Page 409 of 443

343
Veiligheidsysteem van uw auto
Een geheel gevulde airbag vertraagt in
combinatie met een juist gedragen
veiligheidsgordel de voorwaartse
beweging van de bestuurder of de
voorpassagier en beperkt zo de kans ophoofdletsel en letsel aan het
bovenlichaam.
Nadat de airbag geheel gevuld is, begint
hij direct weer leeg te lopen, waaroor de
bestuurder weer zicht op de weg krijgt en
hij de auto weer kan besturen ofanderszins kan bedienen.
B240B03L
Airbag bestuurder (3)
WAARSCHUWING
Plaats geen accessoires (bekerhouder, cassettehouder) of
stickers enz. op het paneel boven
het dashboardkastje in auto's
met een airbag voorpassagier.
Dergelijke voorwerpen kunnen
gevaarlijke projectielen worden
en letsel veroorzaken wanneer de
airbag voorpassagier geactiveerd
wordt.
(Vervolg)
(Vervolg)
Plaats een eventueleluchtverfrisser ook niet in de
buurt van hetinstrumentenpaneel of op het
dashboard.
Dit kan een gevaarlijk projectiel
worden en letsel veroorzaken
wanneer de airbag voorpassagier
geactiveerd wordt.
B240B05L
Airbag voorpassagier
Page 410 of 443

Veiligheidsysteem van uw auto
44
3
Airbag bestuurder en
voorpassagier (indien vantoepassing)
Uw auto is uitgerust met een aanvullend
veiligheidssysteem (SRS) en
driepuntsgordels voor zowel de
bestuurder als de voorpassagier.
Dat uw auto voorzien is van een dergelijk
systeem blijkt uit de letters SRS AIR BAG
die in reliëf aanwezig zijn op het
stuurwiel en op het paneel boven het
dashboardkastje.
Het aanvullend veiligheidssysteem
bestaat uit airbags die zich bevinden in
het stuurwiel en boven het
dashboardkastje.
WAARSCHUWING
Als de airbag geactiveerd wordt, is er een luide knal hoorbaar en
komt er fijn stof vrij in de auto.
Dit is normaal en niet gevaarlijk -
het fijne poeder wordt gebruikt bij
het vouwen van de airbags. Het
stof dat vrijkomt bij het activeren
van de airbag kan huid- of
oogirritatie veroorzaken en
astmatische klachten bij
daarvoor gevoelige personen
verergeren. Was de huid die in
aanraking gekomen is met het
stof dat vrijkomt bij het activeren
van de airbag altijd af met
handwarm water en een milde
zeepoplossing.
Het aanvullend veiligheidssysteem werkt allenals het contact in stand ON staat.
Als het waarschuwingslampje air
bag niet gaat branden of als het
ook blijft branden als er na het in
stand ON zetten van het contact 6
seconden verstreken zijn of de
motor gestart is, of als het gaat
branden tijdens het rijden, werkt
het aanvullend veiligheidsysteemniet goed.
(Vervolg)(Vervolg)Als dit gebeurt adviseren we u
het systeem te laten controleren
door een officiële HYUNDAI-
dealer.
Zet voor het vervangen van een zekering of het losnemen van een
accukabel het contact eerst instand LOCK en verwijder de
contactsleutel. Vervang of
verwijder een zekering die aan
het airbagsysteem gerelateerd isnooit als het contact in stand ON
staat. Het niet opvolgen van deze
waarschuwing zal ertoe leiden
dat het waarschuwingslampje air
bag zal gaan branden.
OBK032020
Airbag bestuurder
Page 412 of 443

Veiligheidsysteem van uw auto
46
3
(Vervolg)
Er mogen geen objecten op of in
de buurt van de airbags in het
stuurwiel, op hetinstrumentenpaneel of op het
dashboardpaneel boven het
dashboardkastje worden
geplaatst omdat dergelijke
voorwerpen letsel kunnen
veroorzaken als de airbags bij
een aanrijding geactiveerd
worden.
Stel de onderdelen van het airbagsysteem niet bloot aan
schokken en neem de bedrading
van het airbagsysteem ook niet
los. Als u dat wel doet kunt u
letsel oplopen omdat de airbags
onverwacht geactiveerd kunnen
worden of juist niet geactiveerd
worden wanneer dat wel nodig is.
Als het waarschuwingslampje van het airbagsysteem “ ”tijdens het rijden gaat branden,
laat het systeem dan controleren
door een officiële HYUNDAI-
dealer.
(Vervolg)(Vervolg)
Airbags kunnen slechts één keergebruikt worden - we adviseren u
het systeem te laten vervangen
door een officiële HYUNDAI-
dealer.
Het aanvullend veiligheidssysteemis zodanig ontworpen dat de
airbags vóór alleen geactiveerd
worden als de kracht van deaanrijding een bepaalde drempel
overschrijdt en de aanrijdingplaatsvindt onder een hoek die
kleiner is dan 30° ten opzichte
van de lengteas van de auto.
Verder kunnen de airbags maar
één keer gevuld worden. Draag te
allen tijde de veiligheidsgordel.
De airbags vóór zijn niet ontworpen om geactiveerd te
worden bij een aanrijding van
opzij, van achteren of bij het over
de kop slaan van de auto.
Verder zullen de airbags vóór niet
worden geactiveerd als de kracht
van de aanrijding de
drempelwaarde niet overschrijdt.
(Vervolg)
OBK039044
OBK032045L
OBK039050
Aanrijding van achteren
Aanrijding van opzij
Over de kop slaan
Page 421 of 443

