEERGAVE VAN BERICHTENFILTERS INSTELLEN
Wi
j adviseren een filtergebied van:
- 20 km in de stad,
- 50 km op de snelweg.
Een TMC-bericht (Trafic Message Channel) is informatie met betrekking tot het verkeer en het weer die in real time wordtontvangen en doorgestuurd naar de bestuurder in de vorm
van gesproken berichten en visuele waarschuwingen op denavigatiekaart.
Selecteer " Bevestigen
".
VERKEER
Page 235 of 332
05
233
Rood-gele driehoek: verkeersinformatie, bijvoorbeeld:
BELANGRIJKSTE PICTOGRAMMEN MET BETREKKING TOT HET VERKEER
Zwart-blauwe driehoek: algemene informatie, bijvoorbeeld:
VERKEERSBERICHTEN BELUISTEREN
Selecteer "TA".
Druk de toets MODEtotdat "RADIO
" wordt
weergegeven.
Selecteer "Gesproken verkeersinformatie (TA)".
Selecteer "Bevestigen".
De functie TA (Traffic Announcement) geeft voorrang aan het luisteren
naar verkeersberichten. Om te worden geactiveerd moet deze functie een radiozender die deze berichten uitzendt, goed kunnen ontvangen. Zodra
een verkeersbericht wordt uitgezonden, wordt de geluidsbron die op dat
moment wordt weergegeven (radio, CD, USB, ...) automatisch onderbroken
en wordt het verkeersbericht weergegeven. Zodra het verkeersbericht is afgelopen, wordt de weergave van de oorspronkelijke geluidsbron hervat.
VERKEER
Page 239 of 332
05
237
GESPROKEN NAVIGATIEBERICHTEN
VOLUME/STRAATNAMEN
Selecteer " Audio".
Selecteer " Stem".
Stel " Volume van de spraaksynthese" en/of " Straatnamen opnoemen" in (opnoemen tijdens de navigatie).
Selecteer " Bevestigen
".
Druk op MEN
U
om " HOOFDMENU
" weer te geven en selecteer " Instellingen
".
INSTELLINGEN