355
Veiligheidsysteem van uw auto
Onderhoud aan aanvullend veiligheidssysteem
Het aanvullend veiligheidssysteem is
nagenoeg onderhoudsvrij en bevat geen
onderdelen waaraan u zelf veilig
onderhoud kunt plegen. Als het
waarschuwingslampje van het
airbagsysteem niet gaat branden
wanneer u het contact in stand ON zet of
het lampje continu blijft branden, laat uwauto dan onmiddellijk controleren door
een officiële HYUNDAI-dealer.
WAARSCHUWING
Modificaties aan onderdelen van het aanvullend veiligheidssysteem of de
bedrading, inclusief het
aanbrengen van stickers, enz. opafdekkappen of modificaties aan
de carrosseriestructuur kunnen
ertoe leiden dat het systeem niet
goed werkt, waardoor letsel kanontstaan.
Reinig de afdekkappen van de airbags alleen met een zachte,
droge doek of met een doek die
bevochtigd is met schoon water.
Oplos- en reinigingsmiddelen
kunnen het materiaal van deafdekkappen aantasten en de
werking van het systeem in
negatieve zin beïnvloeden.
(Vervolg)(Vervolg)
Er mogen geen objecten op of inde buurt van de airbags in het
stuurwiel, op hetinstrumentenpaneel of op het
dashboardpaneel boven het
dashboardkastje worden
geplaatst omdat dergelijke
voorwerpen letsel kunnen
veroorzaken als de airbags bij
een aanrijding geactiveerd
worden.
Als de airbags geactiveerd zijn, adviseren we u het systeem te
laten vervangen door een
officiële HYUNDAI-dealer.
Stel de onderdelen van het airbagsysteem niet bloot aan
schokken en neem de bedrading
van het airbagsysteem ook niet
los. Als u dat wel doet kunt u
letsel oplopen omdat de airbags
onverwacht geactiveerd kunnen
worden of juist niet geactiveerd
worden wanneer dat wel nodig is.
(Vervolg)
Page 425 of 443
2
Overzicht exterieur (voor) / 2-2
Overzicht exterieur (achter) / 2-3
Overzicht interieur / 2-4
Overzicht dashboard / 2-5
Motorruimte / 2-6
Uw auto in één oogopslag
Page 428 of 443

Uw auto in één oogopslag
4
2
INTERIEUR, OVERZICHT
OBK012001L
1. Knop vergrendelen/
ontgrendelen portier..........................4-18
2. Schakelaar ruitbediening ..................4-24
3. Schakelaar spiegelbediening ............4-41
4. Ontgrendelschakelaar achterklep .....4-21
5. Ontgrendeknop tankdopklep.............4-29
6. Hendel motorkapontgrendeling.........4-27
7. Rempedaal........................................5-26
8. Gaspedaal .................................5-6, 5-10
9. Toets voertuigstabiliteitsregeling uitschakelen ......................................5-31
10. Stuurwielverstellingsknop ...............4-37
11. Schakelaar mistachterlicht ..............4-91
12. Koplampverstelling ..........................4-92
13. Bedieningsschakelaar dashboardverlichting .......................4-47
14. Schakelaar verlichting / richtingaanwijzers ...........................4-87
15. Stuurwiel .........................................4-37
16. Selectiehendel .......................5-13, 5-18
17. Parkeerrem .....................................5-28
18. Toets parkeerhulp UIT.....................4-80
19. Multimeter .......................................4-74
Page 429 of 443
25
Uw auto in één oogopslag
DASHBOARD, OVERZICHT
OBK012002
1. Instrumentenpaneel ...........................4-43
2. Claxon ................................................4-38
3. Airbag bestuurder ..............................3-44
4. Schakelaar ruitenwissers en -sproeiers...........................................4-94
5. Contactslot of toets ENGINE START/STOP ................................5-5, 5-8
6.
Schakelaar alarmknipperlichten ...4-85, 6-2
7. Verwarmings- en ventilatiesysteem .............................................4-100, 4-110
8. Selectiehendel .........................5-13, 5-18
9. Stoelverwarming ................................3-10
10. Parkeerrem.......................................5-28
11. Airbag voorpassagier .......................3-44
12. Dashboardkastje ............................4-128